The Organisation For Economic Co-operation And Development (OECD)

The mission of the Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD) is to promote policies that will improve the economic and social well-being of people around the world.

The OECD provides a forum in which governments can work together to share experiences and seek solutions to common problems. We work with governments to understand what drives economic, social and environmental change. We measure productivity and global flows of trade and investment. We analyse and compare data to predict future trends. We set international standards on a wide range of things, from agriculture and tax to the safety of chemicals.

We look, too, at issues that directly affect the lives of ordinary people, like how much they pay in taxes and social security, and how much leisure time they can take. We compare how different countries’ school systems are readying their young people for modern life, and how different countries’ pension systems will look after their citizens in old age.

Drawing on facts and real-life experience, we recommend policies designed to make the lives of ordinary people better. We work with business, through the Business and Industry Advisory Committee to the OECD, and with labour, through the Trade Union Advisory Committee. We have active contacts as well with other civil society organisations. The common thread of our work is a shared commitment to market economies backed by democratic institutions and focused on the wellbeing of all citizens. Along the way, we also set out to make life harder for the terrorists, tax dodgers, crooked businessmen and others whose actions undermine a fair and open society.

Read more: http://www.oecd.org/about/

Bookmark and Share

Aarefa Johari – Home Sweet Home

www.hindustantimes.com. August, 18, 2013.  Technically, tailors Sheetal and Shankar Malkar live in a slum. But to look at their home, you would never think it.
The couple rebuilt their cramped 150-sq-ft room in Bhandup’s Sai Vihar settlement last year, turning it into a two-storey structure with their workspace and store on the ground floor and a bedroom-cum-kitchen above.
In true Konkan style, the tiny balcony lends a splash of bright colour.

As a notified slum, Sai Vihar’s residents are eligible for housing in Slum Rehabilitation Authority (SRA) buildings, but they say the home they now have is better in design and construction quality.
“A flat would never allow us a separate workspace,” says Sheetal, 36.

The Malkars’ home was built by Amar Mirjankar, a popular informal contractor in the area.
He has no formal training in engineering or architecture; in fact, he grew up in the Sai Vihar slum and has studied only till Class 10. But for 13 years, he has designed and built numerous concrete homes in the area.
“I make homes based entirely on the residents’ personal and professional needs. The focus is on maximising space and keeping costs low,” says Mirjankar, 38, who worked with a network of informal masons, electricians, plumbers and painters to build the Malkars’ house for R4.5 lakh.

Read more: http://www.hindustantimes.com/Mumbai/Home-sweet-home

Bookmark and Share

Ruban Selvanayagam – Rents In Rio De Janeiro Slums Soar Ahead Of The Olympics

theguardian.com. Investment in Brazil’s favelas has reduced crime but locals fight forced evictions.

In preparation for the 2014 World Cup and South America’s first Olympic Games in 2016, Rio de Janeiro has attracted large investments – not only in the games themselves but, perhaps more importantly, in overcoming the massive divides in living standards in the city.
Following a series of largely unsuccessful attempts spread over decades, it would seem the various projects driven by the government-led growth acceleration program, as well as police pacification initiatives in which police patrol neighbourhoods they previously avoided to bring down crime rates, may finally be achieving the desired effects. Great news for the city’s residents, who have longed for such a transformation.

But there is another side to this story. Rio de Janeiro’s previously no-go neighbourhoods have now evolved into real-estate hotspots, where land beneath favela homes has become a goldmine.

Read more: http://www.theguardian.com/rents-rio-janeiro-soared-olympics

Bookmark and Share

Jan Sneep – Einde van het stenen tijdperk – Bestuursambtenaar in het witte hart van Nieuw-Guinea

Sneep CoverJonge bestuursambtenaren maakten maandenlange verkenningstochten naar een van de laatste nog nooit door blanken betreden delen van het onhergbergzame centrale bergland, het Sterrengebergte in toenmalig Nederlands Nieuw-Guinea. Sneep beschrijft de eerste tochten van zijn collega en vriend Hermans, die een vliegveldje aanlegde en een pioniersbivak bouwde, het begin van de eenvoudige bestuurspost Sibil. Van daaruit trokken zij verder het bergland in en maakten kennis met bewoners in afgelegen valleien die eerst wat schuchter, maar al snel heel nieuwsgierig, vriendelijk en gastvrij de witte mensen in hun dorpen ontvingen.
De dragers deden ‘s avonds aan het kampvuur verslag van hun ervaringen van die dag, wat vaak tot hilarische taferelen leidde.

Sneep heeft vervolgens een belangrijk aandeel in de voorbereiding van de laatste grote wetenschappelijke expeditie van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG) naar het Sterrengebergte en neemt daar namens het Bestuur gedurende zes maanden ook aan deel. Hij beschrijft zijn ervaringen en de vele problemen waarmee de expeditie te kampen had.
Aansluitend vergezelde Sneep de Frans-Nederlandse filmexpeditie van de cineast Pierre Dominique Gaisseau die in zeven maanden van Zuid- naar Noordkust trok, door goeddeels onbestuurd gebied. Behalve tot dan toe onbekende bergbewoners ontdekten zij ook een Nederlandse pater die zich met zijn Papua geliefde in het geisoleerde oerbos had teruggetrokken. Het boek Einde van het stenen tijdperk is in 2005 bij Rozenberg Publishers verschenen. ISBN 978 90 5170 927 8.

Nu online:

Inleiding
Naar Nieuw-Guinea
Video: Interview Pierre Dominique Gaisseau
Einde van het stenen tijdperk – Mijn eerste standplaats Mindiptana
Einde van het stenen tijdperk – Het Sterrengebergte
Einde van het stenen tijdperk – Mijn tweede standplaats – Sibilvallei
Einde van het stenen tijdperk – De Sterrenberg expeditie
Einde van het stenen tijdperk – De Frans-Nederlandse filmexpeditie
Einde van het stenen tijdperk – Nawoord

Bookmark and Share

Einde van het stenen tijdperk – Voorwoord

Sneep CoverRuim veertig jaar na ons vertrek uit toenmalig Nederlands Nieuw-Guinea, besloten mijn oud-collega en vriend Nol Hermans en ik om onze ervaringen, als bestuursambtenaar in de periode 1954 – 1960 opgedaan in de binnenlanden van Nieuw-Guinea, op papier te zetten.
In het bijzonder wilden wij beschrijven hoe wij het laatste onbestuurde gebied in het centrale bergland, het Sterrengebergte, binnengingen, verkenden en onder bestuur brachten. Hermans maakte de eerste verkenningstochten vanuit het zuiden, had de leiding bij de aanleg van een vliegveldje in de Sibilvallei en bouwde het eerste pioniersbivak. Voor zijn vertrek naar Nederland werkten wij enige tijd samen en maakten wij afwisselend verkenningstochten dieper het bergland in. Tenslotte nam ik de post van hem over en werd de voorbereiding en ondersteuning van de wetenschappelijke expeditie naar het Sterrengebergte, die onder auspiciën van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG) in 1959 plaatsvond, één van de hoofdtaken.

Om verschillende redenen bleek het heel moeilijk om de verhalen van Hermans en mij aan elkaar te koppelen, hoewel ze in de tijd wel op elkaar aansluiten. Hermans heeft mij daarom zijn deel overgedragen om te bewerken en in mijn verhaal te voegen. Deze vervlechting van twee verschillende schrijfstijlen was geen eenvoudige opgave. Dat is ook deels de verklaring (niet een excuus) voor het feit dat het verhaal niet altijd even ‘gesmeerd’ verloopt. Om een spannend jongensboek te kunnen zijn zouden nogal wat onderwerpen ingekort, weggelaten of minder formeel beschreven moeten zijn. Ook de dagboekstijl kan afbreuk doen aan de leesbaarheid. Hopelijk kan de lezer er echter begrip voor hebben dat dit het relaas is van twee jonge (begin 20) mannen die onder de meest primitieve omstandigheden zich afwisselend en soms gelijktijdig in de rol van avonturier, ontdekkingsreiziger en ambtenaar thuis moesten voelen. Vanuit die verschillende hoedanigheden wordt hierna via onvermijdelijke genrewisselingen min of meer chronologisch verslag gedaan.

Aansluitend op de expeditie naar het Sterrengebergte vergezelde ik als patrouilleleider de Frans-Nederlandse filmexpeditie van cineast Gaisseau, die voor het eerst in de geschiedenis gedurende zeven maanden over het breedste deel van het eiland van zuid- naar noordkust trok. De documentairefilm ‘Le Ciel et la Boue’ (Tussen Hemel en Moeras) was hiervan het resultaat.

Onze komst naar en verblijf in het oostelijk bergland was niet alleen voor ons een spannend avontuur, voor de bergbewoners betekende onze aanwezigheid het begin van grote veranderingen in hun tot dan toe redelijk geordende bestaan. Wij beschrijven hierna een korte periode uit onze jeugd die we af en toe ook wel als de mooiste tijd van ons leven beschouwen. Diezelfde periode, waaruit wij de beste herinneringen bewaren aan onze contacten met de bewoners van de Sibilvallei en van andere valleien dieper in het bergland, betekende voor al die Papua’s dat ze met een veel grotere wereld dan hun kleine ‘veilige’ wereldje werden geconfronteerd en dat ze uit het stenen tijdperk de ‘moderne’ tijd werden ingetrokken. Het is maar de vraag of de voordelen zoals onderwijs en gezondheidszorg opwegen tegen de nadelen die zij vooral na ons vertrek met de komst van een minder op hun welzijn gericht bewind ondervinden.

Veel dank ben ik verschuldigd aan Maya Ooijens, die met grote toewijding het geheel heeft gelezen en uitvoerig gecorrigeerd op stijl en leesbaarheid. Waardevolle adviezen werden ontvangen van Prof. Dr. J.W. Schoorl en Dr. J.J.A.M. Gorisse. Marjan Groen verzorgde de opmaak van het manuscript.
Voor de illustraties werd geput uit eigen archief en uit het fotoarchief van het KIT (Koninklijk Instituut voor de Tropen). Een aantal kiekjes is afkomstig van een fotorapportage die voormalig bestuursambtenaar Schoorl maakte tijdens de eerste verkenningstocht naar het Sterrengebergte; foto’s gemaakt door de Franse fotograaf Tony Saulnier ontving ik direct van hem of via de andere deelnemer aan de filmexpeditie Gerard Delloye. Voorts ontving ik foto’s van de heren Tissing, Terlaag en Brongersma.

Bookmark and Share

Het einde van het stenen tijdperk – Naar Nieuw-Guinea

Dansende Mandobo-mannen begroeten bezoekers in Tanah-Merah

Dansende Mandobo-mannen begroeten bezoekers in Tanah-Merah

Op de dag van vertrek word ik door mijn ouders, broer Arie en een grote groep familieleden op Schiphol uitgezwaaid. Nog even de gebruikelijke foto op de vliegtuigtrap en daar vertrek ik dan voor mijn eerste en tegelijk enorm lange luchtreis van Schiphol naar Hollandia. De viermotorige KLMSuperconstallation PH-LKE ‘Pegasus’ zal ons naar Biak brengen, vanwaar we met ‘De Kroonduif’ zullen doorvliegen naar Hollandia. Die eerste keer met gierende motoren de lucht in is een aparte sensatie. Bij de invallende schemering zien we Nederland als in feestverlichting onder ons verdwijnen.

Na 3½ uur maken we de eerste stop in Rome, waar we uitstappen voor een consumptie in het vliegveldrestaurant. De tweede keer starten is al niet zo nieuw meer. Ook beginnen de dertien kersverse Nieuw-Guinea-gangers al aardig aan elkaar te wennen. Na weer 4½ uur vliegen en enige hazenslaapjes arriveren we de volgende morgen in Caïro, waar we met bussen naar het KLM-hotel worden gebracht voor het ontbijt. Een beetje onwerkelijk om zo kort na vertrek uit het koude Nederland in een warme omgeving, die je vaag herkent van plaatjes die je ooit van Egypte hebt gezien, te worden bediend door onderdanen van President Nasser, die gekleed zijn in lange witte jurken compleet met rode fez.
De tweede dag vliegen we in 8½ uur (met een gemiddelde snelheid van 440 km/uur) door naar Karachi. Een vlucht over eindeloze woestijnen en in het zonlicht zilverachtig schitterende zeeën rond het Arabisch schiereiland. In Karachi overnachten we in het Grand Hotel. Om vier uur worden we alweer gewekt, wat nogal vroeg blijkt als we op het vliegveld een paar uur vertraging krijgen omdat er een bougie moet worden verwisseld. De vette bougie van mijn Mobylette kon ik doorgaans sneller verwisselen! Op het traject richting Rangoon vliegen we eerst over geïrrigeerde akkers aan de Indus en daarna over meer geaccidenteerde delen van India. De passagiers mogen een kijkje nemen in de cockpit, waar gezagvoerder Roos over een en ander tekst en uitleg geeft. Tenslotte strijken we bij zonsondergang over de delta van de Irrawaddy neer in Rangoon. Een vochtige hitte slaat ons tegemoet en we zijn blij dat we na een glas lauwe orange-squash in een rommelig restaurant weer snel kunnen instappen voor het korte stukje naar Bangkok. In een duidelijk rijkere omgeving krijgen we hier een prima diner geserveerd. Ik heb bovendien een leuke ontmoeting met Tony, de vriendin van een oud-klasgenoot van de HBS, Tim Brouwer de Koning die voor haar een pakje heeft meegegeven. Zij leidt als KLM-stewardess lokale dames op tot grond-stewardess.
De derde nacht van onze reis brengen we weer in de lucht door. We landen nog eenmaal in Manilla en op de vierde dag na ons vertrek uit Nederland komen we toch echt aan in Nieuw-Guinea, op het eiland Biak. We zijn de eerste groep die in het comfortabele splinternieuwe gouvernementshotel wordt ondergebracht. Weer eens een nacht in een bed geeft ons een gevoel van grote luxe. De vijfde dag vliegen we al vroeg met een Dakota (DC3) van de Nederlands Nieuw-Guinea Luchtvaartmaatschappij (NNGLM) door naar Hollandia, waar ik op het vliegveld wordt begroet door Jannie Westdorp uit Hellevoetsluis en haar man Wil van Beurden. Zij is de dochter van de familie waarbij ik een jaarlang als officier in pension heb vertoefd, hij werkt in Hollandia als burger bij de Marine inlichtingendienst. Ondanks de lange reis heb ik het gevoel dat de wereld toch niet zo groot is als ik tot nu toe heb gedacht. Read more

Bookmark and Share

  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Archives