Stapelen en doorpakken ~ Buurt en gezin

studentKlasgenoten bleken in het vorige hoofdstuk eerder een positieve dan een negatieve invloed te hebben gehad. Maar hoe zit dat met jongeren uit de buurt? In dit hoofdstuk kijken we eerst naar de wijken waarin de geïnterviewde studenten zijn opgegroeid. Hoe was of is de bevolkingssamenstelling en op welke manier profileren de studenten zich in de wijk? Is het daar normaal om te gaan studeren? Hoe wordt er tegen studeren aan gekeken? Als het niet normaal is, hoe komt het dan dat de geïnterviewden dat wel zijn gaan doen?
We hebben ze ook gevraagd of hun gezin vergelijkbaar is met andere gezinnen uit de buurt. Wat zijn de overeenkomsten en wat zijn de verschillen? Hoe zit het met het opleidingsniveau in hun gezin? Hoe wordt er tegen studeren aan gekeken? En zien ze een tweedeling onder Marokkanen in Amsterdam? Is het zo dat het met de ene groep goed gaat en met de andere groep slecht?

Steeds zwarter
Van de twintig geïnterviewden komen er vijftien uit Amsterdam. Zes van deze hoofdstedelingen komen uit Oost, vijf uit Oud-West, twee uit Osdorp en de rest uit Bos en Lommer, Oud-Zuid en de Pijp. Zonder uitzondering geven ze aan dat ‘hun’ wijken steeds ‘zwarter’ zijn geworden. Toen zij er kwamen wonen of in de periode dat ze naar de basisschool gingen, waren ze vaak het enige Marokkaanse gezin of één van de weinigen. Dit geldt overigens ook voor de studenten die buiten Amsterdam zijn opgegroeid. Zij woonden in witte middenklasse wijken.
Het wisselt nogal in welke mate de studenten zich bezighouden of hebben beziggehouden met het publieke leven in de wijk. Sommigen woonden in een wijk met weinig leeftijdsgenoten, anderen zeggen iedereen te kennen en de volgende houdt zich opzettelijk verre van de buren. Veel vrouwelijke geïnterviewden zeggen dat ze zich nauwelijks buiten op straat begeven. Dit komt overeen met het beeld dat speeltuinen, portieken en pleinen doorgaans domein van Marokkaanse jongens en mannen is. Maar niet zozeer van onze geïnterviewde jongens. Die zijn, voor Marokkaanse begrippen, namelijk redelijk streng en vooral binnen de vier muren van het ouderlijk huis opgevoed. Dit wil niet zeggen dat de geïnterviewden het leven van de straat niet kennen. Integendeel: ze krijgen heel wat mee via de tamtam, kennissen of familieleden die er wel actief deel van uitmaken. Bovendien kan niemand van hen zich onttrekken aan de sfeer op straat. Hoewel de meisjes dat meer lijken te kunnen en doen dan de jongens.

Kleine criminaliteit
Wanneer we vragen naar criminaliteit in de buurt zeggen alle vier meiden die buiten Amsterdam zijn opgegroeid dat ze daar niet veel meer hebben meegemaakt dan wel eens een fietsendiefstal. Dat is een verschil met de anekdotes van de in Amsterdam opgegroeide geïnterviewden. Vooral de meiden omschrijven de criminaliteit in hun buurt als ‘heel erg’. Ze hebben het dan over autoruiten die worden ingetikt, fietsen die gestolen worden en overvallen op supermarkten. De meiden zijn hier overigens nooit persoonlijk mee in aanraking gekomen. Ze hebben het meer van ‘horen zeggen’. Read more

Bookmark and Share

Stapelen en doorpakken ~ Studiekeuze

studentDe geïnterviewde studenten zitten nog midden in de tredmolen van tentamens en werkstukken. In dit hoofdstuk gaan we in op de factoren die bepalend zijn geweest voor hun studiekeuze. Waarom zijn ze deze richting ingeslagen? Was dit een bewuste keuze of hebben ze gekozen wat het meest voor de hand lag? In hoeverre spelen thema’s als status een rol? Ook kijken we naar de mate waarin ze nú nog achter hun motieven van die studiekeuze staan. Verder focussen we op stimulerende en/of demotiverende omstandigheden of personen. Waren die er en hoe reageerden ze daar op? Heeft hun religieuze achtergrond een rol gespeeld? Hadden ze voorbeelden of rolmodellen?

Naar open dagen
Het moment om een vervolgopleiding te kiezen, kwam voor sommigen toch nog tamelijk onverwachts en niet iedereen was daar al helemaal op voorbereid. Ze hadden zó naar het einddoel van de middelbare school, het diploma, toegewerkt, dat die volgende fase ver weg leek. Dát ze verder zouden gaan leren, stond echter als een paal boven water. Ze hebben niet eens nagedacht over alternatieven. Bij hen heerste heel sterk het idee dat ze met alleen een middelbare- schooldiploma fulltime caissière bij de supermarkt konden worden. Verder niets.
Eén van de redenen om door te gaan studeren is dat veel studenten het gevoel hadden dat ze niet onder mochten doen voor broers of zussen die hen zijn voorgegaan op hbo of universitair niveau. Geïnterviewden die zelf de oudste broer of zus binnen het gezin zijn, zien zichzelf vaak als een voorbeeld voor hun jongere broertjes en zusjes en studeren om die reden ook door.
Negen geïnterviewden gingen eerst mbo doen. Voor de meesten was dat een logisch vervolg op de mavo. Hoewel uiteindelijk iedereen er een hbo achteraan zou plakken, was dat niet de eerste opzet. Zo vertelt Sadik dat hij weliswaar altijd heel erg naar zijn broers heeft opgekeken, maar dat hij nooit vond dat hij móest gaan studeren. ‘Ik dacht: ik ga gewoon mavo doen en dan mbo.’ Er zit een aardige variatie in de mbo-richtingen. Eén deed een opleiding voor doktersassistente, één richtte zich op marketing en communicatie, er waren drie meao-ers, twee sociaal juridische dienstverleners, één deed toerisme en één volgde laboratoriumonderwijs. Dit was voor geen van de geïnterviewden een droom die uitkwam. Ze hadden meer rationele motieven: ze waren er goed in, vonden het leuk en ze zagen er letterlijk brood in. Read more

Bookmark and Share

Stapelen en doorpakken ~ Stapelend studeren

studentEerder concludeerden we al dat de helft van onze twintig studenten via een omweg van ‘stapelen’ op hun huidige studieniveau (hbo of universiteit) is gekomen. In dit hoofdstuk gaan we hier dieper op in. Als eerste kijken we hoe het precies zit met dat ‘stapelen’. Welke tussenstations doen deze studenten tijdens hun studietraject aan en waarom? Daarna inventariseren we in hoeverre zij te maken hebben met time-outs en andere vormen van studievertraging. Welke factoren spelen hierbij een rol? Kunnen ze op zulke momenten bij iemand terecht? Of is het juist taboe om hier over te praten, bijvoorbeeld in huiselijke kring? En nóg belangrijker: hoe krijgen ze zichzelf weer op de rails? Vervolgens analyseren we in hoeverre de studenten achter hun studiekeuze staan. Hoppen ze van de ene naar de andere studie, zijn ze tevreden over hun resultaten en hoe is hun studiehouding? Verder kijken we naar wat voor bijbaantjes ze hebben en hoe die zich verhouden tot hun studie. Sluiten die bijbaantjes hier naadloos op aan en zijn de studenten in die zin cv-minded of werken ze nog steeds in de supermarkt waar ze ooit begonnen met vakken vullen?

Tussenstations
Slechts vier van onze studenten zijn direct na het vwo naar de universiteit gegaan (Rachid, Loubna, Saïd en Zara) en even zo weinig stroomden na de havo meteen door naar het hbo (Nora, Karima, Nasr en Omar). In beide gevallen gaat het om twee jongens en twee meisjes. De overige twaalf studenten hadden één of meerdere tussenstations tijdens hun studietraject. Van deze twaalf, die niet meteen van de middelbare school naar het hbo of de universiteit gingen, zijn er negen die via het mbo naar het hbo gingen, of via het mbo en vervolgens (de propedeuse van) het hbo op de universiteit terechtkwamen. Dan zijn er nog twee die via de propedeuse hbo naar de universiteit gingen. Ten slotte is één student eerst direct van uit het vwo naar de universiteit gegaan, maar vervolgens geswitcht naar het hbo (zie tabel 7.1 in de bijlage).
Ook al vertellen ze allemaal dat níet studeren geen optie was, het gros van de doorstromers realiseerde zich pas in het laatste jaar en soms zelfs ná het examen, dat ze met uitsluitend een mbo diploma niet zoveel kanten op kunnen en al helemaal niet veel zouden gaan verdienen. Bij Latifa en Mohammed zit er wel een duidelijk idee achter hun keuzes: zij gebruikten de propedeuse van een hbo-opleiding weloverwogen als ticket naar de universiteit. Drie andere doorstromers (Malika, Tamy en Hanan) maakten de voor hen meest logische overstap: zij gingen van een specifieke mbo studie naar een direct hierop aansluitende hbo richting, bijvoorbeeld van mbo doktersassistent naar hbo verpleegkunde. Bij de andere zeven studenten is sprake van een verschuiving. Die wilden óf ‘gewoon even iets heel anders gaan doen’ óf ze hebben met het oog op de arbeidsmarkt een andere strategische keuze gemaakt. Voor een aantal stond het niet op voorhand vast dat ze een niveau hoger dan het mbo zouden gaan doen. Zij werden door docenten of medeleerlingen op het idee gebracht. Niet omdat hun ouders nu zoveel wisten van het onderwijssysteem, zoals in het geval van Aïcha:

‘Ik kende niemand in mijn directe omgeving die hbo deed. Je hoorde erover omdat het zo dichtbij kwam: iedereen was aan het afstuderen, dus de vervolgopleiding was het hbo. Ik hoefde niet perse door, maar ja: wat moet je anders. Ik vond het wel leuk bij de supermarkt de caissière uithangen, maar dat wilde ik niet fulltime doen. Mijn vader vroeg: ‘Zijn er nog meer scholen? Kun je nóg verder?’ Hij wist natuurlijk wel dat hbo geen universiteit is, maar wat is dat voor school dan? Omdat het systeem hier zo anders is. Hij begreep het niet zo goed.’ (Aïcha, 27 jaar) Read more

Bookmark and Share

Stapelen en doorpakken ~ Vrije tijd, discriminatie en criminaliteit

studentNaast hoorcolleges volgen en naar werkgroepbijeenkomsten gaan, maken bijna alle studenten menig uurtje vol op de arbeidsmarkt. In dit hoofdstuk kijken we naar wat ze in hun resterende tijd doen. Zijn ze maatschappelijk betrokken en op welke manier? Doen ze mee aan ontgroening en borrelen ze wekelijks met medestudenten? Trappen ze wel eens een balletje of ontladen ze zich op een andere manier met sport? Wie zijn hun vrienden, wat doen ze daarmee en waar zetten ze de bloemetjes buiten? Verder willen we weten hoe onze studenten tegen de samenleving aankijken en hoe zij vinden dat de samenleving hén bekijkt. Hebben ze te maken met discriminatie? Tot slot zijn we ook benieuwd in hoeverre zij en hun gezinsleden betrokken zijn (geweest) bij criminaliteit.

Voor de eigen groep
Bijna de helft van onze studenten doet of deed recentelijk vrijwilligerswerk of is onbetaald betrokken bij een project. Dat kan van alles inhouden, maar vaak zetten ze zich in voor jongere jongeren van hun eigen etniciteit en heeft het een culturele of religieuze insteek. Er zijn er die heel praktisch bezig zijn en uitstapjes en vrijetijdsactiviteiten organiseren voor een jongerencentrum (dat doen twee jongens en één meisje). Vaker gaat het om meer didactische en/of politieke projecten. Zo mede-organiseert Aïcha debatten die de dialoog tussen moslims en niet-moslims moeten stimuleren, geven drie studenten (twee meiden en één jongen) les over de Tweede Wereldoorlog en waren twee meiden betrokken bij een project van een joodse organisatie waarvoor ze het Midden-Oosten conflict nader bekeken. De meeste van deze studenten zeggen in eerste instantie dat ze het ‘gewoon leuk’ vinden om mee te doen aan dergelijke projecten zoals hierboven beschreven en een enkeling noemt zich uit zichzelf maatschappelijk betrokken. Pas in tweede instantie, na enig doorvragen, heeft het gros toch wel het idee dat ze andere Marokkaanse jongeren iets mee kunnen geven. Voor een enkeling is een extra motivatie dat het goed op je cv staat, zo gebruikte Zara dit als argument mee te mogen op reis naar het Midden-Oosten.

Het is een open vraag wat toekomstige werkgevers ervan vinden dat potentiële werknemers in hun vrije tijd vooral iets doen voor de ‘eigen’ groep. Voor hetzelfde geld interpreteren ze dit als bewijs van niet geïntegreerd zijn.

‘Het was vanuit een Joodse organisatie, die samen met Marokkanen de handen in elkaar wil slaan om het Midden-Oosten conflict van binnen uit te bekijken. Ik vond het ook interessant voor mijn studie, dus geweldig dat ik mee kon met die reis naar Israël en de bezette gebieden.’ (Zara, 20 jaar)

‘Ik ben hoe dan ook erg met Marokko en mijn roots bezig. En dit leek me meteen wat. Het is gewoon heel mooi om te zien hoe die mensen naar Nederland zijn gekomen en ontzettend hard hebben geknokt en gewerkt. Dan vind ik het wel mooi om iets terug te doen in de vorm van zo’n boek. En dan zou ik het helemaal mooi vinden als mijn overleden vader daar straks ook tussen staat.’ (Loubna, 24 jaar) Read more

Bookmark and Share

Stapelen en doorpakken ~ Rooskleurige toekomst?

studentVoor de meeste van onze studenten staan als motivatie voor hun studie voorop dat ze later een leuke baan én financiële onafhankelijkheid willen. Hoewel ‘later’ voor de meesten nog lang niet ‘nu’ is, kijken we hier toch naar die toekomst. We hebben hen gevraagd om zonder terughoudendheid en realiteitszin te vertellen wat hun ideale baan is. Vervolgens analyseren we in hoeverre ze vinden dat hun studiekeuze hierbij aansluit. Daarnaast willen we van ze weten hoe ze tegen hun toekomst aan kijken. Zijn ze optimistisch gestemd over hun kansen op de arbeidsmarkt of zien ze het somber in? Willen ze wellicht (terug) naar Marokko of misschienwel naar een ander land? Zijn ze bewust bezig met een carrièreplan en hoe past trouwen en een gezin stichten hierin?

Nog even genieten
Op de vraag hoe zij hun toekomst zien, beginnen de meeste studenten als eerste over werk, want trouwen en kinderen krijgen wil iedereen wel. Maar hoe zij hun carrière concreet denken vorm te geven, is doorgaans meer in nevelen gehuld. In hoofdstuk zeven gaven sommigen al aan nog verder te willen studeren. Hun intellectuele aspiraties ten spijt, zou dit ook een poging tot uitstel kunnen zijn – maar daar is niets typisch Marokkaans aan. ‘Later’ lijkt vooral voor de meiden nog heel ver weg en zij denken nu vooral aan alle voordelen van het studentenleventje: uitslapen, vrije tijd om met vriendinnen te shoppen buiten de koopavonden en weekenden…

‘Het contact met mijn medestudenten zou ik toch wel missen. Ik zou nu nog geen negen tot vijf kantoorbaan willen hebben. Ik denk dat ik daar te onrustig voor ben. Dat kan ik altijd nog als ik straks 45 ben, of zo. Dan kan ik nog altijd op kantoor gaan zitten.’ (Loubna, 24 jaar) ‘Terwijl ik daarvoor zoiets had, van mijn studie, daar doe ik zo lang mogelijk over en dan zie ik het wel. Omdat ik het niet voor me zie dat ik moet gaan werken. Ik vind mijzelf wel volwassen, maar ik wil die hele verantwoordelijkheid nog niet. Ik vind het wel prima zo. Ik heb een lekker leven. Maar nu denk ik toch wel dat ik misschien in het buitenland gaan studeren. Dat heb ik ook gedaan op het oog van mij C.V. maar dat was vorig jaar en was deze plan heel onbekend.’ (Zara, 20 jaar)

Een leuke baan
Iedereen is er heel duidelijk over: ze willen een ‘een leuke baan’. Als we vragen wat dat precies inhoudt, weten de meesten vooral een duidelijk beeld te schetsen van wat ze níet willen. Ze willen geen saaie kantoorbaan, niet met tegenzin naar hun werk of een baan hebben onder hun niveau. Ze willen iets met hun hersenen doen en geen fysiek werk zoals hun vaders die daardoor al op jonge leeftijd arbeidsongeschikt raakten. Ze willen werk doen waar ze voldoening uit halen en waarin ze zichzelf kunnen ontwikkelen.
Na wat doorvragen weten de meesten toch wel op welke manier ze hun boterham zouden willen verdienen. We laten hier het vijftal studenten dat een eigen bedrijf wil starten, even buiten beschouwing – daarover straks meer. Gevraagd naar hun ideale baan, dan kunnen ze die prima omschrijven.
Zo wil Saïd (universiteit) uiteindelijk management consultant zijn. ‘Ik ga binnenkort een competentieprofiel opstellen en dan duidelijk aangeven wat mijn ambities zijn en welke opleidingen ik daarvoor nog wil volgen. Ik ben er dus heel bewust mee bezig.’
Malika (hbo) hoopt dat ze op het ministerie van toerisme terechtkomt of bij een touroperator op Schiphol. Hanan (hbo) wil als verpleegkundige op de Eerste Hulp werken. Sadik (universiteit), Nasr (hbo) en Naima (hbo) zien zichzelf wel voor de klas staan. Read more

Bookmark and Share

Stapelen en doorpakken ~ Conclusies

studentDe Marokkaanse student op het hbo en de universiteit is in opmars. Nu al studeert de helft van de kinderen uit de twintig gezinnen waar onze geïnterviewden deel van uitmaken. En dat zullen er alleen maar meer worden, want bijna allemaal hebben ze nog jongere broertjes of zusjes. Aangezien zij zelf hun oudere broers en zussen op het hbo (en in een enkel geval de universiteit) als een sterke stimulans om te gaan studeren noemen, is de kans groot dat de geïnterviewde studenten voor hun jongere gezinsleden net zo’n belangrijke voorbeeldfunctie (gaan) vervullen. Onze studenten zijn geen individuele buitenbeentjes, ze zijn allemaal kinderen van arbeidsmigranten uit Marokko. Hun vaders zijn veelal laaggeschoold en de moeders in de meeste gevallen analfabeet. Deze studenten zijn met een flinke inhaalslag bezig en ze vertonen veel overeenkomsten met de gemiddelde niet-Marokkaanse student. Uitzonderingen daargelaten geldt zowel voor de jongens als de meisjes dat studiepunten scoren het belangrijkst is, ze al snel tevreden zijn als het cijfer maar een voldoende is, échte passie voor studeren ontbreekt en in de praktijk hun bijbaan veel tijd opslokt.

Hoewel onze studenten lang niet allemaal pionieren binnen hun gezin, staan ze wel op de springplank naar een nieuwe middenklasse: die van de hogeropgeleide jonge Marokkanen in Nederland. Ongetwijfeld zullen zij na hun afstuderen op zoek naar een baan op hun niveau de nodige beren op hun weg aantreffen. En of ze daadwerkelijk op hoge posities terechtkomen, zal de tijd leren. Daarbij: de meisjes hoeven over het algemeen niet zo nodig. Die willen in elk geval niet dat hun toekomstige kroost de dupe wordt van de ambities van hun moeder.

Geen succesformule
Waarom hebben deze jongeren niet, zoals veel Marokkaanse leeftijdsgenoten, voortijdig de schoolbanken verlaten, maar zijn ze verder gaan leren?
Er is niet echt sprake van één ‘succesformule’ en al helemaal niet één die eenvoudig door de overheid te beïnvloeden is. Wel zou het basisonderwijs met meer zelfkritiek moeten kijken naar hoe het toch komt dat Marokkaanse studenten kennelijk structureel een lager Cito-advies krijgen dan waar ze uiteindelijk toe in staat blijken. Hun kracht zit ‘m in het feit dat zij zich vaak niet aan het advies van de basisschool hielden, maar een niveau hoger mikten. Bij minder doortastende, zelfverzekerde en door hun ouders gestimuleerde leerlingen pakt dit zonder twijfel heel anders uit.
Onze studenten hebben zeer zeker rolmodellen, maar die komen niet zo vaak uit de media: die creëren vooral een negatief stereotype van Marokkaanse leeftijdsgenoten. Onze studenten zetten zich hier tegen af. Broers of neven op het verkeerde pad gelden ook als negatieve rolmodellen, die geen navolging verdienen. Broers en zussen die gestudeerd hebben, zien ze wel als voorbeeldfiguren. Op de middelbare school weten ze het te waarderen als een docent blijk geeft van inlevingsvermogen in hun leefwereld en worden ze gestimuleerd door leraren die met hartstocht voor de klas staan. Read more

Bookmark and Share

  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter


  • Ads by Google
  • Archives