Alemannia-Judaica ~ Die Synagoge in Kusel

Stefan Engel – Esse percipi – Die Plastik erinnert an den Betsaal der Jüdischen Kultusgemeinde in Kusel, der an dieser Stelle bis zum 10.11.1938 unbeschädigt stand und dann geschändet wurde.

Zur Geschichte der jüdischen Gemeinde

In Kusel bestand eine jüdische Gemeinde bis 1938/40. Ihre Entstehung geht in die Zeit des 18. Jahrhunderts zurück.
Bereits im Mittelalter gab es Juden in der Stadt, die von der Verfolgung in der Pestzeit 1348/49 betroffen waren.
Spätestens Mitte des 18. Jahrhunderts waren wieder einige Juden/jüdische Familien in der Stadt. Im jüdischen Friedhof in Thallichtenberg ist das Grab eines 1761 in Kusel gestorbenen Juden. 1776 gab es zwei jüdische Familien in der Stadt.
Im 19. Jahrhundert entwickelte sich die Zahl der jüdischen Einwohner wie folgt: 1827 13, 1848 30 jüdische Einwohner in sieben Familien, 1875 30, 1900 55 in 20 Familien von insgesamt 3.122 Einwohnern). Zur jüdischen Gemeinde gehörten 1854 auch die wenigen in Diedelkopf und Altenglan wohnenden jüdischen Personen.

An Einrichtungen bestanden eine Synagoge (s.u.), eine jüdische Schule und ein rituelles Bad.  Die Toten der Gemeinde wurden auf dem jüdischen Friedhof in Thallichtenberg beigesetzt. Zur Besorgung religiöser Aufgaben der Gemeinde war zeitweise ein Lehrer angestellt, der zugleich als Vorbeter und Schochet tätig war. Die Gemeinde gehörte zum Bezirksrabbinat in Kaiserslautern.

Um 1924, als zur Gemeinde etwa 65 Personen gehörten (2,2 % von insgesamt etwa 3.000 Einwohnern), waren die Gemeindevorsteher Max Weil und Alfons Oppenheimer. Die Stelle des Lehrers war damals gerade unbesetzt. 1932 waren die Gemeindevorsteher Max Weil (1. Vors. und Schriftführer), Ernst Bermann (2. Vors.) und Artur Steiner (3. Vors.). Damals waren die jüdischen Familien im Leben der Stadt völlig integriert. Eine Reihe von Einzelhandelsgeschäfte (darunter vier Textilgeschäfte) gehörte jüdischen Personen /Familien.

Zur jüdischen Gemeinde gehörten seit der Auflösung der dortigen Gemeinden auch die noch an den folgenden Orten lebenden jüdischen Personen: Konken (1924 19, 1932 7 Personen), Ulmet (1924 15, 1932 15) und Eßweiler (Anschluss seit 1906; 1924 11, 1932 7 Personen).

1933 wurden 66 jüdische Einwohner in der Stadt gezählt. In den folgenden Jahren sind die meisten von ihnen auf Grund der Folgen des wirtschaftlichen Boykotts, der zunehmenden Entrechtung und der Repressalien weggezogen beziehungsweise ausgewandert. 1938 waren noch 54 jüdische Personen in der Stadt. Beim Novemberpogrom 1938 wurde die Inneneinrichtung des Betsaales zerstört; die jüdischen Geschäfte und Wohnhäuser wurden überfallen und demoliert. Jüdische Männer der Gemeinde wurden in das KZ Dachau verschleppt. Die Frauen und Kinder wurden in Richtung der französischen Grenze transportiert, um sie abzuschieben. Da jedoch Frankreich seine Grenze geschlossen hielt, wurden sie nach Mainz gebracht und dort auf freien Fuß gesetzt; nur einige von ihnen kehrten nach Kusel zurück. Die letzten verbliebenen jüdischen Einwohner wurden im Oktober 1940 nach Gurs deportiert.

Von den in Kusel geborenen und/oder längere Zeit am Ort wohnhaften jüdischen Personen sind in der NS-Zeit umgekommen (Angaben nach den Listen von Yad Vashem, Jerusalem und den Angaben des “Gedenkbuches – Opfer der Verfolgung der Juden unter der nationalsozialistischen Gewaltherrschaft in Deutschland 1933-1945“): Clara Bermann geb. Maier (1895), Hildegard Bermann (1927), Adolf Borg (1890), Isidor Borg (1894), Sally Frank (1909), Emma Guthmann geb. Steiner (1878), Kurt Guthmann (1909), Simon Herz (1900), Werner Isaak (1931), Jakob Löser (1874m vgl. Kennkarte unten), Jakob Löser (1878), Richard Löser (1903), Elise Mayer-Eppstein (1871), Hans Mayer (1913), Oskar Mayer (1883), Alfons Oppenheimer (1875), Gutella Oppenheimer geb. August (1869), Artur Anselm Maximilian Steiner (1877, vgl. Kennkarte unten), Robert Steiner (1908, vgl. Kennkarte unten), Paula Tuteur (1905), Elise Weil geb. Mayer (1861), Hedwig Weil geb. Mayer (1911), Markus Weil (1877), Otto Weil (1883), Tilly Wolf geb. Landau (1895).

Aus Altenglan sind umgekommen:  Adolf Borg (1890), Isidor Borg (1894), Erika Irmgard Frank (1904).

Aus Ulmet sind umgekommen: Karoline Heumann geb. Rotschild (1885), Elisabeth Kayem geb. Mayer (1907), Frieda Kayem geb. Mayer (1875), Erich Emanuel Maier (1934), Julius Maier (1905), Ludwig Maier (1906), Siegfried Maier (1907), Abraham Mayer (1880), Alfred Mayer (1937), Bernhard Mayer (1883), Hilde Mayer geb. Maier (1887), Juliane Mayer geb. Kahn (1871), Julius Mayer (1903), Kurt Mayer (1932), Leon Mayer (1876), Olga Mayer geb. Baum (1907), Salo Mayer (1940).

Link: http://www.alemannia-judaica.de/kusel_synagoge.htm

Bookmark and Share

Justus de Visser ~ Spagaat óf balans – Een verkenning van de nooit eindigende spanning tussen nationalisme en Europese integratie

Justus de Visser. Ills. Joseph Sassoon Semah

Na het succes van Justus de Vissers eerste boek Europa – Dáárom (2014) dat hij afsloot met een krachtig pleidooi voor het wij-gevoel (= samen in de EU), heeft hij nu een boek over het spanningsveld tussen het nationalisme en de Europese integratie geschreven. Spagaat of Balans is een heftig pleidooi om samen op te trekken en het debat met elkaar aan te gaan over de liberale democratie en een halt toe te roepen aan de nationalistische afbraak van de Europese orde. Populisme, Brexit, Catalonië, migratie en terrorisme, Turkije, Midden- en Oost-Europa, Rusland, Oekraïne, Georgië, het nationalisme is overal en ze komen in het boek uitgebreid aan bod, voorzien van vele voetnoten.

Spagaat of Balans is een strijdbaar en informatief naslagwerk voor een ieder die is geïnteresseerd in het hedendaagse Europa en zich wil verdedigen tegen nationalisme, xenofobie en illiberalisme. De Europese waarden als democratie, gelijkheid, vrijheid, mensenrechten en de rechtsstaat staan onder druk en moeten worden verdedigd. De Visser roept op te strijden tegen de politici die de sociale rechtsstaat, die de EU wil zijn, van binnenuit bedreigen.

Justus de Visser, die jarenlang diplomaat voor Nederland is geweest en werkzaam was op het Ministerie van Buitenlandse Zaken, ziet de bedreiging van het herlevend nationalisme niet primair als bedreiging van buiten, maar vooral als het ‘Kwaad’ in ons zelf. De Visser stelt zichzelf de vraag waar de liefde voor het eigen vaderland, dat wat we patriotisme noemen, de zoektocht naar geborgenheid, over gaat in haat tegen de ander, dat nationalisme is (dit onderscheid ontleent hij aan de vroegere Duitse Bondspresident Von Weiszäcker). Nationalisme is voor De Visser vooral een op mythe gebaseerd identiteitsbesef, zoveel verschillen we niet van elkaar. Het nationalisme komt vooral voort uit angst en gebrek aan erkenning en respect en dat brengt agressief gedrag met zich mee. De kiezer wil de natiestaat terug en politici spelen handig in op deze angst- en onlustgevoelens. We trekken steeds meer muren op, fysiek en mentaal. De grenzen komen weer terug en dat levert spanning op met de Europese eenwordingsambitie.

21eeuwse nationalisme leidt tot 21eeuwse machtspolitieke confrontaties, ook buiten Europa. President Trump maakt handig gebruik van nationale gevoelens zonder dat de consequenties zijn te overzien. Wat er buiten de grenzen van Europa gebeurt heeft enorme invloed op Europeanen en daarom moeten wij hechter aaneen sluiten, Europa moet verder integreren, zeker nu Amerika afstand neemt van Europa.

‘We kunnen niet langer volstaan een wetgevingsmachine te zijn, we zullen ook samen geopolitiek moeten gaan bedrijven, veiligheids- en defensiebeleid daaronder begrepen. Er valt geen tijd te verliezen- jammer genoeg is dat besef nog niet levend genoeg’, aldus Justus de Visser. Het is tijd voor een nieuwe politieke daadkracht. Read more

Bookmark and Share

Van stolperstein, schaamte en symboliek

Grafsteen van de familie Bermann op de Joodse begraafplaats in Kusel

‘Hoe denkt jouw generatie over ons, over de geschiedenis?’ vraagt mevrouw Ulrike Nagel, de burgemeester van Kusel, aan Lucy Barten, de achterachterkleindochter van Paula Bermann, tijdens de afscheidsmaaltijd maandagmiddag. Lucy, bijna 18, glimlacht en vertelt dat haar generatie niet meer denkt aan schuld of aan de ‘slechte’ Duitser. Maar dat de Holocaust uiteraard een niet uit te wissen onderdeel is van de familiegeschiedenis.
Mevrouw Nagel vindt het ontroerend dat Lucy en de familie naar Kusel zijn gekomen. ‘Ik ben van de generatie die zich schaamt. Schaamte voor wat onze ouders u hebben aangedaan.’
Schaamte en schuld huren soms alle twee een kamer in hetzelfde huis.

De bewerking van het dagboek Deze ontspoorde wereld kreeg Elma Drayer vorig jaar zo in haar greep dat ze afreisde naar Konken en Kusel. In Konken bezocht ze het geboortehuis van Paula Bermann, in Kusel het huis waar de familie Bermann woonde vanaf Paula haar tiende.
In de lokale boekhandel kocht Elma Drayer een boekje over de geschiedenis van de kleine Joodse gemeenschap in Kusel. Linda Bouws nam namens de familie contact op met de auteur, Gerhard Berndt.
Met als gevolg dat een deel van de nabestaanden afgelopen weekeinde op uitnodiging van de stad Kusel, het echtpaar Gerhard en Regina Berndt en de Arbeitskreis Frieden, Gerechtigkeit und Bewahrung der Schöpfung naar Duitsland afreisde om de plaatsing van de stolperstein ter nagedachtenis aan Paula Bermann bij te wonen.

Stadswandeling Kusel

Zondagmiddag wandelden we aan de hand van Gerhard Berndt langs andere stolpersteinen in het stadje. Hij vertelde over de geschiedenis van de jodenvervolging in Kusel, ondertussen wijzend op verschillende gebouwen en huizen die een rol hebben gespeeld in de geschiedenis van de familie Bermann.
Meer dan 100 mensen waren ‘s avonds naar het stadhuis gekomen voor de lezing over het dagboek. Dominee Ulrich Reh hield een korte inleiding, waarna Tom Bouws namens de familie sprak. De historicus Roland Paul bleek de juiste stem te hebben om fragmenten uit het dagboek voor te lezen, Linda Bouws beantwoordde vragen uit de zaal.

Maandagochtend mochten we vroeg opstaan. Om acht uur ging het richting Konken, het geboortedorp van Paula Bermann. Het echtpaar Feyer dat in het geboortehuis woont, heette de familie meer dan hartelijk welkom. Op het erf stond een tafel met schnapps en een hapje klaar.

Daarna werd de Joodse begraafplaats bezocht. Daar liggen een aantal familieleden van Paula Bermann, waaronder haar ouders. In kleine kring werd het Kaddisj voor de rouwenden voorgelezen.
De grafsteen bleek vernield te zijn. Twintig jaar geleden hebben neo-nazi’s 23 stenen op het oude kerkhof kapotgeslagen.

Terug in Kusel was de Gartenstrasse afgezet en kwamen belangstellenden en scholieren van het gymnasium samen om de plaatsing van de stolperstein voor Paula Bermann bij te wonen.
Na een kort welkomswoord van dominee Ulrich Reh, vertelde de burgemeester dat het haar diep raakte dat de familie naar Kusel was gekomen. Mevrouw Larissa Janzewitsch, de plaatsvervangend voorzitter van de Joodse gemeenschap in Rheinland Pfalz, vond het hoopvol dat er zo veel schooljeugd bij deze herdenking betrokken was. Dat geeft moed voor de toekomst.
Linda Bouws bedankte alle betrokkenen en vertelde dat de plaatsing van de struikelsteen de familie goed doet. Alsof Paula Bermann weer herenigd is met haar familie. En met de stad Kusel. Ook spreekt Linda Bouws de hoop uit dat hiermee de stem van haar grootmoeder blijvend met de stad verbonden is en blijft. Een stad die Paula Bermann, zo schrijft ze in haar dagboek, na de oorlog met haar kinderen een keer hoopte te bezoeken. Omdat ze er zulke dierbare herinneringen aan heeft.

Lucy Barten, achterachterkleinkind van Paula Bermann, plaatst de stolperstein

De stolperstein werd daarna geplaatst door Lucy Barten, het zeventienjarige achterachterkleinkind van Paula Bermann.
Leerlingen van de middelbare school speelden tussen de toespraken door ondermeer Que sera sera en Hava Nagila.
Ook lazen twee scholieren een gedicht voor waarin werd opgeroepen om waakzaam te blijven.
De stukgeslagen grafsteen van de familie laat zien dat die oproep niet overbodig is.
In die zin is dat graf een symbool. Een symbool voor een wereld die zomaar weer kan ontsporen.

Read more

Bookmark and Share

As Capitalism Fails, We Need A Roadmap To Survive Climate Change

Paavo Järvensivu

As we enter an era of energy transition and the effects of climate change become more dramatic, our need for new forms of economic thinking is becoming increasingly urgent. The existing economic theories and models are clearly ill-equipped to address the intertwined challenges of a massive energy shift and climate change because they are all linked to the era of material abundance and cheap energy resources. The existing economic system has failed and if it continues it will lead to inestimable catastrophic consequences. But what would the policy framework of the much-needed new economics on energy, climate and environment look alike?

C.J. Polychroniou: Dr. Järvensivu, how did your research unit end up producing the background paper for the U.N. Global Sustainable Development Report?
Paavo Järvensivu: BIOS is an independent, multidisciplinary research unit, launched in Helsinki in 2015. Our basic task is to study the effects of environmental and resource factors on Finnish society and develop the anticipatory skills of citizens and decision-makers. To be able to do that, our research, of course, deals with the same issues also globally…. Moreover, we felt that due to the urgency to act on the climate crisis, researchers need to engage much more proactively outside the academic community. We dedicate much of our time on ongoing dialogue with decision-makers, journalists and many others…. There are few [other] research teams that would systematically aim at a comprehensive view of the political, economic and cultural changes caused by mitigating and adapting to climate change.

The paper your research unit produced for the U.N. claims with certainty that we will soon be entering a new energy era. What is this new energy era all about, and how will it replace the capitalism of today, which relies mostly on fossil fuels for supplying the vast majority of our energy needs and, subsequently, for growth?

The question of future energy can be approached as a [carbon] source and [carbon] sink problem. According to some estimates, the depletion of accessible fossil fuels would drive dramatic changes in the human energy system. This is true in a certain time frame, but climate change, or the inability of ecosystems in their current state to handle all the emissions from the excessive use of fossil fuels, gets us there first. Mitigating climate change requires a rapid decarbonization of the energy system — not only electricity generation but also heating/cooling and transportation.
Most likely we need to reduce energy consumption in order to succeed in rapid decarbonization. Replacing fossil fuel infrastructure with low-carbon solutions is such a demanding task physically, financially and organization-wise that the chances for succeeding improve dramatically if we lower overall energy consumption at the same time. This would be in line with also other environmental goals, especially with fostering biodiversity. In practice, this would entail qualitative changes in people’s lives through an emphasis on public transport and walking and biking, and perhaps relaxing on the (very new to humankind) requirement to have the same temperature inside throughout the year.
If the major economies don’t succeed in decarbonization, the global fossil economy is in for a rough ride. As an example, in a world with escalating geopolitical tensions — for instance, due to climate refugees — the position of fossil fuel-importing countries is weakened. Those countries — such as Finland, where I’m from — would be better off with less dependence on fossil fuels. Acting on this proactively, investing a lot on low-carbon infrastructure, should be on the high priority list of current and next governments. Read more

Bookmark and Share

Die Rheinpfalz 14.5.2019 ~ Durch den Stolperstein endlich vereint

Bookmark and Share

Anna Eijsbouts ~ Voting In The EU

A short film explaining democracy in the EU and the European Parliament and how your vote moves it.
Written by European Constitutional Law Professor Tom Eijsbouts, animated & directed by Anna Eijsbouts.

This film has been made out of necessity and has been funded via Kickstarter.
Credits:
Voice – Gabriella Schmidt
Sound Design – Rik Kooijman
Additional Post Production – Kasper Werther
Thanks to Lot Rossmark, Marlyn Spaaij, Dorien Suntjens, Amber Verstegen, Tünde Vollenbroek, Jamie K. Bolio
Executive Producers – Jan Eijsbouts, Dolf Huijgers, Pieter Jan Kuiper, Laurence Chazournes de Boisson, Kris Spinhoven

Bookmark and Share

  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Archives