Louise Fresco on feeding the whole world (TEDtalks)
Louise Fresco argues that a smart approach to large-scale, industrial farming and food production will feed our planet’s incoming population of nine billion. Only foods like (the scorned) supermarket white bread, she says, will nourish on a global scale. From TedTalks (Ted.com)
Louise Fresco in Rozenberg Quarterly
more at www.louiseofresco.com
The Ndundulu Invasion – Chapter One – Jesus Cristos
Bongi realised that now he had the time and the appetite to start and finish something, a novel, an African novel full of love, passion, tradition and soccer, not necessarily in that order.
Something that could push young people open a book, escape poverty and Playstation 2 and read. He now remembered vividly when he accompanied his 15 year old nephew to Gauteng. He bought Paulo Coelho’s The Alchemist and passed it to the young boy.
The boy looked at him with a giant question mark in his eyes:
“What do I suppose to do with this, malume (uncle)”?
“It’s a book, son”.
“I can see, it’s a thin book”.
“It’s a thin brilliant book, son”.
“Is it available at Kalahari.net?”
Read more
The Ndundulu Invasion – Chapter Two – All along the Watchtower
“I don’t know if this is part of your research, but since you ask, I’ll answer you very honestly. I’m a lot of things, son, I’m a Zulu and a Xhosa, a God and a Devil, I’m a valley and a mountain, a jungle and a desert, I’m the rain and the drought, but above everything else I am an amaZulu man”.
“Why Mkhulu?”
“Because I was born in Zululand, I lived in Zululand and I’ll die in Zululand. I haven’t been to school, but I’ve been a cleaner in one place for 40 years. When I walk to the bottle store I touch the ground of the heroes and the ghosts, when I pick up a mango I touch the hand of God, when I jump the hill with my grandson I can see the deep valleys of Africa, and when I dream I am a warrior in Shaka’s army. I learned to speak and think here, I drank from the river of wisdom of my grandfather. I herded cattle here and I spoke to my ancestors hiding behind the clouds when they bring rain. That’s why I’m a Zulu, son”.
God wil het! Reizen in het spoor van de kruisvaarders
Nu online:
Hoofdstuk Een - God wil het! – Reizen in het spoor der kruisvaarders – Inleiding
Hoofdstuk Twee – God wil het! – Duitsland: de vijanden van God
Hoofdstuk Drie – God wil het! – Hongarije: de koning der boeken
Hoofdstuk Vier – God wil het! – De Balkan: een eeuwig strijdtoneel
Hoofdstuk Vijf – God wil het! – Bulgarije
Hoofdstuk Zes – God wil het! – Constantinopel: in het kamp van de vijand
Hoofdstuk Zeven – God wil het! – Nicaea en Dorylaeum: Sterf dan honden!
Hoofdstuk Acht – God wil het ! – Cappadocië: De vlakte des doods
Hoofdstuk Negen – God wil het! – Antiochië: het verraad van het harnasmasker
Hoofdstuk Tien – God wil het! – Antiochië: een teken van God
Hoofdstuk Elf – God wil het! – Syrie: twee grote leiders voor een geweldig volk
Hoofdstuk Twaalf – God wil het! – Libanon: het land van ruines
Hoofdstuk Dertien – God wil het! – Israel: het land van belofte
Hoofdstuk Veertien – God wil het! – Jeruzalem: God wil het!
God wil het! – I – Reizen in het spoor van de kruisvaarders
Na het uiteenvallen van het rijk van Karel de Grote in de tweede helft van de negende eeuw werden Frankrijk en Duitsland van elkaar gescheiden. Grote delen van Europa werden geteisterd door de Noormannen, die landerijen, kerken en kloosters plunderden en daarbij weinig tegenstand ontmoetten.
Binnen de katholieke Kerk was de situatie bedroevend. Pausen waren in een onderlinge strijd verwikkeld en veel geestelijken waren minstens zo intensief bezig met wereldlijke als met kerkelijke zaken. Het celibaat werd nog niet uitgevoerd en pelgrims die uit Rome terug kwamen klaagden steen en been over de wanorde en zedeloosheid die ze aantroffen onder de geestelijken. De gewone middeleeuwer leefde onder de dagelijkse dreiging van ziekte en geweld en halverwege de elfde eeuw brak door misoogsten een enorme hongersnood uit, waardoor de mensen bij massa’s stierven en elkaar – volgens kronieken – zelfs ‘verscheurden en opaten’. Velen zochten naar een mogelijkheid om in verre streken een nieuw leven te beginnen.
God wil het! – II – Reizen in het spoor van de kruisvaarders
Duitsland: de vijanden van God
In het Duitse rijk was met de dood van Hendrik II het Saksische koninkrijk in 1024 in de mannelijke lijn uitgestorven. Met de komst van de Frankische keizer Koenraad groeiden de Franken en Saksen steeds verder uit elkaar, waardoor het land tot de dag van vandaag in een van karakter verschillend noordelijk en zuidelijk deel is opgesplitst. Duitsland werd veruit het machtigste rijk en bezat in de elfde eeuw Nederland, Bourgondië, Lotharingen en een groot deel van Italië. Het rijk strekte zich uit van de Oostzee tot Marseille en voorbij Rome. Hendrik IV was als zes-jarige jongen in 1056 op de troon gekomen. Na het regentschap van zijn moeder ontwikkelde de keizer zich tot een machtig heerser. Door de voortdurende strijd om de macht tussen Paus Gregorius en keizer Hendrik IV verzetten de Duitsers zich tegen de door Rome gedicteerde kruistocht. Alleen een paar onbelangrijke edelen sloten zich bij de doortrekkende legers van Peter de Kluizenaar en Godfried van Bouillon aan.
De geboorte van een held
Verscholen tussen de zuidelijke bossen van de Belgische Ardennen ligt het lieflijke plaatsje Bouillon op enkele kilometers van de Franse grens. Boven op een rots staat de majestueuze burcht van Bouillon, terwijl aan de voet ervan hotels en herbergen zich verdringen om de gunst van de toeristen. Hotel de la Poste roemt de ‘kamer met panoramisch vergezicht op het slot en het rivierdal,’ waar Napoleon Bonaparte, de Frank die zeven eeuwen na de kruistochten opnieuw een invasie in het Midden-Oosten uitvoerde, een nacht heeft doorgebracht.
De rivier de Semois slingert met een lus rond het schiereiland waarop de imposante vesting uit 1040 staat. Aan de rechterzijde van het fort staat een manshoge beeltenis van de beroemdste bewoner van feodaal België. ‘Een stoere kerel,’ noemt conservator Freddy Deleux de heerser die later bekend wordt als de legendarische aanvoerder van de eerste kruistocht, Godfried van Bouillon. ‘Hij kuiste hier als zevenjarige jongen de stallen, bracht het eten aan tafel en werkte in de keuken als hulp. Hij begon zoals elke andere jongen van zijn leeftijd in het kasteel als schildknaap: de jonge Godfried zorgde voor de paarden en het klaarleggen van de wapenuitrusting van zijn heer. Om zich te amuseren mocht hij soms met een houten zwaard spelen en met de honden rondstoeien op het kasteel.’ Hij ontwikkelde zich volgens andere bronnen tot ‘een reus met brede borst en schier overmatig gespierde ledematen en toch een relatief smal middel, fijn besneden trekken; een man van grote persoonlijke moed, een echte houwdegen meer dan een generaal. Geestelijk een doorsnee-mens, typische middelmaatfiguur, zowel in zijn verstandelijke aanleg, die alle schittering, alle originaliteit ontbeert, als in zijn gevoelens, die zelden heftig of zeer diep aandoen, kortom een in veel opzichten sympathiek mens.’


