Waarvan twee kleine figuren … Oom Dirk over het verraad van Anne Frank


Fragment uit het verslag van Oom Dirk

Oom Dirk had een missie. De wereld vertellen over het verraad van Anne Frank. In de ochtend van 4 augustus 1944 ontdekken agenten de onderduikers in het Achterhuis. Er bestaan allerlei theorieën over wie de onderduikers verraden heeft. Oom Dirk verwees al die verhalen naar de vuilnisbelt. Hij was getuige geweest van de inval. Dat in zijn versie de arrestatie in de avonduren plaatsvond, bewees alleen maar zijn gelijk. Hij had het immers gezien.

Oom Dirk, of Dove Dirk, was een van de vaste klanten van Koffiehuis de Hoek. Op zijn bakfiets bromde hij de stad door op zoek naar ijzerwaren. Op zijn woonboot op de Prinsengracht lag altijd een metershoge verzameling gevonden metalen voorwerpen.
Met handen en klanken kon oom Dirk zich prima redden. Al moest je soms even de tijd nemen als hij een van zijn stokpaardjes van achtergrondinformatie wilde voorzien.

Ooit had ik met oom Dirk beloofd dat ik zijn missie zou ondersteunen.
‘Harry heeft mijn papieren”, maakte hij me duidelijk.
Die papieren waren lange tijd zoek. Nu het koffiehuis dicht is, is er tijd om op te ruimen. Ook voor Laura en Harry.
‘We hebben de papieren van Dove Dirk gevonden’, appte Laura twee dagen geleden.
Oom Dirk is alweer een paar jaar geleden overleden. Vandaag los ik mijn belofte in.

Hier de letterlijke tekst van het verslag van oom Dirk over het verraad van de familie Frank:

Jongens,
Hierbij deel ik jullie mede, j.l. las ik in beide kranten zowel de Telegraaf en Volkskrant van Woensdag 13 maart, het gaat over geval Anne Frank, en zijn familieleden, alles wat ik kranten las, laat ik jullie weten er kloppen alles niets van. Want ik heb alles meegemaakt, ik stond met de neus boven op.

Het gebeurd dan ook in oorlogstijd in 1944 het was dan ook in zomermaanden, laat we zeggen in maand Augustus, affijn om verder te gaan, zoals jullie zal weten, werd in Otto Frank pand wel eens ingebroken en insluipers binnen –geweest, zonder vermoeden over achterhuis dus goed onzichtbaar voor leek, want de gasten waren opuit om kolonialen waren, (ikzelf ben daar debet aan want ik daar nooit binnen geweest.)

Read more

Bookmark and Share

Omdat het kan


De twee vrouwen staan al een tijdje op de tramhalte. Halverwege de veertig, schat ik ze. Keurige dames.
Als ik mijn shag pak, lopen ze op me af.
‘Tabacco?’, vraagt de een.
Ik knik.
De dames lachen.
Eentje haalt een klein zakje wiet uit haar jaszak.
Ze vraagt in een combinatie van Italiaans en Engels of ik wat wiet in het shagje wil.
‘Nee’, zeg ik.
Maar ik heb haar niet goed begrepen.
Of ik eentje voor hen wil draaien.
Hulpvaardig als ik ben, sta ik een paar tellen later op de halte een jointje te draaien.

Een paar minuten later staan ze giechelend te roken. Ook maken ze foto’s van elkaar.
‘Ik ben advocaat’, zegt de een.
‘En ik werk bij de politie’, lacht de ander.
‘Dit mag niet in Italiė’, legt de politiemevrouw uit.
Dan pakt ze het zakje wiet weer en geeft het mij.
‘Verder hoeven we het niet’, zegt ze, ‘maar we wilden een keertje wiet kopen.’
‘En ik rook niet eens’, lacht de advocate.

Bookmark and Share

De kruistocht van Henk Eikeboom


Henk Eikeboom op de veranda van zijn tweede huis

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Henk Eikeboom (1898-1945) was geen theoreticus van het anarchisme, geen voorman in de   anarchistische beweging, maar wel een man van agitatie, organisatie en actie. Hij noemde zichzelf sociaalanarchist, hij was antimilitarist en een bewonderaar van Domela Nieuwenhuis. Hij was dichter, redacteur van anarchistische tijdschriften, uitgever, vertaler, handelaar in tweedehands boeken en erotische lectuur. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zette hij zijn publicatiedrift voort maar hij werd door de Duitse bezetter gearresteerd.

Henk Eikeboom werd geboren in 1898. Zijn vader was koster van de Muiderkerk aan de Linnaeusstraat in Amsterdam en boekbinder. Op de lagere school schreef Eikeboom zijn eerste gedichten en vertoonde hij al zijn opstandige karakter. Hij wilde graag onderwijzer worden, maar bleek later voor het vak volstrekt ongeschikt. Tijdens zijn opleiding tot onderwijzer kwam hij in contact met de Kwekelingen Geheel Onthouders Bond (KGOB) en de Jongelieden Geheel Onthouders Bond (JGOB). Mogelijk maakte hij via die organisaties kennis met het marxisme en de ideeën van Russische revolutionairen. Onder invloed van zijn latere vrouw Willy Broekman, ontwikkelde hij zich al gauw in de richting van het anarchisme.

Dienstweigeraar
Hoewel Eikeboom aanvankelijk tegen dienstweigering was, hebben waarschijnlijk de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog hem tot andere inzichten gebracht en in 1917 weigerde hij dan ook op te komen voor de Landstorm. Bovendien had hij inmiddels kennis gemaakt met het tijdschrift De Wapens Neder van de Internationale Anti-Militarische Vereeniging (IAMV). Tussen 26 oktober 1917 en 7 januari 1919 werd hij als dienstweigeraar gedetineerd, onder meer in Fort Spijkerboor in Westbeemster. Gedurende zijn detentie hield hij een dagboek bij. Op zijn eerste dag in de cel schreef hij: ‘Zo zit ik dan eindelijk opgesloten in een cel (…). Vanmorgen heb ik geweigerd de militaire uniform (…) aan te trekken. Voorwaar een groote misdaad! Ik trek de uniform niet aan omdat ik vrede wil.’

Rapaillepartij
Gegrepen door het anarchisme en antimilitarisme, nam hij na zijn gevangenschap de propaganda voor het anarchisme serieus op. Hij ging schrijven – proza, poëzie en journalistiek werk – voor het anarchistische tijdschrift De Vrije Socialist en de bladen De Wapens Neder en Morgenrood. Van Morgenrood werd hij ook redacteur. Daarnaast hield hij spreekbeurten en deed hij bestuurswerk in anarchistische organisaties en antimilitaristische kringen. In 1919 werd hij administrateur bij Libertas, de uitgeverij van De Vrije Socialist van anarchistisch uitgever Gerhard Rijnders.
Een dienstweigeringswet bestond destijds niet in Nederland. Toen in 1921 dienstweigeraar Herman Groenendaal in hongerstaking ging om een wet te bespoedigen, werd de actie breed ondersteund. Henk Eikeboom zette zich fanatiek in door geld in te zamelen voor de actie. In dezelfde periode werd hij penningmeester van het landelijk comité van de IAMV.

Een van de meest spraakmakende acties waaraan Eikeboom deelnam was de oprichting van de Rapaillepartij. Samen met de dadaïst Anthon Bakels en kunstenaar Erich Wichman richtte Eikeboom een politieke partij op, juist om aan te tonen dat het algemeen kiesrecht nergens toe leidt en om de opkomstplicht aan de kaak te stellen. Ook wilden ze de vraag aan de orde stellen of de massa in Nederland wel een juiste politieke keuze kon maken. Lijsttrekker werd de Amsterdamse zwerver Hadjememaar, die tot ieders verrassing in de Amsterdamse gemeenteraad werd gekozen. Na één raadsvergadering hief de partij zich op.

Poëziebundel van Henk Eikeboom

 

 

 

 

 

 

 

Brochures van Henk Eikeboom

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Read more

Bookmark and Share

Nieuwjaar


‘Gelukkig nieuwjaar.’
Het buurmeisje is terug van vakantie.
We lopen naar buiten. Ze vertelt dat ze veel plezier heeft gehad in Brussel.
‘En nu mag je morgen weer naar school.’
‘Daar heb ik zin in”, zegt ze, ‘niet in die toetsen en dat huiswerk, hoor. Maar ik zie mijn klas weer.’
‘Dat is mooi om te horen”, zeg ik.
‘Maar ook verdrietig’, zegt ze, ‘want over een half jaar gaan we uit elkaar. Allemaal naar andere scholen.’

Bookmark and Share

Mei


‘Heeft u wat geld voor me?’
Ze staat bij de ingang van de supermarkt.
Ze is een jaar of zeventien, achttien.
Ze is goed gekleed en ziet er verzorgd uit.
Ik geef haar de paar euro die ik in mijn zak heb.
‘Dank je wel’, zegt ze.

Als ik vijf minuten later naar buiten loop, stel ik toch de vraag.
‘Waarom sta jij hier?’
‘Ik heb schulden gemaakt’, zegt ze, ‘niet erg veel, hoor.’
Ze haalt haar schouders op.
‘Ik ben stom geweest.’
Ze glimlacht.
‘In mei ben ik al klaar met afbetalen.’
‘Dat is toch nog een half jaar’, zeg ik, rekenwonder.
‘Ja, maar ik mocht gelukkig mijn kamer houden. Die kan ik net betalen.’
Ze haalt haar schouders weer op.
‘En ik heb mijn telefoon nog. Alleen blijft er niks over voor boodschappen.’

Op weg naar huis struikel ik bijna over mijn goedertierenheid. Maar als ik thuis ben, zijn alle mogelijke hulpacties weer tot rust gekomen, zet ik de computer aan, tik dit stukje en buig me over de redactie van een stuk over circulaire economie.

 

Bookmark and Share

Overtollig


‘Begrijp jij het?’, vraagt H. verbaasd, ‘dat je zo behandeld wordt.’
J. zit verslagen in de stoel bij het raam. Ze slaapt deze dagen slecht, eten lukt niet.
Drieëntwintig jaar heeft H. in een ziekenhuis gewerkt. Op de OK. Drie maanden geleden werd hem verteld dat hij overtollig was. Met onmiddellijke ingang mocht hij vanaf die dag toekijken tijdens operaties. Hij mag niets meer doen, behalve instructies geven aan de verpleegkundigen die zijn werk over moeten nemen. Vaak houdt hij zijn hart vast als hij ziet hoe onhandig ze met de apparatuur omgaan.
Maar wie weet leren ze het. Dat het viezer wordt in de hoekjes van de kamers, ligt niet aan de schoonmakers.

Natuurlijk gingen ze op zoek naar passend werk. Vorige week werd hem een plek aangeboden. Het was jammer dat ze vergeten waren dat hij een handicap heeft, die nou net onhandig is bij die baan. Was personeelszaken even ontschoten.
‘Volgende keer beter.’
En nu zit J. thuis. Vierendertig jaar werkte zij in een ander ziekenhuis. Ze had al een paar keer een grap gemaakt over die mannen die op de afdelingen met een klokje rondliepen en elke handeling minutieus vastlegden.
Twee weken geleden was zij aan de beurt.
Het leek haar een routineklus na al die jaren, dat evaluatiegesprek. Even doornemen hoe alles gaat. Tien minuten later stond ze buiten en mocht ze naar huis. Overtollig.

Het is maar goed dat ze zo verbouwereerd was dat ze de papieren weigerde te ondertekenen.
Ze moest met onmiddellijke ingang de drie vrije maanden opnemen die voor de oude dag gereserveerd waren.
Ze zat een week thuis toen een collega belde.
‘He, ik wist niet dat jij met gehandicapten wilde werken.’
‘Hoe bedoel je?’, had ze verbaasd gevraagd.
‘Dat staat in het personeelsblaadje’, had de collega gemeld.
Een traan biggelt over haar wang als ze het vertelt.
‘Het is nog een troost dat we samen in deze ellende zitten’, zoekt H. naar het halfvolle glas.

Bookmark and Share

  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Archives