Lévi-Strauss – A Propos Tristes Tropiques

P.S. This is intended for non-profit commentary and educational purposes. No copyright infringement intended. Copyright Disclaimer Under Section 107 of the Copyright Act 1976, allowance is made for “fair use” for purposes such as criticism, comment, news reporting, teaching, scholarship, and research. Fair use is a use permitted by copyright statute that might otherwise be infringing. Non-profit, educational or personal use tips the balance in favor of fair use.

Bookmark and Share

An Introduction To Three Nambikwara Ethnohistories

January, 2019: Edwin B. Reesink – Allegories of Wildness – Three Nambikwara ethnohistories of sociocultural and linguistic change and continuity – Rozenberg Publishers – ISBN 978 90 3610 173 8 – 2010 – will be online soon.

International fame for the Nambikwara came from the central role they play in the work of the late Claude Lévi-Strauss. In his most popular book, Tristes Tropiques, over fifty years ago, he already had painted a particular picture of the Nambikwara way of life. Until the end of his long life this great scholar reminisced about his formative years in anthropology and the influence of the several Indian peoples he encountered during his travels in the interior of Brazil. In effect, the Nambikwara, as seen in the quote, occupy a special place, one not just of scientific interest but particularly one of a sympathy and feeling sometimes not readily associated with this anthropologist. At the time of the travels by Lévi-Strauss and the other people of his expedition, the dry season of 1938, the Nambikwara happened to be in an intermediate phase of their history: enjoying their political autonomy yet already shaped and devastated by the encroachment of Brazilian society.

The sparse, intermediate but regular contacts with Brazilians made them susceptible to being devastated yet further by epidemics. Previously, from 1907 onward, the Brazilians by means of the so-called Rondon Mission penetrated into the vast territories in which lived a large number of different local groups who each considered themselves to be different from their neighbours. Rondon, the State and later researchers recognized this diversity but ultimately still tended to maintain the idea of “one Nambikwara people”. Rondon’s purpose was to build a telegraph line to the Madeira River and hence to connect Amazonia with the rest of the country while, concomitantly, preparing to take possession of an enormous territory inhabited by a number of independent peoples.  Rondon and some of his people succeeded in establishing a pacific relation with a number of local peoples of the Nambikwara ensemble: mainly those of the Parecis Plateau and north of Vilhena (in what is now Rondônia).
All I can say to you is that the few months I spent among the Nambikwara may have been those I retain the best memories of, among all of the contacts I had with other populations in Brazil. (…) there has been no Indian population I have known that has attracted so much and with whom I felt so close.

(Lévi-Strauss; from interviews with Marcelo Fiorini, end of 2004 and beginning of 2005, published in Ethnies nr. 33-34, pp. 108-9; my translation).


The building of the Telegraph Line and the establishment of stations and agricultural activities to support the annual expeditions and the posterior sustenance of the people manning the telegraph posts, already meant a significant penetration into their lands. The best known Nambikwarist, the late David Price, estimated the overall territory of all local peoples at this time to have been some 500.000 square kilometers, something like the size of France. One might say that the actual land taken in the beginning represented a very small amount of this total. However, the peaceful relations established with a few villages already implied that contagion of unknown diseases would necessarily follow. The very fact that Rondon represented the Republic – that is so-called “national sovereignty” – when he penetrated these lands and simply took possession of what he needed is also highly significant. The Line was a line of colonialist penetration initiating the expropriation of natural resources and potential genocide which such a venture always engendered. Rondon knew he was entering the homelands of another people and, being uninvited, felt violent reactions against him and his subordinates were justified. Hence he was determined not to retaliate and to find ways of establishing and maintaining friendly relations. Yet there was never any doubt that the Republic came first and was entitled to take factual possession of what “already belonged” to it. On the other hand, Indians were people, and precisely because of that human condition could be elevated to higher levels of “civilization”, even to be “citizens”: if the Republic subtracted territory from “its Indians” then it should take care of them by “civilizing” these people and, for example, by “educating” such “semi-nomads” so they could henceforth live comfortably in the very much smaller area that was to be magnanimously granted to them by the State. At the end of his life Rondon is said to have regretted his actions as they did not produce the beneficial effects he expected. If so, he was right in the end. The official State policy of civilizing did neither work in the expected way nor offer real benevolent protection against the greed of colonialist expansion and expropriation of territory, tremendous riches and wealth by Brazilian society. Nor against genocidal practices, sometimes even promoted – camouflaged but real – by the State itself. Only very recently in history the legal protection became more efficient, recognized ampler territorial rights and expanded to include cultural and linguistic rights. Needless to say that Brazilian society in general still holds on to evolutionary and ethnocentric views that demote Indian peoples to either innocent or brutal savages. And, even today, for what seems to be the great majority, these abstract “Indians” are granted far too many rights when they are held to be standing in the way of “progress”. Read more

Bookmark and Share

Van yatiri tot privékliniek – Interculturaliteit in de gezondheidszorg in Bolivia – deel 1


Foto: Chakana

Toegang tot goede gezondheidszorg is een belangrijke basisbehoefte. Maar wat is goede gezondheidszorg? Als wij in Nederland ziek worden, hebben we er in de meeste gevallen wel vertrouwen in dat onze huisarts of een specialist in het ziekenhuis ons weer geneest. We begrijpen min of meer hoe het zorgsysteem in elkaar steekt, en hoeven ons over de kosten van de behandeling nauwelijks zorgen te maken omdat we verzekerd zijn. Als we in het buitenland zijn, wordt de situatie al lastiger. De arts spreekt onze taal niet en we weten niet hoe het systeem werkt. Hetzelfde geldt natuurlijk voor immigranten in Nederland die het Nederlands nog niet goed beheersen.

Dit soort problemen speelt ook in andere landen met een cultureel diverse bevolking. Voor de inheemse inwoners van ontwikkelingslanden kan het Westerse zorgsysteem vreemd, onbegrijpelijk en angstaanjagend overkomen. In veel gevallen vertrouwen zij liever op hun eigen inheemse geneeskunde, vaak uitgevoerd door medicijnmannen en -vrouwen. Read more

Bookmark and Share

Van yatiri tot privékliniek – Interculturaliteit in de gezondheidszorg in Bolivia – deel 2


Foto: Chakana

4. El Alto: Capital Andina
Net als dat Bolivia een bijzonder land is, is El Alto een bijzondere stad in Bolivia. Oorspronkelijk is El Alto ontstaan als een sloppenwijk van La Paz. La Paz ligt in een dal naast de hoogvlakte. Toen het dal van La Paz vol raakte, is de stad letterlijk ‘over de rand’ gekropen, de hoogvlakte op.

Van sloppenwijk tot miljoenenstad
De bevolkingsgroei in deze sloppenwijk nam een vlucht na de Nationale Revolutie van 1952. De hierin afgedwongen landhervormingen zorgden ervoor dat kleine boeren niet langer konden overleven van de landbouw (Kranenburg 2002). Deze voornamelijk inheemse (Aymara) boeren hoopten op een beter leven in de stad en kwamen in El Alto terecht, wat ook weer andere migranten van Aymara afkomst aantrok. Zij voelden zich het meest thuis in deze stad waar ook hun eigen inheemse en plattelandstradities behouden bleven (Muriel Hernandez 1995). Nadat in de jaren ’80 veel mijnen sloten, trokken ook de voornamelijk Quechua mijnwerkers naar El Alto (Kranenburg 2002). In 1985 werd de wijk een onafhankelijke gemeente. Bijna alle inwoners van El Alto (alteños) komen van de hoogvlakte, en dan niet alleen uit Bolivia maar zelfs een deel uit Peru. Ook voor deze inheemse Peruanen is de culturele overgang van hun dorp naar El Alto kleiner dan naar bijvoorbeeld de Peruaanse hoofdstad Lima. Migranten uit andere delen van Bolivia zijn er eigenlijk nauwelijks, al neemt de laatste jaren het aantal migranten  uit La Paz toe. Zij ontvluchten de dure woningmarkt van La Paz. Inmiddels wonen er naar schatting tegen de één miljoen mensen in El Alto. Hiermee is het de grootste stad op de hoogvlakte en ze wordt dan ook wel ‘Capital Andina’ genoemd (van Rijn 2006).

Ondanks dat in Bolivia stedelijke gebieden gemiddeld rijker zijn dan het platteland, leeft tweederde van de inwoners van El Alto onder de armoedegrens. Nog eens 17% leeft in extreme armoede. Dit is lager dan het nationale gemiddelde. Basisbehoeften zoals sanitaire voorzieningen, onderwijs en toegang tot zorg worden niet vervuld (INE 2005). Veel huizen, vooral in de nieuwere wijken aan de rand van de stad, hebben nog geen goede sanitaire voorzieningen, al wordt hier wel aan gewerkt door de gemeente (van Rijn 2006). Read more

Bookmark and Share

De onzichtbaarheid voorbij – De collectieve rechten van inheemse volkeren in Peru en Bolivia – I

Photo by Jaime Zapata Vegas

Wie in Nederland aan Peru en Bolivia denkt, ziet de typische beelden voor zich van inheemse vrouwen met twee vlechten, kleurige rokken, en een hoed op het hoofd. Hoewel inderdaad in beide landen een groot deel van de bevolking inheems is, zijn deze mannen en vrouwen eeuwenlang onzichtbaar geweest op het politieke toneel. Dankzij de toegenomen aandacht voor de inheemse rechten op internationaal niveau en de versterking van de inheemse organisaties van onderaf, hebben de inheemse volkeren een steeds grotere rol in nationale processen verkregen. Opgenomen worden in de bestaande structuren is echter niet genoeg. De inheemse volkeren bevorderen nieuwe processen om vanuit hun eigen culturele en etnische diversiteit mee te kunnen besluiten. Zij willen geen van buitenaf opgelegde ontwikkelingsmodellen aannemen, maar zelf hun Buen Vivir(i)bepalen. Op deze manier dragen de inheemse volkeren bij aan een nieuwe uitleg van concepten als natiestaat, democratie en burgerschap. Read more

Bookmark and Share

De onzichtbaarheid voorbij – De collectieve rechten van inheemse volkeren in Peru en Bolivia – Deel II

Photo by Jaime Zapata Vegas

4. Peru: de strijd om burgerschap
Peru heeft de afgelopen jaren prachtige economische groeicijfers gepresenteerd, maar daar heeft het grootste deel van de bevolking weinig van gemerkt. Het econo­mische beleid is vooral gestoeld op het snel verkopen van de vele grondstoffen die het land rijk is en heeft daarbij weinig oog voor mens noch milieu. Met name de multinationale mijnbouw- en petroleumbedrijven zorgen voor een snel toenemend aantal conflicten.
In dit hoofdstuk be­noem ik een aantal factoren die de speci­fieke situatie van Peru tekenen. Om te begin­nen heeft Peru veel meer inwoners dan Bolivia, namelijk ruim 28 miljoen, waarvan rond de 9 miljoen (34,41 procent) onder­deel uit maken van de inheemse volkeren. De grootste groep in­heemsen zijn de Que­chua’s, verspreid over de Andesgebieden, die in Peru de Sierra genoemd worden. Vervolgens komen de Ay­mara’s, die hun gemeenschappen op de hoogvlaktes rond het Titicacameer hebben. In de Amazone wonen maar liefst 65 verschillende inheemse volkeren, waar­van minstens elf in gekozen afzondering of met zeer weinig extern contact. De meest bekende Amazonevol­keren zijn de Ashanínka’s, Awajún en Matsiguenga’s (caoi 2008b; UNIFEM 2008:35). Naast de inheemse vol­keren vormen de zogenaamde Afroperuanos, afstam­melingen van Afrikaanse slaven, ook een aanzienlijk deel van de Peruaanse bevolking.
Bijna een derde van de bevolking woont in Lima, en het lijkt soms alsof Peru dáár voor de politici, de economische elite en de media ophoudt. Zij leven in Lima met hun rug naar de Andes en de Amazone en hebben weinig interesse voor wat er in de rest van het land gebeurt.

Read more

Bookmark and Share

  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Archives