Insluiten of heenzenden ~ Overleg en samenwerking


hIn voorgaande hoofdstukken hebben we kunnen vaststellen dat aard en omvang van de GHB-problematiek waarmee de politie te maken heeft nogal kan verschillen tussen de regio’s. In hoeverre zien we deze regionale verschillen terug in de mate en aard van overleg en samenwerking tussen politie en andere instanties op dit terrein? Wat vinden politiemensen van het overleg en de samenwerking met andere professionals die belast zijn met de GHB-problematiek? Wanneer schakelt de politie wel of juist niet de GGD of verslavingsarts in bij GHB-gebruikers? Vindt men de huidige medische voorzieningen toereikend om problematische GHB-gebruikers die zich in bewaring bevinden op verantwoorde wijze te detoxificeren? Is er voldoende kennis bij en samenwerking tussen de verschillende instellingen die zijn belast met de huidige GHB-problematiek van arrestanten?

Overleg tussen politie en andere partijen over GHB-problematiek
Het antwoord op de vraag of de politie voldoende overlegt met andere professionele partijen die belast zijn met de GHB-problematiek, hangt sterk samen met de omvang en de aard van de problematiek in een regio. In grote lijnen tekent zich het volgende beeld af. Naarmate de politie meer ervaring heeft met problematische GHB-gebruikers, is er vaker overleg en nauwere samenwerking met andere partners, vooral met de medische c.q. verslavingssector. Het Openbaar Ministerie blijft hierbij veelal op de achtergrond. Wanneer de politie minder ervaring heeft met de problematiek, is er meer behoefte aan een duidelijker taakverdeling tussen politie en andere instanties. Maar wanneer GHB-problematiek zich weinig voordoet, wordt er ook niet zo snel geklaagd over te weinig overleg.

Enerzijds zijn er (delen) van politieregio’s met relatief veel problematische GHB-gebruikers, waar het overleg intensiever is geworden en waar men doorgaans ook tevreden is over kennisoverdracht en uitwisseling van ervaringen. Overleg geschiedt hier vooral met GGD, forensisch artsen en/of verslavingszorg – en ook wel met andere politieregio’s. Tot deze gebieden behoren met name de provincies Friesland, Gelderland en Brabant, en een deel van Overijssel (politieregio Twente: Twenterand). Anderzijds zijn er regio’s waar de GHB-problematiek minder speelt. Hier wordt wisselend geoordeeld over overleg met andere partijen. In bijvoorbeeld de politieregio Rotterdam-Rijnmond vindt men dat de aanpak van GHB-gebruikers goed geregeld is met de GGZ en verslavingsinstellingen. En terwijl binnen de provincie Noord-Holland de politie van Noord-Holland Noord spreekt van nauwe contacten met de GGD, er in Zaanstreek-Waterland in vergelijking met zo’n tien jaar geleden (toen daar GHB-gebruik op het hoogtepunt was) tegenwoordig weinig overleg is, overheerst in Kennemerland ontevredenheid omdat men vindt dat overleg over GHB hier tot nu toe weinig heeft opgeleverd (hoewel men zich hier ook wel realiseert dat er niet veel GHB-problematiek is).
Ontevredenheid domineert ook in Limburg; daar is men voornemens zich op te trekken aan het voorbeeld van Brabant, om zo overleg en samenwerking tussen politie, GGD en verslavingszorg beter op de rails te krijgen. Meer provinciegrens overschrijdend overleg tussen politie en gezondheids-, c.q. verslavingszorg zien we reeds bij de noordelijke provincies, onder andere in de plannen om een ‘Noordelijk Protocol’ voor de arrestantenzorg op te zetten. In Flevoland is in samenwerking met aangrenzende politieregio’s al een dergelijk protocol tot stand gekomen. Read more

Insluiten of heenzenden ~ Samenvatting en conclusie


GHB drugVan maart tot en met juli 2012 is onderzoek gedaan naar problematische GHB-gebruikers die in aanraking komen met de politie. Het onderzoek bestond voornamelijk uit interviews met 49 professionals (vooral politiemedewerkers en artsen), verspreid over het hele land.

Problematische GHB-gebruikers
GHB is een vloeibaar narcosemiddel dat aanvankelijk vooral opmars maakte onder drugsgebruikers in de grote steden, maar de laatste jaren steeds meer lijkt aan te slaan op het platteland. GHB wordt in uiteenlopende settings (zowel thuis als in uitgaansgelegenheden, op festivals, op afterparty’s en op straat) en door verschillende groepen gebruikt. Bij gebruik van GHB luistert de dosering heel nauw. De marge tussen roes en ‘outgaan’ is bijzonder klein, waardoor gebruikers plotsklaps in coma kunnen geraken en met de ambulance naar de spoedeisende hulp in een ziekenhuis vervoerd moeten worden. Ook is er een toenemende bezorgdheid over de verslavende werking van GHB en de ernst van de onthoudingsverschijnselen. Het aantal cliënten in de verslavingszorg met GHB als hoofdproblematiek neemt snel toe. In oktober 2002 werd GHB geplaatst op lijst II (softdrugs) van de Opiumwet en sinds mei 2012 staat het op lijst I (harddrugs).

Problematisch GHB-gebruik heeft in dit rapport verschillende betekenissen. GHB-gebruik kan medisch problematisch zijn (zoals bewustzijnsverlies door overdosering en onthoudingsverschijnselen bij verslaving), maar deze medische problematiek kan problematisch gedrag voor de politie met zich meebrengen. Wat betreft bewustzijnsverlies manifesteert zich dit bijvoorbeeld bij de directe hulpverlening (de politie is er vaak als eerste hulpdienst bij); in overlast door en/of agressie van omstanders; en in geagiteerd gedrag als de gebruiker weer bij bewustzijn komt. In het geval van onthoudings-verschijnselen wordt de politie geconfronteerd met verwarde en agressieve gebruikers. Dergelijk gedrag vormt voor hun omgeving (familie, buren) aanleiding om de politie in te schakelen. Van specifiek belang voor dit rapport zijn problematische GHB-gebruikers die een strafbaar feit hebben gepleegd waarvoor ze zouden moeten worden ingesloten, maar die vanwege hun GHB-gebruik niet ingesloten (kunnen) worden.

Vier typen problematische GHB-gebruikers die in aanraking komen met de politie
Problematische GHB-gebruikers die in aanraking komen met de politie vormen geen homogeen gezelschap. Er zitten jeugdigen tussen, maar ook veertigers; de meesten zijn meerderjarig. Jongens/mannen en autochtonen veruit in de meerderheid. Afgaand op de inschattingen van professionals zijn negen van de tien gebruikers te verdelen over vier typen.
Klassieke verslaafden vormen de grootste groep. Zij zijn polydruggebruikers, thuis-/dakloos en/of hebben psychiatrische problemen; zij zijn echter niet perse ook GHB-verslaafd. Qua leeftijd zijn het overwegend eind-twintigers en dertigers (gemiddeld 31 jaar). Bijna allemaal zijn ze van het mannelijk geslacht, terwijl bij de andere drie typen ongeveer één op de vijf meisje/vrouw is. De klassieke verslaafden worden in vrijwel het hele land aangetroffen, maar het meest in urbane en sub-urbane gebieden, hoewel niet overal in de grotere steden. Read more

Uit de schaduw ~ Jongeren en drugs in Amsterdam Zuidoost ~ Inhoudsopgave


AmsterdamDit onderzoek is uitgevoerd door het Bonger Instituut voor Criminologie van de Universiteit van Amsterdam, in opdracht van de Sector Maatschappelijke Ontwikkeling van stadsdeel Zuidoost, gemeente Amsterdam. Rozenberg Publishers 2011. ISBN 978 90 3610 253 7

Inhoudsopgave
1. Intro: dynamiek in een multi-etnisch stadsdeel
2. Jong in Zuidoost
3. Vrije tijd en uitgaan
4. Alcohol, hasj en wiet
5. Harddrugs
6. Blik vooruit
Bijlage 1 Topiclijst sleutelpersonen Zuidoost & Bijlage 2 Focusgroep

Uit de schaduw ~ Intro: dynamiek in een multi-etnisch stadsdeel


BijlmerHet Amsterdamse stadsdeel Zuidoost is volop in beweging. De aanleg van wat in de volksmond nog steeds ‘de Bijlmer’ heet, dateert inmiddels alweer van een halve eeuw geleden. Een bouwkundig hoogstandje moest het volgens de plannenmakers worden, waarin wonen, werken, verkeer en recreatie grotendeels ruimtelijk van elkaar gescheiden zouden zijn. Ook letterlijk werd hoog gebouwd: de overbekende flats in honingraatvorm. Maar begin jaren zeventig, bij de oplevering van de laatste flats, was de ‘utopische’ visie van een doorstroomwijk voor louter ‘witte’ gezinnen reeds achterhaald. Ook de middenklasse en hogere inkomensgroepen bleken gecharmeerd te zijn van de met veel groen omzoomde ‘buitenwijk’, terwijl de oorspronkelijk beoogde doelgroep nieuwe groeikernen in Purmerend en Almere ontdekte.

Zuid-oost wordt ook wel als een urban village getypeerd; een ‘dorp in de stad’.[i] Zuidoost kenmerkte zich al in een vroeg stadium door een grote culturele verscheidenheid, met daaraan gepaard soms heel specifieke problemen. Na de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 vestigden veel Surinaamse gezinnen zich hier. In de decennia erna leidde de komst van nieuwe migrantengroepen (Dominicanen, Ghanezen, Nigerianen etc.) tot een versnelde doorstroom van de autochtone en allochtone middenklasse naar andere stadsdelen en naar buiten Amsterdam.

Bevolking
Qua aantal inwoners is Zuidoost bepaald geen dorp. Volgens de meest recente cijfers van de Dienst Onderzoek en Statistiek heeft het stadsdeel ruim 80.000 inwoners.[ii] Terwijl in de hele stad Amsterdam één op de tien huishoudens bestaat uit eenoudergezinnen, is dit het dubbele in Zuid-oost (respectievelijk 9% en 18%). Andersom bezien woont één op de acht Amsterdammers in een eenoudergezin, tegenover twee keer zoveel in Zuidoost (respectievelijk 13% en 24%).[iii]

Bij elkaar opgeteld herbergt het stadsdeel ongeveer honderd nationaliteiten. De enorme culturele diversiteit komt ondermeer tot uitdrukking in de vele ‘migrantenkerken’. Het stadsdeel kent het hoogste percentage ‘allochtonen’, dat wil zeggen: inwoners van wie één of beide ouders in het buitenland geboren zijn. Als een in Nederland geboren kind van Surinaamse ouders (de tweede generatie) op zijn/haar beurt zelf in Nederland kinderen krijgt (de derde generatie) dan tellen die kinderen als autochtoon, ook al voelt zo’n kind zichzelf Surinaams. Read more

Uit de schaduw ~ Jong in Zuidoost


vernieuwingbijlmermeerDe ‘Bijlmerjeugd’ haalt met enige regelmaat het nieuws met thema’s als seks, drugs en geweld. Op welke schaal dergelijke problemen voorkomen, blijft vaak gissen. Maar gedegen wetenschappelijk onderzoek laat nogal eens een ander beeld zien van aard en omvang dan in de media of het publieke debat wordt gesuggereerd. Zo werd in een uitgebreid onderzoek naar verborgen prostitutie in Amsterdam onder andere melding gemaakt van seks tegen betaling door jongeren tussen 15 en 20 jaar in Zuidoost. De onderzoekers schreven dat het om een “bepaald geen wijd en zijd verspreid verschijnsel” ging.[vi] Maar toen het onderzoek naar buiten kwam, spraken sommige hulpverleners en politici alras van een groot en ernstig probleem, met zelfs ‘hele jonge meisjes’ die in Zuid-oost in de prostitutie zouden zitten. Anderen ‘verrijkten’ de beeldvorming over jongeren in Zuid-oost met termen als ‘breezersletjes’ en ‘tienerprostitutie via kerkgenootschappen’.[vii]

De laatste jaren baart vooral de geweldsspiraal van schietpartijen politie en bestuurders grote zorgen. Er zijn tientallen schietincidenten geweest tussen (mogelijk) rivaliserende groepen of personen, waarvan een handvol met dodelijke afloop.[viii] Naast reguliere inspanningen van het stadsdeel, politie en Openbaar Ministerie (o.a. rechercheonderzoeken, wijkgericht werken en de aanpak van jeugd en drugsoverlast) om criminaliteit en overlast tegen te gaan, worden onder andere grootschalige fouilleeracties gehouden om deze tendens te keren.

Opvallend genoeg staat tegenover alle commotie over drugs, onzedelijk gedrag en aanhoudende schietpartijen in Zuidoost, dat het stadsdeel in de doorlopende veiligheidsindex van de gemeente Amsterdam na elke meting in de periode januari 2005 ‐ april 2010 als ‘relatief veilig’ beoordeeld.[ix]

Symbolen van ontaarde jeugd
In diverse onderzoeken worden hangjongeren en straatgroepen een veel voorkomend en zichtbaar verschijnsel in buurten van Zuidoost genoemd.[x] Politiemensen, buurtwerkers, huismeesters, jongerenwerkers, buurtbewoners, onderzoekers en bestuurders ventileren, aangespoord door de media interesse, met enige regelmaat hun mening na een nieuw incident of ‘schokkende’ rapportage. Iedereen zoekt naar verklaringen en achterliggende oorzaken van de geweldsgolf, criminele jongeren, tienerseks, drugsgebruik, drugshandel et cetera. Bij dergelijke analyses komen telkens (nieuwe) problematische groepen bovendrijven die symbool zouden staan voor de beroerde sociaaleconomische omstandigheden en de verloedering in de buurt. Sommige groepen zijn in de ogen van buitenstaanders de ultieme representant van de ontaarde jeugd die er rauwe straatmores op nahoudt. Read more

Uit de schaduw ~ Vrije tijd en uitgaan


BijlmerVrijdagnacht. Vanaf het Leidseplein trekt het uitgaanspubliek, op zoek naar vertier, langzaam de kleine straatjes in. Een bar lokt toeristen met een gratis cocktail of shooter. Meisjes in skinny jeans en sneakers staan in de rij voor de Sugar Factory. Hooggehakte, en tot in de puntjes verzorgde jongedames lopen richting de Jimmy Woo. In een straatje achter het uitgaansplein staat pal tegenover de friettent een rij voor de Brasil Bar. De portier laat twee Surinaamse meiden in strakke spijkerbroeken door. Hun lange vlechten komen bijna tot aan de heupen. Goedkeurend kijkt hij nog even naar de ronde billen als ze naar binnen gaan. De club is een mix van Antillianen, Surinamers en Kaapverdianen. Het is stampdruk en zo warm dat het zweet van de muren druipt. Níet tegen elkaar aan ‘schuren’ is onmogelijk bij de bezoekers die zich uitleven op de latin, dancehall en bubblingbeats.

Jongerencentra, buurthuizen en sport
Jongeren en jongvolwassenen in Zuidoost brengen vaak ook hun vrije tijd in het stadsdeel door. Deels is dat een kwestie van leeftijd, want naarmate zij wat ouder zijn, is de kans groter dat zij gaan stappen in de binnenstad van Amsterdam of andere gemeenten in de regio. Toch zijn er genoeg die hun vrije tijd vooral in de eigen buurt doorbrengen.

Voor de jeugd in Zuidoost zijn de keuzes qua vrijetijdsbesteding beperkt. Een deel doet mee aan activiteiten in jongerencentra. No Limit organiseert bijvoorbeeld vaak in het weekend speciale avonden voor jongeren (o.a. het Urban Cafe). Swazoom is meer actief op het gebied van cursussen en workshops voor zowel kinderen als jongeren en volwassenen. Vooral de rapworkshops zijn enorm populair. Helaas beseffen veel jongeren uit de doelgroep volgens een docent niet dat slechts een enkeling hiermee later zijn brood kan verdienen. Een kwestie ook van een lange adem, zegt een andere activiteitenbegeleider. Vooral jongeren uit hanggroepen communiceren op een cursus vaak op het scherpst van de snede. Ze gebruiken ruwe straattaal en ‘dissen’ elkaar. Er zijn ook lichtpuntjes, zoals een groep ‘moeilijke jongens’ die nu met passie voor kinderen in de buurt kookt.

Verschillende personen die dit circuit goed kennen, menen dat een extra jongerencentrum geen overbodige luxe zou zijn. Zo is Royal in Holendrecht een jaar geleden opgedoekt, terwijl dat volgens hen toch een ideale ontmoetingsplek voor jongvolwassenen tot 30 jaar was. Nu Royal weg is hangt de bezoekersgroep vaker in de buurt rond. Read more


  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Recent articles

  • Rozenberg Quarterly categories