Ikki’s eiland ~ Naar de West

WestMijn eerste kennismaking met Ikki’s eiland was niet om over naar huis te schrijven.
Op mijn achtste verjaardag kreeg ik het album Naar ‘de West’, een plaatjesboek uit 1955 over de Nederlandse overzeese gebiedsdelen.
‘Net als vijf en twintig en driehonderd jaar geleden speelt het leven zich in kleine verhoudinkjes af. Ik weet niet of men hier van een idylle mag spreken. Mocht het er evenwel een zijn, dan is het wel een slaperige en vervelende idylle’, schrijft de auteur, Piet Bakker, over Bonaire.

De auteur heeft het niet zo op het eiland. Ja, duiken dat zou je er goed kunnen, maar daar houdt ie toevallig niet zo van. Verder kan Bakker niet zoveel aardigs bedenken.
‘In een streepje schaduw van het blakerend hete plein lag een zwarte hond te hijgen. Het was of de schrikbarende hitte door die haastig hijgende hond gestalte kreeg. Zo heet was het dat ik al mijn energie nodig had om dit zonbeschroeide plein over te steken en naar het politiebureau te gaan waar ik een formaliteit in orde moest maken. Er lagen acht politie-agenten te slapen. En ik heb niet de moed opgebracht hun rust te verstoren. Dit was de eerste indruk die ik van Bonaire kreeg.’

Na lezing van het hoofdstuk over Ikki’s eiland, rende ik niet naar het hok om mijn fietsje te pakken. Het leek me niet nodig dat eiland dat daar maar wat in de zon lag, te bezoeken. Er was blijkbaar niets te doen. Net als in het dorpje waar ik woonde. Je gaat niet op reis om niks mee te maken.

In het Naschrift van zijn verslag over de reis door de West, meldt Bakker overigens dat hij het gebied nooit meer zal vergeten, zoveel indruk heeft het gemaakt. Behalve dan Ikki’s eiland.

Als achtjarige lette ik niet op de slotzinnen van het boek.
‘Hoe ook de toekomstige verhouding tot Nederland moge worden, vast staat het dat wij een ereschuld hebben in te lossen ten aanzien van de bevolking. In de West zijn stellig niet de schoonste bladzijden van onze eeuwenoude koloniale geschiedenis.’

Zie: http://ikkiseiland.com/

Bookmark and Share

Tiny Bouts Of Contentment. Rare Film Footage Of Graham Greene In The Belgian Congo, March 1959

Graham Greene in the Belgian Congo

Graham Greene in the Belgian Congo

My purpose in this contribution is to present and contextualize the only film footage ever recorded of the novelist Graham Greene (1904-1991) in the Belgian Congo in 1959. The footage was filmed with an 8mm camera, which did not record sound. It belongs to Mrs. Édith Lechat (née Dasnoy;1932-) and her husband, the leprosy specialist Doctor (later Professor) Michel Lechat (1927-2014).

From 1953 through 1960, Dr. Lechat was head of the leper hospital and colony of Iyonda, a village and mission station some 15 kms south of the city of Coquilhatville (now, Mbandaka) in central-western Congo. Greene stayed a number of weeks in Iyonda and other mission stations in the region in search of inspiration, a setting, and material for a new novel. The novel, A Burnt-Out Case, appeared in 1960, and was dedicated to Dr. Lechat. Greene occupied a room in the house of the missionary fathers in Iyonda, but spent long parts of his days with the doctor and his family. The film reached me through the hands of Édith Lechat, who had it transposed to a DVD-playable format, and via my friend Hendrik (a.k.a., “Henri” or “Rik”) Vanderslaghmolen (1921-), who was a missionary in the region at the time. As he was one of the only Belgian missionaries there with some knowledge of English, he often accompanied Graham Greene during his trips from one mission station to another. Rik Vanderslaghmolen and the Lechats are still close friends today.

Much of the information I offer below stems from conversations I had with both Rik Vanderslaghmolen and Édith Lechat in July and August 2013. Regrettably, Dr. Michel Lechat’s poor health condition did not allow me to probe his memory, but an interview he gave for the Brussels-based weekly The Bulletin on the occasion of Greene’s death in 1991 is available (Lechat 1991), as well as a closely similar talk he gave at the 2006 Graham Greene Festival in Berkhamsted, published in the London Review of Books in August 2007 (Lechat 2007). Édith Lechat has given me the kind permission to share the film with the readership of Rozenberg Quarterly and to add the necessary contextual information on both the historical situation and the contents of the film.

Read more

Bookmark and Share

Spinoza en Amsterdam in symbiose

Spinoza

Baruch Spinoza
(1632-1677)

De uit de Joodse gemeenschap gestoten filosoof Baruch Spinoza, of Benedictus, zoals hij zichzelf na de verbanning hernoemde, wordt vaak gezien als een icoon voor de 17e-eeuwse Nederlandse Republiek, die op haar beurt een icoon vindt in de stad Amsterdam. Spinoza (1632-1677) is opgegroeid in het tolerante Amsterdam, ontwikkelde zich er tot filosoof (naast handelaar), en trok zich daarna meer en meer terug om lenzen te slijpen en verder te denken. ‘Verder’, in dit verband, betekent onvoorstelbaar veel verder, voorbij tot dan toe bestaande limieten van het denken. Spinoza’s denken is daarom wel omschreven als een anomalie. Antonio Negri deed dat in Savage Anomaly: The Power of Spinoza’s Metaphysics and Politics, om aan te geven hoe ver Spinoza ging in het doorbreken van bestaande kaders. Hij was niet zozeer vernieuwend als wel nieuw – werkelijk nieuw. Het onvoorziene en principieel niet te voorziene ‘nieuwe’ impliceert volgens Gilles Deleuze de sprong van virtueel naar actueel. Beide zijn reëel, maar alleen het laatste is werkelijk kenbaar, voelbaar, traceerbaar, denkbaar. In het kader daarvan was Spinoza’s denken dramatisch in een zin die aan dat woord is gegeven door Gilles Deleuze. ‘Dramatisatie’  voor Deleuze is de handeling of het denken door middel waarvan het virtuele actueel wordt, dat wil zeggen: waardoor het voorheen ondenkbare denkbaar wordt.[i]

De vragen die ik naar aanleiding hiervan stel zijn: gebeurde dat nu toevallig door Spinoza in Amsterdam, gebeurde dat door Amsterdam, of gebeurde dat door Spinoza in symbiose met Amsterdam? Als het dat laatste is dan kan Amsterdam zelf een vorm zijn van Deleuzes ‘dramatisatie’; dan kan zich in Amsterdam een handeling hebben voltrokken die wat virtueel was, actueel maakte. Dan is Amsterdam nog steeds nieuw gebouwd in concrete zin, als een uit het water getrokken of in de grond gestampte stad. Maar in dat geval is Amsterdam ook nieuw in conceptuele, filosofische zin. De relatie tussen Amsterdam en Spinoza wordt daarmee een dramatische relatie, omdat ze onverbrekelijk met elkaar handelen of tezamen onverbrekelijk in een dramatische handeling zijn verbonden. Dat is een ander soort relatie dan een relatie waarin de twee op elkaar reflecteren of elkaar bespiegelen, of waarin de een verschijnt in het kader van de ander. Toch is het vaak in zo’n visueel kader waarbinnen de twee in relatie tot elkaar zijn geschetst. Amsterdam is veelal het ‘toneel’ waarop Spinoza verschijnt. Dat is onmiddellijk een begrijpelijk beeld dankzij een millennium oude metafoor die in hedendaagse studies als kenmerkend wordt gezien voor de 16e en 17e eeuw: die van de theatrum mundi. Is dat een adequaat beeld; en is die theatrum mundi metafoor zo kenmerkend?

1. Theatrum Mundi of geschiedenis maken
Een van de dominante metaforen waarmee het wereldbeeld van zowel renaissance als barok wordt aangeduid is die van het leven als schouwtoneel. Erika Fischer-Lichte is slechts een van de velen die dat aangeeft, bijvoorbeeld in History of European Drama and Theatre. De metafoor heeft een stoïsche origine, maar het christendom geeft daaraan een neo-Platoonse invulling. Daardoor krijgt wat voor de stoïci een levenshouding was, bij christenen een ontologische status. De stoïsche levenshouding die zit vervat in deze metafoor kwam hierop neer: een gelijkmatige of onverstoorbare houding ten opzichte van de grillen van het lot kon het best worden volgehouden als de wereld werd gezien op afstand, als bij een toeschouwer die naar een toneelstuk kijkt. De metafoor is hier werkelijk een vergelijking. De werkelijke wereld was voor de Stoïci niet theatraal in de zin van poëtisch of artificieel. De wereld was datgene waarin geschiedenis moest worden gemaakt of de wereld die door de geschiedenis moest worden gemaakt. Een van de grote bezwaren van Cicero tegen het door Lucretius zo briljant verdedigde Epicurisme in De Rerum Natura was dat daarin “historia muta est”, zoals Cicero het formuleerde (in De finibus II, 21). De Romeinen die aan de basis stonden van een imperium hielden zeker van spektakel. Maar hun core business was geschiedenis maken, in een werkelijke wereld. De narigheid die dat met zich mee bracht, moest standvastig worden doorstaan en daartoe kon het helpen de wereld metaforisch op afstand te houde, te bezien als een theater. Read more

Bookmark and Share

  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Archives