Right2Know Campaign – Mapping SA’s (Growing?) Climate Of Secrecy

StateNationTwenty  years into South Africa’s democracy, the right to know faces apparent threats.

The right to know – to access and share information, to organise, protest and speak out – is the foundation of a just society. Information rights were a driving principle in the struggle against apartheid, and at the centre of the democratic gains achieved in the 1990s.
Twenty years into South Africa’s democracy, these gains appear to be facing greater limits.

Climate of secrecy
At the heart of this is an emerging trend towards security-statist approaches to governance.[i] An expansive ‘national security’ mentality encroaches on democratic principles by stifling debate,undermining accountability and protecting the powerful from scrutiny.
The best-known embodiment of this securitystatist mentality is the Protection of State Information Bill (the Secrecy Bill), which sits on President Zuma’s desk, awaiting signature. Few laws have so focused the public mind on the problem of secrecy in our society and what appears to be a resurgence of the ‘securocrats’.
But the Bill may merely be a symptom of a broader climate of secrecy and securitisation:
– The use of secrecy to shield political actors, in particular President Zuma, from embarrassment and accountability;
– Increasing limitations on protest, with an extraordinary spike in police violence and growing signs of criminalisation of protest;
– Apparent increase in the use of state-security policies such as the National Key Points Act;
– Lack of democratic oversight of surveillance tools which are vulnerable to abuse.

Ordinary people, ordinary secrets
Secrecy is not only about the political machinations of major institutions. At the heart of possibly every grassroots struggle for social, economic or environmental justice, there is a need for information. This is often basic information about bread-and-butter issues, which people need in order to exercise control over their own lives. Here we see worrying signs of the obstacles to accessing information:
– Access to information mechanisms are failing;
– There is too little proactive release of information;
– The transparency obligations of the private sector, particularly in industries with a serious environmental impact, are largely overlooked. Read more

Bookmark and Share

JWTC Announcement: Volume Seven Of The Johannesburg Salon Goes Live!

Johannesburg SalonWe are pleased to announce the publication of the next volume of the Johannesburg Salon. Volume 7 centres on a collection of essays convened for Achille Mbembe’s African Future Cities Seminar, held at Harvard University in Autumn of last year. Edited by Stephanie Bosch Santana, the pieces explore the continent’s diverse urbanisms with an eye towards future trajectories of inventiveness, fortification, resilience and segregation.

In our Editorial section, artist Raimi Gbadamosi remembers the late Stuart Hall, Ashleigh Harris discusses style in recent diasporic African fiction, Helena Chavez Mac Gregor explores emergent political formations in Mexico and elsewhere, Lewis Gordon ruminates on the philosophical blues, Jonathan Klaaren reflects on the limits of the South African legal system and Ellison Tjirera makes a case for Windhoek’s city-ness. Catherine Portevin interviews Achille Mbembe (in French) about how his book Critique de la Raison Negre draws on the theories of Frantz Fanon and others to enter into dialogue with Immanuel Kant’s Critique of Pure Reason. The AFC symposium is complemented by Bregtje van der Haak’s exclusive interview with Rem Koolhaas, in which the architect meditates upon the meanings and possibilites of his Lagos Project, now fifteen years old.

Juan Orrantia’s Dialogues. A southern conversation, which makes up the ZONE 3, incorporates the following two conversations and accompanying images:

A conversation between Lola Mac Dougall and photographer Gauri Gill about developing her practice beyond a Euro-centric paradigm, about privacy and the multiple readings of her work, particularly the Birth Series (2005), reproduced herewith.

A dialogue between critic/curator Renuka Sawhney and artist Naeem Mohaiemen who have been speaking to each other for some time now about the role of memory as part of a critical approach and form of work(ing) with(in) contested political spaces is unpacked through its manifestation in various locations.

A project of the Johannesburg Workshop in Theory and Criticism (JWTC), The Salon is an intellectual, political and cultural digital magazine. It is open to scholars, writers, artists, designers, architects, activists and public intellectuals who want to shape conversation from the global South while testing their works and ideas against unanticipated modes of everyday life in an uncertain world.

The Salon blurs the lines that separate print from digital media. It combines maximum elegance and minimum ornamentation, transparency, minimalist aesthetics and ease of use.

Its platform has been designed by The Library, with funding from The Prince Claus Fund and support from the Faculty of the Humanities at the University of the Witwatersrand (South Africa).

The Salon’s editors are Megan Jones and Achille Mbembe.

Volume 7 and previous: http://jwtc.org.za/volume_7.htm

Bookmark and Share

Marlise Simons ~ Rokende spiegel – ‘Kissinger noemde mij een rood onbetrouwbaar element’

Simons

Fatou Bensouda, chief prosecutor for the International Criminal Court, in conversation with Marlise Simons, correspondent for The New York Times.

Onder de titel Rokende spiegel publiceerde Vrij Nederland* op 14 mei 1988 mijn interview met de Nederlandse journaliste Marlise Simons die ik in april van dat jaar sprak in haar toenmalige woonplaats Rio de Janeiro.
Hoewel er inmiddels ruim een kwart eeuw is verstreken is het als journalistiek tijdsdocument en als portret van een bijzondere journaliste nog steeds een goede eerste kennismaking. Bij mijn weten is dit het enige geschreven portret dat van haar is verschenen in Nederland.

Simons woont en werkt vanaf 1989 in Parijs nadat ze jarenlang voor de Washington Post en vanaf 1982 voor de New York Times, Zuid – en Midden – Amerika coverde. Vanuit Parijs deed ze verslag van de oorlogen op de Balkan en van de processen die zijn gevoerd door het Joegoslavië Tribunaal. Samen met Heikelien Verrijn Stuart publiceerde ze in 2009 : The Prosecutor and The Judge: Benjamin Ferencz and Antonio Cassese. Interviews and Writings.

Als één van de weinige vrouwen die zich moeiteloos staande houdt in de machowereld van de internationale schrijvende journalistiek, is ze te vergelijken met een andere heldin van mij, Martha Gellhorn (1908-1998) die ik in 1991 uitgebreid heb gesproken. Ze bedrijven echter twee totaal verschillende stijlen van journalistiek: is Gellhorn persoonlijk en zeer aanwezig in haar verhalen en reportages, Simons is de spreekwoordelijke buitenstaander en de beschouwer.

Marlise Simons’ eerste kennismaking met Latijns-Amerika dateert uit 1967. Na haar studie Engels en Spaans maakte ze op zevenentwintigjarige leeftijd een rondreis van drie maanden door Mexico. Ze raakte ‘zo geboeid door de hoogontwikkelde beschaving, de culturele rijkdom en de bevolking die bijna van een andere planeet afkomstig leek te zijn’ dat ze vier jaar later, vergezeld door collega en latere echtgenoot Alan Riding en een volgeladen ‘oude Volkswagen met boeken, typemachines, pillen en kort- golfapparatuur’ opnieuw naar Mexico vertrok. ‘De grote kranten hadden correspondenten zitten in Buenos Aires en Santiago, maar Midden-Amerika leek in de pers helemaal niet te bestaan. Het was dus niet zo moeilijk om daar aan het werk te komen.’
Ze vestigde zich in Mexico – Stad. Van daaruit bereisde ze het gehele Latijns–Amerikaanse continent en schreef reportages voor NRC Handelsblad, Newsweek, de Washington Post en later de New York Times. Dertien jaar later, in 1984, verhuisde ze naar Brazilië. Voor haar werk ontving ze in 1981, samen met Jacobo Timmerman, de prestigieuze Maria Moors Cabbot Prize, die elk jaar door Columbia University in New York wordt uitgereikt. Na de Pulitzer Prize (waarvoor ze in 1991 werd genomineerd, B.S.) is dit de belangrijkste journalistieke onderscheiding in de Verenigde Staten. Maar ze is de eerste om het belang van deze prijs te relativeren: ‘De journalist als held, zoals mijn collega’s Bernstein en Woodward, is voor mij uit den boze. Of zoals Oriana Fallaci die in 1968 aanwezig was bij de rellen op de Universiteit van Mexico. De volgende dag stond met grote koppen in de krant dat ze een krasje had op haar bil. Dat nieuws was belangrijker dan het leger dat het vuur opende op driehonderd mensen. Een journalist blijft altijd een doorgeefluik. Mij gaat het erom hoe ik de ene cultuur over kan brengen naar de andere, hoe moet je iets duidelijk maken voor de huiskamer in Zutphen?’

Uitgeverij Meulenhoff publiceerde in 1987 onder de titel De rokende spiegel een selectie uit de talrijke artikelen over Latijns–Amerika die Marlise Simons in de afgelopen zestien jaar schreef voor binnenlandse – en buitenlandse bladen. Tezamen geven deze ruim zestig achtergrondverhalen een breed, samenhangend beeld van de Latijns–Amerikaanse cultuur en de politieke – en maatschappelijke ontwikkelingen in de jaren zeventig en tachtig. Van de staatsgreep in Chili tot de teleurgestelde officier in Cuba, van de onderdrukte Indianenstammen in Guatemala tot het uitzichtloze bestaan in de krottenwijken van de grote steden.

Het balkon van het appartement van Marlise Simons in Rio de Janeiro biedt tussen de palmbomen op het strand een fraai uitzicht over de Atlantische Oceaan. Ook de inrichting van het appartement is het aanzien meer dan waard. De liefde die Marlise Simons voor Latijns–Amerika heeft opgevat wordt weerspiegeld in de inrichting van haar woning. Verspreid in de woonkamer staan de beeldhouwwerken die taferelen uit de rijke geschiedenis van Mexico voorstellen en aan de wanden hangen houtsnijwerken en fel gekleurde schilderijen uit Haïti.
Aan het begin van het gesprek excuseert ze zich voor het feit dat door haar jarenlange verblijf in het buitenland haar Nederlands achteruit is gegaan. Haar artikelen voor NRC Handelsblad worden uit het Engels vertaald. Wel klinkt nog zacht haar Limburgse accent door.

Is het voor een vrouwelijke journalist in dit continent moeilijker werken dan voor een man?
‘Er zitten twee kanten aan. Enerzijds voelen mannen zich minder bedreigd door een vrouwelijke journalist. Militairen vertellen je bijvoorbeeld dingen die ze niet aan mannen zouden vertellen. Een vrouw willen ze helpen en beschermen. Ze zijn nieuwsgierig. Aan het begin van de jaren zeventig was er in Latijns–Amerika veel minder ruimte voor een vrouw. Men wilde wel eens weten wat voor vreemd iemand ze voor zich hadden en men wilde dus wel praten. Anderzijds kun je als vrouw niet met mannen optrekken zoals mannen met elkaar omgaan en een pilsje gaan drinken. Maar als je buitenlandse bent dan worden de spelregels ineens anders. Wat ze van hun eigen vrouw niet zouden tolereren, dat kan van een buitenlandse wel.’ Read more

Bookmark and Share

New York Times ~ Forum For New Diplomacy – Marlise Simons In Conversation With Fatou Bensouda (ICC)

Fatou Bensouda, chief prosecutor for the International Criminal Court, in conversation with Marlise Simons, correspondent for The New York Times

Bookmark and Share

Jan Sneep – Einde van het stenen tijdperk – Bestuursambtenaar in het witte hart van Nieuw-Guinea

Sneep CoverJonge bestuursambtenaren maakten maandenlange verkenningstochten naar een van de laatste nog nooit door blanken betreden delen van het onhergbergzame centrale bergland, het Sterrengebergte in toenmalig Nederlands Nieuw-Guinea. Sneep beschrijft de eerste tochten van zijn collega en vriend Hermans, die een vliegveldje aanlegde en een pioniersbivak bouwde, het begin van de eenvoudige bestuurspost Sibil. Van daaruit trokken zij verder het bergland in en maakten kennis met bewoners in afgelegen valleien die eerst wat schuchter, maar al snel heel nieuwsgierig, vriendelijk en gastvrij de witte mensen in hun dorpen ontvingen.
De dragers deden ‘s avonds aan het kampvuur verslag van hun ervaringen van die dag, wat vaak tot hilarische taferelen leidde.

Sneep heeft vervolgens een belangrijk aandeel in de voorbereiding van de laatste grote wetenschappelijke expeditie van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG) naar het Sterrengebergte en neemt daar namens het Bestuur gedurende zes maanden ook aan deel. Hij beschrijft zijn ervaringen en de vele problemen waarmee de expeditie te kampen had.
Aansluitend vergezelde Sneep de Frans-Nederlandse filmexpeditie van de cineast Pierre Dominique Gaisseau die in zeven maanden van Zuid- naar Noordkust trok, door goeddeels onbestuurd gebied. Behalve tot dan toe onbekende bergbewoners ontdekten zij ook een Nederlandse pater die zich met zijn Papua geliefde in het geisoleerde oerbos had teruggetrokken. Het boek Einde van het stenen tijdperk is in 2005 bij Rozenberg Publishers verschenen. ISBN 978 90 5170 927 8.

Nu online:

Inleiding
Naar Nieuw-Guinea
Video: Interview Pierre Dominique Gaisseau
Einde van het stenen tijdperk – Mijn eerste standplaats Mindiptana
Einde van het stenen tijdperk – Het Sterrengebergte
Einde van het stenen tijdperk – Mijn tweede standplaats – Sibilvallei
Einde van het stenen tijdperk – De Sterrenberg expeditie
Einde van het stenen tijdperk – De Frans-Nederlandse filmexpeditie
Einde van het stenen tijdperk – Nawoord

Bookmark and Share

Pierre-Dominique Gaisseau – Sur la carte du monde: une tache blanche en moins…

Interview de Pierre-Dominique Gaisseau, à propos de sa récente traversée de la Nouvelle Guinée, région du monde jusque-là inexplorée. Il raconte l’expédition en commentant les images qu’il en a rapporté.

Bookmark and Share

  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Subscribe to our newsletter

  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Archives