Gabriel Garcia Marquez 1927 – 2014
Terug naar Macondo – Het spook van Honderd jaar eenzaamheid en het inheemse innerlijk van de Mesties ~ Inhoudsopgave

ouweneelbasisBij dit boek
Kennersblik; Stem; Boek.
Achter de coulissen van Macondo
Over de oorsprong
Cuernavaca; Herinnering; Guajiros; Ten slotte

Over de roman
Begin; Revolte; Segundo; Storm; Ten slotte

Over de nesteling
Lenzen; Decodering; Voelen; Geheugen; Ten slotte

Over het theater
Wilsbeschikking; Soorten; Herinneringsruimten; Bewust; Schijnwerpers; Bundeling; Politiek; Ten slotte

Op de podia van Macondo
Melquíades en de geschiedenis
Tijdsgevoel; Dictaturen; Blikveld; Cambridge; Bevolkingsdruk; Ten slotte

José Arcadio Buendía en de schepping 
Schepper; Wortels; Slang; Viering; Lichaam; Instellingen;Scheppingsverhalen; Ten slotte

Úrsula en de omwenteling 
Opnieuw; Marianismo; Antecedenten; Breekijzerin; Guadalupe; Ten slotte

Bij twee hoofdrolspelers uit Macondo 
Het aureool van de Kolonel
Ingewijd; Normatief; Thompson; Opstanden; Oorlogen; Gemeenten; Glimlach; Ten slotte

De arcadische strijd van Segundo 
Arcadisch; Monroe; Salvador; Trauma; Mannelijkheid; Ten slotte

De slotscène van Macondo
De gemoedstoestand
Utopie; Identiteit; Liefde; Ten slotte.

 

Bookmark and Share

Terug naar Macondo – Bij dit boek

Carcheri-CalleTerug naar Macondo begon met een lezing van de roman Honderd jaar eenzaamheid (1967) van de Colombiaanse schrijver Gabriel García Márquez. ’s Avonds, thuis op de bank. In die periode was ik al uitvoerig bezig met een sociaal-cultureel wetenschappelijk onderzoek naar de continuïteit van de inheemse cultuur van Latijns-Amerika. Ik had mij verdiept in de amerindiaanse scheppingsverhalen, zoals die van de Maya’s, de Azteken, de Inka’s, de Mapuche en diverse Amazonevolken. Ofschoon het lezen van García Márquez’ roman in feite niets met mijn academische onderzoekswerk van doen had, kreeg ik al spoedig last van een déjà vu. Ik had als het ware Honderd jaar eenzaamheid al gelezen in die scheppingverhalen maar wist tegelijkertijd dat García Márquez zich nooit een indio, indígena, inheemse of amerindiaan had genoemd. Integendeel, als er amerindio’s in zijn werk voorkomen dan voert hij ze op als behorend tot een andere wereld. Als hij naar eigen zeggen iets is, dan een caribeño, een inwoner van het Caraïbische Gebied van Colombia. Ik wist ook dat de inheemse geschiedenis van Colombia moeilijk op één lijn te plaatsen is met die van Mexico, Guatemala, Ecuador, Peru of Bolivia. Voor romans die de inheemse wereldvisie presenteren moest ik werken van de Peruaan José María Arguedas (1911-1969) of de Guatemalteek Miguel Ángel Asturias (1899-1974), winnaar van de Nobelprijs in 1967, uit de bibliotheek halen. Het was bekend dat Asturias zich diepgravend had ingeleefd in de Maya wereld en dat Arguedas romans en verhalen schreef die waren gebaseerd op zijn jeugd in een Quechua omgeving. Het kon niet zijn dat García Márquez tot hun wereld behoorde. Bovendien, Honderd jaar eenzaamheid was vooral een succes onder de mestiezen van Mexico, Colombia, Peru, Ecuador, Argentinië en nog enkele landen. En waarom zouden mestiezen zich identificeren met een amerindiaans scheppingsverhaal?

Volgens de Mexicaanse schrijver Carlos Fuentes moeten de Latijns-Amerikanen zich werkelijk in Honderd jaar eenzaamheid herkend hebben. Als ik de critici mag geloven, was de roman juist daarom in Latijns-Amerika een groter succes dan welke andere roman dan ook. Goed, maar wat herkennen ze dan? Of wie? Macondo, het dorp van de handeling? De geschiedenis van burgeroorlogen en militair geweld? De Buendía’s, het geslacht dat de roman beheerst? Zeker, waar wij bij ‘Bagdad’ denken aan 1001 Nacht en de mystiek van het Midden-Oosten – al hebben Sadam Hoessein en George Bush Sr én Jr dat beeld grotendeels verziekt – hangt Macondo gedrapeerd als het Latijns-Amerikaanse dorp tussen mythe en atlas. Macondo wordt serieus genomen tot in de collegebanken toe. Studenten zijn bijvoorbeeld herhaaldelijk verplicht Honderd jaar eenzaamheid te lezen. Over Macondo, een fictief dorp, de schepping van een schrijver. Toen de literatuurwetenschapper Gene Bell-Villada aan García Márquez vroeg wat hij hiervan vond, antwoordde de Colom­biaan*:
Dat specifieke feit kende ik nog niet maar ik heb wel een aantal soortgelijke interessante ervaringen gehad. De Franse Econoom René Dumont publiceerde onlangs een lange academische studie over Latijns-Amerika. Midden in zijn bibliografie, tussen allerlei wetenschappelijke monografieën en statistische analyses stond Honderd jaar eenzaamheid! En op een keer kwam een socioloog uit Austin, Texas, naar mij toe omdat hij ontevreden was met zijn methodologie, vond die te droog, onvoldoende. Dus vroeg hij me wat mijn methode was. Ik heb hem geantwoord dat ik er geen heb. Ik lees een hoop, denk veel na, en herschrijf onafgebroken. Het is niet wetenschappelijk.[i]

Op intuïtie dus, op gevoel. Is dit ‘gevoel’ wat zijn lezers herkenden? Om de vraag naar de herkenning werkelijk te beantwoorden zouden we de miljoenen lezers een enquêteformulier moeten opsturen. Onbegonnen werk. Uiteraard ligt het antwoord ook in het boek zelf besloten maar een lezing van de roman blijft altijd mijn lezing. Een analyse, hoe gedegen ook, zou nimmer een ‘hard’ antwoord opleveren, in het beste geval hooguit een goed onderbouwde hypothese. Hoever kan ik gaan? Zal ik luisteren naar de raadgeving van een andere schrij­ver?
De Engelse auteur Salman Rushdie raadde het volgende aan: Go for broke. Always try and do too much. Dispense with safety nets. Take a deep breath before talking. Aim for the stars. Keep grinning. Be bloody-minded. Argue with the world.[ii] Read more

Bookmark and Share

Ikkattinn – Berberse volksverhalen uit Zuid-Marokko

StroomerTalenMarokko

Gesproken talen Marokko

In Noord-Afrika worden van oudsher Berberse talen gesproken. De geschiedenis leert ons dat het altijd al een gebied is geweest waar verschillende culturen elkaar hebben ontmoet en waar verschillende talen naast elkaar hebben bestaan.
Zo werd er tijdens de Romeinse overheersing van Noord-Afrika (van de tweede eeuw voor Christus tot de zesde eeuw na Christus), naast genoemde Berberse talen, Latijn en Punisch gesproken. In het begin van de achtste eeuw na Christus begon de islam zich over Noord-Afrika uit te breiden en dat bracht een verspreiding van Arabische spreektalen met zich mee. Dit proces verliep in het ene gebied langzamer dan in het andere. Zo was waarschijnlijk de overgrote meerderheid van de Marokkaanse bevolking tot ver in de 19e eeuw Berbertalig. In Marokko werden tijdens de periode van koloniale overheersing (1912-1956) Frans en Spaans aan de reeds aanwezige talen toegevoegd.
“In negen landen van Noord-Afrika worden tegenwoordig Berberse talen gesproken. Het totale aantal sprekers is ongeveer vijfentwintig miljoen. We onderscheiden acht à tien verschillende Berberse talen die weliswaar taalkundig sterk verwant, maar in praktijk in wisselende mate onderling ver­staan­baar zijn. Als taalfamilie behoren Berberse talen bij het Afroaziatisch”.

Verreweg de meeste Berbertaligen vinden we in Marokko, een land met 30 miljoen inwoners. Naar schatting de helft van de Marokkanen spreekt van huis uit een van de drie Marokkaanse Berberse talen (voor de geografische verspreiding zie het kaartje): Rifijns Berber (Tarifiyt) in het noorden, met ongeveer twee miljoen sprekers; Midden-Atlas Berber (Tamazight) in het midden, met ongeveer vier miljoen sprekers en Tasjelhiyt Berber (Tasjelhiyt of Tasusi­yt) in het zuiden, met ongeveer negen miljoen sprekers.
Veel Berbertaligen zijn uit hun oorspronkelijke woongebied geëmi­greerd, zowel naar gebieden binnen hun eigen vaderland als naar andere landen. De grootste stad van Marokko, Casablanca, is voor zestig procent Berbertalig; één op de twaalf inwoners van Parijs spreekt een Berberse taal.
Als gevolg van arbeidsmigratie vanuit Marokko, vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw, hebben zich in Nederland veel Marokkanen gevestigd. Thans, 2005, wonen er ongeveer 300.000 Marok­kanen in Nederland. Hiervan is drie­kwart Berbertalig, dus ongeveer 220.000 mensen, waarvan waarschijnlijk 180.000 Rifberbers en 40.000 Berbertaligen uit de Midden-Atlas en Zuid-Marokko.
Het Tasjelhiyt Berber van Zuid-Marokko is naar aantal sprekers de grootste Berberse taal van Marokko. De noordelijke grens van het Tasjelhiyt Berber-taalgebied wordt gevormd door de noordelijke rand van de Hoge-Atlas; de zuidelijke grens is de denkbeeldige lijn van Foum Zguid, een plaats ten zuiden van Ouarzazate, in het oosten, tot het plaatsje Ifni aan de kust in het westen. De oostelijke grens is de denkbeeldige lijn van Demnate, over Ouarzazate naar Foum Zguid. De westelijke grens is de kust van de Atlantische oceaan, tussen de steden Essaouira en Ifni. Ten zuiden van de stad Demnate gaat het Tasjelhiyt Berber geleidelijk over in het Berber van de Midden-Atlas.

as-Sûs al-Aqsâ
Het Tasjelhiyt Berberse taalgebied, dat in oppervlakte ongeveer vier keer zo groot is als Nederland, was bij de oude Arabische geografen en historici bekend als as-Sûs al-Aqsâ “de verafgelegen Sous”. De Sous is de naam van de grote vlakte ten oosten van Agadir. Vandaar dat het Tasjelhiyt Berber ook wel Sous Berber wordt genoemd. In Franstalige werken noemt men deze taal gewoonlijk “Chleuh” of “Tachelhiyt”. Read more

Bookmark and Share

Indigenous Oral Traditions From The Huasteca, Mexico

This paper deals with indigenous oral traditions in Mexico. It addresses issues of indigenous languages and how they can be documented, preserved and revitalized through projects about oral traditions in a national context in which there is a renewed discussion on multiculturalism and cross-cultural understanding.
In Mexico, the discussion of multiculturalism centers on ‘indigenous issues’, specifically on how indigenous peoples should integrate into the so-called modern, more westerly-orientated rest of the nation. In Mexico, indigenous cultures and languages are still systematically discriminated, as they are often seen as irrelevant remnants of a past that have, at most, mere folkloristic value. Since the 1990’s, public policies regarding indigenous issues underwent a change and now focus on concepts of multiculturalism in order to favor a more equal position for indigenous languages and cultures.

The new policies were adopted after national pressures like the 1994 Zapatista uprising, and followed up on international interests in the situation of indigenous peoples, such as shown through the festivities around the 500th Anniversary of the Discovery of America by Columbus in 1992, or in the declaration of the UN’s First and Second Decade of the Indigenous Peoples (1995-2014). They enhance a novel discourse that includes concepts like cultural diversity, interculturalism, intangible heritage, and other terms that are in accordance with the terminology of international conventions on indigenous issues.

Read more

Bookmark and Share

Tiny Bouts Of Contentment. Rare Film Footage Of Graham Greene In The Belgian Congo, March 1959

Graham Greene in the Belgian Congo

Graham Greene in the Belgian Congo

My purpose in this contribution is to present and contextualize the only film footage ever recorded of the novelist Graham Greene (1904-1991) in the Belgian Congo in 1959. The footage was filmed with an 8mm camera, which did not record sound. It belongs to Mrs. Édith Lechat (née Dasnoy;1932-) and her husband, the leprosy specialist Doctor (later Professor) Michel Lechat (1927-2014).

From 1953 through 1960, Dr. Lechat was head of the leper hospital and colony of Iyonda, a village and mission station some 15 kms south of the city of Coquilhatville (now, Mbandaka) in central-western Congo. Greene stayed a number of weeks in Iyonda and other mission stations in the region in search of inspiration, a setting, and material for a new novel. The novel, A Burnt-Out Case, appeared in 1960, and was dedicated to Dr. Lechat. Greene occupied a room in the house of the missionary fathers in Iyonda, but spent long parts of his days with the doctor and his family. The film reached me through the hands of Édith Lechat, who had it transposed to a DVD-playable format, and via my friend Hendrik (a.k.a., “Henri” or “Rik”) Vanderslaghmolen (1921-), who was a missionary in the region at the time. As he was one of the only Belgian missionaries there with some knowledge of English, he often accompanied Graham Greene during his trips from one mission station to another. Rik Vanderslaghmolen and the Lechats are still close friends today.

Much of the information I offer below stems from conversations I had with both Rik Vanderslaghmolen and Édith Lechat in July and August 2013. Regrettably, Dr. Michel Lechat’s poor health condition did not allow me to probe his memory, but an interview he gave for the Brussels-based weekly The Bulletin on the occasion of Greene’s death in 1991 is available (Lechat 1991), as well as a closely similar talk he gave at the 2006 Graham Greene Festival in Berkhamsted, published in the London Review of Books in August 2007 (Lechat 2007). Édith Lechat has given me the kind permission to share the film with the readership of Rozenberg Quarterly and to add the necessary contextual information on both the historical situation and the contents of the film.

Read more

Bookmark and Share

Laghukatha – Het ZKV in de Hindi-Literatuur

BruntWas

Foto Lodewijk Brunt

In Nederland is de laatste jaren een nieuw literair genre van de grond gekomen: het zeer korte verhaal, oftewel ‘zkv’. In sommige literaire tradities buiten Nederland bestaat zo’n genre al langer. India is een voorbeeld: het zeer korte verhaal is hier terug te voeren op oude fabels en volksvertellingen, en komt in het Hindi voor vanaf de tijd dat het moderne Hindi is ontstaan (tweede helft 19e eeuw). Het zkv heeft zich in verscheidene tijdvakken en maatschappelijke constellaties weten te handhaven. Ten tijde van de Moghul-dynastie (van de 16e tot de tweede helft van de 19e eeuw) bestond in het Urdu (een zustertaal van het Hindi) een levendige traditie van schetsen en raadsels en cynische commentaren op het doen en laten van de machthebbers. In het midden van de negentiende eeuw bloeide de ‘caféliteratuur’, waaronder de poëzie, als nooit tevoren; aan het hof van de laatste Moghul-keizer Zafar in Delhi, maar zeker ook daarbuiten en onder ‘gewone’ mensen.[1] Read more

Bookmark and Share

  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Subscribe to our newsletter

  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Archives