On Friendship / (Collateral Damage)


semah

Joseph Semah  – Foto: Linda Bouws

From text we came and to text we shall return

Beeldend kunstenaar Joseph Semah denkt, werkt en becommentarieert in de traditie van zijn grootvader Hacham Sassoon Kadoori, de laatste Opperrabbijn van de Babylonische joden in Bagdad. Hacham Sassoon Kadoori, president van de joodse gemeenschap, was een groot voorstander en verdediger van tolerantie tussen de verschillende religies. Hij geldt nog steeds als een lichtend voorbeeld voor de jongere generatie Joden met een Iraakse achtergrond.

Semahs oeuvre kan gezien worden als voortzetting van dit gedachtegoed. Hij gebruikt zijn achtergrond als een manier om naar de westerse cultuur te kijken. Hij verbindt daartoe kunst, filosofie, religie, en wetenschap met elkaar. Zijn ideeën en visies brengt Semah naar buiten in teksten, tekeningen, sculpturen, schilderijen, performances en vanzelfsprekend ook in projecten die onderling sterk zijn verbonden.

“I still read each and every art work on display through the tradition/history of the Hebrew language. In this context, one can say that each art work of mine is nothing but a footnote to my research, to my desire to understand what contemporary art actually means, what is meant by tolerance, what the meaning of being in exile is and what it means to be a guest”.

In Semahs werk zijn jodendom, christendom, islam en humanisme de religieuze, seculiere en culturele stromingen die de westerse identiteit mee bepalen.
In On Friendship / (Collateral Damage) onderzoekt de kunstenaar de claim van een steeds grotere groep opiniemakers die zich beroept op de Joods-christelijke oorsprong van de Europese cultuur. Aan de hand van voorbeelden uit de hedendaagse, beeldende kunst analyseert Semah in hoeverre aan de Joodse invloeden werkelijk aandacht wordt besteed in het kunstdebat. Hij gaat in op de specifiek Joodse lading in werken van Kazimir Malevich (Het naakte onverheelde vierkant) en Barnett Newman (Read Full Text). Op persoonlijke en intrigerende wijze laat Semah zien hoe de Hebreeuwse taal, en dus Joodse traditie en cultuur, van invloed was – direct of indirect – op deze kunstenaars, wier werk een iconische status heeft gekregen in de westerse kunstgeschiedenis.

Semah komt tot de conclusie dat de Joodse betekenislaag te weinig aandacht krijgt en te vaak wordt genegeerd in de hedendaagse kunstgeschiedenis. Of wordt die laag vermeden om ongemakkelijke confrontaties in een naoorlogse, getraumatiseerde samenleving uit de weg te gaan?

Studeren, analyseren, becommentariëren, toevoegen en het gesprek beginnen is in de opvatting van Semah echter hoogstnoodzakelijk. Semah denkt en werkt in de traditie van de Babylonische Talmoed. Semah vult de lege pagina en maakt de Joodse cultuur, traditie en identiteit in een andere culturele omgeving zichtbaar. Hij vraagt ons opnieuw te kijken naar onze eigen cultuur, samenleving en identiteit en dat kan verontrustend werken en roept verwarring op.

 

Bookmark and Share

Over vriendschap (bijschade)


Joseph Semah: Notes from the diary of the architect, 1987. Copper and bronze, 80 cm  – Foto: Rüdiger Lubricht

Vaak, en ergens tussen zorg en pijn in, heb ik proberen te begrijpen hoe bijschade moet aanvoelen, te beseffen wat afstandelijke taal betekent, en meer proberen te weten te komen over onze schilderkunst – i.e., elk doek dat tot stand is gekomen volgens de regels van het westers paradigma – door, om zo te zeggen, de afwezigheid van conflictgedrag in het museale domein aan de orde te stellen.

Dat vormt zodoende het begrippenkader waarbinnen de specifieke problemen rond de belofte van iedere kunstenaar zich afspelen.

Om te beginnen:
bijschade is realiteit.
Het is de gegevenheid van de ‘Made-Ready’, een tekst die gelezen moet worden, steeds een bedenksel van de menselijke geest. Als dat anders zou zijn, dan zou de beschilderde oppervlakte van onze doeken vertekend zijn, afgekeurd worden en niet langer in staat iets te betekenen.

Het doek dat getoond wordt, is daarom in zekere zin een vorm van bevestiging van het gedachtegoed binnen het westers paradigma. Een ideologie die begint aan gene zijde van de wanhoop.

In deze openingsscène zitten we dus op de eerste rij met kunstenaars die zich grotendeels onbewust zijn van hun plicht, die niet anders kunnen dan hun eigen belofte schilderen terwijl ze ondertussen heimelijk gecontroleerd worden, aangestuurd en geënsceneerd door een onopgemerkte kracht. We bevinden ons, met andere woorden, in gezelschap van kunstenaars die geleid worden door die verborgen hand van het westers paradigma – die onzichtbare manipulatieve kracht die nog steeds veel dieper onder de oppervlakte van onze doeken duikt dan kunstenaars ooit bevroedden.

Voor zover we nu weten heeft de CIA, i.e. de Central Intelligence Agency, in het geheim naoorlogse Amerikaanse abstracte doeken gebruikt als onderdeel van zijn activiteiten in de Koude Oorlog. Dit heeft geduurd vanaf ongeveer 1950 tot 1960. Bovendien heeft de CIA, nagenoeg verborgen voor de meeste kunstenaars die erbij betrokken waren, die naoorlogse Amerikaanse abstracte doeken naar het centrum van de belangstelling geschoven, als een soort strategische vloerbedekking, om op die manier als het ware de vernielde bodem van het naoorlogse Europa toe te dekken. En tot slot van dit spel horen we dat dit heimelijk bedekken met doeken plaatsvond onder de codenaam ‘Long Leash’ (De vrije teugel).
We moeten dus langzamerhand gaan accepteren dat de Amerikaanse kunstenaars zich niet van de acties van de CIA bewust waren, en tegelijkertijd ons afvragen hoeveel leden van ‘The Congress for Cultural Freedom’ op dezelfde manier bedrogen werden door de CIA. Read more

Bookmark and Share

Symposium On Friendship (Collateral Damage)


Op 25 oktober 2015 werd in Felix Meritis (Amsterdam) het symposium On Friendship (Collateral Damage) gehouden. Het symposium behandelde de hypothese dat de westerse kunstgeschiedenis een joods-christelijke oorsprong heeft en vroeg zich af of deze wellicht aanpassing behoeft.

Beeldend kunstenaar Joseph Semah en vertegenwoordigers uit de museale wereld en cultuur, verdiepten zich in één van de belangrijkste vraagstellingen binnen het kunsthistorische onderzoek: het zoeken naar samenhang waarbinnen het werk is ontstaan en wat dat betekent voor de hedendaagse opvattingen in de kunstgeschiedenis.

De sprekers waren:
* Prof.dr. A. Sh. Bruckstein Coruh, directeur Taswir Projects, platform for philosophy and art (Berlijn)
* Michael Huijser, directeur Rembrandthuis
* Prof. dr. Ton Nijhuis, wetenschappelijk directeur Duitsland Instituut Amsterdam
* Dr. Arie Hartog, directeur Gerhard-Marcks-Haus (Bremen)
* Matthea Westerduin, VU Amsterdam, Faculteit der Godgeleerdheid, Phd

Organisatie Stichting Metropool Internationale Kunstprojecten – Amsterdam

Publicatie On Friendship / (Collateral Damage) 

Met drie teksten van Joseph Semah – Het naakte onverheelde vierkant (over Kazimir Malevich), Read Full Text  (over Barnett Newman) en On Friendship / (Collateral Damage), over de rol van de CIA in de verspreiding van abstracte kunst.
Het boek bevat verder analyses van het werk van Semah van Emile Schrijver (algemeen directeur Joods Historisch Museum), Reflecties rond een ontluikende vriendschap en Toegang tot de tekst –Verdere kanttekeningen bij teksten van Joseph Semah van Arie Hartog (directeur Gerhard-Marcks-Haus, Bremen, Duitsland).

Uitgave: © stichting Metropool Internationale Kunstprojecten, 2015
A4, 85 pagina’s, full colour
ISBN 9789051706734

Te bestellen via stichting Metropool, NL 42 INGB 0006 928168
€ 19,95 + €  3.75 verzendkosten, o.v.v. publicatie, naam en adres

Bookmark and Share

On Friendship / (Collateral Damage)


Joseph Semah: GaV EL GaV (Back to back), 1982. Brons, wit garen, drie boomzagen, 40 x 60 x 170 cm. Foto: Franck Gribling

Lezing van Prof. dr. Ton Nijhuis, uitgesproken tijdens het door Stichting Metropool Internationale Kunstprojecten georganiseerde symposium On Friendship / (Collateral Damage) op 25 oktober 2015.

Centraal staat de vraag of de westerse kunstgeschiedenis een joods-christelijke oorsprong heeft of dat deze opvatting moet worden aangevuld met andere perspectieven.

On Friendship / (Collateral Damage)
We spreken ten aanzien van de westerse cultuur graag over de joods-christelijke traditie, of joods-christelijke wortels. De term judeo-christelijk werd al in het begin van de 19e eeuw in de VS gebezigd en had toen vooral een religieuze betekenis. Een discussie over de joodse wortels van het christendom. Jezus was immer joods. Vrij snel daarna deed de term ook in Europa zijn opgang.
Ruim een eeuw later, in 1939 om precies te zijn, werd het begrip judeo-christelijk in Engeland voor het eerst gebruikt als een aanduiding voor een moreel kader. Dit natuurlijk als tegenhanger voor waar Hitler voor stond.
Na de WOII werd de aanduiding joods-christelijk vooral in Duitsland een gemeenplaats om over de westerse cultuur te spreken. Door de toevoeging Joods werden de Joden die zo misdadig buiten de gemeenschap waren geplaats en vermoord weer ingesloten. In de praktijk was en is het een lege, politiek correcte formule waarbij eigenlijk niet gevraagd werd wat precies de Joodse wortels van de westerse cultuur zijn. Het ging er slechts om elke indruk te vermijden dat Joden opnieuw buitengesloten zouden worden. Een term die is gebaseerd op schuldgevoel.

In het kielzog van de Europese integratie – de Europese Unie is een antwoord op de verschrikkingen van WOII en dit vormt een kernelement van de Europese identiteit, je zou kunnen zeggen een Holocaust-identiteit waarin de uitroeiing van de Joden het negatieve referentiepunt is voor wat ons deelt. In het kielzog van de Europese integratie is het spreken over joods-christelijke cultuur langzaam maar zeker in alle West-Europese landen overgenomen. Dat werd nog versterkt door de noodzaak om in het kader van de Europese integratie na te denken over de vraag wat we dan Europees delen. In politieke redes, geschiedenisboeken, musea moesten deze gedeelde Europese geschiedenis en Europese waarden telkens weer gearticuleerd worden. De laatste decennia is bovendien de joods-christelijke traditie helemaal in zwang geraakt en heeft de term er een bijzondere functie bijgekregen, namelijk het uitsluiten van de islam. Het inroepen van de Joden als hulptroepen of als bondgenoot om de christelijke cultuur af te schermen van de islamitische. Dat is eigenlijk wel bizar.
Het hele begrip joods-christelijk heeft natuurlijk iets schijnheiligs. Het suggereert dat de beide geloven gezamenlijk een fundament vormen van de moderne westerse cultuur die natuurlijk vervolgens nog wordt aangevuld met niet-religieuze fundamenten zoals de Grieken en Romeinen en het humanisme en de Verlichting.
Read more

Bookmark and Share

De verdoezelende werking van ‘joods-christelijk’ en ‘Abrahamitisch’


hagar

Sarah brengt Hagar bij Abraham ~ Matthias Stom (1637) – Ills.: WikiArt.org

Lezing uitgesproken tijdens het door Stichting Metropool Internationale Kunstprojecten georganiseerde symposium On Friendship / (Collateral Damage) op 25 oktober 2015.

Centraal staat de vraag of de westerse kunstgeschiedenis een joods-christelijke oorsprong heeft of dat deze opvatting moet worden aangevuld met andere perspectieven.

De verdoezelende werking
De slaapkamer van Abraham was veel te vol. Er lagen te veel vrouwen in bed. Er was de vernedering van Sarah; Hagars precaire positie als slavin en Abrahams laffe gehannes. En bovenal hing die niet ingeloste belofte van God als blok beton boven het te volle bed. Ondanks Gods beloftes van een groot nageslacht, een eigen plek om te wonen, sliepen ze met z’n allen in een tent – een slavin, een meester en een meesteres – zonder kinderwiegjes. Gods halfslachtig werk moest gecompenseerd worden door een jonge baarmoeder van Hagar, een slavin uit het buitenland.

Deze lezing gaat over de vraag of de westerse kunstgeschiedenis een ‘joods-christelijke’ oorsprong heeft. In de komende tien minuten zal ik betogen waarom de slaapkamer van Abraham laat zien dat we niet moeten zoeken naar een eenduidige oorsprong van onze cultuur en dat dat zelfs gevaarlijk kan zijn; zeker als dat gebeurt met inclusief klinkende woorden als ‘joods-christelijk’ of ‘Abrahamitisch’. Net als de slaapkamerdeur van Abraham, verdoezelen begrippen als ‘joods-christelijk’ en ‘Abrahamitisch’ de machtsspelletjes die achter die woorden schuilgaan. Het verhaal van Abraham vertelt ons bovendien dat iedere zoektocht naar de wortels van onze cultuur, onze canon, onze voorouders, zal leiden naar iets dat vreemd of onbekend is.

De laatste decennia wordt vaak naar ónze ‘joods-christelijke’ wortels verwezen: Wilders doet dat veelvuldig, Paus Benedictus, maar ook gematigder politici hebben het over een gedeelde ‘joods-christelijke’, of ‘joods-christelijk-humanistische erfenis’. De implicatie is dat moslims niet bij ‘onze’ beschaving horen: zij hebben een andere intellectuele bagage, een andere cultuur, een andere religie. Dat Europa nooit een eiland is geweest, dat delen van Spanje en Oost-Europa islamitisch waren en dat er zonder de islamitische filosoof Avicenna geen Thomas van Aquino zou bestaan, vergeet men voor het gemak even.

Aan de andere kant zijn er mensen die met goede bedoelingen wijzen naar de Abrahamitische wortels van onze cultuur. De Britse premier Tony Blair had het bijvoorbeeld over ‘the rich Abrahamic inheritance we share in common’. Dat klinkt verzoenend en inclusief, want op het eerste gezicht mogen naast Joden, ook moslims meedoen. Maar het verraderlijke is dat hier een heel specifieke Abraham ten tonele wordt gevoerd: iemand die de monotheïstische godsdiensten universeel maakt: Abraham als voorloper van Jezus, niet als de voorloper van de Halachah of fiqh, de Joodse en islamitische wetgeving.
De Abraham van Blair lijkt met ander woorden universeel, maar is dat helemaal niet. Het begrip fungeert als de deur van Abrahams slaapkamer die de woeste conflicten en verlangens die daarachter schuilgaan aan het zicht onttrekt: want over welke Abraham hebben we het precies? Van wie is hij de voorvader? En vooral, wie mag dat bepalen? In de uitspraak van Blair verdwijnen Sarah en Hagar van het toneel en ook de strijd tussen Ismael en Izaäk.

Met het begrip ‘joods-christelijk’ ligt het allemaal nog veel ingewikkelder. En dat heeft vooral te maken met de gure geschiedenis die aan dit woord zit vastgeplakt. Hoewel de meeste mensen denken dat het begrip afkomstig is uit de twintigste eeuw, als poging om de Joden in te sluiten in de westerse beschaving, heeft het begrip veel oudere wortels. Read more

Bookmark and Share

Joseph Semah ~ After Paul Celan, Tango and Fugue


Being a Dutch art historian, working in Germany, I was asked to give a short introduction in English to an Israeli artist working in the Netherlands. The inherent confusion, the mingling of languages, that follows from this is a good starting point to talk about the work of Joseph Semah.
Because there is even another language we will have to talk about: Semahs language of images.
Does art have a mother tongue? Who understands the language of art? Or more specific: who understands Joseph Semahs art?

Semah is often said to be a difficult unintelligible artist – which is, let me state this right at the beginning, not true. And Semah being presented as an Israeli artist who explores both European and Jewish thought and the interplay between these two, most spectators may feel as if they miss something. But what is missing might be the point. You cannot expect a spectator to know both the European and Jewish tradition and the main mistake when dealing with Semahs work seems to me, this urge to start from such knowledge instead of plain curiousness. So the strategy I suggest to you is plain curiousness: you will discover things you did not know.
Read more

Bookmark and Share

  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Recent Rozenberg Quarterly Articles

  • Rozenberg Quarterly Categories

  • Rozenberg Quarterly Archives