Uit het fotoalbum


De ouders van Paula Bermann                         Bertha Hertz 1857 – 1920 & Karl Bermann 1855 – 1928

Het echtpaar Bermann had vijf kinderen:
Isidor Bermann – 1883 (Konken) – 1935 (Ludwigshafen)
Mathilde Bermann -1884 (Konken) – 1942 (Auschwitz)
Ernst Bermann – 1888 (Konken) – 1943 (Sobibor)
Luitpold Bermann – 1891 (Konken) – ?  (U.S.A.)
Paulina Bermann – 1895 (Konken) – 1945 (Bergen Belsen)

Coen van Es & Paula Bermann met de kinderen. vlnr: Inge, Sonja en Hans

 

Een dagje naar het strand. Hans, Coen van Es, Inge, Paula Bermann en Sonja

 

Bookmark and Share

Paula Bermann ~ Deze ontspoorde wereld. Oorlogsdagboek. Amsterdam 1940 – Jutphaas 1944


Van 1940 tot 1944 houdt de in Nederland wonende Duits-Joodse Paula Bermann een dagboek bij. Dat doet ze in het Kurrentschrift, een Duitse schrijfmethode die nog maar weinigen kunnen lezen. Het dagboek vormt een beklemmend verslag over de wereld in oorlog, haar Nederlandse gezin, haar familie in Duitsland. Ze is politiek zeer goed geïnformeerd en beschrijft het dagelijks leven in Amsterdam en vanaf 1942 in onderduik in Jutphaas gedetailleerd. Tussen de regels door klinken haar angsten en verlangens, en haar weerzin tegen een opgelegde identiteit: zowel Duits als Joods. Als Duitse wordt ze gewantrouwd, als Joodse opgejaagd.

Bermanns dagboekaantekeningen zijn doortrokken van weemoed, boosheid, zorg om haar kinderen, afkeer van haar landgenoten en angst voor verraad. Nooit eerder verscheen een zo gedreven en precieze beschrijving van een leven in bezet Nederland, geschreven door een Duitse Jodin.

Het dagboek eindigt abrupt: voorjaar 1944 worden Paula, haar man Coen en hun dochter Inge verraden, opgepakt en via Westerbork naar Bergen-Belsen gedeporteerd. Vlak voor de bevrijding sterven Paula en Coen. Hun drie kinderen overleven de oorlog.

Paula Bermann, geboren 9 maart 1895, groeide op in een liberaal Joods gezin in het Duitse Konken en Kusel, en diende tijdens de Eerste Wereldoorlog als verpleegster aan het front in Frankrijk.

In augustus 1918 trouwde Paula met de Nederlander Coen van Es, eveneens van Joodse afkomst.
Coen en Paula kregen drie kinderen: Hans (1919), Inge (1923) en Sonja (1927). Tot Paula, Coen en Sonja op 24 augustus 1942 onderdoken bij het gezin van beroepsmilitair Jan Kooy in Jutphaas, een dorp vlak bij Utrecht, bewoonde het gezin een benedenhuis in Amsterdam-Zuid, Valeriusstraat 135

8 november a.s. verschijnt het dagboek van Paula Bermann bij uitgeverij Balans.
Woord vooraf: Arnon Grunberg
Bezorgd door Elma Drayer
Vertaald door Johan H. Winkelman
320 pagina’s met illustraties
Euro 22,50
Paperback met flappen
ISBN 978 94 600 3879 2
E-book: ISBN 978 94 600 3917 1

 

Bookmark and Share

Paula Bermann ~ 15 juni 1940. Het begin van het dagboek


15  juni 1940
Op 10 mei is het onmogelijke gebeurd. Nederland is in oorlog met Duitsland. Vijf dagen lang vochten de Nederlandse soldaten met grote heldenmoed, maar door de overmacht (luchtmacht en een miljoenenleger, zonder hulp van anderen) capituleerde Nederland na vijf dagen. Rotterdam werd nog op de laatste dag half verwoest, een wreed lot trof de stad. We moeten generaal Winkelman eeuwig dankbaar zijn dat hij Nederland niet liet vernietigen. Rhenen, de Grebbeberglinie, Breda, Wageningen en vooral Zeeland, waar de strijd dertien dagen duurde, dragen sporen van grote vernieling.

Ik kan niet schrijven, er is te veel gebeurd en mijn ziel is nog te bewogen, mijn ik nog te zeer uit balans om op te schrijven wat er in mij plaatsvindt, om mijn
gedachten te ordenen en ze in een vorm te gieten. Maar ik wil weer schrijven, misschien geeft het me rust.

Bookmark and Share

Paula Bermann ~ O hart, houd uit! – Het slot


‘Wij hier zijn tevreden, komen al weken niet meer buiten. Dat zal drie, vier maanden zo blijven, want de avonden zijn te lang. Ik heb ook geen behoefte om mensen te zien, en het stukje natuur voor mijn raam laat me wonderen genoeg zien. ’s Avonds hoor ik de koekoek roepen, kikkers kwaken en krekels tjirpen. Het weiland ziet geel van de boterbloemen, de tuintjes zijn groen, de koeien, paarden en geiten grazen, kinderen spelen, en ik ben zelfs blij dat me dit wonder in mijn eenzaamheid nog gegeven is.
Ik brei sokken, zelfs met een motiefje, en ik ben verbaasd over mezelf, want ik dacht dat ik dat niet zou kunnen.

Coens zuster en man bleven maar een paar dagen in Westerbork. Vanuit de trein stuurden ze clandestien een kaartje dat ze verder worden getransporteerd. Wat een tragedie! Ook uit Amsterdam moesten weer duizenden mensen naar een kamp; alleen wie een bijzonder stempel op z’n persoonsbewijs had, mocht blijven.
Ons lot is bezegeld. Hitler heeft zijn programma met succes uitgevoerd, want ook als hij deze oorlog verliest, zijn zijn wraakgevoelens jegens de Joden bevredigd. De meeste Joden zijn dood.’

De laatste woorden van Paula’s dagboek:
‘O hart, houd uit!’

Bookmark and Share

Arnon Grunberg ~ Woord vooraf – Ik wend me tot het lot


Uit het voorwoord van Arnon Grunberg:

Wat het werk van Bermann zo bijzonder maakt is haar ontwikkeling, die ze droog en helder beschrijft zonder zichzelf of haar naasten te ontzien. Aan het begin van de oorlog was ze nog een geassimileerde welgestelde Joodse Duitse die weinig moet hebben van godsdienst en zelfs in radicale assimilatie een middel zag dat onheil had kunnen voorkomen. (‘We hadden ons moeten vermengen, dan zou het probleem zijn opgelost. Ik hoop dat mijn kinderen, als ze uit deze hel komen, een les zullen trekken. Geen religie meer, het liefst opgaan in de massa, zodat mijn nakomelingen verschoond blijven van dit lot.’
(29 augustus 1941)
[…]
Wat het lot van de Duitse Joden extra tragisch maakt, is dat zij niet bleken te zijn wie zij dachten en hoopten te zijn, geen Duitsers, sterker nog, de Duitsers met wie ze zich identificeerden bleken hun vijanden te zijn terwijl zij door hun lotgenoten en nieuwe landgenoten in andere Europese landen vaak nog als Duitsers werden gezien, ook daarvan getuigt Paula’s dagboek.
Ze worstelt zowel met haar Duitse afkomst als met haar Jodendom, ze worstelt zoals gezegd met haar man en met haar kinderen; de ramp van het nazisme was zeker niet het enige noodlot dat Paula trof. Zo gaat dat, mensen worden zelden tot nooit door slechts één noodlot getroffen.
[…]

Bookmark and Share

Paula Bermann. Korte biografische schets


Vlnr.: Coen van Es, Inge, Sonja, Paula Bermann & Hans

Paula Bermann werd op 9 maart 1895 geboren in het Duitse plaatsje Konken in de deelstaat Rhijnland-Palts. Konken maakt deel uit van de Landkreis Kusel.  Haar ouders stierven in de twintiger jaren van de vorige eeuw, vader Karl Bermann op 12 augustus 1922, moeder Berta Herz op 23 april 1928.

Op 22 augustus 1918 trouwde Paula Bermann met Coenraad van Es. Coen(raad) van Es werd op 18 oktober 1886 in Amsterdam geboren. Hij was een zoon van Joodse ouders, David van Es en Clara Veerman. Tot aan zijn ontslag in 1932 werkte Coen van Es aan de Amsterdamse beurs. Daarna was hij werkloos. Coen van Es had een jongere broer André (geboren in Amsterdam, op 28 februari 1901) die in het dagboek genoemd wordt. Een zuster van hem, Judith van Es (geboren op 22 juni 1885 te Amsterdam) was getrouwd met Nissim Pais (werkzaam bij de Joodse Raad). Het echtpaar Pais werd op 16 april 1943 te Sobibor vermoord.

Coen van Es en Paula Bermann kregen drie kinderen: een zoon Hans (Hans Karel, geboren 15.10. 1919) en twee dochters, Inge (Clara Inge, geboren 27.07. 1923) en Sonja (geboren 13.04. 1927).
Paula Bermann schrijft in haar dagboek uiteraard regelmatig over haar kinderen. De drie kinderen hebben de oorlog overleefd.

Het dagboek begint op 15 juni 1940 en eindigt met een notitie van 19 maart 1944:
“Een buurman hier, die leraar is, gaat verhuizen naar een andere plaats. De woning is verhuurd aan een NSB-politieman met een beruchte naam (een andere buurman, een goede politieman, waarschuwde de man hier). En nu zijn ze hier zo bang dat we weg moeten. We houden ons heel stil, maar we maken natuurlijk wel wat geluid. Ik kan hun angst begrijpen. Er is geen directe haast bij, maar ze hebben toch graag dat er binnen drie, vier weken iets anders voor ons wordt gevonden.”

Vlak daarna werden ze, na een lange onderduikperiode, alsnog verraden en opgepakt.

Coen van Es en zijn vrouw Paula stierven begin 1945 in het concentratiekamp Bergen-Belsen. Coen op 21 januari, Paula op 27 januari, zo’n drieëneenhalve maand voor de bevrijding.

Het eerste deel van het dagboek is in Amsterdam geschreven. Deel twee vermoedelijk in Jutphaas (Utrecht).

Paula Bermann schreef het dagboek in het Duitse Kurrentschrift (afgeleid van het Latijnse currere, wat “lopen” betekent). Men zou het dus “lopend schrift” kunnen noemen. De schrijfwijze wordt gekenmerkt door scherpe hoeken, in tegenstelling tot de afgeronde hoeken van het Latijnse schrift. Zie: http://rozenbergquarterly.com/kurrentschrift/

Bookmark and Share

  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Archives