Floor de Jong ~ WhatsApp-experiment geeft impuls aan familieparticipatie bij Zorgpalet


Whatsapp0002In het voorjaar van 2015 kwam Linda van Deursen, activiteitenbegeleidster bij de Veranda, op het idee om via een WhatsApp-groep familieleden en naasten te betrekken. De Veranda is een dagcentrum waar dagactiviteiten voor ouderen worden aangeboden (dagbesteding) en maakt deel uit van ouderenzorgorganisatie ZorgPalet in Soest. Bij de Veranda startten ze met een WhatsApp-experiment. Ilona van der Wal, de dochter van meneer Hodde, was meteen enthousiast: “Ik heb gelijk een WhatsApp-groep aangemaakt en iedereen in de familie uitgenodigd. Wat een leuk idee.” Linda was verrast door het enthousiasme: “Dat ging in een keer heel snel.”

Delen van berichten en foto’s als leuke toevoeging
Ilona had met haar broer al veel contact via WhatsApp om de zorg voor haar ouders te organiseren en maakte de WhatsApp-groep aan. Gekozen werd voor de groepsnaam ‘Dhr. Hodde’. Ilona: “Iedereen stelde zichzelf kort voor in de groep. Mijn man en ik, mijn broer en schoonzus en alle kleinkinderen die lid zijn van de groep. Alleen mijn vader en moeder zelf en de jongere zus van mijn vader nemen niet deel aan de groep, omdat zij geen smartphone hebben. Mijn tante is helemaal bij de tijd met tablet en computer, dus hopelijk komt dat nog.”

De WhatsApp-groep is bedoeld voor het delen van leuke berichten en foto’s. Linda stuurt vaak een kort berichtje wat ze op een dag hebben gedaan met een foto van meneer Hodde in actie. Bijvoorbeeld van het sjoelen. “Daarop kregen we meteen reactie van Tjarda, de kleindochter van meneer, want ook zij heeft sjoeltalent.” Ook aan de verjaardag van meneer Hodde wordt op de dagbesteding aandacht besteed. “En dat delen we dan weer met de familie”.

Lees verder: http://www.expertisecentrummantelzorg.nl/WhatsApp-experiment

Bookmark and Share

Politieke standpunten zorg ~ Gevolgen miljoenennota 2016 voor zorg & welzijn


zusterDe Miljoenennota 2016 en Rijksbegroting 2016 zijn op Prinsjesdag (dinsdag 15 september 2015) weer bekend gemaakt. Wat zijn de gevolgen van de plannen op het gebied van zorg, welzijn en werk?

Ontwikkelingen Zorg & Hulp
Het huidige zorgstelsel in Nederland is aan flinke veranderingen onderhevig mede vanwege de explosieve stijging van de zorgkosten. Sinds 2001 is de gezondheidszorg de grootste kostenpost met bijna 75 miljard euro. Dit is 30% van de rijksoverheidsuitgaven. Indien deze zorgkosten in het huidige tempo doorgroeit, dan zal in 2040 de helft van de rijksvergroting opgaan aan de gezondheidszorg.

Met ingang van 1 januari 2015 is de zorg in Nederland veranderd. De Wet langdurige zorg (Wlz) heeft de AWBZ vervangen. Gemeenten en zorgverzekeraars hebben meer taken gekregen. Bekijk het overzicht van wet- en regelgevingen die bij kunnen dragen aan het organiseren van zorg & hulp.

Lees meer: http://www.zorghulpatlas.nl/zorghulpnieuws/analyse-verkiezingspogrammas/

Bookmark and Share

Slow social work in Rotterdam ~ als antwoord op het tandeloos welzijnswerk


cover_Het_belang_van_slow_social_work_234wr-1433425279Typisch Rotterdams zoals ze daar het beleid in de sociale sector weer eens stevig op de schop nemen. Deze keer om plaats te maken voor Welzijn Nieuwe Stijl. Platform 31 wijst in het rapport Het belang van slow social work op de tandeloosheid van de opeenvolgende beleidswisselingen in het sociaal domein. En ziet veel meer in een organische verandering met een bescheiden rol voor professionals. Samenlevingsopbouw nieuwe stijl, slow social work op zijn Rotterdams.

Werkelijk elke gemeente in ons land worstelt er mee: de transitie, en de transformatie voor wie hogere ambities heeft met het sociaal domein. Het is work in progress, niemand kan voorzien hoe deze omslag in zorg en welzijn precies zal uitpakken. Wel lopen er diverse onderzoeken, evaluaties, enquêtes en worden er statistische gegevens verzameld. Vaak zijn het dagkoersen, cijfers die nog weinig houvast bieden en bespiegelingen die in het gunstigste geval te bestempelen zijn als educated guesses. Dan zijn er nog de succesverhalen, best practices en handzame lijstjes met tips die instant succes in het vooruitzicht stellen. Wat in veel publicaties onvoldoende tot zijn recht komt is de gelaagdheid van de materie, in het bijzonder de dilemma’s en tegenstrijdigheden die gepaard gaan met zo’n omslag. Het is lastig om deze complexiteit op een toegankelijke manier uiteen te zetten.
De publicatie Het belang van slow social work van Platform31 is een mooi tijdsdocument over het Rotterdamse welzijnswerk waar het roer voor de zoveelste keer om moet. De auteurs Radboud Engbersen en Tineke Lupi doken in beleidsrapporten, spraken over een langere periode met bestuurders, ambtenaren, professionals en vrijwilligers. Ze keken ter plekke en spraken met direct betrokkenen. Hun keuze om buurthuizen en religieuze gemeenschappen onder de loep te nemen, is een gouden greep. Daar leggen ze de Achilleshiel van het welzijnswerk bloot, en sprokkelen er de bouwstenen voor een andere benadering: het slow social work.

Retorische beleidstaal
Rotterdam heeft een traditie hoog te houden als het gaat over sociale uitvindingen: Duimdrop, Opzoomeren, Mensen maken de stad, Perron Nul, de inzet van mariniers, het Kwaliteitspanel, de APK-projectgarage, Topscore, om zo maar eens wat voorbeelden te noemen. Een kwart eeuw geleden werd de spraakmakende Rotterdamse versie van sociaal vernieuwen zelfs tot kabinetsbeleid verheven. Engbersen en Lupi volgen het beleidsspoor van de afgelopen 25 jaar en lichten er een rode draad uit die ondanks alle wisselingen in het beleid, steeds weer de kop op steekt: de rol van de burger als gangmaker voor sociale veranderingen. De jongste beleidsrapporten, – met termen als eigen kracht, zelfredzaamheid, burgerkracht en zelforganisatie -, wijzen opnieuw in die richting. En ook uit dit rapport blijkt dat het een hardnekkige kwestie is om de regie echt in handen te leggen van burgers. De auteurs concluderen : ‘…dat de veranderingen in het welzijnswerk zich vooral op institutioneel niveau tussen de overheid en welzijnsinstellingen afspelen.’ Saillant is dat bestuurders en ambtenaren de mentaliteit van de burgers en het gebrek aan kennis van het beleid, als oorzaken aanwijzen waarom de beleidsvoornemens maar niet aarden. En de burgers die wel actief worden, krijgen het verwijt dat ze zich alleen inzetten voor de eigen groep, in plaats van de buurt in zijn geheel. Zoveel wantrouwen jegens de eigen burgers zegt wel iets over het retorisch gehalte van hun beleidsnota’s. Read more

Bookmark and Share

Nieuwe visie op zorg en dienstverlening aan ouderen – Universiteiten in Nederland en België starten onderzoeksproject D-SCOPE


dscopeDe komende vier jaar bundelen universiteiten van Brussel, Leuven Antwerpen, Maastricht en de Hogeschool Gent hun krachten in het multidisciplinaire onderzoeksproject D-SCOPE. Daarin werken internationale experts op het gebied van ouder worden gezamenlijk aan strategieën voor het verbeteren van de preventie en ondersteuning aan kwetsbare ouderen. Het project is in april van start gegaan en komt in september met de eerste aanbevelingen.

D-SCOPE staat voor ‘Detection, Support and Care for Older People: Prevention and Empowerment’. De twaalf professoren en zeven doctorandi van de samenwerkende universiteiten die aan dit project meewerken, krijgen steun van een onderzoeks- en valorisatiecoördinator. D-SCOPE neemt een breed scala aan onderzoeksdomeinen onder de loep, waaronder vroege signalering van kwetsbaarheid en dementie aan ouderen, empowerment van kwetsbare ouderen, mantelzorg, formele en informele netwerken en de kwaliteit van leven. De uitdaging is om in de eigen woonomgeving te zoeken naar de best passende hulp en dienstverlening aan ouderen die langer thuis willen wonen. D-SCOPE krijgt vier jaar de tijd om dit te realiseren. Het wordt gefinancierd door het Vlaamse agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT-SBO).

De coördinatie van D-SCOPE is in handen van professor dr. Liesbeth De Donder van de VU in Brussel. Daar vond begin april dit jaar ook de aftrap plaats. De opdracht voor dit multidisciplinaire onderzoeksproject is om bij te dragen aan het verhogen van de levenskwaliteit van een groeiende groep kwetsbare ouderen, tegen de achtergrond dat de maatschappelijke kosten moeten afnemen. Dat vraagt om een zorg- en dienstverlening die niet alleen beter is, maar ook nog eens efficiënter te werk gaat.
Tijdens de presentatie vertelde Den Donder dat voor een dergelijke exercitie de benodigde meetinstrumenten en ondersteuningsvormen ontbreken. Daar wordt momenteel aan gewerkt. Den Donder zegde toe dat in het eerste rapport dat in september verschijnt met meetinstrumenten en voorstellen voor interventies die gunstig uitpakken voor zowel de kosten als de kwaliteit.

De deelname van een team uit Maastricht geeft dit project een internationaal tintje. De drie wetenschappers van Universiteit Maastricht die een bijdrage leveren aan D-SCOPE, zijn hoogleraar ouderen geneeskunde Jos Schols, hoogleraar sociale gerontologie Ruud Kempen en onderzoeker en universitair docent Rixt Zijlstra. Vanuit Maastricht werken ze aan een instrument of een methodiek die de ‘kwetsbaarheidsbalans‘ opstelt. Het moet gaan om een meetinstrument dat niet alleen kijkt naar de beperkingen, maar ook in kaart brengt wat kwetsbare ouderen nog wel kunnen. Voor deze Nederlandse bijdrage kunnen ze in Maastricht gebruik maken van de data en de expertise die het Nationaal Programma Ouderenzorg (NPO) heeft opgebouwd. Op hun onlangs vernieuwde website presenteert het NPO de Toekomstvisie en Veranderagenda BeterOud met de belangrijkste thema’s, sleutels voor succes en de ambities voor de komende tien jaar.

Voor meer informatie:

D-SCOPE : http://www.d-scope.be
– Over de bijdrage van Universiteit Maastricht aan dit onderzoeksproject: http://www.maastrichtuniversity.nl/newstudy.htm
– Nationaal Programma Ouderenhttp://www.beteroud.nl/beteroud.html
Toekomstvisie van het NPO: http://www.beteroud.nl/Toekomstvisie.pdf

Bookmark and Share

Nu de wipkip en de hangplek voor de jeugd er verlaten bijliggen ~ De buurt als vitale omgeving voor ouderen


Foto: www.kennislink.nl

Foto: www.kennislink.nl

De vragen en dilemma’s die de vergrijzing oproept, reiken verder dan alleen betaalbare zorg. Zelfredzaam zijn is essentieel voor ouderen. Ondanks noodzakelijke zorg willen ze zo lang mogelijk zelfstandig thuis wonen. Wat daaraan bijdraagt zijn plekken om andere mensen te ontmoeten, een omgeving waar wat te beleven valt en voorzieningen binnen handbereik. Want ouderen die vaker de deur uit gaan, zijn zelfredzamer en blijven langer thuis wonen. De buurt doet er weer toe.

Nederland vergrijst in rap tempo. De komende 25 jaar nemen zeventig plussers het grootste deel van de bevolkingsgroei voor hun rekening. In percentages stijgt hun aantal van 17 % dit jaar naar 25 % in 2040. Over 15 jaar is één op de vier Nederlanders ouder dan 70 jaar. Vooruitlopend op een alsmaar uitdijende vraag naar zorg, sleutelt de overheid alvast stevig aan ons zorgstelsel. Verzorgingshuizen gaan dicht en er vindt een verschuiving plaats naar ambulante zorg aan huis. Daarmee wordt ingehaakt op de wens van het gros van de ouderen. Die stellen de pijnlijke beslissing om op hun oude dag te verkassen naar een zorgvoorziening het liefst zo lang mogelijk voor zich uit. Er is inmiddels een waaier aan mogelijkheden voorhanden om  zelfstandig thuis te blijven wonen: hulp aan huis, aanpassingen aan de woning, domotica voor zorg op afstand en het inschakelen van familie en vrienden. Maar ondanks de beschikbaarheid van al deze mogelijkheden, zal de zorg de komende decennia onder druk blijven staan. Financieel, omdat de leeftijdsgroep in omvang zo sterk aan het toenemen is. Een andere reden is dat wij de komende decennia rekening moeten houden met een generatie ouderen die uit ander hout gesneden is. De impact daarvan zou wel eens groter kunnen zijn dan nu is te voorzien.

Ander slag ouderen
De nieuwe lichtingen zeventig plussers zijn babyboomers die dank zij gestegen welvaart gemiddeld genomen vitaler zijn, sportiever en langer gezond. Kritischer ook dan vorige generaties, opgegroeid in de zestiger jaren. Vrouwen hebben de emancipatie en een eigen carrière achter de rug, konden zich losmaken uit knellende tradities. Terwijl de groeiende groep migranten op oudere leeftijd hun traditionele wortels juist meer zijn gaan koesteren. Komende generaties ouderen zullen meer divers zijn met een steeds grotere variatie aan levensstijlen. En de hang naar autonomie en zelfredzaamheid zal een veel belangrijker rol spelen dan tot nu toe het geval was. Ook als zich ouderdomskwalen aandienen. Ze zijn over het algemeen koopkrachtiger en daardoor beter is staat om hun eigen oplossingen te regelen en daar soms ook zelf voor te betalen. Maar dat geldt zeker niet voor iedereen. Door de veranderingen in de zorg staan de zorgvoorzieningen en de professionele hulp sterk in de belangstelling. Dat heeft alles te maken met de stijgende zorgkosten die op ons afkomen. Want de komende generaties staan op het punt om heel oud te worden. Met als belangrijkste verschil dat ze op een andere manier oud willen worden. De clichés van volle zalen met bejaarden aan de bingo en grijze mannen in rokerige biljartzalen, is achterhaald. De zeventigplusser van nu en straks is kieskeuriger, stelt andere eisen en is ook individueler ingesteld. De vraag is of daar wel voldoende rekening mee gehouden wordt?

Paradigmawisseling
De discussie over de veranderingen in de zorg gaat met name over de financiële houdbaarheid en de ingrepen in het zorgstelsel. Voorzieningen in de zorg zijn gestoeld op de lichamelijke en fysieke beperkingen die mensen op leeftijd ondervinden en bieden ter ondersteuning een passend zorgaanbod. In dit artikel benaderen we de gevolgen van vergrijzing vanuit een breder kader dan alleen de zorg. In plaats van een toenemende behoefte aan zorg, nemen we de wensen en de capaciteiten van ouderen als uitgangspunt. Met als doel op langere termijn om ouderen zo lang mogelijk vitaal en zo zelfredzaam als maar kan, deel te laten nemen aan het dagelijks leven. Want daar is het de nieuwe generatie ouderen om te doen, die wil ook in hun derde levensfase de regie niet zo maar uit handen geven. De komende generatie ouderen zal, ook wanneer zich lichamelijke en geestelijke beperkingen aandienen, veel langer de behoefte hebben om maatschappelijk actief te blijven en aan het openbare leven deel te nemen. Dit brengt met zich mee dat we met een andere blik naar de gevolgen van vergrijzing moeten kijken. En voorwaarden moeten creëren die dit mogelijk maken. In het Engels wordt deze aandacht voor een actieve en gezonde oude dag aangeduid als healthy aging. Read more

Bookmark and Share

Het lokale burgerinitiatief – Ondernemende pioniers verkennen het sociale domein


ondernemende burgerApril 2015. Door de introductie van de participatiesamenleving kregen de debatten over de opkomst van burgerinitiatieven al snel een ideologische lading. Nu het aantal initiatieven van burgers verder toeneemt, verbreedt de aandacht zich naar verhalen over de praktijk. En dienen zich nieuwe discussies aan. Berichten uit een omstreden niemandsland van pseudovrijwilligers en cryptoprofessionals.

De meest recente publicatie, en meteen ook de meest ontnuchterende is De ondernemende burger, een journalistiek verslag van een rondgang langs circa vijftien burgerinitiatieven. De auteurs, Marcel Ham, hoofdredacteur van het Tijdschrift voor sociale vraagstukken en freelance journalist Jelle van der Meer, zijn gedurende een half jaar door heel het land op reportage geweest en hebben lokale initiatieven vaak meer dan eens opgezocht. De couleur locale van zo’n bezoek kleurt een verhaal en relativeert soms de beste bedoelingen waarmee een initiatief van start is gegaan. Dat is al gelijk in het eerste hoofdstuk het geval bij de Lucas Community, een voormalige Renault-garage in het Amsterdamse stadsdeel Osdorp. Lopend door het gebouw laveren de bezoekers langs stapels planken en houtplaten en zien links en rechts lokalen leeg staan. De rondleider doet een poging om dit beeld bij te stellen. Hij legt uit dat ze tot voor kort organisch en intuïtief te werk gingen en nu in een overgangsfase zitten. Met hun observaties ter plekke prikken de journalisten daar moeiteloos doorheen. Tegelijkertijd schetsen ze hoe deze groep goedwillende burgers aan hun lot wordt overgelaten door de gemeente. En zich als huurders van het pand voor onmogelijke opgaven geplaatst zien. Het boek is overigens allerminst een opsomming van kommer en kwel, de successen en dissonanten wisselen elkaar af. Op een aanschouwelijke manier wordt duidelijk dat het op poten zetten van een burgerinitiatief vaak een kwestie van vallen en opstaan is.

Pioniersgeest
De auteurs van De ondernemende burger slagen er niet in om hun onderwerp goed af te bakenen. Dat werken ze in de hand door te kiezen voor een grote variatie aan burgerinitiatieven. Maar komt ook doordat ze een controversieel thema te pakken hebben met uiteenlopende belangen. Aan de ene kant een overheid die het initiatief meer aan de burger wil laten. Deels uit ideële motieven; de zelfredzame burger wordt op het schild geheven. Maar vooral om het financieel zuiniger aan te kunnen doen met de publieke uitgaven. Haaks daarop staan de motieven van burgers om zich in te zetten. Wie de vijftien lokale initiatieven doorleest, treft daarin een mêlee aan beweegredenen die tot een burgerinitiatief hebben geleid. Dat is soms puur uit idealisme, maar ook uit welbegrepen eigenbelang, dan wel uit betrokkenheid bij een buurt of dorp, en voor pensioengerechtigden biedt vrijwilligerswerk een nieuwe uitdaging, waar het voor anderen een alternatief is bij gebrek aan betaald werk. En vaak gaat het om een combinatie van factoren. Even uiteenlopend zijn de aanleidingen voor de start van een initiatief: de sluiting van een buurthuis, ouderen die onvoldoende zorg krijgen, een flat die leeg komt, het open houden van een zwembad, of nieuwe vormen van energieopwekking die milieuvriendelijk en kostenbesparend zijn. Ze komen allemaal langs in het boek. Samen illustreren ze het hybride karakter van initiatieven die vaak nog in de kinderschoenen staan. En waarvan niet duidelijk is of ze een lang leven beschoren zijn. Wel valt alvast iets te zeggen over succesfactoren die deze projecten in het zadel hebben geholpen. Read more

Bookmark and Share

  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Recent Rozenberg Quarterly Articles


  • Ads by Google
  • Rozenberg Quarterly Archives