Crowdfunding in de zorg – een nieuw kunstje of een andere koers?


image001Januari 2015. De afgelopen vijf jaar is de belangstelling voor crowdfunding razendsnel toegenomen. In de zorg gebeurt dat tot nu toe in de marge. Is crowdfunding wel iets voor de zorg? Als instrument om de begroting weer sluitend te krijgen? Of om vernieuwingen in de zorg aan te zwengelen? Allebei, blijkt uit deze verkenning.

Maar eerst de vraag waar we het over hebben bij crowdfunding. Een campagne waarmee je de crowd digitaal uitdaagt met een smak geld over de brug te komen? Die faam heeft crowdfunding de afgelopen jaren opgebouwd door de sterke verhalen die rondzingen. Een bekend voorbeeld is de berooide filmproducer die jarenlang met een script leurde. Dankzij crowdfunding kreeg hij het budget voor het maken van zijn film opeens met gemak bij elkaar. Of de bedenkers van De Windcentrale die zomaar € 7 miljoen binnenhaalden voor de bouw van twee enorme windmolens. De film werd een kassucces en de windmolens leverden de donateurs behalve groene stroom, ook nog eens een ongekend hoog rendement op. Degelijke succesverhalen hebben crowdfunding het imago bezorgd dat het dromen waar kan maken. Maar hebben we hier inderdaad te maken met zo’n wondermiddel?

Open het dorp
Tijdens de Nationale Zorgvernieuwingsdag begin november waarschuwde Ronald Kleverlaan voor de misvatting dat crowdfunding een ongelimiteerde geldkraan is, of een digitale fruitautomaat. Kleverlaan is pionier en specialist op dit gebied, hij is ook één van de vier auteurs van de publicatie ‘Crowdfunding, de hype voorbij’. Volgens hem zijn de massamedia en een eindeloos grote crowd geen doorslaggevende factoren voor succes, veel bepalender is hoe je de familie, vrienden, kennissen of een verwante community vanaf het begin bij je plannen betrekt. Ook maakte hij in zijn presentatie duidelijk dat aspecten als het creëren van draagvlak, klantenbinding en marketing bij crowdfunding minstens zo belangrijk zijn als het geld dat je hoopt binnen te halen. Een ander misverstand is dat het bij crowdfunding om iets heel nieuws gaat. Ter relativering komt Kleverlaan met een voorbeeld uit 1885; de onvoorziene bouw van een 45 meter hoge stervormige sokkel van het Vrijheidsbeeld in Amerika. Dankzij een inzamelingsactie van de New York World, een grote krant in die stad, is destijds het ontbrekende bedrag voor die sokkel er alsnog gekomen. Crowdfunding, wil hij maar zeggen, dateert van ver voor het internettijdperk. Het mooiste voorbeeld uit eigen land is natuurlijk ‘Open het dorp’; een grote inzamelingsactie in 1962 voor de bouw van woningen in een dorp vlakbij Arnhem , exclusief voor gehandicapten. Uniek voor die tijd was dat de actie 24 uur lang rechtstreeks op tv werd uitgezonden. In beide voorbeelden gaat het om nieuwe media uit die tijd. Want in 1885 was de New York World pionier en in 1962 was televisie een betrekkelijk nieuw fenomeen. Ook voor crowdfunding geldt dat het zich kan nestelen dankzij de vlucht die internet en sociale media het afgelopen decennium hebben genomen.

Hoge verwachtingen
De komst van online platforms heeft gezorgd voor de snelle groei van crowdfunding, dat zich de voorgaande jaren beperkte tot individuele oproepen op websites. Een van de eerste online platforms in ons land, Sella Band, dateert van 2006. Donaties op dit platform waren voor muzikanten die hun nieuwe cd onder professionele begeleiding in een goed geëquipeerde studio wilden opnemen. Wie doneerde deelde mee in de winst van de cd-verkoop. De zangeres Hind haalde in 2010 op die manier binnen twee weken 40.000 dollar op. Ondanks dit succes wist Sella Band kennelijk geen lonend verdienmodel te vinden, want een jaar later gingen ze failliet. In deze beginperiode was crowdfunden vooral geliefd in kringen van kunst en cultuur, deze sector had in die tijd nogal last van overheidsbezuinigingen. Campagnes waren doorgaans kleinschalig van opzet en zaten in de fase van pionieren. De afgelopen jaren volgde een periode van groei; crowdfunding is in alle denkbare segmenten van de samenleving doorgedrongen. De omzet was in 2012 wereldwijd twee miljard euro, aldus een rapport van de Wereldbank. De Verenigde Staten, het Mekka van de crowdfunding, haalden dat jaar één miljard binnen, Europa 670 miljoen euro en het aandeel van Nederland was in 2012 nog heel bescheiden met circa 14 miljoen euro. Dit bedrag steeg een jaar later al wel naar 32 miljoen. Toch zet Kleverlaan voorzichtig een vraagteken bij al te hoge verwachtingen dat deze groei zich zo spectaculair blijft voortzetten. Read more

Bookmark and Share

Lenig en op leeftijd – een sportieve oude dag met applied games of een ommetje langs het beweegpad in de buurt?


http://www.kwiekbeweegroute.nl/

http://www.kwiekbeweegroute.nl/

November 2014. Wie dagelijks minstens een half uur flink in beweging is, ziet deze inspanningen beloond met een hogere levensverwachting en een vitale oude dag. Onderzoeken hiernaar wijzen in die richting en ook de overheid schreeuwt het van de beleidsdaken. Met name bij ouderen valt veel gezondheidswinst te boeken. De vraag is vooral: hoe haal je die over in beweging te komen en deel te nemen aan sportieve activiteiten? Met de verleidingen uit de gamesindustrie? Of heeft het alledaags bewegen in en om huis juist de voorkeur?

Er is in Nederland waarschijnlijk geen enthousiaster promotor van het bewegen op de oude dag te vinden dan professor dr. Erik Scherder, hoogleraar en hoofd van de afdeling Klinische neuropsychologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. Inmiddels ook bekende Nederlander door zijn gastoptredens in het tv-programma De Wereld Draait Door. En auteur van de bestseller ‘Laat je hersenen niet zitten’. Volgens Scherder is bewegen niet alleen goed voor je lijf, maar ook heilzaam voor de hersenen. Eén van zijn stellingen is dat mensen die meer bewegen hun kans op het ontwikkelen van dementie verkleinen. Behalve deze preventieve werking loont bewegen ook als mensen eenmaal dementie hebben: ze verbeteren daarmee hun algehele conditie, zitten beter in hun vel, hebben meer trek in eten en zelfs hun nachtrust is er bij gebaat. Daar komt nog het voordeel bij dat sportieve ouderen minder vaak een beroep doen op de zorg.

Een hit in Mol
Scherder is geen Don Quichotte die alleen staat in zijn missie, in de wetenschap wordt steeds meer bekend over de relatie tussen gezondheid en bewegen. Ook de overheid onderstreept in alle toonaarden zijn pleidooi voor een actieve leefstijl, blijkt uit de stroom aan nota’s, folders, subsidies, campagnes, beweegprogramma’s en regelingen. Zo zijn verpleeg- en verzorgingsinstellingen vanaf 2015 verplicht in hun beleid aan te geven dat bewegen een structureel onderdeel is van de geleverde zorg. Zo’n regeling levert weer veel rapporten en aanbevelingen op. En af en toe komt er een sprankelend praktijkvoorbeeld voorbij. Zoals onlangs het bericht over een verzorgingshuis in het Belgische plaatsje Mol waar ze in de ontmoetingsruimte grote beeldschermen voor de hometrainers hebben neergezet. Tijdens het trappen fietsen ze op het beeldscherm voor zich door oude buurten van Mol zoals ze die uit hun jonge jaren kennen. Het project blijkt een hit, het aantal gefietste kilometers is omhoog geschoten. Op een aanstekelijke manier is hier de techniek gecombineerd met de vaardigheden en interesses van de ouderen.

Bewegingsgames
Er is nog zoveel meer mogelijk met de digitale technieken waar we anno 2014 over beschikken. Het rapport ‘Let’s play’ met de ondertitel ‘ouderen stimuleren tot bewegen met applied games’ doet er dan ook een flinke schep bovenop in een toekomstverkenning. Die hebben TNO en VitaValley uitgevoerd in opdracht van Applied Gaming for Healthy Agingop, een coalitie waarin universiteiten, zorgverzekeraars, ouderenbonden en zorginstanties met elkaar samenwerken. Doel is om bewegingsgames voor ouderen onder de aandacht te brengen, zowel bij ontwerpers en producenten als ouderen en zorgorganisaties. Want de markt van bewegingsgames voor ouderen staat nog in de kinderschoenen, melden de auteurs van het rapport. Ze doen tien aanbevelingen voor een betere match tussen game industrie en ouderen. Ouderen hebben nog een zetje nodig om de smaak te pakken te krijgen, want ouderen die eenmaal aan het gamen slaan zijn snel verkocht. En voor de gameproducenten ligt er een nieuwe markt, zeggen de auteurs met zoveel woorden.

Leefstijl van jongeren
Waarom komt het gamen nog niet van de grond? Met de vergrijzing die in een dubbele versnelling toeneemt zijn de vooruitzichten op een toenemende belangstelling toch veelbelovend?! Daar komt bij dat de nieuwe generatie ouderen digitaal vaardiger is, de apparatuur wordt gebruiksvriendelijker en er is technisch steeds meer mogelijk. Het beeld van ouderen als digibeet klopt allang niet meer. In 2013 maakte 55% van de 65-plussers tot 75 jaar dagelijks gebruik van internet. Eén op de vijf nog helemaal niet, maar deze groep zal steeds kleiner worden. Ook in de zorg en de welzijnssector wordt steeds meer gebruik gemaakt van digitale technieken, denk hierbij aan e-Health en domotica. Dit zijn stuk voor stuk allemaal gunstige voorwaarden voor de introductie van bewegingsgames. Ook wordt uitvoerig uit de doeken gedaan waarom het gamen zo stimulerend is om te bewegen. Zou het dan toch liggen aan de aantrekkelijkheid van de games? Is het aanbod van bewegingsgames te zeer geënt op de leefstijl en leefwereld van de jongere, zoals het rapport suggereert? Read more

Bookmark and Share

Bonger Instituut voor Criminologie


darklondonalleyHet Bonger Instituut voor Criminologie is een multidisciplinaire onderzoeksgroep binnen de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Het instituut is vernoemd naar Willem Adriaan Bonger (1876-1940), de eerste hoogleraar sociologie en criminologie aan de Universiteit van Amsterdam. In die traditie doen wij onderzoek naar criminologische ontwikkelingen in samenhang met rechtshandhaving. Deze dynamische relatie onderzoeken wij vanuit drie hoofdvragen:
– Hoe werkt de formele controle van criminaliteit?
– Hoe en op welke schaal ontwikkelen de aard en omvang van criminaliteit?
– Hoe verhouden deze gebieden zich tot elkaar?

Nu onder meer online:
Uit de schaduw – Jongeren en drugs in Amsterdam Zuidoost
Verborgen werelden – Minderjarige jongens, misbruik en prostitutie
Hulpaanbod seksueel misbruik
Insluiten of heenzenden ~ Problematische GHB-gebruikers op politiebureaus, in bewaring en in verzekering

Het Bongerkaternhttp://rozenbergquarterly.com/bonger-instituut/

Bookmark and Share

Toolkit dementievriendelijk ontwerpen ~ Hoe een architect kan helpen om langer thuis te blijven wonen


aap-noot-miesOktober 2014. Een gladde, glimmende vloer, chloorlucht in de keuken en bewegende gordijnen, het is allemaal not done. Wel aan te raden is het gebruik van absorberende, geluiddempende materialen, zware gordijnen, een keuken die naar eten ruikt en een badkamer naar zeep. Zo maar een greep uit de tips van de Toolkit Dementievriendelijk Ontwerpen, ontwikkeld door KAW architecten in opdracht van Kenniscentrum Wonen-zorg van Actiz Aedes. De auteurs bieden een overzichtelijke lijst do’s en don’ts die van nut zijn bij het ontwerpen en inrichten van woonruimtes voor mensen met dementie.

De uitgave bestaat uit drie delen, het eerste deel is thematisch van opzet, met aandacht voor de zintuigelijke waarnemingen. Het tweede deel gaat over aanpassingen in een zelfstandige woning. Het derde deel behandelt de tips waar rekening mee gehouden moet worden in een zorgcomplex. Met een indeling in geschikt en ongeschikt en door foto’s met foute voorbeelden, een rood kruis wordt in één oogopslag duidelijk gemaakt wat wel en niet aan te bevelen is. Maar de belangrijkste tip van deze uitgave staat in de inleiding. Dat is het advies aan ontwerpers om als het ware in de huid te kruipen van iemand met dementie en zich tevoren in te leven hoe deze een ruimte ervaart. De auteurs hebben zich intensief in de materie verdiept, valt ook op te maken uit de uitgebreide documentatie. Op basis van al die kennis komen ze tot hele praktische tips die ontwerpers ongetwijfeld veel houvast bieden. Toch ligt juist hier de Achilleshiel van deze prachtige catalogus. Want uit de introductie op het onderwerp valt op te maken dat een ontwerper niet kan volstaan met het afvinken van deze checklist, terwijl de Toolkit daartoe juist wel heel erg uitnodigt.

Overbruggen van twee werelden
Voor mensen die het besef van tijd en ruimte langzaam kwijtraken, is de indeling van een huis heel erg belangrijk, net als de inrichting van de woonruimte. Dementie is een complexe ziekte en mensen met dementie zijn niet over één kam te scheren, het gaat om mensen van vlees en bloed met een eigen achtergrond. Vandaar dat er rekening gehouden moet worden met een grote diversiteit in de aard en intensiteit van hun beperkingen en verschillen in stadia van dementie die te onderscheiden zijn. Dit vraagt heel veel van een ontwerper. Naast zijn vakkennis vereist dit ook inzicht in de betekenis van de beperkingen in het dagelijks leven van mensen en inlevingsvermogen in de dilemma’s waar ze tegen aanlopen. Het is lastig om het verschil te overbruggen tussen de wereld van het ontwerp en design en de complexe en kwijnende werkelijkheid van mensen met geheugenproblemen en toenemende dementie. Hier ligt nog wel een uitdaging voor een vervolguitgave.

Gigantische markt
Het thema komt regelmatig langs in het nieuws: de dubbele vergrijzing en in het kielzog hiervan het groeiend aantal mensen met dementie. Alles wijst er op dat het om een urgent maatschappelijk probleem gaat. De zorg krijgt het hier de komende decennia nog druk mee. Te meer omdat er binnen afzienbare tijd geen medicijnen op de markt komen om deze ziekte de kop in te drukken. Vandaar ook dat de overheid haast maakt met maatregelen om de kosten voor de zorg in de hand te houden. Bijvoorbeeld door het gebruik van woon- en zorgvoorzieningen af te remmen. En het beleid er op te richten dat mensen met ernstige geheugenproblemen of dementie langer thuis blijven wonen. Dit laatste ligt overigens voor de hand, want dit is in het algemeen ook de wens van ouderen zelf. Toch is nu al te voorzien dat het gros van de huizen niet voldoet aan de toekomstige eisen die samenhangen met de ouderdom en dementie. Goed beschouwd ligt hier een gigantische markt voor het bouwen en levensloopbestendig maken van woningen voor deze doelgroep. Ook de zorg is gebaat bij beter aangepaste huisvesting, want hun werkdruk wordt ontlast als er in woningen voldoende rekening wordt gehouden met de beperkingen vanhun cliënten. Want naast meer mantelzorg en de introductie van slimme technische hulpmiddelen, kan ook het aanpassen van huizen soelaas bieden om dementerenden langer thuis te laten wonen. Read more

Bookmark and Share

Het Odensehuis – Een innovatief clubhuis voor wie te maken heeft met dementie


de-mens-zie festival 12 april 2014

de-mens-zie festival
12 april 2014

Oktober 2014. Het Odensehuis viert dit jaar zijn eerste jubileum, het inloophuis voor en door mensen met beginnende dementie en hun naasten bestaat vijf jaar. Twee jaar eerder, in 2007, staken een aantal Amsterdammers die persoonlijk en professioneel betrokken zijn bij dit onderwerp, de koppen bij elkaar. Zij vonden dat er een plek moest komen waar mensen met geheugenproblemen en hun dierbaren al in een vroeg stadium terecht kunnen. Voor informatie en advies, maar ook voor een kop koffie, een goed gesprek of voor culturele activiteiten. Een trefpunt waar ze gelijk vanaf de diagnose en in de verwarrende periode daarna terecht kunnen. Dat blijkt van onschatbare waarde, ook voor het welbevinden in latere stadia van de ziekte. De aanpak van het Odensehuis blijkt een schot in de roos, elders in Amsterdam en door het hele land komen nieuwe Odensehuizen van de grond.

De naam van het Amsterdamse Odensehuis is ontleend aan een tot de verbeelding sprekend ontmoetingscentrum voor mensen met dementie in de Deense stad Odense. De formule in Amsterdam vindt zijn oorsprong in soortgelijke initiatieven in Denemarken en Schotland. Het is een formule die op een aantal essentiële punten afwijkt van reguliere voorzieningen in ons land, zoals de dagopvang, de Alzheimercafés en ontmoetingscentra die in de afgelopen vijftien jaar zijn opgezet door zorginstellingen. Die bieden hulp en ondersteuning vanuit een professionele setting, terwijl het Odensehuis een vrijwilligersinitiatief is. De activiteiten van het Odensehuis worden uitgevoerd vanuit een eigen pand dat qua karakter nog het meest weg heeft van een klassiek clubhuis. Het is een accommodatie voor lotgenoten, in het Odensehuis spreken ze van participanten, die zich daar met hun mantelzorgers en vrijwilligers thuis voelen, ‘onder elkaar’ zijn. Ze ondernemen er ook zelf activiteiten, treden samen naar buiten en komen met verwanten en vrijwilligers op voor hun belangen. De belangstelling voor dit concept groeit en vindt steeds meer navolging. Het Odensehuisbestuur heeft samen met een aantal zorg- en welzijnsorganisaties in de stad de Odense-alliantie opgericht. En een manifest opgesteld met een pleidooi voor verbeteringen in de zorg voor deze groeiende groep Amsterdammers: De Amsterdamse dementiebrief. Die oproep is in 2013 tijdens de Week van de Dementie gepubliceerd. De Odense-alliantie zet zich ook in om het concept van het Odensehuis elders in de stad te introduceren. Er zijn nu op vier locaties in de stad Odensehuizen en twee in Amstelveen. Elders in het land is een Odensehuis gestart Groningen, Vlissingen, Wageningen, Oud-Beijerland en Velsen. In vijf jaar tijd is het aantal Odensehuizen gegroeid naar 11 locaties. Maar daar blijft het niet bij, zo is wel duidelijk. In diverse steden zijn plannen voor zo’n centrum in de maak. En heeft het onlangs geopende Geheugenhuis in Huizen, Noord-Holland, veel weg van deze formule.

Jullie lopen op ons beleid vooruit
Nederland telt bijna een kwart miljoen mensen met dementie, de verwachting is dat dit aantal in 2040 zal verdubbelen naar een half miljoen. Die verdubbeling wordt ook verwacht voor de 85.000 Amsterdammers die door dementie getroffen zijn. Het is een onfortuinlijke keerzijde van de vergrijzing, één op de drie 65-plussers is tegen die tijd dit lot beschoren zolang er geen medicijn tegen deze hardnekkige ziekte gevonden wordt. Op korte termijn ziet het daar niet naar uit. Vergeleken met kanker blijkt het heel moeizaam vooruitgang te boeken bij de behandeling, laat staan de genezing van dementie. Dit voedt dan ook de voorspelling dat dementie hard op weg is om volksziekte nummer één te worden. Dit vooruitzicht krijgt een extra dimensie nu de overheid wil dat mensen met een beperking, dus ook met dementie, langer thuis wil laten wonen. Voor hen geldt het devies dat ze vaker een beroep moeten doen op de steun van mensen in hun omgeving. De drempel naar professionele hulp zal hoger worden evenals de toegang tot woonzorgvoorzieningen. Voor een deel is dit uit kostenoverwegingen, de zorg dreigt onbetaalbaar te worden. Maar er is ook sprake van een paradigmawisseling in het denken over de zorg: een opwaardering van moderne deugden als zelfstandigheid en zelfredzaamheid, een omslag naar activering waar eerder werd gedacht in termen van hulpverlening. Mensen met dementie die hulp nodig hebben, moeten dit in de toekomst allereerst zelf zien te organiseren en hun persoonlijke netwerk aan te spreken. Met als gevolg dat er veel meer op de schouders terecht komen van mantelzorgers en zorgvrijwilligers. Maar ook dat er veel meer behoefte zal zijn aan een uitvalsbasis en trefpunt in de buurt waar deze mensen terecht kunnen. Een voorziening als het Odensehuis voorziet in die behoefte, en kan fungeren als schakel tussen de hulp van professionals en het netwerk van mensen die dementerenden informele steun bieden. Daarmee sluit deze voorziening naadloos aan op de doelstelling van de nieuwe WMO om de regie meer bij mensen zelf te leggen. Met `Jullie lopen op ons beleid vooruit,` complimenteerde staatssecretaris Van Rijn het Odensehuis toen hij daar in november 2013 op werkbezoek was. Read more

Bookmark and Share

Het Ubuntuplein in Zutphen – Een buurt waar ouderen wonen, werken en voor elkaar zorgen


image001Nieuwe solidariteit in de derde levensfase. September 2014. In ZorgLab2015 komen pioniers aan het woord die vanuit hun betrokkenheid zoeken naar nieuwe vormen van zorg en samenleven. Hugo Versteeg pleit al ruim tien jaar voor een andere invulling van de zogeheten derde levensfase; de generatie van zestig plussers met een carrière achter zich die een ander evenwicht willen tussen het werk en de invulling van hun vrije tijd. Als bestuurslid van de coöperatie Ubuntuplein zet hij zich in voor de bouw van een buurt waar ze samen wonen, werken en zorg delen. De plannen daarvoor zijn in een ver gevorderd stadium. In dit artikel een blik achter de schermen als aanloop naar een serie waarin wij de totstandkoming ervan op de voet volgen.

Op een voormalig industrieterrein aan de noordzijde van het NS-spoor, heeft de gemeente Zutphen de bouw van een gloednieuwe woonwijk gepland: Noorderhaven. Het bouwverkeer rijdt er af en aan, links en rechts lege kavels met wervende informatieborden. De eerste appartementen zijn inmiddels bewoond, ze kijken uit op een braak terrein waar een kleine haven gepland is. De oude pakhuizen en fabrieksloodsen in de steigers even verderop bieden binnenkort onderdak aan innovatieve ondernemers. Schuin daar tegenover een flat, op de balkons staan opgestapelde verhuisdozen, kratten bier en tijdelijk gestald huisraad van bewoners die er kortgeleden zijn ingetrokken. De eerste contouren van de nieuwe wijk zijn zichtbaar. Wie het treinstation van Zutphen via de achteruitgang verlaat, ziet recht voor zich op ruim honderd meter afstand een rij felgele containers. Ze staan op een kaal terrein, omringd door een ijzeren hekwerk. Deze afrastering markeert het grondgebied waar binnenkort de eerste paal geslagen wordt voor het Ubuntuplein.

Geen exclusief domein
Doel van het Ubuntuplein-project is het creëren van een buurt waar oudere generaties zich als een vis in het water kunnen voelen. Geen gated community of resort voor pensionado’s, maar een plek voor bewoners die er voor kiezen om midden in de samenleving te staan. En van plan zijn om ook op hoge leeftijd een actief en sociaal leven te leiden. De kiem voor dit plan dateert van ruim tien jaar geleden. In 2004 zocht een groep senioren elkaar vond in hun visie op kwesties als sociale duurzaamheid en zinvol ouder worden. Hugo Versteeg was één van hen. Deze sociale pioniers spraken af hun ideeën uit te werken en ook samen in praktijk te brengen. ‘Kijk, dit is het resultaat,’ wijst Hugo Versteeg naar een folder met een artist impression van de buurt die het moet worden, inclusief plattegronden, technische gegevens en indicaties van prijzen voor het huren en kopen van de beschikbare ruimtes. Het gepresenteerde plan behelst ruim tweehonderd levensloopbestendige woonruimtes en circa  20 kleinere ruimtes die te gebruiken zijn als atelier, werkpraktijk, kantoor of hobbyruimte. En eventueel als gastverblijf voor logés. Er zijn woningen in de sociale- en in de vrije sector, het is een mix van huur, koop- en zorgappartementen. Een heel gevarieerd aanbod, bestemd voor ouderen, ondernemers, jonge gezinnen en mensen die professionele zorg nodig hebben. Er is een grand café gepland, er zijn plekken vrijgehouden voor commerciële ruimtes en een ruim aantal plaatsen wordt gereserveerd waar de alleroudsten terecht kunnen voor verblijf- en verpleegzorg. Dit laatste onderdeel gebeurt in samenwerking met de zorgorganisatie Sutfene. Er wordt nog gekeken naar de mogelijkheid van kinderopvang en eventueel andere voorzieningen voor de jongere generaties. Want in plaats van een exclusief domein voor ouderen, is het experiment in Zutphen juist bedoeld om de buurt zo in te richten dat generaties, jong en oud, wel met elkaar in contact komen. En mogelijk iets voor elkaar kunnen betekenen.

Read more

Bookmark and Share

  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Recent Rozenberg Quarterly Articles

  • Rozenberg Quarterly Archives