Zorglab2015 – Een andere kijk op de zorg in transitie


vintage-nursing-studentsZorgLab2015 brengt nieuwe ontwikkelingen in de sociale zorg onder de aandacht. Het katern is in april van dit jaar van start gegaan. Op een journalistieke manier volgt ZorgLab2015 hoopgevende initiatieven en succesvolle praktijken op het brede terrein van zorg en welzijn. En onderzoekt de potenties van aansprekende voorbeelden. Kenmerkend is ook de interesse in het proces van vallen en opstaan dat vooraf gaat aan de resultaten. Vandaar dat ZorgLab2015 deze initiatiefnemers soms langere tijd op de voet volgt.

De zorg staat zwaar onder druk. Er is kritiek op de organisatie van de zorg vanwege bureaucratie, schaalvergroting, marktwerking,  medicalisering en verschraling van het persoonlijk contact met professionals. De overheid voert tegelijkertijd ingrijpende veranderingen door in het zorgstelsel, veel zorgtaken van het Rijk gaan naar de gemeenten. Doorslaggevend hierbij is het vaste voornemen van de overheid om de komende jaren drastisch te bezuinigen op de zorg.

Tegen de verdrukking in is er sinds een jaar of tien ook sprake van een hoopvolle ontwikkeling. Dat is de opkomst van pioniers die hun pijlen niet richten op het beleid, de overheid of op grote zorginstanties, maar zelf alternatieven bedenken en vanuit persoonlijke motieven aan de slag gaan met eigen plannen. Aanvankelijk kleinschalig, improviserend, vaak voor dierbaren in eigen kring. Vaak ook met verder reikende ambities en een flinke dosis ondernemingszin. Dat werkt aanstekelijk en inspireert ook anderen om een burgerinitiatief te starten.

Kort samengevat zijn die initiatieven te typeren als: kleinschalig, van binnen uit, van onderop, duurzaam en dichtbij huis. Hieronder drie willekeurige voorbeelden:
– Austerlitz:  in dit Utrechtse dorp kwam in recordtijd een zorg coöperatie van de grond met een waaier aan diensten voor en door de dorpsbewoners.
– Het Odensehuis, een ontmoetingscentrum en activeringsplek voor mensen met beginnende dementie.
– Het Marcus Lutherus Huis, een toneelmaker ziet dat haar moeder vanwege een complexe ziekte niet de zorg en aandacht kan krijgen die ze nodig heeft. En besluit zelf een zorgvoorziening op te richten.

Interessant is dat dit gebeurt in een periode waarin:
– De betaalbaarheid van de zorg onder druk staat, en er naar verwachting een toenemende behoefte is aan zorgverlening.
– De overheid het zorgstelsel ingrijpend verandert, en de verantwoordelijkheid meer bij de burgers zelf legt.

Een crisis werkt onorthodoxe oplossingen in de hand, zo lijkt het wel. Niet alleen in de zorg. Er ontspint zich de laatste jaren een bredere beweging van burgerinitiatieven met overeenkomstige kenmerken. Een mooi voorbeeld is de revival van de aloude coöperatie als eigentijdse manier om op solidaire basis lokaal de zorg en de energiewinning te organiseren. Dat neemt momenteel een vlucht, dergelijke initiatieven hebben ongetwijfeld een voorbeeldfunctie. Daar komt bij dat ze financieel en publicitair de wind mee hebben.
ZorgLab2015 volgt deze alternatieven met belangstelling. Het gaat om  duurzame oplossingen met een breed maatschappelijk draagvlak. De projecten blijven in beeld als blijkt dat ze na een eenmalige subsidie of een tijdelijke stimuleringsbijdrage niet op eigen benen kunnen staan. Of geen vaste plek weten te bemachtigen in het zorgcircuit. Want niet alleen de  succesvolle paradepaardjes zijn de moeite waard om te volgen. Met een langdurige en journalistieke benadering, hopen we van begin tot eind te achterhalen tegen welke barrières ze oplopen. Read more

Bookmark and Share

Een handreiking voor aanpassingen – comfortabel leven met dementie


dementie Ruim 70 procent van de ouderen met dementie woont thuis en blijft daar het liefst ook zo lang mogelijk wonen. Maar hoe zorg je daarvoor als de dementie zwaarder wordt en iemand steeds meer beperkingen ondervindt in het dagelijks leven? In de Handreiking comfortabel wonen met dementie komt de landelijke kennis- en netwerkorganisatie Platform31 met tips en suggesties voor aanpassingen in huis en omgeving. De opstellers hebben pionierswerk verricht met deze handreiking, want dementie is een complexe aandoening. Minstens zo ingewikkeld is het om de familie en hulpverleners uit te laten zoeken hoe je de omgeving daarop aan kunt passen.

De handreiking biedt een heldere uiteenzetting van dementie en wat dit betekent in het dagelijks leven van iemand die geplaagd wordt door deze ziekte. De tips zijn praktisch en nuttig te noemen, zoals: Laat de deur van een kast of van het toilet open staan als iemand moeite heeft de weg in huis te vinden. Plaats pictogrammen op deuren en voorwerp als hint voor iemand die dit niet meer thuis kan brengen. Wees voorzichtig met het plaatsen van spiegels of een glazen wand. Zorg voor heldere verlichting, duidelijke contrasten in kleuren, het kan soms helpen om een witte wc-bril te vervangen door een exemplaar met een afwijkende kleur. Al lezend valt op dat er een oneindige reeks aan technische snufjes en handigheidjes op de markt is om het leven wat comfortabeler te maken voor mensen die vergeetachtig en minder mobiel worden. Net als bij een IKEA-folder doe je heel veel ideeën op. Maar de handreiking kan niet volstaan met een opsomming van nuttige aanpassingen. Vandaar dat er ook aandacht besteed wordt aan de beleving van dementie en aan gedragsveranderingen die gepaard kunnen gaan met deze ziekte.

Twee soorten deskundigheid
In een apart hoofdstuk wordt stilgestaan bij aanpassingen die van nut kunnen zijn bij storend gedrag. Moet een deur om die reden bijvoorbeeld gesloten blijven, dan kan een kleed voor die deur de aandacht afleiden, en een regelmatig ommetje in de buurt helpen om in beweging te blijven, of het weghalen van obstakels zorgen voor meer bewegingsruimte in het huis. En voor het geval iemand deze tips al te letterlijk neemt: gooi niet van de ene op de andere dag de hele boel om, want juist dat kan tot grote onrust en verwarring leiden bij iemand met dementie. Heel terecht stellen de auteurs dat het vooral de kleine subtiele veranderingen in de directe omgeving zijn die bijdragen aan het gevoel van comfort dat mensen met dementie ondervinden in hun dagelijkse leven. Om goed te kunnen beoordelen welke impact zoiets heeft, zijn twee soorten deskundigheid nodig: iemand die de kennis en vakkundigheid heeft over dementie en alle mogelijke aanpassingen die voorhanden zijn. En als tweede iemand die zich goed kan verplaatsen in de persoon met dementie, zijn of haar dagelijkse omgeving kent, zich bewust is van de impact die de ziekte heeft op diens leven.

De handreiking is in de eerste plaats bedoeld voor familieleden van mensen met dementie. En zou ook goed bruikbaar zijn voor zorgverleners en begeleiders. Maar juist op dit punt schiet deze nuttige en leerzame uitgave tekort. Het lezen van de evaluatie van de eerste ervaringen met deze handreiking, roept de vraag op in hoeverre er een andere tekst uit was gerold als de auteurs deze twee doelgroepen apart hadden benaderd. En er meer rekening was gehouden met het verschil in deskundigheid tussen enerzijds professionals in de zorg en anderzijds mantelzorgers, familieleden en begeleiders.
Deze uitgave is een verbetering in vergelijking met eerdere toolkits en handreikingen waarbij volstaan werd met het afvinken van de aanpassingen. Terecht ligt niet de nadruk op het al dan niet aanbrengen van drempels, beugels of trapliften, maar is een comfortabel leven met dementie het uitgangspunt. Dit is een hoopvol begin van de echte opgave, namelijk het vermogen om een uitwisseling in gang te zetten tussen de twee genoemde deskundigheden.

Hier de link naar zowel de handreiking als het evaluatierapport:  http://www.platform31.nl/wonen-met-dementie

Bookmark and Share

Dorpscomités – Groeiende interesse voor zorg in de eigen gemeenschap


 Foto: architectuur.nl

Hallum Offingaburg – Foto: architectuur.nl

Zorg, welzijn en ouderen zijn de drie thema’s die de komende jaren steeds vaker op de agenda’s komen van plaatselijke organisaties voor dorpsbelang. En dorpsbesturen zullen hierbij niet afwachten tot het gemeentebestuur ze uitnodigt, maar zullen steeds vaker zelf het initiatief nemen om iets te ondernemen op dit vlak.
Dit zijn de meest opvallende punten uit een inventariserend onderzoek dat Partoer, een provinciale organisatie voor sociaal economische vraagstukken, onlangs uitvoerde onder 138 organisaties van dorpsbelang in Friesland. Een kentering, want de afgelopen drie jaar domineerden fysieke thema’s als wonen, infrastructuur en groen nog de discussies aan de vergadertafels in veel dorpen. Nu de overheid terugtrekkende bewegingen maakt, biedt deze verbreding naar het sociale domein kansen om sociale kwesties in dorpen ter plekke en op een samenhangende manier aan te pakken.

De uitkomsten van deze Partoer-enquête laten een vertrouwd beeld zien: dorpsbelangbesturen die kunnen rekenen op een groot draagvlak en een scherpe antenne hebben voor wat er leeft in hun dorp. Gemiddeld bestaan die besturen uit 5 tot 7 bestuursleden in de leeftijd van 25 tot 65 jaar, jonger zie je ze weinig, opvallend genoeg laten ook de 65-plussers het afweten aan de vergadertafels van dorpsbelang.
Het pendelen en koerieren tussen het dorp en de gemeenten, komt naar voren als de core business van organisaties van dorpsbelang in Friesland. Die rol zou wel eens kunnen veranderen als sociale thema’s vaker ter hand genomen worden. Want sociale thema’s van onder op aanpakken, vraagt om een andere aanpak. Het is dan ook de vraag of de besturen van dorpsbelangen daar organisatorisch klaar voor zijn, want vrijwilligers staan niet te trappelen om op het pluche plaats te nemen en de bestuurders hebben moeite om taken en bevoegdheden te delegeren naar de vrijwilligers in de werkgroepen.
Werk aan de winkel dus.

Hier de link naar het onderzoek naar plaatselijk belangen in Friesland (PDF): http://www.partoer.nl/plaatselijk_belangen

Er is tot nu toe weinig onderzoek gedaan naar het functioneren van wijkcomités en plaatselijke organisaties van dorpsbelang. Dat bleek twee jaar geleden toen minister Plasterk het onderzoeks- en adviesbureau Necker van Naem opdracht gaf de taken en bevoegdheden van dorps- en wijkraden in kaart te brengen.
Plasterk zag een taak voor dorps- en wijkraden weggelegd om de kloof te overbruggen tussen de burger en de plaatselijke overheid. Door de op handen zijnde schaalvergroting die hij voorstelde, vreesde de minister van Binnenlandse Zaken dat de afstand tussen burger en bestuur steeds groter zou worden. Het adviesrapport ligt inmiddels ver weggestopt in een departementale la, net als de plannen van de minister om gemeenten op te schalen naar 100.000 inwoners en provincies bij elkaar te voegen tot super provincies.
In al zijn ijver zag Plasterk daarbij over het hoofd dat in de zorg de decentralisatie van Rijkstaken zich wel heel goed leent om kleinschalig en op maat wel bruggen te slaan. Bijvoorbeeld tussen lokale bestuurders, zorginstanties en actieve burgers. Of door mantelzorgers en vrijwilligers te verbinden met professionals en beleidsambtenaren. Daar zijn talloze mooie voorbeelden van. Zoals die van de bewonerscommissie in het Friese dorp Hallum, dankzij dit burgerinitiatief is een leegstaande fabriek in het hart van het dorp verbouwd tot een fraai wooncomplex met de naam Offingaburg. Dankzij alert optreden van deze bewonersorganisatie wonen daar nu jongen uit het dorp, starters op de woningmarkt, onder één dak met ouderen op hogere leeftijd die anders hadden moeten verhuizen. Dankzij deze nieuwe bestemming van de dorpsfabriek is wonen in Hallum weer aantrekkelijk voor jongeren en is het verblijf van de oudste generatie veilig gesteld

Hier de link naar de landelijke inventarisatie van taken en bevoegdheden van dorps- en wijkraden:
http://www.necker.nlArtikel-dorps-en-wijkraden-bestuurswetenschappen.pdf

Het praktijkvoorbeeld Offingaburg in het Friese dorpen Hallum is via deze link te bekijken:

Bookmark and Share

Rapport over krimp als uitdaging. De praktijk van zorgexperimenten op het platteland


logogoudoudTot voor kort was krimp een tamelijk overzichtelijk probleem. Het ging om dorpen in de uithoeken van ons land die aan het vergrijzen waren, waar de jeugd vertrok, net als de kruidenier, de school en de huisarts. Die tijd is voorbij. Heel wat onderzoeken, congressen en publicaties verder, groeit het besef dat er meer aan de hand is. We spreken over demografische transitie en ook de toon is anders.

Krimp moeten we zien als kans, en meer ruilen we in voor beter. In dit gekantelde perspectief zijn de krimpdorpen opeens voorlopers die oplossingen bedenken waar ook de rest van het land straks iets aan heeft. Zoals in de zorg, een van de thema’s in de publicatie Nieuwe raden, nieuwe daden van het ministerie van Binnenlandse Zaken.
Met deze uitgave bracht het ministerie dit voorjaar zes prominente thema’s over krimp onder de aandacht bij de lokale politiek, inhakend op de verkiezingen in maart ll. De titel Nieuwe raden, nieuwe daden verwijst hier naar. Kant en klare oplossingen of uitgewerkte voorstellen staan er niet in. Gekozen is voor een actuele schets van de praktijk, inclusief de vragen en dilemma’s die zich voordoen. Bij het thema Wonen en ruimte gaat het over een Limburgs transitiefonds en de betaalbaarheid van de duizenden woningen die in krimpgebieden gesloopt moeten worden. En de aanpak in Groningen waar het slopen van woningen plaats maakt voor stimulerende maatregelen die huiseigenaren in staat stelt om zelf het achterstallig onderhoud aan te pakken. Het hoofdstuk over Onderwijs biedt inzicht in de leerling daling voor het voortgezet onderwijs: vanaf 2016 krijgt 85% van alle vo-scholen hier mee te maken, de helft daalt met 7.5 % in krimpregio is die daling 15%.
Fuseren en spreiden van voorzieningen is het devies hier, maar hoe pak je zoiets aan, regionaal of op provinciaal niveau? Hoe verzoen je tegengestelde belangen? En wie draait er voor de kosten op?
Het kan geen kwaad om de lokale politici hier op te wijzen, voordat ze hun tanden er op stuk bijten. Hetzelfde geldt voor de economische en financiële gevolgen die de bevolkingsdaling heeft voor gemeenten.

Barrages
De combinatie van krimp en vergrijzing heeft vooral gevolgen voor de zorg in plattelandsgebieden. De vergrijzing slaat daar harder toe, bovendien is het vanwege de kleinschaligheid in een dun bevolkt gebied minder eenvoudig om het zorgaanbod op peil te houden. De gevolgen daarvan waren in 2013 heel zichtbaar in de dorpen Ulrum en Warffum, respectievelijk in de gemeenten De Marne en Eemsmond. In het hoofdstuk over zorg krijgen we te lezen hoe bewoners in beide dorpen op zoek gaan naar een alternatief voor deze verdwijnende voorzieningen. Ze vinden dat hun hulpbehoevende dorpsgenoten er recht op hebben om ook op hun oude dag in het dorp te blijven wonen. Dat is een nobel streven, maar hoe regel je dat? Uit de beschrijving van de twee burgerinitiatieven is wel duidelijk dat ze tegen heel wat barrages oplopen om de zorg anders te kunnen organiseren. Financieel en organisatorisch zit de zorg ingewikkeld in elkaar. Een andere oplossingsrichting die aan bod komt is de zorg op afstand. In hoeverre zijn problemen in de zorg op het platteland ook op te lossen door een slimmer gebruik van internet?
In het rapport worden hier twee voorbeelden van onder de loep genomen: telezorg, een beeldtelefoon met aanrakingsscherm waarmee proefgedraaid is in Oldambt, Pekela en Bellingwedde. En een dorpsportaal in het Friese Burum, als digitale aanvulling op het dorpshuis met voorzieningen voor onder meer de zorg. De onderliggende boodschap is duidelijk: kant en klare oplossingen zijn er niet, maar ga er wel mee aan de slag.

Hier de link naar het rapport: http://www.vng.nl/nieuwe20raden20nieuwe20daden1.pdf

Bij deze link meer informatie over:
• DörpsZörg in Ulrum: http://www.deelnulrum.nl/?p=182
• Het dorpsinitiatief Goud Oud in Warffum: http://www.goudoudinwarffum.nl/Nieuws.php
• De beeldtelefoon: http://www.goudoudinwarffum.nl/Nieuws.php
• Het dorpsportaal in Burum: https://burum.openportaal.nl

Bookmark and Share

#LAB/Werken aan een droom – Het Marcus Lutherus Huis ~ Complexe zorg radicaal anders organiseren


981745_485317731547957_58717943_o

Marc van Uchelen

In ZorgLab2015 besteden we aandacht aan een aantal pioniers die zich vanuit hun ervaringen met de zorg actief inzetten voor het vinden van nieuwe oplossingen en de opzet van een ander soort voorzieningen. Hanna Joosten is zo’n pionier. In deze uitvoerige introductie lichten we toe wat haar beweegt om een bestaan als theatermaker in te ruilen voor ondernemerschap in de zorg. En we volgen de eerste prille stappen die ze zet om haar idealen te verwezenlijken. In volgende publicaties zal ZorgLab2015 regelmatig stilstaan bij de successen die ze boekt, maar ook bij de tegenslagen en valkuilen die onderweg ongetwijfeld nog op haar pad komen.

Het moment dat ze besloot om voor een carrière in de zorg te kiezen, herinnert Hanna zich nog heel scherp. Dat was in 2013, in de nacht nadat haar broer Marc van Uchelen overleed. ‘Die nacht droomde ik van hem. Al van jongs af aan bewonderde ik hem mateloos, ik voelde me heel erg met hem verbonden, we waren hecht. In mijn droom waren we de fundering aan het leggen van een huis. De cementmolen draaide op volle toeren en onze kleren zaten onder het gruis. Hij straalde van geluk.’

De dood van haar broer was het trieste einde van een zoektocht naar hulp en erkenning voor zijn psychische problemen. De hulpverlening heeft stelselmatig de ernst van de situatie niet goed ingeschat, ondanks zijn herhaaldelijk aandringen om hem op te nemen, blikt ze een jaar na zijn dood terug. Hanna heeft zich hier lange tijd heel machteloos bij gevoeld. Zij is er nog steeds van overtuigd dat haar broer met de juiste hulp en meer persoonlijke aandacht nu nog in leven zou zijn.
Dat hij na zijn overlijden bij haar in deze droom verscheen, was voor haar het ultieme teken dat het plan waar ze het met hun tweeën zo vaak over hadden, nu echt door moest gaan: een passende zorgvoorziening voor hun moeder. Maar niet alleen voor haar, ook voor al die andere mensen die een speciaal soort behandeling op maat nodig hebben waar de huidige zorg niet in voorziet. Voor hun moeder is dat intensieve zorg in een rustgevende omgeving. Ze hebben alles afgezocht naar zo’n plek, maar niks gevonden. Tijdens een van de vele gesprekken met haar broer hierover had Hanna al eens opgeworpen om die zorg dan maar zelf te organiseren. Dat leek hem wel wat. De draaiende cementmolen in haar droom was het laatste duwtje dat ze nodig had om daar werk van te maken.

Inspirerend voorbeeld
Voordat we van wal steken over de ziektegeschiedenis van haar moeder wil Hanna wel kwijt dat er in Nederland weliswaar veel geld beschikbaar is voor de zorg, maar dat de geldstromen veel efficiënter benut kunnen worden. Op vrijwel alle gebieden, is haar inschatting. Ze ziet de bureaucratie enorme hoeveelheden geld opslorpen, dat geldt allereerst voor de overhead, maar net zo goed ook voor de verspilling van materialen. Nog zo’n kostenpost die fors omlaag kan. De bezuinigingen die op de loer liggen, zijn wat haar betreft een extra reden om eens heel kritisch na te denken over de toekomst van de zorg. Toch is er ook een keerzijde, want ze ziet juist in deze tijd ongekende mogelijkheden om een radicaal andere weg in te slaan en de zorg op een hele nieuwe manier te organiseren. Het afgelopen jaar heeft ze veel over de zorg gelezen, uitvoerig om zich heen gekeken en met uiteenlopende deskundigen gesproken. Op de tafel in haar huiskamer ligt een boek met de titel Sekem, daarin is het levensverhaal te lezen van de Egyptische wetenschapper Ibrahim Abouleish. Die besloot na zijn studie en een carrière in Oostenrijk terug te keren naar zijn geboorteland en daar, dwars tegen de politieke en economische verdrukking in, op een afgelegen plek in de woestijn, zijn droom in praktijk te brengen. Hij stichtte daar in 1977 SEKEM, een oase waar ruim 2.000 mensen samen groenten en katoen verbouwen en levensmiddelen, textiel en geneesmiddelen produceren. Mensen met verschillende nationaliteiten en culturele achtergronden vormen er nog altijd samen een community. Met uiteenlopende voorzieningen als beroepsopleidingen, een medisch centrum, een centrum voor kunst en wetenschap. Een visionair die volhardt en de daad bij het woord voegt. ‘Zijn verhaal is een inspirerend voorbeeld voor mij,’ vertelt Hanna. Read more

Bookmark and Share

Een Winkel van Sinkel in het sociale domein: Zorg & Welzijn magazine


nieuwsbrief 2014Zorg + Welzijn is een magazine dat de werkvloer en het management in het sociaal domein van dienst wil zijn. In het kielzog van het vlaggenschip Zorg + Welzijn magazine vaart een kleine communicatievloot mee, bestaande uit een website, een nieuwsbrief, de organisatie van congressen, digitale uitgaven en sociale media, De samenhang tussen die onderdelen is dit voorjaar versterkt door een wisseling van de wacht, er is een nieuwe hoofdredacteur aangetrokken en het magazine kreeg een restyling. Het Nieuwe stijl-logo op de cover verwijst naar het welzijnswerk nieuwe stijl. En indirect naar de kantelingen, transities en decentralisaties, want Zorg + Welzijn profileert zich nadrukkelijk als peilstok van die ontwikkelingen.

De koerswijziging resulteert in een breder aanbod, minder artikelen en berichten over management en beleid ten gunste van aandacht voor praktijkverhalen van uitvoerende werkers, neerslagen van hun ervaringen, dilemma’s en beslommeringen, nieuw is het perspectief van de klant dat aan bod komt. De website en bijbehorende nieuwsbrief legt de nadruk meer op de dagelijkse nieuwsstroom, aangevuld met blogs van deskundigen uit het sociale domein. Met de conferenties en debatten in het verlengde daarvan. Aangevuld met sociale media die nadrukkelijker onderdeel uitmaken van de strategie. Met deze redactionele en organisatorische verschuiving, de multimediale opzet en het loslaten van afzonderlijke sectoren en beroepen, sluit Zorg + Welzijn in de nieuwe opzet weliswaar aan op de veranderingen in de sociale sector. Toch is de positie van Zorg + Welzijn in dit fluïde domein niet helder en is de journalistieke angel van het tijdschrift soms ver te zoeken. Zelf profileert het magazine zich wisselend als opinieblad en vakblad, maar het brengt ook nieuws en fungeert het als etalage voor de eigen congressen. Door die veelheid aan functies en het brede assortiment zou je het een Winkel van Sinkel in het sociale domein kunnen noemen.

Hier de link naar het magazine: http://www.zorgwelzijn.nl/Home/Magazine

Voor wie belangstelling heeft voor de nieuwsbrief: http://www.zorgwelzijn.nl/Home/Nieuwsbrief

Bookmark and Share

  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Recent Rozenberg Quarterly Articles


  • Ads by Google
  • Rozenberg Quarterly Archives