Zorg voor ouderen met dementie en de openbare ruimte ~ Wandelen met Alzheimer


Winsum, Molenstraat Foto: wikipedia

Nu ouderen met dementie steeds langer thuis blijven wonen, zijn alle ogen gericht op de zorg aan huis en aanpassingen aan de woning. Toch loont het de moeite om ook eens te kijken naar de openbare ruimte. Valt er iets te beleven voor ze? Nodigt de buurt uit om een frisse neus te halen? En voelen ze zich buitenshuis veilig en comfortabel? Want kwetsbare ouderen die vaker de deur uit komen, blijven langer zelfstandig wonen. Aandacht voor zorg en gezondheid eindigt niet bij de voordeur.

In het dorpscafé in het Noord-Groningse Winsum zijn de Pieterpad-wandelaars te herkennen aan hun rugzakken en robuuste schoenen. Vanaf een tafeltje aan het raam kijken ze uit op De Boog, een stenen brug over het Winsumerdiep dat het dorp in tweeën deelt. Hun wandeling begon 11 kilometer eerder in het wadloopdorp Pieterburen en ze hebben nog zo’n 500 kilometer te gaan voor het eindpunt: de Sint Pietersberg bij Maastricht. Als ík met mijn moeder het café binnenstap, heeft ze een wandeling van nog geen kilometer achter de rug. Voor haar een prestatie van formaat; ze is de 80 ruim gepasseerd en laat ze zich het liefst halen en brengen met de auto.

Daar komt bij, mijn moeder heeft Alzheimer. Dat begon een jaar of vijf geleden vrij onschuldig. Met sleutels die regelmatig zoek waren. Of ze vroeg zich lopend naar de keuken af wat ze daar ook alweer van plan was. Dit stadium van vergeetachtigheid had nog wel zijn charme. Per slot, wie laat nooit ergens een sleutel of beurs liggen? Maar bij beginnende dementie kan het lastig zijn om de ernst van de situatie goed te taxeren. De typische verschijnselen gaan vaak gepaard met de gevolgen van andere kwalen die op oudere leeftijd veel voorkomen. Zo bleek bij mijn moeder dat haar medicatie voor suikerziekte niet goed was ingesteld. Haar conditie verbeterde zienderogen toen dit eenmaal op orde was. Maar haar dementie bleef, daar is nog steeds geen medicijn voor gevonden. Waarom dit zo moeilijk is, leggen we uit in https://www.youtube.com

De medische doorbraak in het bestrijden van dementie laat nog op zich wachten. Desondanks is er in de afgelopen tien, twintig jaar veel verbeterd voor mensen met dementie. Er is flink geïnvesteerd in medisch onderzoek, hierdoor weten we veel meer over de oorzaken en het ziekteproces. En kan de diagnose dementie in een veel eerder stadium worden vastgesteld. Er is berekend dat ons de komende 30 jaar een verdubbeling van het aantal mensen met dementie te wachten staat. (zie:https://www.btsg.nl//dementie/prognose.html ) Maar de belangrijkste vorderingen zijn gemaakt op sociaal vlak. De begeleiding is verbeterd en de emancipatie van mensen met dementie is in gang gezet. Dementie is veel meer dan alleen een ziekte.

De diagnose
Mijn eerste kennismaking met dementie dateert van zo’n twintig jaar geleden. Dat was tijdens een openbare bijeenkomst voor mensen met dementie, verwanten, professionals en belangstellenden. In een grote zaal van de Leidse universiteit ging de psycholoog Bère Miesen op een podium in gesprek met mensen die niet lang daarvoor de diagnose dementie te horen hadden gekregen. Op een groot scherm liet hij gefilmde fragmenten zien van eerder opgenomen interviews. Zijn vragen gingen vooral over de diagnose, hoe ze die te horen hadden gekregen en wat dit voor hen betekende. Verwanten en professionals in de zaal konden hierop reageren en kregen de gelegenheid iets over hun eigen ervaringen te vertellen. De strekking was dat de diagnose op iedereen een enorme impact had gehad. In emotioneel opzicht, in het dagelijks leven en in het contact met hun dierbaren. Maar ook dat iedereen een eigen geschiedenis heeft en een eigen verhaal.

Ik had achterin de zaal plaats genomen. Op een gegeven moment stond naast mij een man op die zich voorstelde als verpleegkundige. Hij vertelde dat bij hem dementie in een vroeg stadium was geconstateerd. En dat hij onder de indruk was van de verhalen. Daar herkende hij veel van zichzelf in. Even later, tijdens het informele deel van de bijeenkomst, legde deze man me uit dat de diagnose behalve een shock, toch ook een opluchting voor hem was geweest. Op zijn werk liep hij vast, hij was in de ziektewet terecht gekomen en ook thuis liepen de spanningen op. Een flinke burn-out dacht iedereen. Hij zelf ook; geen haar op zijn hoofd had ooit stil gestaan bij dementie. Toch had de diagnose hem ook rust gebracht, hij hoefde zich niet langer schuldig over van alles te voelen. Sinds die bijeenkomst in Leiden associeer ik dementie niet meer alleen met oude mensen in verpleeghuizen die in bed, of hangend in een stoel wezenloos voor zich uit kijken. Dat is het laatste stadium. Ik was na die avond benieuwd naar verhalen over het proces dat hieraan vooraf gaat. In de jaren daarna bezocht ik een aantal keer een Alzheimer café, bijeenkomsten waar mensen met dementie, hun verwanten, mantelzorgers en professionals elkaar treffen en ervaringen uitwisselen. Een huiskamerversie van die gedenkwaardige avond in Leiden. Read more

Bookmark and Share

Nieuwe visie op zorg en dienstverlening aan ouderen – Universiteiten in Nederland en België starten onderzoeksproject D-SCOPE


dscopeDe komende vier jaar bundelen universiteiten van Brussel, Leuven Antwerpen, Maastricht en de Hogeschool Gent hun krachten in het multidisciplinaire onderzoeksproject D-SCOPE. Daarin werken internationale experts op het gebied van ouder worden gezamenlijk aan strategieën voor het verbeteren van de preventie en ondersteuning aan kwetsbare ouderen. Het project is in april van start gegaan en komt in september met de eerste aanbevelingen.

D-SCOPE staat voor ‘Detection, Support and Care for Older People: Prevention and Empowerment’. De twaalf professoren en zeven doctorandi van de samenwerkende universiteiten die aan dit project meewerken, krijgen steun van een onderzoeks- en valorisatiecoördinator. D-SCOPE neemt een breed scala aan onderzoeksdomeinen onder de loep, waaronder vroege signalering van kwetsbaarheid en dementie aan ouderen, empowerment van kwetsbare ouderen, mantelzorg, formele en informele netwerken en de kwaliteit van leven. De uitdaging is om in de eigen woonomgeving te zoeken naar de best passende hulp en dienstverlening aan ouderen die langer thuis willen wonen. D-SCOPE krijgt vier jaar de tijd om dit te realiseren. Het wordt gefinancierd door het Vlaamse agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT-SBO).

De coördinatie van D-SCOPE is in handen van professor dr. Liesbeth De Donder van de VU in Brussel. Daar vond begin april dit jaar ook de aftrap plaats. De opdracht voor dit multidisciplinaire onderzoeksproject is om bij te dragen aan het verhogen van de levenskwaliteit van een groeiende groep kwetsbare ouderen, tegen de achtergrond dat de maatschappelijke kosten moeten afnemen. Dat vraagt om een zorg- en dienstverlening die niet alleen beter is, maar ook nog eens efficiënter te werk gaat.
Tijdens de presentatie vertelde Den Donder dat voor een dergelijke exercitie de benodigde meetinstrumenten en ondersteuningsvormen ontbreken. Daar wordt momenteel aan gewerkt. Den Donder zegde toe dat in het eerste rapport dat in september verschijnt met meetinstrumenten en voorstellen voor interventies die gunstig uitpakken voor zowel de kosten als de kwaliteit.

De deelname van een team uit Maastricht geeft dit project een internationaal tintje. De drie wetenschappers van Universiteit Maastricht die een bijdrage leveren aan D-SCOPE, zijn hoogleraar ouderen geneeskunde Jos Schols, hoogleraar sociale gerontologie Ruud Kempen en onderzoeker en universitair docent Rixt Zijlstra. Vanuit Maastricht werken ze aan een instrument of een methodiek die de ‘kwetsbaarheidsbalans‘ opstelt. Het moet gaan om een meetinstrument dat niet alleen kijkt naar de beperkingen, maar ook in kaart brengt wat kwetsbare ouderen nog wel kunnen. Voor deze Nederlandse bijdrage kunnen ze in Maastricht gebruik maken van de data en de expertise die het Nationaal Programma Ouderenzorg (NPO) heeft opgebouwd. Op hun onlangs vernieuwde website presenteert het NPO de Toekomstvisie en Veranderagenda BeterOud met de belangrijkste thema’s, sleutels voor succes en de ambities voor de komende tien jaar.

Voor meer informatie:

D-SCOPE : http://www.d-scope.be
– Over de bijdrage van Universiteit Maastricht aan dit onderzoeksproject: http://www.maastrichtuniversity.nl/newstudy.htm
– Nationaal Programma Ouderenhttp://www.beteroud.nl/beteroud.html
Toekomstvisie van het NPO: http://www.beteroud.nl/Toekomstvisie.pdf

Bookmark and Share

Het lokale burgerinitiatief – Ondernemende pioniers verkennen het sociale domein


ondernemende burgerApril 2015. Door de introductie van de participatiesamenleving kregen de debatten over de opkomst van burgerinitiatieven al snel een ideologische lading. Nu het aantal initiatieven van burgers verder toeneemt, verbreedt de aandacht zich naar verhalen over de praktijk. En dienen zich nieuwe discussies aan. Berichten uit een omstreden niemandsland van pseudovrijwilligers en cryptoprofessionals.

De meest recente publicatie, en meteen ook de meest ontnuchterende is De ondernemende burger, een journalistiek verslag van een rondgang langs circa vijftien burgerinitiatieven. De auteurs, Marcel Ham, hoofdredacteur van het Tijdschrift voor sociale vraagstukken en freelance journalist Jelle van der Meer, zijn gedurende een half jaar door heel het land op reportage geweest en hebben lokale initiatieven vaak meer dan eens opgezocht. De couleur locale van zo’n bezoek kleurt een verhaal en relativeert soms de beste bedoelingen waarmee een initiatief van start is gegaan. Dat is al gelijk in het eerste hoofdstuk het geval bij de Lucas Community, een voormalige Renault-garage in het Amsterdamse stadsdeel Osdorp. Lopend door het gebouw laveren de bezoekers langs stapels planken en houtplaten en zien links en rechts lokalen leeg staan. De rondleider doet een poging om dit beeld bij te stellen. Hij legt uit dat ze tot voor kort organisch en intuïtief te werk gingen en nu in een overgangsfase zitten. Met hun observaties ter plekke prikken de journalisten daar moeiteloos doorheen. Tegelijkertijd schetsen ze hoe deze groep goedwillende burgers aan hun lot wordt overgelaten door de gemeente. En zich als huurders van het pand voor onmogelijke opgaven geplaatst zien. Het boek is overigens allerminst een opsomming van kommer en kwel, de successen en dissonanten wisselen elkaar af. Op een aanschouwelijke manier wordt duidelijk dat het op poten zetten van een burgerinitiatief vaak een kwestie van vallen en opstaan is.

Pioniersgeest
De auteurs van De ondernemende burger slagen er niet in om hun onderwerp goed af te bakenen. Dat werken ze in de hand door te kiezen voor een grote variatie aan burgerinitiatieven. Maar komt ook doordat ze een controversieel thema te pakken hebben met uiteenlopende belangen. Aan de ene kant een overheid die het initiatief meer aan de burger wil laten. Deels uit ideële motieven; de zelfredzame burger wordt op het schild geheven. Maar vooral om het financieel zuiniger aan te kunnen doen met de publieke uitgaven. Haaks daarop staan de motieven van burgers om zich in te zetten. Wie de vijftien lokale initiatieven doorleest, treft daarin een mêlee aan beweegredenen die tot een burgerinitiatief hebben geleid. Dat is soms puur uit idealisme, maar ook uit welbegrepen eigenbelang, dan wel uit betrokkenheid bij een buurt of dorp, en voor pensioengerechtigden biedt vrijwilligerswerk een nieuwe uitdaging, waar het voor anderen een alternatief is bij gebrek aan betaald werk. En vaak gaat het om een combinatie van factoren. Even uiteenlopend zijn de aanleidingen voor de start van een initiatief: de sluiting van een buurthuis, ouderen die onvoldoende zorg krijgen, een flat die leeg komt, het open houden van een zwembad, of nieuwe vormen van energieopwekking die milieuvriendelijk en kostenbesparend zijn. Ze komen allemaal langs in het boek. Samen illustreren ze het hybride karakter van initiatieven die vaak nog in de kinderschoenen staan. En waarvan niet duidelijk is of ze een lang leven beschoren zijn. Wel valt alvast iets te zeggen over succesfactoren die deze projecten in het zadel hebben geholpen. Read more

Bookmark and Share

De Atlas van Zorg & Hulp – Online wegwijzer in zorg en welzijn


Logo AZH2Maart 2015. Deze online wegwijzer Atlas van Zorg & Hulp is bedoeld om mensen wegwijs te maken die informatie zoeken in de complexe wereld van zorg en welzijn: mantelzorgers, vrijwilligers, zorg- en hulpverleners. Dat gebeurt op een hele overzichtelijke manier en in begrijpelijke taal. Met succes, want deze online website die medio 2012 gelanceerd is, voorziet inmiddels jaarlijks 400.000 bezoekers van informatie.

De nieuwste ontwikkelingen worden rondgestuurd in een maandelijkse nieuwsbrief.

Voor wie een proef op de som wil nemen: http://www.zorghulpatlas.nl

Bookmark and Share

Sociaal Bestek ~ Tijdschrift voor werk, inkomen en zorg


sociaalbestekAls nooit tevoren moeten ambtenaren en andere professionals die zich bezig houden met werk, inkomen en zorg op de hoogte zijn van de ontwikkelingen in hun vakgebied. Dat er niet eenvoudiger op geworden nu een groot deel van hun werkterrein gedecentraliseerd is en gemeenten hun eigen stempel op dit beleid kunnen leggen, Het vakblad Sociaal Bestek biedt een baken in dit woelige werkterrein met beschouwingen, analyses, jurisprudentie en innovatieve oplossingen voor maatschappelijke problemen.

Zelf afficheren ze zich als hét vakblad voor specialisten op het terrein van participatie, sociale zekerheid en maatschappelijke ondersteuning. En claimen dat ze actuele informatie over wet- en regelgeving, beleidsontwikkelingen en uitvoeringspraktijk. Dat klinkt veel saaier en ingewikkelder dan deze uitgave van Reed Bussiness er op papier uit ziet. Het blad dat jaarlijks zes keer uitkomt, vierde vorig jaar zijn 75-jarig bestaan en lijkt aan een tweede jeugd begonnen. De decentralisaties en de kantelingen die het sociaal werk binnenste buiten keert, doet het blad goed. De vaktechnische informatie over screeningsinstrumenten en ontwikkelingen in de arbeidsmarkt worden in het maartnummer afgewisseld met artikelen over de aanpak van dementie in het sterk vergrijzende Oisterwijk en de toenemende druk op het sociale netwerk van mensen met een beperking. De rol van de gemeente is steeds de rode draad, maar er is aandacht voor de mensen waar het over gaat en de ervaringen die er mee opgedaan worden in de praktijk. Origineel is bijvoorbeeld de manier waarop de overheidscampagne ‘De zorg verandert mee’ vanuit historisch perspectief tegen het licht wordt gehouden. En er een vraagteken gezet wordt achter de vraag of we er gerust op kunnen zijn dat de kwaliteit van de zorg wel voldoende mee verandert.

Verrassend is het om in dit blad een pleidooi te lezen voor een revival van community work, oftewel het in de marge geraakte samenlevingsopbouw. Die moet helpen voorkomen dat de decentralisatie blijft hangen in een technische operatie, waarbij taken worden overgedragen en bezuinigingsdoelen gehaald worden. De opbouwwerker, om nog maar een andere term voor samenlevingsopbouw te gebruiken, zou zich bezig moeten houden met het coachen van bewoners bij het ontwikkelen van collectieve oplossingen. Om te voorkomen dat de vraag naar dure individuele hulp en zorg escaleert. Wijkteams zijn royaal voorzien van professionals met een verpleegkundige achtergrond. Het is inderdaad geen gek idee om in elk team ook een opbouwwerker binnen te halen. Dan wel het metier daar te introduceren.

Voor wie geïnteresseerd is in Sociaal Bestek: http://www.gemeente.nu/Sociaal/Sociaal-Bestek/

Bookmark and Share

Bonger Instituut voor Criminologie


darklondonalleyHet Bonger Instituut voor Criminologie is een multidisciplinaire onderzoeksgroep binnen de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Het instituut is vernoemd naar Willem Adriaan Bonger (1876-1940), de eerste hoogleraar sociologie en criminologie aan de Universiteit van Amsterdam. In die traditie doen wij onderzoek naar criminologische ontwikkelingen in samenhang met rechtshandhaving. Deze dynamische relatie onderzoeken wij vanuit drie hoofdvragen:
– Hoe werkt de formele controle van criminaliteit?
– Hoe en op welke schaal ontwikkelen de aard en omvang van criminaliteit?
– Hoe verhouden deze gebieden zich tot elkaar?

Nu onder meer online:
Uit de schaduw – Jongeren en drugs in Amsterdam Zuidoost
Verborgen werelden – Minderjarige jongens, misbruik en prostitutie
Hulpaanbod seksueel misbruik
Insluiten of heenzenden ~ Problematische GHB-gebruikers op politiebureaus, in bewaring en in verzekering

Het Bongerkaternhttp://rozenbergquarterly.com/bonger-instituut/

Bookmark and Share

  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Recent Rozenberg Quarterly Articles

  • Rozenberg Quarterly Archives