RIVM – Zorg en volksgezondheid onder de loep


banner-rivm-magazine-innovatieAls nationale waakhond van de volksgezondheid doet het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) onderzoek naar onder meer de gezondheid en de zorg in Nederland. Bijvoorbeeld door de veiligheid van geneesmiddelen en voedsel te controleren. Maar ook door te kijken naar de leefstijl van Nederlanders: wat eten ze, bewegen ze genoeg en wat zijn de gevolgen van het roken of alcoholgebruik voor hun gezondheid. Naast Volksgezondheid en Zorg bestrijkt de expertise van de RIVM de domeinen Infectieziekten en Vaccinologie, alsmede Milieu en Veiligheid. De ministeries van Welzijn en Sport (VWS), Infrastructuur en Milieu (I en M), Economische Zaken, (EZ) en Landbouw en Innovatie (LenI). zijn de belangrijkse opdrachtgevers. Maar ook diverse inspecties, de Europese Unie en de Verenigde Naties maken gebruik van hun diensten.

De onderzoeken dienen als basis voor adviezen aan de overheid en professionals in de gezondheidszorg, zoals GGD’en en huisartsen. Ze bieden ook een leidraad bij het beoordelen van programma’s die ingezet worden om de gezondheid van burgers te bevorderen. De website van de RIVM zorgt er voor dat die onderzoeken en publicaties toegankelijk zijn voor een breed publiek.
Voor meer informatie: www.rivm.nl

Toekomstverkenningen van gezondheid en zorg
Eens in de vier jaar presenteert de RIVM in opdracht van het ministerie van VWS de Volksgezondheid Toekomst Verkenning, De zesde editie, de VTV-2014, komt in juni uit en presenteert de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van volksgezondheid en zorg. En voor mensen die zich uitvoeriger in die onderwerpen willen verdiepen zijn er een zestal afzonderlijke websites: http://www.volksgezondheidtoekomstverkenning.nl/websites

MCVGZAprilAls schot voor de boeg wordt op 10 en 11 april een congres gehouden onder de alles dekkende titel van VTV2014: Perspectieven op de volksgezondheid. De workshops bieden een blik op de nogal uiteenlopende thema’s die in relatie gebracht worden met zorg en gezondheid. Je zou het in letterlijke zin eye openers kunnen noemen.
Meer informatie over dit congres: http://www.ncvgz.nl

Grenzen aan zelfredzaamheid en vrijwillige zorgverlening
Burger en gezondheid is een themarapport dat als schot voor de boeg van het VTV2014 alvast gepubliceerd wordt. In deze onlangs verschenen publicatie maken ze een tweedeling in zorg voor de eigen gezondheid en de zorg voor anderen. De auteurs wijzen er op dat de verantwoordelijkheid voor de eigen gezondheid nu en later, voor iedereen geldt. En dat mensen die afhankelijk zijn van zorg op heel veel manieren de regie in eigen hand kunnen houden en zelfredzaam zijn. Maar voegen er waarschuwend aan toe dat er ook een tamelijk grote groep is, volgens de onderzoekers gaat het om 29 %, die over lage gezondheidsvaardigheden beschikken. Dat zijn mensen, veelal ouderen en mensen uit lagere sociaaleconomische milieus, die ondersteuning op maat nodig hebben.

Dan het andere punt, zorgen van anderen. Hier wijzen de auteurs op een soortgelijke demarcatielijn. Uit het onderzoek komt naar voren dat Nederlanders voorstander zijn van een samenleving waarin mensen voor elkaar zorgen. Het hoge percentages vrijwilligers en mantelzorgers dat actief is in de zorg, is een aanwijzing voor die bereidheid. Maar de grens ligt bij het verplicht stellen van die steun, mensen gaan tegenstribbelen zodra dit verplicht gesteld wordt.
Lees het rapport hier: http://www.rivm.nl/Burgers_en_gezondheid/ToekomstVerkenning2014

ZonMw – Onderzoek en toepassing als opstap naar innovatiecyclus


zonlogoOm de zorg en gezondheid te kunnen verbeteren is gedegen onderzoek een vereiste, maar het is minstens zo belangrijk om de bruikbaarheid van die kennis in de praktijk te toetsen. Vandaar dat ZonMw bij het financieren van gezondheidsonderzoek ook altijd koppelt aan toepassingen van die kennis om de zorg en de gezondheid te verbeteren. Met haar brede subsidieprogramma’s bestrijkt ZonMw de totale innovatiecyclus, van fundamenteel onderzoek tot implementatie van nieuwe behandelingen, en van preventieve interventies tot veranderingen in de structuur van de gezondheidszorg. Met als doel om de kwaliteit van de zorg en onze gezondheid te verbeteren.

ZonMw staat voor het samenwerkingsverband van Zorg-onderzoek Nederland (ZON) en Medische wetenschappen (Mw) Belangrijke opdrachtgevers zijn het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). ZonMw streeft naar langlopende samenhangende programma’s van grotere omvang, dit om de flexibiliteit en het rendement te vergroten. Participatie en diversiteit in de zorg zijn twee speerpunten in het beleid van de ZonMW. Zo wordt er gekeken naar de impact die veroudering heft voor vrouwen. En betrekt ZonMw ook (potentiële) zorggebruikers en burgers bij het onderzoek, de toepassingen en advisering, zodat de resultaten beter aansluiten bij de hun behoeften.

Hier de link naar ZonMw: www.zonmw.nl

Zorg dichtbij in de buurt
Een van de programma’s van ZonMw is Zorg en ondersteuning dicht in de buurt. In de afgelopen 5 jaar zijn ruim 400 projecten in diverse zorgdomeinen uitgevoerd. Een vijftal succesvolle voorbeelden daaruit zijn onlangs gepresenteerd op een feestelijke bijeenkomst ter afsluiting van dit traject. De volgende stap is het vertalen van de resultaten naar een gezamenlijke aanpak vanuit preventie, welzijn en zorg. ZonMw gaat vooruitstrevende regio’s hierbij ondersteunen.
Hier de link naar de vijf succesvolle projecten: http://www.zonmw.nl/zorg-en-ondersteuning

Het Verwey-Jonker Instituut onderzoekt maatschappelijke vraagstukken


verwey-jonker-logoSociaal wetenschappelijk onderzoek dat er toe doet, zo typeert het Verwey-Jonker Instituut zijn inzet bij hun benadering van actuele, publieke, sociaal-maatschappelijke onderwerpen. Dat onderzoek doen ze in opdracht van het openbaar bestuur, maatschappelijke organisaties, en voor al dan niet georganiseerde burgers. Het Instituut wil met zijn expertise bijdragen aan een betere sturing, hoger beleidsrendement en meer betrokkenheid van burgers.

Wie zich tooit met de naam van Hilde Verwey-Jonker, zet daarmee de toon voor het engagement waarmee sociale en maatschappelijke vraagstukken onder de loep worden genomen. Verwey-Jonker promoveerde in 1945 op lokaal onderzoek over armoede, was Eerste Kamerlid en Kroonlid van de SER. Op haar 92ste ontving zij de Aletta Jacobsprijs voor haar bijdrage aan de emancipatie van de vrouw en haar politieke, wetenschappelijke en maatschappelijke bijdragen.
Het onderzoek van het Verwey-Jonker richt zich op de volgende vijf domeinen: sociale vitaliteit en veiligheid, jeugd, opvoeding en onderwijs, maatschappelijke participatie, diversiteit en internationalisering van beleid. En tekent er bij aan dat ze bedreven zijn in het doen van onderzoek naar moeilijk bereikbare bevolkingsgroepen.

Voor meer informatie: www.verwey-jonker.nl

wmotogoDe WMO Kennisbank
Sinds 2013 kunnen gemeenten met al hun vragen over de WMO terecht bij de kennisbank WMO to go van het Verwey-Jonker Instituut. De website biedt een drietal wegen om die vragen beantwoord te krijgen. Dat kan rechtstreeks via de toegang Kennis op maar. Via een formulier kan de vraag rechtstreeks bij een expert neergelegd worden. De rubriek veel gestelde vragen biedt de mogelijkheid om rond te kijken bij de antwoorden op vragen waar veel collega’s ook al mee worstelen. Het derde onderdeel, de thema’s, zit boordevol met praktische tips, voorbeelden en handvatten die onderzoekers van Verwey-Jonker hebben gedestilleerd uit hun bevindingen in de voorgaande jaren.

Klik voor WMO to go naar: http://www.wmotogo.nl/

Overijssel als biotoop voor burgerinitiatieven


OverijsselheaderNergens gedijen burgerinitiatieven zo goed als in de eigen buurt en onder buurtgenoten. Beter bijvoorbeeld dan in (sport-)verenigingen  of onder familie, vrienden en kennissen. Het werk, de kerk en de politiek spelen nog minder een rol van betekenis. Dit is een van de opvallende conclusies uit een onderzoek dat de Universiteit Twente, in opdracht van de provincie Overijssel, onlangs uitvoerde.  Gemeenschapszin is een vruchtbare bodem blijkt uit dit onderzoek van 134 burgerinitiatieven in 22 gemeenten.

Het gunstige draagvlak voor burgerinitiatieven blijkt onder meer uit de cijfers. Het representatieve Overijsselse Burgerpanel 2013 laat zien dat 1 op de 6 van alle volwassenen in het afgelopen jaar betrokken was bij een burgerinitiatief. En vier op de zes zeggen bereid te zijn zich in de toekomst in te zetten. Voeg daarbij dat maar liefst driekwart van de Overijselaars van mening is dat hun medeburgers meer verantwoordelijkheid op zich zouden moeten nemen. Dat zijn hoopvolle berichten.
figuur_1_belangrijkste_burgerinitiatievenOok blijkt dat de dragers van burgerinitiatieven een redelijke doorsnee van de bevolking vormen. De onderzoekers weten de mare te ontzenuwen dat het zou gaan om een selecte groep  goedverdienende en hoogopgeleide burgers.
Toch zitten er, hoe kan het ook anders, nog wel een aantal haken en ogen aan deze goed nieuws show.

Weinig noaberschap
Om te beginnen zijn de jongeren ondervertegenwoordigd in de categorieën die actief deelnemen aan burgerinitiatieven.  Het afschaffen van maatschappelijke stages op scholen is in dit kader dan ook een ongelukkige maatregel. Verder is het opmerkelijk dat maar een klein deel (dertien procent) van de initiatieven zich richt op zorg, burenhulp en veiligheid. Je zou anders verwachten in een provincie waar het noaberschap zo’n beetje uitgevonden is. En het derde opvallend punt dat te denken geeft is de professionele ondersteuning en de rol van de gemeente. Daar is over het algemeen veel waardering voor, maar het ontbreekt hier aan maatwerk en soms zit diezelfde gemeente de initiatiefnemers zelfs in de weg.

Blokkades
Een op de zes burgerinitiatieven klaart de klus geheel op eigen kracht, het merendeel geeft aan dat het ze weliswaar aan tijd ontbreekt maar voldoende deskundigheid in huis hebben om hun plannen te realiseren. De realiteit is dat professionals ter ondersteuning betrokken zijn bij maar liefst 84% van de onderzochte burgerinitiatieven. Dat zijn medewerkers van gemeenten (70%), maar ook van woningcorporaties, welzijnswerk, de provincie en anderen. Gemeenten zijn over het algemeen zeer bereidwillig om mee te denken, financiële steun en begeleiding te bieden. Toch geven de initiatiefnemers aan dat ze bij diezelfde gemeenten nogal eens tegen blokkades oplopen, zoals formele en ondoorzichtige procedures, trage processen, verkokering van het ambtelijk apparaat en gemeentelijk beleid dat in de weg zit.

Voor meer informatie: http://www.overijssel.nl/cijfers-kaarten/

Movisie – Landelijk kennisinstituut en sociaal adviesbureau


movisieMovisie is in omvang het grootste landelijk kennisinstituut en adviesbureau voor de aanpak van sociale vraagstukken. Op de afzonderlijke terreinen van welzijn, participatie, sociale zorg en sociale veiligheid ontwikkelt Movisie producten in de vorm van adviezen, trainingen, cursussen, publicaties en methodieken. En werkt daarbij landelijk, provinciaal en plaatselijk samen met overheden en organisaties die actief zijn in de sector zorg en welzijn. Via het tijdschrift Sociale vraagstukken biedt Movisie professionals, beleidsmakers en wetenschappers een platform. Het tijdschrift is onderdeel van www.socialevraagstukken.nl

Op de website van Movisie wordt melding gemaakt van de actuele ontwikkelingen op al deze terreinen. En er is een groot aantal kennisdossiers beschikbaar over die onderwerpen. De dossiers die vooral interessant zijn voor achtergrondinformatie over sociale zorg zijn: buurtkracht, participatie en activering, zorg en ondersteuning, cliëntenparticipatie en zelfregie.
De site van movisiewww.movisie.nl

eboekstappenWij pikken er één opmerkelijk initiatief uit. Dat is het e-boek Stappen in Buurt- en Dorpskracht, waarin Movisie in het kader van het thema buurt- en dorpskracht een tiental projecten gedurende een langere periode volgt. De verslagen hiervan komen in een e-boek. Movisie is in 2012 met 10 projecten begonnen, sindsdien is het aantal projecten uitgebreid naar 14. De ontwikkelingen en nieuwe stappen in die projecten worden voortdurend bijgehouden, om de zoveel tijd verschijnt er een update van het e-boek. Een hele toegankelijke manier om de projecten op afstand te kunnen volgen.
Het e-boekwww.movisie.nl/projectbuurtkracht.

Social Care TV brengt zorgvernieuwing in beeld


scieInformatief en leerzaam, dat zijn de eerste associaties bij de circa 120 filmpjes die SCIE, Social Care Institute for Excellence, vanuit Londen over het Verenigd Koninkrijk verspreidt. Informatief omdat ze buitenstaanders een blik gunnen op de praktijken van het uitvoerend sociaal werk. En dan vallen de overeenkomsten op met kantelingen en transities die wij ook in Nederland in de zorg meemaken. En leerzaam vanwege de aandacht in de filmpjes voor de mensen die zelf vertellen over de zorg die ze krijgen. Maar ook vanwege de tips aan het eind, tijdens een recente update zijn alle filmpjes voorzien van een praktische handreiking. De website van Sciehttp://www.scie.org.uk/

Bredere bekendheid
De variatie aan onderwerpen is heel groot, ze gaan over kleinkinderen die mantelzorger zijn bij hun grootouders, over dementerenden die tegen belemmeringen aanlopen in de openbare ruimte, over slimme aanpassingen waardoor werken met een handicap toch lukt. Maar ook over meer abstracte zaken als zelfredzaamheid, participatie, coproductie en integratie. Dit is zo maar een greep uit het aanbod. Het gaat om korte filmpjes van hooguit tien minuten. Bij alle onderwerpen gaat het in de eerste plaats om de dagelijkse praktijk van de zorg en de ervaringen van mensen die gebruik maken van sociale voorzieningen, inclusief hun familie, omstanders en hun zorgverleners. In 2009 is de TV-tak van Scie hier mee gestart. Met de bedoeling om de praktijk van het sociaal werk en bredere bekendheid te geven. Het is toegankelijk voor de geïnteresseerde leek, maar heeft ook genoeg te bieden voor de professional en studenten sociaal werk.

Het promotiefilmpje:

Participatie en co-productie
De films zijn ingedeeld in een kleine twintig thema’s. Eén daarvan is participatie en co-productie. In het hier volgende filmpje leggen ze uit wat het verschil is tussen beide begrippen. Zo vertelt iemand over zijn ervaringen met participatie dat hij in de circuits van zorg en welzijnswerk regelmatig met zijn kop tegen de muur liep. Bij co-productie voelt hij zich als een vis in het water, heeft hij meer zeggenschap en merkt dat ze echt naar hem luisteren.

What makes co-production different from participation?

Care leavers
Een mooi voorbeeld van de extra mogelijkheden van dit TVkanaal is het Care leavers project, waarbij vier jonge ex-cliënten uit de zorg een speciale training krijgen. Ze leren hoe ze oudere ex-zorg cliënten in een gesprek van twee tot drie uur hun levensverhaal kunnen laten vertellen. Die gesprekken worden integraal opgenomen en komen in het archief van het respectabele British Library. Dat resulteert in twee films. Het eerste filmpje is getiteld Journeys through the care system en volgt stap voor stap de stadia die ze doorlopen hebben in de zorg, vanaf het allereerste contact. In het tweede filmpje Reflections on being in care, vertellen ze hoe het hen verder is vergaan en welke impact het had op de rest van hun leven.

The making of
Bijzonder aan deze reeks is het derde deel. In The making of the care leavers stories project komen de diverse partijen aan het woord over de manier waarop de twee films tot stand zijn gekomen. De jonge ex-cliënten vertellen hoe ze het vonden om lotgenoten van een andere generatie te interviewen. En leden van de begeleidingsgroep geven hun mening over het proces bij de totstandkoming en de waarde van het resultaat. Op die manier wordt het een verhaal van en een verhaal over ex-cliënten. En wordt het vanuit meerdere invalshoeken belicht.

Voor het tv-kanaal van scie: http://www.scie.org.uk/socialcaretv/

YouTube-kanaal: https://www.youtube.com/user/SocialCareTV


  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Recent Rozenberg Quarterly Articles

  • Rozenberg Quarterly Archives