Na de ontmaskering van het zorgzame dorp ~ het dorp dat zijn zorg zelf organiseert


640px-Zuid_Hazerswoude_Dorp

Foto: nl.wikipedia.org

Maart 2015. Een kleine kern wil nog niet zeggen dat de sociale binding groot is. Het Sociaal Cultureel Planbureau haalt de idylle van het dorp als een gemeenschap van noabers die voor elkaar klaar staan grondig onderuit in de recente publicatie Dicht bij huis. Het zorgzame dorp is geen vanzelfsprekendheid. Wat er toe doet zijn mensen die bereid zijn zich voor het dorp en de bewoners in te zetten. Maar hoe organiseren ze die zorg? En blijven lokale zorginitiatieven beperkt tot de dorpsgrenzen?

Het SCP-rapport Dicht bij huis heeft als ondertitel ‘Lokale binding en inzet van dorpsbewoners’. De publicatie brengt in kaart op welke manieren bewoners zich verbonden voelen met hun dorp. En gaat over de vraag in hoeverre dorpsbinding iets zegt over de inzet voor elkaar en voor het dorp. Deze zoektocht naar het sociale DNA van kleine dorpen is heel actueel nu de overheid, met name in de zorg, van burgers verwacht dat ze gezamenlijk verantwoordelijkheden op zich nemen. Over burgerinitiatieven in de zorg wordt nogal eens beweerd dat ze juist in kleine kernen goed gedijen vanwege de veronderstelde sociale cohesie in een kleine dorpsgemeenschap. Deze aanname heeft door de jaren heen moeiteloos een eigen leven kunnen leiden omdat er nooit uitgebreid onderzoek naar is gedaan.

De samenstelling en niet het aantal inwoners
Om meer inzicht te krijgen in de sociale netwerken en de mate van onderlinge steun in kleine dorpen, heeft SCP-onderzoeker Lotte Vermeij gegevens verzameld over circa zevenduizend personen, afkomstig uit ruim 500 dorpen met niet meer dan drieduizend inwoners. Uit deze enorme hoeveelheid data destilleert het SCP, in grote lijnen, dat de relatie tussen de veronderstelde binding met het dorp en hun inzet voor medebewoners geen vanzelfsprekendheden zijn. Het sociale leven van dorpsbewoners speelt zich voor een groot deel buiten het dorp af. En de omvang van een dorp is geen goede maatstaf voor sociale betrokkenheid. In een kleine kern is men niet per definitie behulpzamer dan in een dorp met meer inwoners. En in de kleinste kernen is de binding relatief gering, maar de bereidheid om elkaar te helpen weer groter. Er zijn volgens het SCP criteria die meer gewicht in de schaal leggen dan het inwoneraantal. Zoals de samenstelling van een dorpsgemeenschap; vooral hoger opgeleiden, kerkelijken en senioren zijn bereid zich vrijwillig in te zetten voor hun dorp en de dorpsgemeenschap. Het helpt ook dat een dorp aantrekkelijk gevonden wordt. Het SCP constateert een grotere toewijding bij mensen die bewust kiezen voor een dorp. Hier gaat het over dorpen die als mooi bestempeld worden, of gewild vanwege hun gunstige ligging nabij een stad. Read more

Bookmark and Share

Zorg in de wijk – Actieve bewoners nu aan zet?


Woonprojekt-Ysselstein

Foto: kenniscentrumwonenzorg.nl

Maart 2015. Steeds vaker organiseren bewoners zich om de zorg in hun buurt beter te regelen. Voor het LSA, het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners, was dit begin februari reden om deze ontwikkeling bij hun achterban aan te kaarten. Ook de LVKK, overkoepelende vereniging voor de kleine kernen, heeft dit thema sinds kort hoog op de agenda staan. Terwijl bewonersorganisaties hun rol in de zorg nog aan het verkennen zijn, houden kenniscentra en onderzoekers de burgerinitiatieven al uitvoerig onder een vergrootglas. Terecht, of is die belangstelling overtrokken?

Zorg is op het eerste gezicht nog een beetje een verdwaald thema op de site van het LSA. Toch is de aandacht voor dit onderwerp juist illustratief voor de ontwikkeling die deze vereniging de laatste anderhalf jaar doormaakt. Als ijkpunt hiervoor zou je kunnen wijzen op de subtiele verandering in de naam van het LSA: de A van Achterstandswijken is eind 2013 vervangen door Actieve bewoners. Ruim een kwart eeuw geleden had de achterban van deze landelijke vereniging zich nog overzichtelijk georganiseerd in buurt- en wijkcomités. Die maakten zich namens bewoners sterk voor de belangen van hun wijk. De thema’s hadden aanvankelijk vooral te maken met de leefbaarheid in de buurt; met wonen, werken, het groen en de verkeersveiligheid. Schoon, heel en veilig, was een prominent motto. De achterstandswijken, waar de LSA zich op richtte, waren al die tijd ook speerpunt in het beleid van de achtereenvolgende kabinetten. De verdienste van het LSA is geweest dat bewoners een plek en een stem kregen in het circuit van bestuurders, politici, professionals, adviseurs en wetenschappers dat in de slipstream van de toegekende budgetten naar deze wijken trok.

Positie van bewoners versterken
Door de multiculturele veranderingen en de oplopende sociale spanningen in de achterstandswijken, kwam er steeds meer aandacht voor sociale thema’s. Maar gevoelige kwesties als jongerenoverlast, opvoeding, onderlinge verdraagzaamheid, etnische en religieuze verschillen in de wijk, lieten zich steeds moeilijker vertalen in het bundelen van gezamenlijke belangen. En de opkomst van een grote variëteit aan burgerinitiatieven stelde steeds weer nieuwe eisen aan de wijkcomités met actieve bewoners: eisen aan de thema’s waar ze zich sterk voor maken, aan de representativiteit van hun comité, aan de schaal waarop ze werken, alsmede de netwerken waarin ze online en in real life actief zijn. In de geest van deze tijd omarmt het LSA nu ook burgerinitiatieven die tot stand komen buiten de kaders van de representatieve wijkcomités: dat kunnen buurthuizen in eigen beheer zijn, BewonersBedrijven, buurttuinen, wijkondernemingen, energiecoöperaties of energiecoöperaties. Zonder daarbij het aloude adagium los te laten: zich inzetten voor de leefbaarheid in hun buurt en het versterken van de positie van actieve bewoners. Read more

Bookmark and Share

Zorgvrijstaat Rotterdam West – Van community naar zorgcoöperatie


fcbkzorgvrijstaatFebruari 2015. Veranderingen in de zorg vragen om nieuwe vormen van participatie, vinden de initiatiefnemers van Zorgvrijstaat Rotterdam West. Ze doen dat op een hele praktische manier met gezonde en goedkope maaltijden die de bewoners zelf koken en samen kunnen nuttigen op een ontmoetingsplek in de buurt. Het is een prille community die het organiseren van dergelijke ‘aanschuifmaaltijden’ als aanloop ziet naar het oprichten van een zorgcoöperatie. Die kan dan als spin in het web vraag en aanbod verbinden van mensen die iets voor elkaar kunnen betekenen op het bredere terrein van welzijn en laagdrempelige zorg.

De gemeente Rotterdam riep in het voorjaar van maart 2014 het Fonds Sociale Infrastructuur (FSI) in het leven om maatschappelijke initiatieven van onderop een kans te geven. Het ging daarbij om ideeën voor de opzet van ontmoetingspunten, gelegenheden voor dagbesteding, het nuttigen van een maaltijd of steun aan vrijwilligers en mantelzorgers. Voorwaarde van de competitie was dat er op zijn minst één wijkgerichte bewoners- of vrijwilligersorganisatie dan wel een sociaal ondernemer bij het project betrokken moest zijn. De plannen konden voor de zomer ingediend worden, zodat ze er na de zomer zo snel mogelijk mee aan de slag konden. Bij de beoordeling van de aanvragen werd gekeken in hoeverre ze een bijdrage leveren aan het streven van de gemeente om mensen langer thuis te laten wonen en het mensen stimuleert om hulp en steun in hun eigen omgeving te zoeken. In totaal deden 120 projectvoorstellen een beroep op de anderhalf miljoen euro die het fonds eenmalig ter beschikking stelde. Zorgvrijstaat was één van de 30 projectvoorstellen die in de prijzen viel.

Onderlinge solidariteit
Tegen het bescheiden bedrag van 3,50 tot hooguit 5 euro kunnen bewoners in Rotterdam West sinds kort op diverse bekende plekken bij hen in de buurt terecht voor een gezonde maaltijd. Voor een aanschuifmaaltijd, zo genoemd omdat mensen er naar toe kunnen om te eten, maar ook als uitnodigend gebaar naar kandidaten om te helpen deze maaltijden te bereiden. Kokers en eters zijn welkom op uiteenlopende locaties als buurtkamers, ontmoetingscentra , zorgcentra en opvangadressen van Humanitas en het wijkpastoraat. Onder het motto `aanschuiven` maakt Zorgvrijstaat naar eigen zeggen de weg vrij voor een alternatieve eetinfrastructuur in dit deel van de stad. Ze zijn er in geslaagd om een groot aantal partners te vinden om dit te realiseren. En doen dat in Rotterdamse wijken met een rijke traditie van actieve burgerparticipatie. Eigentijds aan dit initiatief is vooral dat ze, na de thema’s renovatie, herstructurering, sociale veiligheid en sociale cohesie, deze keer de onderlinge solidariteit in de zorg en het welzijn als actuele vraagstukken ter hand nemen. Read more

Bookmark and Share

Crowdfunding in de zorg – een nieuw kunstje of een andere koers?


image001Januari 2015. De afgelopen vijf jaar is de belangstelling voor crowdfunding razendsnel toegenomen. In de zorg gebeurt dat tot nu toe in de marge. Is crowdfunding wel iets voor de zorg? Als instrument om de begroting weer sluitend te krijgen? Of om vernieuwingen in de zorg aan te zwengelen? Allebei, blijkt uit deze verkenning.

Maar eerst de vraag waar we het over hebben bij crowdfunding. Een campagne waarmee je de crowd digitaal uitdaagt met een smak geld over de brug te komen? Die faam heeft crowdfunding de afgelopen jaren opgebouwd door de sterke verhalen die rondzingen. Een bekend voorbeeld is de berooide filmproducer die jarenlang met een script leurde. Dankzij crowdfunding kreeg hij het budget voor het maken van zijn film opeens met gemak bij elkaar. Of de bedenkers van De Windcentrale die zomaar € 7 miljoen binnenhaalden voor de bouw van twee enorme windmolens. De film werd een kassucces en de windmolens leverden de donateurs behalve groene stroom, ook nog eens een ongekend hoog rendement op. Degelijke succesverhalen hebben crowdfunding het imago bezorgd dat het dromen waar kan maken. Maar hebben we hier inderdaad te maken met zo’n wondermiddel?

Open het dorp
Tijdens de Nationale Zorgvernieuwingsdag begin november waarschuwde Ronald Kleverlaan voor de misvatting dat crowdfunding een ongelimiteerde geldkraan is, of een digitale fruitautomaat. Kleverlaan is pionier en specialist op dit gebied, hij is ook één van de vier auteurs van de publicatie ‘Crowdfunding, de hype voorbij’. Volgens hem zijn de massamedia en een eindeloos grote crowd geen doorslaggevende factoren voor succes, veel bepalender is hoe je de familie, vrienden, kennissen of een verwante community vanaf het begin bij je plannen betrekt. Ook maakte hij in zijn presentatie duidelijk dat aspecten als het creëren van draagvlak, klantenbinding en marketing bij crowdfunding minstens zo belangrijk zijn als het geld dat je hoopt binnen te halen. Een ander misverstand is dat het bij crowdfunding om iets heel nieuws gaat. Ter relativering komt Kleverlaan met een voorbeeld uit 1885; de onvoorziene bouw van een 45 meter hoge stervormige sokkel van het Vrijheidsbeeld in Amerika. Dankzij een inzamelingsactie van de New York World, een grote krant in die stad, is destijds het ontbrekende bedrag voor die sokkel er alsnog gekomen. Crowdfunding, wil hij maar zeggen, dateert van ver voor het internettijdperk. Het mooiste voorbeeld uit eigen land is natuurlijk ‘Open het dorp’; een grote inzamelingsactie in 1962 voor de bouw van woningen in een dorp vlakbij Arnhem , exclusief voor gehandicapten. Uniek voor die tijd was dat de actie 24 uur lang rechtstreeks op tv werd uitgezonden. In beide voorbeelden gaat het om nieuwe media uit die tijd. Want in 1885 was de New York World pionier en in 1962 was televisie een betrekkelijk nieuw fenomeen. Ook voor crowdfunding geldt dat het zich kan nestelen dankzij de vlucht die internet en sociale media het afgelopen decennium hebben genomen.

Hoge verwachtingen
De komst van online platforms heeft gezorgd voor de snelle groei van crowdfunding, dat zich de voorgaande jaren beperkte tot individuele oproepen op websites. Een van de eerste online platforms in ons land, Sella Band, dateert van 2006. Donaties op dit platform waren voor muzikanten die hun nieuwe cd onder professionele begeleiding in een goed geëquipeerde studio wilden opnemen. Wie doneerde deelde mee in de winst van de cd-verkoop. De zangeres Hind haalde in 2010 op die manier binnen twee weken 40.000 dollar op. Ondanks dit succes wist Sella Band kennelijk geen lonend verdienmodel te vinden, want een jaar later gingen ze failliet. In deze beginperiode was crowdfunden vooral geliefd in kringen van kunst en cultuur, deze sector had in die tijd nogal last van overheidsbezuinigingen. Campagnes waren doorgaans kleinschalig van opzet en zaten in de fase van pionieren. De afgelopen jaren volgde een periode van groei; crowdfunding is in alle denkbare segmenten van de samenleving doorgedrongen. De omzet was in 2012 wereldwijd twee miljard euro, aldus een rapport van de Wereldbank. De Verenigde Staten, het Mekka van de crowdfunding, haalden dat jaar één miljard binnen, Europa 670 miljoen euro en het aandeel van Nederland was in 2012 nog heel bescheiden met circa 14 miljoen euro. Dit bedrag steeg een jaar later al wel naar 32 miljoen. Toch zet Kleverlaan voorzichtig een vraagteken bij al te hoge verwachtingen dat deze groei zich zo spectaculair blijft voortzetten. Read more

Bookmark and Share

Lenig en op leeftijd – een sportieve oude dag met applied games of een ommetje langs het beweegpad in de buurt?


http://www.kwiekbeweegroute.nl/

http://www.kwiekbeweegroute.nl/

November 2014. Wie dagelijks minstens een half uur flink in beweging is, ziet deze inspanningen beloond met een hogere levensverwachting en een vitale oude dag. Onderzoeken hiernaar wijzen in die richting en ook de overheid schreeuwt het van de beleidsdaken. Met name bij ouderen valt veel gezondheidswinst te boeken. De vraag is vooral: hoe haal je die over in beweging te komen en deel te nemen aan sportieve activiteiten? Met de verleidingen uit de gamesindustrie? Of heeft het alledaags bewegen in en om huis juist de voorkeur?

Er is in Nederland waarschijnlijk geen enthousiaster promotor van het bewegen op de oude dag te vinden dan professor dr. Erik Scherder, hoogleraar en hoofd van de afdeling Klinische neuropsychologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. Inmiddels ook bekende Nederlander door zijn gastoptredens in het tv-programma De Wereld Draait Door. En auteur van de bestseller ‘Laat je hersenen niet zitten’. Volgens Scherder is bewegen niet alleen goed voor je lijf, maar ook heilzaam voor de hersenen. Eén van zijn stellingen is dat mensen die meer bewegen hun kans op het ontwikkelen van dementie verkleinen. Behalve deze preventieve werking loont bewegen ook als mensen eenmaal dementie hebben: ze verbeteren daarmee hun algehele conditie, zitten beter in hun vel, hebben meer trek in eten en zelfs hun nachtrust is er bij gebaat. Daar komt nog het voordeel bij dat sportieve ouderen minder vaak een beroep doen op de zorg.

Een hit in Mol
Scherder is geen Don Quichotte die alleen staat in zijn missie, in de wetenschap wordt steeds meer bekend over de relatie tussen gezondheid en bewegen. Ook de overheid onderstreept in alle toonaarden zijn pleidooi voor een actieve leefstijl, blijkt uit de stroom aan nota’s, folders, subsidies, campagnes, beweegprogramma’s en regelingen. Zo zijn verpleeg- en verzorgingsinstellingen vanaf 2015 verplicht in hun beleid aan te geven dat bewegen een structureel onderdeel is van de geleverde zorg. Zo’n regeling levert weer veel rapporten en aanbevelingen op. En af en toe komt er een sprankelend praktijkvoorbeeld voorbij. Zoals onlangs het bericht over een verzorgingshuis in het Belgische plaatsje Mol waar ze in de ontmoetingsruimte grote beeldschermen voor de hometrainers hebben neergezet. Tijdens het trappen fietsen ze op het beeldscherm voor zich door oude buurten van Mol zoals ze die uit hun jonge jaren kennen. Het project blijkt een hit, het aantal gefietste kilometers is omhoog geschoten. Op een aanstekelijke manier is hier de techniek gecombineerd met de vaardigheden en interesses van de ouderen.

Bewegingsgames
Er is nog zoveel meer mogelijk met de digitale technieken waar we anno 2014 over beschikken. Het rapport ‘Let’s play’ met de ondertitel ‘ouderen stimuleren tot bewegen met applied games’ doet er dan ook een flinke schep bovenop in een toekomstverkenning. Die hebben TNO en VitaValley uitgevoerd in opdracht van Applied Gaming for Healthy Agingop, een coalitie waarin universiteiten, zorgverzekeraars, ouderenbonden en zorginstanties met elkaar samenwerken. Doel is om bewegingsgames voor ouderen onder de aandacht te brengen, zowel bij ontwerpers en producenten als ouderen en zorgorganisaties. Want de markt van bewegingsgames voor ouderen staat nog in de kinderschoenen, melden de auteurs van het rapport. Ze doen tien aanbevelingen voor een betere match tussen game industrie en ouderen. Ouderen hebben nog een zetje nodig om de smaak te pakken te krijgen, want ouderen die eenmaal aan het gamen slaan zijn snel verkocht. En voor de gameproducenten ligt er een nieuwe markt, zeggen de auteurs met zoveel woorden.

Leefstijl van jongeren
Waarom komt het gamen nog niet van de grond? Met de vergrijzing die in een dubbele versnelling toeneemt zijn de vooruitzichten op een toenemende belangstelling toch veelbelovend?! Daar komt bij dat de nieuwe generatie ouderen digitaal vaardiger is, de apparatuur wordt gebruiksvriendelijker en er is technisch steeds meer mogelijk. Het beeld van ouderen als digibeet klopt allang niet meer. In 2013 maakte 55% van de 65-plussers tot 75 jaar dagelijks gebruik van internet. Eén op de vijf nog helemaal niet, maar deze groep zal steeds kleiner worden. Ook in de zorg en de welzijnssector wordt steeds meer gebruik gemaakt van digitale technieken, denk hierbij aan e-Health en domotica. Dit zijn stuk voor stuk allemaal gunstige voorwaarden voor de introductie van bewegingsgames. Ook wordt uitvoerig uit de doeken gedaan waarom het gamen zo stimulerend is om te bewegen. Zou het dan toch liggen aan de aantrekkelijkheid van de games? Is het aanbod van bewegingsgames te zeer geënt op de leefstijl en leefwereld van de jongere, zoals het rapport suggereert? Read more

Bookmark and Share

Het Odensehuis – Een innovatief clubhuis voor wie te maken heeft met dementie


de-mens-zie festival 12 april 2014

de-mens-zie festival
12 april 2014

Oktober 2014. Het Odensehuis viert dit jaar zijn eerste jubileum, het inloophuis voor en door mensen met beginnende dementie en hun naasten bestaat vijf jaar. Twee jaar eerder, in 2007, staken een aantal Amsterdammers die persoonlijk en professioneel betrokken zijn bij dit onderwerp, de koppen bij elkaar. Zij vonden dat er een plek moest komen waar mensen met geheugenproblemen en hun dierbaren al in een vroeg stadium terecht kunnen. Voor informatie en advies, maar ook voor een kop koffie, een goed gesprek of voor culturele activiteiten. Een trefpunt waar ze gelijk vanaf de diagnose en in de verwarrende periode daarna terecht kunnen. Dat blijkt van onschatbare waarde, ook voor het welbevinden in latere stadia van de ziekte. De aanpak van het Odensehuis blijkt een schot in de roos, elders in Amsterdam en door het hele land komen nieuwe Odensehuizen van de grond.

De naam van het Amsterdamse Odensehuis is ontleend aan een tot de verbeelding sprekend ontmoetingscentrum voor mensen met dementie in de Deense stad Odense. De formule in Amsterdam vindt zijn oorsprong in soortgelijke initiatieven in Denemarken en Schotland. Het is een formule die op een aantal essentiële punten afwijkt van reguliere voorzieningen in ons land, zoals de dagopvang, de Alzheimercafés en ontmoetingscentra die in de afgelopen vijftien jaar zijn opgezet door zorginstellingen. Die bieden hulp en ondersteuning vanuit een professionele setting, terwijl het Odensehuis een vrijwilligersinitiatief is. De activiteiten van het Odensehuis worden uitgevoerd vanuit een eigen pand dat qua karakter nog het meest weg heeft van een klassiek clubhuis. Het is een accommodatie voor lotgenoten, in het Odensehuis spreken ze van participanten, die zich daar met hun mantelzorgers en vrijwilligers thuis voelen, ‘onder elkaar’ zijn. Ze ondernemen er ook zelf activiteiten, treden samen naar buiten en komen met verwanten en vrijwilligers op voor hun belangen. De belangstelling voor dit concept groeit en vindt steeds meer navolging. Het Odensehuisbestuur heeft samen met een aantal zorg- en welzijnsorganisaties in de stad de Odense-alliantie opgericht. En een manifest opgesteld met een pleidooi voor verbeteringen in de zorg voor deze groeiende groep Amsterdammers: De Amsterdamse dementiebrief. Die oproep is in 2013 tijdens de Week van de Dementie gepubliceerd. De Odense-alliantie zet zich ook in om het concept van het Odensehuis elders in de stad te introduceren. Er zijn nu op vier locaties in de stad Odensehuizen en twee in Amstelveen. Elders in het land is een Odensehuis gestart Groningen, Vlissingen, Wageningen, Oud-Beijerland en Velsen. In vijf jaar tijd is het aantal Odensehuizen gegroeid naar 11 locaties. Maar daar blijft het niet bij, zo is wel duidelijk. In diverse steden zijn plannen voor zo’n centrum in de maak. En heeft het onlangs geopende Geheugenhuis in Huizen, Noord-Holland, veel weg van deze formule.

Jullie lopen op ons beleid vooruit
Nederland telt bijna een kwart miljoen mensen met dementie, de verwachting is dat dit aantal in 2040 zal verdubbelen naar een half miljoen. Die verdubbeling wordt ook verwacht voor de 85.000 Amsterdammers die door dementie getroffen zijn. Het is een onfortuinlijke keerzijde van de vergrijzing, één op de drie 65-plussers is tegen die tijd dit lot beschoren zolang er geen medicijn tegen deze hardnekkige ziekte gevonden wordt. Op korte termijn ziet het daar niet naar uit. Vergeleken met kanker blijkt het heel moeizaam vooruitgang te boeken bij de behandeling, laat staan de genezing van dementie. Dit voedt dan ook de voorspelling dat dementie hard op weg is om volksziekte nummer één te worden. Dit vooruitzicht krijgt een extra dimensie nu de overheid wil dat mensen met een beperking, dus ook met dementie, langer thuis wil laten wonen. Voor hen geldt het devies dat ze vaker een beroep moeten doen op de steun van mensen in hun omgeving. De drempel naar professionele hulp zal hoger worden evenals de toegang tot woonzorgvoorzieningen. Voor een deel is dit uit kostenoverwegingen, de zorg dreigt onbetaalbaar te worden. Maar er is ook sprake van een paradigmawisseling in het denken over de zorg: een opwaardering van moderne deugden als zelfstandigheid en zelfredzaamheid, een omslag naar activering waar eerder werd gedacht in termen van hulpverlening. Mensen met dementie die hulp nodig hebben, moeten dit in de toekomst allereerst zelf zien te organiseren en hun persoonlijke netwerk aan te spreken. Met als gevolg dat er veel meer op de schouders terecht komen van mantelzorgers en zorgvrijwilligers. Maar ook dat er veel meer behoefte zal zijn aan een uitvalsbasis en trefpunt in de buurt waar deze mensen terecht kunnen. Een voorziening als het Odensehuis voorziet in die behoefte, en kan fungeren als schakel tussen de hulp van professionals en het netwerk van mensen die dementerenden informele steun bieden. Daarmee sluit deze voorziening naadloos aan op de doelstelling van de nieuwe WMO om de regie meer bij mensen zelf te leggen. Met `Jullie lopen op ons beleid vooruit,` complimenteerde staatssecretaris Van Rijn het Odensehuis toen hij daar in november 2013 op werkbezoek was. Read more

Bookmark and Share

  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Recent Rozenberg Quarterly Articles

  • Rozenberg Quarterly Archives