De Oostelijke Eilanden

No comments yet

Tweede Coehoornstraat in de Czaar Peterbuurt – Foto Neeria Oostra Malaver

In Sporthal Oostenburg is het een kakofonie van kinderstemmen. Het is vakantie en de sporthal is omgebouwd tot een groot activiteitenparadijs. Kleine kinderen, sommige nog in de luier, rennen tussen jonge tieners door. Moeders, veel moeders, maar ook vaders en opa’s en oma’s kijken naar hun kinderen of op hun telefoon.
Allerlei mensen door elkaar, allerlei kleuren door elkaar. Vanmiddag voelt dit als het kloppend hart van de wereld, gillend, rennend, lachend, tuimelend. En voor de kinderen is het dat ook.

In deze buurt, de Oostelijke Eilanden, tussen de wateren van het Marineterrein, de Dijksgracht en de Nieuwe Vaart, groeien deze kinderen op. Dit is hun leefwereld. Kattenburg, Wittenburg en Oostenburg. En nu ook de Czaar Peterbuurt en meer recent ook het Funen.

Als onderdeel van de zogenaamde Vierde Uitleg, een grote uitbreiding van toenmalig Amsterdam, werden tussen 1650 en 1662 eerst Kattenburg, daarna Wittenburg en tot slot Oostenburg aangelegd. Hiermee kwam er extra plaats voor de scheepsbouw. Vanaf deze scheepswerven vertrokken ook schepen naar Oost-Indië en Amerika. Het werden werkeilanden, al woonden er toen ook al wel mensen, vooral arbeiders die op de scheepswerven werkten.
Al heel vroeg, in 1671, verrees de Oosterkerk die door de eeuwen heen een belangrijke buurtfunctie vervuld heeft en nog steeds belangrijk is als ontmoetingsplek in de buurt.

Het eerst gevormde eiland Kattenburg werd voor de helft toegewezen aan de Admiraliteit, met de Marinewerf en ‘s Lands Zeemagazijn, het tegenwoordige Scheepvaartmuseum, als grote markeringspunten. Op de andere helft konden particulieren een werf en woning vinden. Op het tussenliggende Wittenburg moesten ook kleinere particuliere werven komen. Deze kwamen in die turbulente decennia niet van de grond en ruim een eeuw later hadden zich er nog maar weinig particulieren gevestigd.
De VOC kreeg heel Oostenburg toegewezen. Hier kwamen werven en het kantoor en werden alle activiteiten van deze multinational gehuisvest. De meeste belangrijke gebouwen van de VOC zijn verdwenen. Pakhuis Oostenburg staat nog wel overeind. In 1795 werd de VOC failliet verklaard. Een dertigtal jaar later vestigde de Fabriek van Stoom- en Andere Werktuigen zich op Oostenburg en nam het eiland bijna net zo absoluut over als de VOC eerder. Dit bedrijf ging uiteindelijk in de 20e eeuw op in Stork dat daar tot 1998 is gebleven.

Het failliet van de VOC markeerde ook de overgang van de grootschalige scheepsbouw naar andere bedrijvigheid als gevolg van de Industriële Revolutie. Een deel van de Wittenburgervaart werd gedempt en daar verschenen grote industriële hallen, de Van Gendthallen.
Vanaf 1832 werden de eilanden ter bescherming van het IJ afgesloten door de Oosterdoksdijk, waarop in 1874 de spoorbaan naar het oosten werd aangelegd. Hierdoor werden er geen nieuwe straten aan vast geplakt waardoor de Oostelijke Eilanden eilanden gebleven.
In de 19e eeuw verdween langzaamaan de scheepsbouw van de eilanden en werden het meer en meer wooneilanden. Alleen op Oostenburg is het gemengd woon-werkkarakter nog terug te vinden. De Czaar Peterstraat en omgeving is vanaf de aanleg in de 19e eeuw woonbuurt geweest, voor de arbeiders en de zeevaarders.

Bijltjesdag
De bewoners van de eilanden werden vroeger Bijltjes genoemd, naar het belangrijkste werkinstrument in de scheepsbouw. Deze naam raakte wijd bekend vanwege de befaamde Bijltjesdag. Op 29 mei 1787 kwamen de zeer Oranjegezinde bewoners van de Oostelijke Eilanden in opstand tegen de Republikeinen die de macht hadden overgenomen in Amsterdam. De spanningen tussen Republikeinen en Prinsgezinden liepen al jaren op toen in mei 1787 in het centrum vernielingen werden aangericht tegen Republikeinse gebouwen. De Bijltjes van de Eilanden haalden de brug naar Kattenburg op en verschansten zich op de eilanden. Het lukte de republikeinen de brug weer neer te halen en ze ondernamen hierop een bloedige vergeldingsactie.

Een ander voorbeeld van opkomen voor zichzelf is het aardappeloproer in 1917. Door de Eerste Wereldoorlog was de bevoorrading van Nederland in de knel gekomen en in Amsterdamse volkswijken raakten de aardappelen op, volksvoedsel nummer 1. In de zomer van 1917 kwamen vrouwen in de Jordaan en op de Oostelijke Eilanden in opstand en gingen de stad door op zoek naar aardappels. Zowel op het Haarlemmerplein als op het Kattenburgerplein vielen er doden toen het leger in een aantal dagen het aardappeloproer bedwong.

Vanaf de tweede helft van de 20e eeuw werden de inmiddels flink verpauperde woningen van de eilanden aangepakt. Er kwam nieuwbouw voor in de plaats en ook het stratenplan werd gewijzigd. Weinig gebouwen zijn blijven staan, alleen in de Czaar Peterstraat zijn ze gespaard gebleven.
Tijdens de sanering moesten bewoners elders verblijven. Veel Kattenburgers keerden terug naar de eilanden, de liefde voor de buurt was groot. Op de andere eilanden mochten de oude bewoners niet automatisch terugkomen en kwamen er ook veel nieuwe bewoners bij.
De buurt veranderde: van een levendige drukbebouwde buurt die aan de Jordaan deed denken naar een rustigere woonbuurt met veel minder bedrijvigheid.

Torenpunt van de Oosterkerk – Foto Neeria Oostra Malaver

Incidenten
Er is de laatste jaren veel over de Eilanden gezegd en geschreven, en niet altijd positief. En ook begrijpelijk, er zijn heftige dingen gebeurd. Meerdere schietincidenten in 2017 en 2018, waar doden en gewonden bij zijn gevallen. Indicaties van verwikkeling van de drugswereld met de buurt. En jongeren uit de buurt die hierin betrokken raken.
Dit soort ontwikkelingen brengen enorme pijn met zich mee en slaan gaten in een buurt.
Was het vroeger een echte arbeidersbuurt, ook tegenwoordig is het volgens de statistieken geen welvarende buurt. Veel mensen in een lagere sociaal-economische positie, weinig scholing en laaggeletterdheid komen veel voor.
Maar dat doet niet af aan de levendigheid van de buurt, de betrokkenheid van heel veel buurtbewoners, de wil om verbinding te blijven zoeken met elkaar. Er wordt van alles georganiseerd: een aardappelfestival, touwtje trekken op de bruggen tussen de eilanden, voetbaltoernooien, brunches in de speeltuin, kerst- en suikerfeestvieringen, er zijn zangkoren …. En ook samen met andere partijen zoals gemeente en sportorganisaties, die bijvoorbeeld zorgen voor veel sportactiviteiten voor de jeugd.
Deze begeestering stijgt misschien wel op uit de zandgrond van deze eilanden en de wateren eromheen. Een geschiedenis van werken in de scheepsbouw en andere ambachtelijke industrie, de neuzen in de wind, de blik richting zee. Er is bewustzijn van de grote wereld, en van de thuishaven daarin. Dat brengt trots over de eigen plek. Zoals de Bijltjes in 1787 de krachten bundelden en hun eilanden verdedigden, zo laat de buurt het er nu ook niet bij zitten maar daagt de nieuwsverhalen uit en blijft eigen verhalen maken.

Oosterkerk die als rustig bolwerk over Wittenburg uitkijkt.
De boot gemaakt van autobanden in de Wittenburgervaart.
Het Kattenburgerplein waar de buurt haar anker uitgooit.
De oude pakhuizen met hun statige balkenscheefheid.
Het winderige water van de Dijksgracht.
Het Oostenburgerpark aan de voet van Pakhuis Oostenburg.
De prachtige doorkijk over de Nieuwe Vaart naar Molen de Gooyer.

Doorkijk over de Nieuwe Vaart naar molen De Gooyer – Foto Neeria Oostra Malaver

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voor de kinderen die hier opgroeien is dit hun wereld, zij verdienen dat een mooi verhaal hun jeugd kleurt. En dat is nu, niet morgen.
De plek waar ze wonen, hun thuis, is iets om trots op te zijn, en verdient waardering. En respect. Hoe groot of klein ook, of het dak lekt of dat de muren kanariegroen zijn. Het is de plek waar een mens woont, waar geleefd wordt, waar ieder zijn eigen verhaal maakt.
Net als de buurt waar dat thuis staat. De verzameling huizen waar allemaal mensen met hun eigen verhalen hun levens leven. De buurt die leeft door de mensen die er leven, als glinsteringen die je op een zonnige dag overal ziet sprankelen. Allemaal bijzonder door hun eigen verhaal.

In deze serie portretteren we Amsterdammers. Wie wonen er in deze stad? Waar wonen ze en wat betekent hun buurt voor ze? Hoe zijn ze komen te wonen waar ze wonen? Wat drijft hen? Wat kwetst hen? Wat zijn hun dromen om naar uit te kijken? En waar kijken ze met trots op terug?
Zoveel verschillende mensen, zoveel verschillende verhalen. En vaak lijken we allemaal ook weer op elkaar. Allemaal mensen, allemaal Amsterdammers.

Het eerste portret: Amina ~ Het is goed zo

Achtergrondinformatie over de Oostelijke Eilanden

Buurtverhalen
https://mariabervoets.wordpress.com/category/kattenburg-wittenburg/
https://mariabervoets.wordpress.com/tag/oostelijke-eilanden/
https://www.buurtboeken.nl
http://buurtwinkels.amsterdammuseum.nl/2125/nl/kattenburg-rond-1960

Historie
https://www.theobakker.net/pdf/haven.pdf

Bestemmingsplan Oostelijke Eilanden:

Toelichting op het bestemmingsplan
https://www.planviewer.nl/index.html

De Oostelijke eilanden binnen Amsterdam:
https://www.planviewer.nl/3.1.html

De haveneilanden in transformatie:
https://www.planviewer.nl/3.2.html

Bijltjesdag
https://alleamsterdamseakten.nl/bijltjesdag-live/

Aardappeloproer (PDF)
https://www.ru.nl/aardappeloproer_1.pdf

Incidenten laatste jaren
https://panorama.nl/onderwereldgeweld-amsterdam
https://www.at5.nl/artikelen/177850/oostelijke-eilanden-al-vijf-jaar-in-greep-van-onderwereldoorlog
https://www.telegraaf.nl/zestien-jaar-voor-dodelijke-schietpartij-kattenburg

Bookmark and Share

Comments

Leave a Reply





What is 4 + 14 ?
Please leave these two fields as-is:
IMPORTANT! To be able to proceed, you need to solve the following simple math (so we know that you are a human) :-)


  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Archives