Dorpscomité’s passen bij modern openbaar bestuur ~ VNG Utrecht

No comments yet

Nieuwegein = dearchitect.nl

Stadhuis Nieuwegein
Ills.: dearchitect.nl

Maart 2014. Minister Plasterk breekt in zijn beleidsnotitie ‘Bestuur in samenhang‘  een lans voor dorps- en wijkraden. Hij heeft onlangs een inventarisatie laten maken van alle dorps- en wijkraden in ons land en concludeert dat dorpsraden een nuttige aanvulling zijn op de bestaande bestuurslagen. Plasterk ziet een taak voor ze weggelegd als brug tussen de burger en de lokale samenleving. Is dit de aanzet voor een herwaardering van dorpscomités? Pim Bannink, secretaris van de VNG afdeling Utrecht zou dit toejuichen: ‘Dorpsraden en dorpscomités passen wat mij betreft heel erg bij modern openbaar bestuur.’

De afdeling Utrecht van de Vereniging Nederlandse Gemeenten is gehuisvest in het stadhuis van Nieuwegein. In dit futuristisch ogende gebouw, hoge open ruimtes, veel glas en wit pleisterwerk, gelegen aan de rand van een overdekt winkelcentrum, lijkt de wereld van de kleine kernen ver weg. Toch is dat maar betrekkelijk, blijkt uit de beknopte geschiedenisles die Bannink geeft over het ontstaan van Nieuwegein. Hij wijst op de twee voormalige dorpen Jutphaas en Vreeswijk die in 1971 zijn samengevoegd. Om onder een nieuwe naam uit te groeien tot een stad met 60.000 inwoners. Bannink: ‘Interessant is vooral dat in een aantal oude delen het dorpse karakter bewaard is gebleven. Het voormalige dorp Vreeswijk is tegenwoordig zowaar een beschermd dorpsgezicht. En ook Jutphaas heeft het eigen karakter behouden. Niet alleen in de bouw en de stratenpatronen zijn de oude dorpen nog heel herkenbaar, ook in de sociale structuren. Het zijn delen van de stad met een eigen signatuur. Mensen vertellen met trots dat ze uit Vreeswijk of Jutphaas komen.’

Zelfwerkzaamheid
Pim Bannink heeft de mores van het dorpsleven in Gelderland leren kennen in een gemeente met een groot aantal kleine kernen. Zijn vader was daar burgemeester. Tijdens zijn loopbaan als raadsgriffier heeft hij onder meer in een plattelandsgemeente gewerkt. En als huidige bewoner van een dorp in de provincie Utrecht merkt hij ook nu weer dat het belangrijk is om rekening te houden met de dorpscultuur en de sociale verbanden in een kleine gemeenschap. Bannink:  ‘Ik durf zelfs te stellen dat die sociale structuren in kleine kernen taaier en duurzamer zijn dan de veranderingen die het gevolg zijn van een bestuurlijke herindeling. De lijnen in een klein dorp zijn kort en de mensen kennen elkaar door en door. De zelfwerkzaamheid in kleine kernen is over het algemeen ook groot, er is een zekere traditie om zaken zelf op te pakken.’  Volgens Bannink zijn bestuurders zich deze bijzondere omstandigheden bewust, naar zijn indruk is er in de ambtelijke organisatie op dit punt nog een inhaalslag te maken.

Nieuwe taken
In bestuurlijk Nederland staat momenteel heel veel op losse schroeven. Zo heeft minister Plasterk het plan opgevat om de twaalf provincies terug te brengen tot vijf landsdelen, dan wel vijf superprovincies. Als eerste in de rij wil hij in 2015 de provincies Utrecht, Flevoland en Noord-Holland samenvoegen. Verder streeft de minister naar gemeenten met een schaalgrootte van 100.000 inwoners. Dit kan betekenen dat er de komende jaren een golf aan herindelingen de kop op steekt. Een belangrijk argument voor de schaalvergroting is dat er door decentralisaties veel nieuwe overheidstaken bij de gemeente terechtkomen. Op sociaal terrein staat gemeenten de komende tijd veel te wachten. Het meest bekend zijn de wmo, de jeugdzorg en arbeidsparticipatie. De minister is van mening dat kleine gemeenten hier onvoldoende voor zijn toegerust en dat ze te weinig deskundigheid in huis hebben om al die nieuwe taken adequaat uit te kunnen voeren.

Geen duidelijke visie
Plasterk onderkent het risico dat de afstand tussen de lokale overheid en de burgers groter wordt door deze schaalvergroting. Hij ziet om die reden een taak weggelegd voor wijk- en dorpscomités. Om een duidelijker beeld te krijgen van plaatselijke belangenorganisaties van bewoners, heeft de minister een inventarisatie uit laten voeren. Het blijkt geen eenvoudige klus, het onderzoeksrapport meldt dat er nogal wat onduidelijkheden zijn. Bijvoorbeeld over de taken en bevoegdheden van dorps- en wijkraden, maar ook de verwachtingen tussen dorpsraden en gemeenten over en weer zijn niet helder. En het ontbreekt volgens de onderzoekers nogal eens aan een duidelijke visie op burgerparticipatie.

Vormdiscussies
Pim Bannink kijkt niet raar op van het geschetste beeld, hij kan zich goed voorstellen dat plaatselijke dorpsraden en bewonerscomités hun zaken overal weer net even anders hebben georganiseerd. En dat in het ene dorp de zaken formeler en meer gestructureerd verlopen dan ergens anders. Bannink: ‘Wat mij betreft staat niet de vorm centraal, maar de inhoud. Met de restrictie dat je elkaar dan wel serieus moet nemen. Dus geen onmogelijke beloftes doen; ja zeggen en nee doen is een doodzonde. Transparant handelen en verwachtingsmanagement zijn belangrijker dan het risico dat je verzandt in oeverloze vormdiscussies.’

Goede communicatie
In de inventarisatie van dorpsraden en wijkcomités staat een opsomming van argumenten die het voor de gemeentelijke overheid aantrekkelijk maken om met dorps- en wijkcomités in zee te gaan. Zoals de nuttige signalen die ze doorgeven over wat er in de dorpssamenleving leeft. In het rapport worden de comités de oren en ogen van het gemeentebestuur genoemd. Als tweede voordeel staat aangegeven dat dorps- en wijkcomités als intermediair tussen burger en bestuur voor extra draagvlak kunnen zorgen bij beslissingen die gevoelig liggen. Ook de mogelijkheid om de belangenbehartiging in goede banen te leiden, wordt als winstpunt aangemerkt. Evenals het uitwisselen van informatie en een goede communicatie in het algemeen. Wat Bannink betreft gaat het hier om functies die essentieel zijn voor modern openbaar bestuur. En daarom evenzoveel redenen om er aandacht aan te besteden.

Top-down
Iedere zichzelf respecterende gemeente heeft burgerparticipatie onderhand hoog in het vaandel staan. Door het hele land wordt hier veel aandacht aan besteed. Toch concluderen de onderzoekers dat er nog altijd sprake is van een zogeheten topdown benadering onder de regie van de gemeente. De beoogde zelfredzaamheid en het bevorderen van de eigen verantwoordelijkheid van de burger, wordt overschaduwd door activiteiten die vooral tot doel hebben het draagvlak van het gemeentelijk beleid te verstevigen. Initiatieven die genomen worden, liggen voor het overgrote deel in het verlengde van het gemeentelijk beleid. Bannink: ‘Wat mij in het rapport aanspreekt is de aanbeveling om vooral ruimte te geven aan wat de auteurs de doe-democratie noemen. Daarmee doelen ze op de ruimte die burgers geboden wordt om zelf maatschappelijke initiatieven te ontplooien.’

Doe-democratie
Er is nog een onderwerp dat in het rapport over dorps- en wijkcomités nauwelijks aangeroerd wordt, maar op de achtergrond wel degelijk een belangrijke rol speelt. Dat zijn de drastische bezuinigingen en financiële overwegingen van de overheid om op diverse fronten een stap terug te doen. Pim Bannink onderkent dat dit element er toe bijdraagt dat de omslag naar zelfwerkzaamheid en burgerparticipatie geen vrijblijvende exercitie is. Maar vindt dat het benadrukken van die motivatie te kort doet aan de waarde van burgerinitiatieven en de opkomst van een doe-democratie. ‘Ik kies ervoor om van de nood een deugd te maken en zou het toejuichen als wijk- en dorpsraden hier een actieve rol in gaan spelen.’

Gouden tip:
Blijf op een open en constructieve wijze in gesprek met het gemeentebestuur en de politieke partijen. En bewijs uw meerwaarde in een tijd die in financieel-economisch opzicht niet eenvoudig is, maar wel degelijk kansen biedt voor de ‘doe-democratie’.

image_pdfimage_print
Bookmark and Share

Comments

Leave a Reply





What is 8 + 8 ?
Please leave these two fields as-is:
IMPORTANT! To be able to proceed, you need to solve the following simple math (so we know that you are a human) :-)


  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Recent Rozenberg Quarterly Articles

  • Rozenberg Quarterly Archives