Gerben Bakker & Gert Jan Geling ~ Over politieke correctheid

Ills. Joseph Sassoon Semah

Gerben Bakker en Gert Jan Geling onderzoeken in ‘Over politieke correctheid’ de historische ontwikkeling van politieke correctheid, haar morele grondslag (waarbij de ideeën van Hannah Arendt centraal staan), de rol die het speelt in onze tijd in discussies tussen de ’bestuurlijke kaste’ en de ‘verontwaardigde burger’ en wat de concrete gevolgen zijn van politieke correctheid. Ze constateren dat politieke correctheid niet onschuldig is, het bedreigt vrijheid van meningsuiting, het leidt tot (zelf)censuur en kan zelfs de veiligheid in gevaar brengen. Hoeveel politieke correctheid kan de maatschappij verdragen? Een pleidooi voor de legitimiteit van de westerse traditie en cultuur.

In de negentiger jaren stond ‘politieke correctheid gelijk’ aan de angst van bestuurders om minderheden te kwetsen, nu naar een doorgeslagen progressief moralisme en een uit Amerika overgewaaide ‘identity politics’. Nederland is verschoven van een progressieve, antiautoritaire cultuur naar een sfeer waarin we ‘benoemen’, in hokjes stoppen. Dat betekent een verschraling van het politieke denken, zoals Hannah Arendt dat beschrijft: het bespiegelen van het eigen denken aan andere perspectieven, een ‘enlarged mentality’, een veel perspectivische engagement en zo te komen tot een weloverwogen oordeel.
Ook internet heeft een grote impact op de samenleving, het belooft veel vrijheid, een groot ‘vrijgevochten politiek potentieel’, maar in de praktijk is er sprake van steeds meer gedragssturing. Mensen worden via algoritmes bevestigd in hun (politieke) keuzes. Internet is steeds meer in handen van kapitalistische ondernemingen in Silicon Valley, die de regie willen houden op de inhoud omdat ze niet aansprakelijk willen zijn voor incorrecte info,’hate incitement’ of het verspreiden van terroristische propaganda en dat heeft consequenties voor het bestaan van politieke correctheid, aldus Bakker en Geling. Later in het boek betogen de auteurs dat de absolute pluraliteit van politieke meningen op internet wél zijn gerealiseerd maar (nog) niet conform Arendts ‘enlarged mentality’. In plaats daarvan lijkt het politieke inlevingsvermogen dat benodigd is ontaard in een digitale oorlog van allen tegen allen, waarin alle feitelijkheid dreigt te sneuvelen.

Bij politieke correctheid staan collectieve belangen op het spel, aldus de auteurs, waarbij zij twee vormen van politieke correctheid onderscheiden. Taal is hierbij zowel het instrument van de waarheid en smeerolie.
De dogmatische politieke correctheid heeft het doel is de ‘foute’ mening tot zwijgen te brengen. Zij is vooral ideologisch en moralistisch, en verdeelt de wereld in vijanden en slachtoffers. Dogmatisch politiek correcte mensen bevinden zich op ‘moral high ground’.
De andere vorm van politieke correctheid is conformistisch, waarbij het aanpassen aan de dominante overtuiging, en het tot zwijgen brengen van de foute mening het doel is. Ook bij conformistisch politieke correctheid is taal het middel om welgevallig gedrag te tonen: mensen zeggen wat ze behoren te zeggen, in plaats wat ze denken.

Politieke correctheid is verbonden aan verschuivende waardenperspectieven. De Nederlandse geschiedenis omtrent politieke correctheid is verweven met een verjarende progressieve ideologie, die is ontstaan rondom tolerantie, multiculturalisme, waarbij de islam specifiek typerend is voor de Nederlandse situatie. De discussies zijn vaak gericht op het verbieden van kwetsende taal of cultuuruitingen. Zo ontstaat een kloof in het islamdebat over de manier waarop in de maatschappij wordt gedacht over de islam, en de manier waarop er in de samenleving over wordt gedacht.
De uit Amerika overgewaaide ‘identity politics’ leidt tot een ideologische clash tussen de social-justice-beweging, die de westerse erfzonden definitief van zich af willen afschudden, en de identitaire respons die juist kiest voor een nieuwe conservatieve koers.

Diversiteit, kunst en ook gender zijn omgeven van politieke correctheid. Diversiteit op de universiteit wordt vooral uitgelegd als culturele diversiteit, en geheel niet aan diversiteit aan ideeën. Als gevolg van een conformistische politieke correcte houding wordt dat vaak niet gerealiseerd.
Ook een symbolische waarheid bestaat, de symbolische ordening die de mens toekent aan de wereld. Nu is bijvoorbeeld sprake van nieuwe immoraliteiten van historische kunst, waarbij de taboeïsering van symbolische uitingen gepaard gaat met een zeker geweld tegen de veelkleurige betekenisgeschiedenis, in kunst en tradities.
De #MeToo-discussie vindt ook zijn weg in de museumzaal: het culturele geheugen wordt gereset. Net als ook koloniale standbeelden moeten worden verwijderd. Het verleden wordt gecensureerd in het heden.
Schaamte en schuld met betrekking tot de blanke westerse identiteit is een voedingsbodem voor het verzet tegen politieke correctheid, evenals de doorgeschoten progressieve moraal van het politieke establishment ten opzichte van het ‘multiculturele vraagstuk’, aldus de auteurs. Onder invloed van de identiteitspolitiek uit Amerika verwijst politieke correctheid vooral naar vormaspecten waarin zich sociale of culturele ongelijkheid zou manifesteren
(Zwarte Piet, koloniale stadbeelden). Waar is vandaag de legitimiteit van de westerse cultuur nu het onderhevig is aan een zelf veroordelende blik, die ontstond toen de keerzijde van het vooruitgangsideaal zichtbaar werd, vragen de auteurs zich af? Ze halen hierbij de Franse filosoof Pascal Bruckner aan en zijn essay ‘Tirannie van het berouw, Essay over het Europese masochisme’ (= boetedoening doen voor het leed dat het Westen heeft aangedaan). ‘The
West is the worst’, zo luidt de boodschap van menig intellectueel, volgens Bruckner, een occidentale zelfhaat met een bijsmaak van hypocrisie.

Politieke correctheid heeft ook consequenties voor de veiligheid als vrijheid van spreken en onderzoek worden onderdrukt. Een cultuur van sociaalgeforceerde taboes kan leiden tot onder de tafel vegen van tegendraadse meningen, hetgeen leidt tot een sterke polarisatie van het debat, zoals in het debat over de islam.
Door de huidige koers van links-progressieve partijen met hun geforceerde tolerantie wordt vooral extreemrechts in de kaart gespeeld. Het tot taboe verklaarde onderwerp staat op het spel, evenals de dynamiek van spreken en luisteren. Als men niet naar elkaar luistert, dan ontstaan nog strengere taboes.

De auteurs zien politieke correctheid steeds vaker terugkomen bij actuele kwesties, in de media, de wetenschap, de politiek, de culturele sector en in debatten over de omgang met het verleden.
Hoe verhoudt het filosofisch ideaal van waarheid spreken zich met politieke correctheid, waarbij de auteurs kiezen voor de verantwoordelijkheid van vrijheidsdenken en een beroep doen op Verlichtingsidealen als individuele verantwoordelijkheid. Politieke correctheid kan ten koste gaan van minderheidsstandpunten en afwijkende meningen, waardoor vrijheid van meningsuiting en wetenschappelijke vrijheid onder druk komen te staan. Ook blijven tegendraadse feiten en uitspraken onder de oppervlakte wat tot concrete veiligheidsrisico’s kan leiden. Felle reacties op politieke correctheid kan leiden tot verdere polarisatie.
Politieke correctheid is een reëel gevaar voor het aantonen en doorgeven van de waarheid.

Het idee van één universele waarheid is ongeschikt voor gebruik in de politiek, eeuwige en onveranderlijke waarheden bestaan niet in het publieke domein. Het monopolie op feitelijke waarheid kan leiden tot een ‘tirannieke’ lezing van de feiten, maar onkritische acceptatie van reeds gevestigde waarheden is ook gevaarlijk. De politieke ontaarding, zoals ten tijde van het nazisme, dan zijn de denkbeelden als zodanig niet gevaarlijk, maar meer het gebrekkige kritische intellectuele vermogen van mensen waardoor ze te weinig weerstand bieden tegen deze denkbeelden en ze niet maatschappelijk pluriforme gezichtspunten analyseren, aldus Bakker en Geling. Hannah Arendt stelde een groot vertrouwen in een ‘enlarged mentatlity’.

De auteurs sluiten het boek af met de constatering dat er niets belangrijker is dan het individuele denken: vrijdenken als voorwaarde voor een moreel rechtschapener wereld.
Dat betekent geen censuur, maar vrijheid van meningsuiting is geen vrijbrief voor het individu om alles maar te zeggen; het brengt een verantwoordelijkheid met zich mee. De auteurs zijn tegen demofobie als bescherming van de goede smaak of om het rechtvaardig ideaal te beschermen tegen het onredelijke volk. Ze bepleiten een absolute academische vrijheid, alle vormen van (zelf)censuur in de media zijn onwenselijk en we moeten er voor waken om taboes te verabsoluteren tot onwrikbare morele waarheden.
Hierbij is een cultureel verstevigd moraal nodig, dat zich kenmerkt door bescheidenheid, weldenkendheid en zelfonderzoek.
——-
De auteurs Gerben Bakker en Gert Jan Heling zijn docent integrale veiligheidskunde aan de Haagse Hogeschool en zij illustreren hun onderzoek dan ook met veel voorbeelden waarbij de islam centraal staat. ‘Over politieke correctheid’ is een pleidooi voor de legitimiteit van de westerse traditie en cultuur.
Ze maken zich ook sterk voor een absolute academische vrijheid, die steeds vaker niet wordt gerealiseerd. En als de universiteit wel een verscheidenheid van meningen laat horen, leidt dat tot verstoring of zelfs bedreiging, zoals zeer recent enkele docenten van de UvA via de email-doodsbedreigingen ontvingen. Zij hadden opgeroepen stelling te nemen tegen het bezoek van de omstreden Canadese psycholoog en cultuurcriticus Jordan Peterson, die bekend staat om zijn scherpe kritiek op de politieke correctheid rondom onderwerpen als wit-privilege, feminisme en culturele toe-eigening.

Gerben Bakker en Gert Jan Heling – Over politieke correctheid. Boom uitgevers, Amsterdam, 2018.
Paperback ISBN 9789024422548  E-book: ISBN 9789024422692