Het dorp als business case ~ Provincie Utrecht

No comments yet

1926851_821833581166858_1737005502_nMaart 2014. Dankzij het project Leefbaarheid Kleine Kernen van de Provincie Utrecht kwamen in de periode van 2004 tot 2009 projecten van de grond in maar liefst 26 van de 37 kleine kernen. Stuwende kracht achter dit succes was projectleider Erik Ypema. Die roemt de grote betrokkenheid tijdens ‘dorpsoplopen’, bijeenkomsten waar dorpsbewoners gezamenlijk plannen konden smeden en met elkaar in gesprek gingen over de toekomst van hun dorp. ‘Burgerparticipatie op zijn best,’ aldus Erik Ypema. Die de suggestie doet om deze formule ook in grotere dorpen en stadswijken toe te passen. Als volgende stap in de kleine kernen zou hij een proef willen doen met het ontwikkelen van een dorp als businesscase.

Een kleine dertig jaar geleden werd Erik Ypema bij de Provincie Utrecht aangesteld als planningsmedewerker voor psychiatrische voorzieningen. Achteraf blijkt de psychiatrie de enige sector in de gezondheidssector te zijn waarin hij niet werkzaam is geweest. Wel hield Ypema zich bezig met de planning van verpleeghuizen, gehandicaptenvoorzieningen en bejaardenoorden, allemaal in het kader van de wettelijke taken die de Provincie op dit terrein heeft. Vanuit deze positie heeft hij een bijdrage kunnen leveren aan de vermaatschappelijking van de zorg. Zo werd het beleid genoemd dat tot doel heeft om de huisvesting van cliënten in grote instellingen in een bosrijke omgeving te verplaatsen naar kleinschalige woonvormen tussen ‘gewone mensen ‘ in wijken en dorpen.

Over de schutting
Gehandicapten en chronisch zieken mochten niet langer worden ‘weggestopt’ in een bosrijke omgeving, was het credo. Erik Ypema: `Die omslag had gevolgen voor de ruimtelijke ordening. Wij dachten na over de toekomst van vrijkomende gebouwen; vaak ging het dan om sloop, soms was natuurbestemming een optie. Ik kreeg op die manier te maken met formele procedures die te maken hebben met de ruimtelijke ordening, zoals het Streekplan, Structuurnota’s, bestemmingsplannen, stedenbouwkundige visies, rode en groene contouren, noem maar op. In die jaren werkte ik heel nauw samen met een collega op de afdeling Ruimte. Al doende ontdekten wij dat er zo veel meer mogelijk is als je bereid bent over de schutting van je eigen vakgebied heen te kijken. En gezamenlijk op zoek te gaan naar oplossingen.`

Creatieve oplossingen
Het waren in eerste instantie ook de ruimtelijke ordeningsaspecten die zijn aandacht trokken, toen Ypema las dat de provincie het thema “Leefbaarheid kleine kernen” op wilde nemen in de Sociale Agenda, het sociaal beleid van de provincie in de periode 2004 tot 2007. Er moest een projectleider komen, zoveel was duidelijk. Ypema: ‘Ik zag raakvlakken met mijn werk in die tijd, namelijk dat je over de muren van je eigen afdeling op zoek gaat naar oplossingen op maat. Bijvoorbeeld door te sleutelen aan de rode en groene contouren. Dan gaat het over de grenzen van ‘rode’  gebieden waar gebouwd mag worden en de ‘groene’ delen waar de natuur voorrang krijgt. Ik moest denken aan de creatieve oplossingen bij zorgaccommodaties door een uitruil tussen rood en groen. En dacht aan de optie om ook in kleine kernen de grenzen aan beide kanten een beetje op te rekken om bescheiden woningbouwplannen in die kernen mogelijk te maken.’ Maar dit was niet het enige dat hem aansprak.

Dorpsoplopen
Aandacht voor het thema leefbaarheid zag Erik Ypema als een nieuwe uitdaging: `Het sprak mij aan dat de nadruk nu eens kwam te liggen bij de dorpsbewoners. En dat er voor duurzame oplossingen aansluiting gezocht moest worden bij de manier waarop die bewoners de leefbaarheid in hun dorp ervaren. Met die zienswijze was ik het roerend eens. Want je kunt nog zo’n goed doortimmerd plan voor een dorp op papier zetten, dat schiet zijn doel voorbij als de mensen die er wonen er niet vierkant achter staan. Vandaar dat we gelijk bij het begin 15% van het budget hebben gereserveerd om de bijdrage van de dorpsbewoners te faciliteren.’ Met dit bedrag kon geïnvesteerd worden in het proces op weg naar de projectplannen. Dorpsoplopen noemt Ypema deze druk bezochte bijeenkomsten die vaak in het dorpshuis werden gehouden. De bewoners kregen daar de gelegenheid om de knelpunten in hun dorp met elkaar te delen. Oplossingen te zoeken, plannen op te stellen. Soms eenmalig, meestal ging het om langduriger trajecten. De provincie maakte ondersteuning op maat financieel mogelijk door een professioneel adviesbureau in te schakelen. Of een haalbaarheidsstudie van een plan van de dorpsbewoners uit te laten voeren.

Over de streep
Terugkijkend op die avonden met dorpsbewoners, realiseert Ypema zich nog meer dan destijds de potentie van die bijeenkomsten. In de huidige tijdsgeest zou dit model kunnen staan voor een geslaagde manier om als overheid burgerparticipatie te faciliteren. Maar ook als instrument om de zelfredzaamheid in een dorp te bevorderen door de positie van bewoners te versterken. `Wat naar mijn idee ook heel goed werkte, is dat wij de dorpsbewoners niet zomaar ongebreideld lieten brainstormen, en zonder financiële vooruitzichten allerlei toekomstscenario’s lieten opstellen. Met een startbedrag van maximaal 100.000 euro in het vooruitzicht was er een substantieel bedrag beschikbaar om andere organisaties, ondernemingen, fondsen en ook de gemeente als potentiële partner over de streep te trekken bij het realiseren van de plannen.’

Laboratorium
Erik Ypema vindt kleine kernen een geschikte omgeving als laboratorium voor burgerparticipatie. Hij wijst daarbij op factoren die dit succes in de hand werken, zoals een sterke sociale cohesie en kleinschaligheid. Ypema: `Treffend bijvoorbeeld hiervan is de bijeenkomst in een dorpje met amper duizend inwoners, daar kwamen ruim 120 belangstellenden opdagen. Terwijl in een dorp even verder met twee keer zoveel inwoners, de opkomst bleef steken bij 80 belangstellenden.’ Toch bieden de kleine schaal en een sterke sociale cohesie geen garantie voor succes, is de ervaring van Ypema: `Een sterke sociale cohesie kan ook knellend werken. En het richt weinig uit als nieuwkomers met een hele andere levensstijl zich hierdoor afzijdig houden. Omgekeerd komt ook voor dat nieuwkomers in het bestuur van een dorpscomité het roer overnemen, dat is net zo funest. Ypema constateert dat met wisselend succes gezocht wordt naar een gewenste balans tussen die twee. Een succesvol voorbeeld zag hij in een dorp waar zeer capabele nieuwkomers achter de schermen heel actief waren. Maar de plannen heel bewust door oudgedienden lieten presenteren. Ypema: `Vitaliteit en slagkracht van dorpscomités zit soms in dit soort subtiele afwegingen.`

Ieder voor zich
De provincie Utrecht hanteert als criterium voor een kleine kern de aantallen van 400 tot 4.000 inwoners. Op de vraag of dit de ideale schaal is voor een project, refereert Ypema aan bovenstaand voorbeeld met nieuwkomers: `Je moet vooral veel aandacht besteden aan de condities. In een kleine kern zijn de lijnen weliswaar kort, de mensen kennen elkaar en hebben veel gemeenschappelijk. Toch is het niet allemaal één pot nat. In kleine kernen heb je net zo goed te maken met families en netwerken die meer en minder met elkaar optrekken. Of met vooroordelen tussen mensen die een verschillende kerkelijke achtergrond hebben. Waar je ook voor kiest, in essentie gaat het erom dat je stil staat bij de vraag hoe je met elkaar te maken wilt hebben. De tijd van ieder voor zich en de staat voor ons allen is voorbij, dus wordt het steeds urgenter om te kijken wat mensen voor elkaar kunnen betekenen. Dat geldt net zo goed voor de kleine kernen als voor de grotere dorpen en de stadswijken. Om die reden zou ik dit concept voor kleine kernen nog wel eens toegepast willen zien in een stadswijk.’

De lat ligt hoger
Een groot deel van het provinciale budget is naar innovaties voor de dorpshuizen gegaan. Dit bevestigt nog eens het belang van deze centra voor het dorp. Erik Ypema spreekt in het voorbijgaan zelfs over het dorpshuis als de materialisatie van sociale cohesie. Een inventarisatie onder dorpshuisbesturen in 2008 naar de knelpunten wees uit dat veel dorpshuizen te kampen hebben met achterstallig onderhoud. In de letterlijke betekenis omdat de gebouwen een grondige opknapbeurt nodig hadden en de interieurs aan modernisering toe waren. Figuurlijk gesproken was er sprake van terugloop in bezoekers en een afname van het aantal verenigingen dat gebruik maakte van de accommodatie. Ypema: `Veel dorpshuizen staan voor de taak om een vernieuwingsslag te maken, want er is in dorpen nog altijd veel behoefte om elkaar daar te ontmoeten. Het nieuwe is misschien dat de lat hoger ligt vanwege de eisen die eraan gesteld worden.`

Business case
Dankzij de impulsen van het provinciale project Leefbaarheid Kleine Kernen is er in een relatief groot aantal dorpshuizen sprake van een bescheiden begin van een nieuwe koers. Er zijn multifunctionele accommodaties en mini cultuurhuizen gekomen. Maar wat Erik Ypema betreft is hier nog een hele slag te slaan: `Je zou voor zo’n veranderingstraject een dorp eens in zijn geheel als business case onder de loep moeten nemen. Dus niet focussen op het dorpshuis, maar ook andere voorzieningen en andere accommodaties onder de loep nemen, bij ruimtelijke ordening mogelijkheden voor het bouwen van starterwoningen erbij betrekken, uitruilmogelijkheden onderzoeken tussen rood en groen, op een rijtje zetten wat de meerwaarde is als verenigingen meer samenwerken, potenties van lokale ondernemingen in kaart brengen, enzovoorts.` De voormalige projectleider ziet het al helemaal voor zich.

Gouden tip:
Mensen sluiten zich steeds minder aan bij verenigingen, maar snakken wel naar betekenisvolle ontmoetingen. Zorg daarvoor en betrek ze bij hun medemensen in hun sociale en fysieke omgeving.

image_pdfimage_print
Bookmark and Share

Comments

Leave a Reply





What is 14 + 4 ?
Please leave these two fields as-is:
IMPORTANT! To be able to proceed, you need to solve the following simple math (so we know that you are a human) :-)



Ads by Google

  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Recent Rozenberg Quarterly Articles

  • Rozenberg Quarterly Archives