Maatschappijleer is er om de leerlingen te laten functioneren in de samenleving. Een interview met Henk A. Becker

No comments yet

Prof.dr. Henk A. Becker

Prof.dr. Henk A. Becker (1933) kijkt opgewekt naar de toekomst. Natuurlijk, ook hij weet dat het er op dit moment niet alleen maar rooskleurig aan toegaat in de samenleving, maar hij ziet de contouren van een nieuwe generatie in opkomst waar hij een positief levensbeeld aan durft te ontlenen.

Auke van der Berg: U noemde een paar keer dat er een schok gaat komen met de nieuwe generatie twintigers. Wat voor schok?

Henk Becker: Dat ze, bijna alle leden van Generatie Z, ongelooflijk meer kennis en vaardigheden ten aanzien van het hanteren van computers hebben dan de vorige generaties.
Daar kunnen ze feitelijk gebruik van maken bijvoorbeeld door ook in het Engels te werken terwijl ze in Nederland zitten. Je kunt je brood verdienen. Of denk aan de jonge Roemenen die programmeren voor Nederlandse ondernemingen. Wat voor die Nederlandse ondernemingen uiteraard belangrijk is omdat de salarissen daar aanmerkelijk lager zijn.

Dat is een praktische vertaling. Het is ook de generatie die op grote schaal de mogelijkheid heeft om op verschillende manieren kennis tot zich nemen. Wat voor invloed heeft dat?

Daardoor zullen ze veel meer dingen kunnen uitvoeren. Op een andere manier geld verdienen dan vorige generaties. Dat studenten via digitale communicatiemiddelen eenzame ouderen begeleiden. De mogelijkheden om je maatschappelijk nuttig te maken, om geld te verdienen, zijn enorm uitgebreid.

Is daar uw optimisme op gestoeld? Ondanks deze warrige tijden.

Ja, omdat de mogelijkheden om actief te zijn, om je geld te verdienen om een reputatie op te bouwen, zo ongelooflijk zijn toegenomen. Daar zit het positieve in.

Maar dit is ook de tijd waarin we worden geconfronteerd met een overvloed aan informatie, op allerlei niveaus. Wat voor invloed heeft dat op ons gedrag?

Dat is onderzoek voor specialisten. Maar voor iedereen in de samenleving, die bijna iedere dag het woord generatie tegenkomt, is het één van de denkwerelden waarmee hij zijn omgeving begrijpt. En waarmee hij op die omgeving inspeelt.

Hoe leer je daarmee om te gaan?

Door te kiezen voor maatschappijleer. Maatschappijleer is er om de leerlingen te laten functioneren in de samenleving. Het moet één van de belangrijkste vakken worden.
Het vak is op de achtergrond geraakt omdat het relatief makkelijk is op het eindexamen. Wis- en natuurkunde is moeilijk omdat het moeilijk is. En de scholen gebruiken het om discipline af te dwingen.

U bent één van de belangrijkste gezichten van het vakgebied Generatie sociologie. Wat is dat, Generatie sociologie?

Generatie sociologie is een onderdeel van de empirische sociologie. Door generaties in te voegen komt er de tijdsdimensie bij in de discussies en publicaties.
Het boeiendste beeld om aan te geven dat er een tijdsdimensie is, is dat van de python. De slang die een groot aantal konijnen ingeslikt heeft. Langzamerhand schuiven die konijnen door dat slangenlichaam heen. Wat betekent dat de kenmerken van een generatie in de loop van de tijden veranderen omdat de leden ouder worden. Dat proces moet je in de gaten houden.

Het vakgebied kreeg voet aan de grond door het essay Das Problem der Generationen van de Hongaars-Duitse socioloog Karl Mannheim. Mannheim stelde dat een generatie een objectieve sociale formatie is, een aanwijsbare groep in de samenleving. Een gezamelijk beleefde historische gebeurtenis zorgt voor binding binnen een leeftijdsgroep. Zijn essay was het antwoord op allerlei esoterische gedachten over de Zeitgeist die toendertijd in zwang waren. Van Generationsimpuls naar Generationszusammenhang zou je samenvattend kunnen zeggen.

Generatie sociologie is boeiend, maar ook gecompliceerd. Je hebt niet één beeld van een generatie dat hetzelfde is. Je moet denken aan een doos waarin meerdere beelden zitten die langzaam in de tijd opschuiven. Daar zitten ook vaak de vergissingen in het weergeven van de zaak.
Het is een enorm breed terrein waar je je mee bezighoudt. Je hebt gedetailleerde beschrijvingen, bijvoorbeeld van het Centraal Planbureau of het Centraal Bureau voor de Statistiek. Daarnaast heb je vereenvoudigde beelden, zogenaamde idealisaties. Wat je in de kranten tegenkomt, zijn meestal idealisaties. Dus de kenmerken van een groep.
In het algemeen spraakgebruik kom je het woord generatie dagelijks tegen. Of de vereenvoudiging, leeftijdscategorieën. De dertigers, veertigers, enzovoorts. Iedereen die in de samenleving functioneert, is in zekere mate generatie-socioloog, zou je kunnen zeggen.

Je hebt drie manieren om generaties weer te geven. De ene manier bestaat uit gedetailleerde onderzoeksrapporten met gecompliceerde theoretische verhandelingen. De tweede manier maakt gebruik van vereenvoudigde beelden, de idealisaties. De derde is de weergave van wat in het algemeen spraakgebruik bij bepaalde generaties bedoeld wordt.
Maatschappelijke partijen kunnen baat hebben bij het bestuderen van het vakgebied. Door de kenmerken van een groep weer te geven, kun je de kansen en de bedreigingen in kaart brengen. Daarvoor heb je dit soort methoden en gebruiken nodig.

Maar binnen een generatie is de groep toch heel divers?

Ja, een generatie is heel divers, toch kun je daar je observaties goed gebruiken. Neem bijvoorbeeld de twintigers. Die hebben bepaalde kenmerken. Denk aan seksualiteit, verhoudingen, het is de periode dat relaties ontstaan. Dat heb je niet bij zestigers.
Dat is één van de dingen die van belang zijn, ieder van die leeftijdscategorie heeft op een bepaald moment kenmerken die men in de maatschappelijke discussies aan de orde stelt en bij het oplossen van maatschappelijke problemen in de gaten moet houden.
Je zoekt naar overeenkomsten in plaats van verschillen. Denk aan oorlogstrauma’s. Die heb je op totaal verschillende manieren. Ik heb bijvoorbeeld in de Tweede Wereldoorlog bewust dingen meegemaakt, maar mijn kleinzoon moet je uitleggen wat een oorlogstrauma is. Dat kent hij eenvoudigweg niet.
Dat zijn dus kenmerken die een generationele aanpak vereisen om duidelijk te krijgen hoe het in elkaar zit.

Je kunt generatie sociologie ook gebruiken als middel om naar de toekomst te kijken. Of je twintiger bent in een tijd van economische recessie of van hoogconjunctuur, maakt erg veel verschil uit. De kansen, de oplossingen voor je als je bijvoorbeeld werkloos wordt, verschillen erg door de maatschappelijke situatie.

Wat zegt u tegen die negentienjarige kleinzoon als hij naar het belang van het vak vraagt?

Hij moet als twintiger omgaan met mensen van zestig, hij moet omgaan met mensen van vijftig, veertig. En daarbij inschatten wat de kansen en bedreigingen van die mensen zijn. Hij moet rekening houden met het feit dat er generatieverschillen zijn. De kennis die hij van generatiepatronen heeft, inzetten om het gedrag van mensen in te schatten. En dat geldt ook vica versa.
Iedereen die in de samenleving functioneert is in zekere mate generatie socioloog. Sommige mensen hebben gekozen om het aan een universiteit te bestuderen. Zij houden zich bezig met de vakliteratuur.

Wat is het sterkste pleidooi voor het vak? Hoe krijg je maatschappelijke partijen zover dat ze inzien dat het belangrijk is?

Denk aan politieke verkiezingen. Dat men inspeelt op de kansen en bedreigingen van bepaalde bevolkingsgroepen. En daar zijn generatiebesef en generatie- indelingen strikt noodzakelijk.
Je moet politieke propaganda ten aanzien van de samenleving kunnen differentiëren ten aanzien van de generaties waar je over praat. Of een bepaalde lezing die je houdt of een bepaalde campagne die gericht is op een bepaalde categorie van de bevolking, rekening houdt met wat die generatiekenmerken zijn. Zodat je je argumenten aanpast, zodat je gericht kunt werken.
Als je het over vrouwendiscriminatie hebt, is het belangrijk te weten of je het tegen zeventigers of vrouwen van dertig hebt. Hun geschiedenis is totaal verschillend.

Zoals met alles, kent ook de belangstelling voor het vak een golfslag. U zegt dat het vak in de komende tien jaar weer meer in de belangstelling komt.

Omdat de Generatie Z, de huidige twintigers, in het maatschappelijke verkeer, zo sterk aan belang gaat winnen, dat men er wat mee moet gaan doen. Er komt een belangrijke generatie aan, met in haar kielzog nog meer veranderingen. Dat is duidelijk voorspelbaar, het is ondenkbaar dat het niet zal gebeuren.

Je zou kunnen zeggen dat de eerste tekenen van heropleving zichtbaar zijn. The New York Times is begonnen aan een serie waarin de ene generatie over een andere laat vertellen. De publieke omroep zond in november 2016 de reeks Marlijn: De dolende dertiger uit. Een serie over de keuzes waar de generatie van de dertigers mee worstelt. (Zie: http://www.npo.nl/marlijn-de-dolende-dertiger/)
In de loop van dit jaar begint de publieke omroep aan een nieuwe reeks programma’s over de vijftigers. Met als werktitel De verscheurde generatie.
Is dat niet een wat zware term voor de vijftigers, De verscheurde generatie?

De term, de verscheurde generatie, is gebruikt door de KRO-NCRV. Ik was erg onder de indruk van de reeks ‘Dolende dertigers’. Toen ze mij vroegen om mee te werken aan het programma over de vijftigers, over verscheurde vijftigers, heb ik even na moeten denken. Maar je kunt generaliserend zeggen dat je als vijftiger inderdaad keuzestress hebt.
Of je zegt, ik heb een mooi resultaat in mijn leven opgebouwd. Vanaf nu ga ik kalm door en glij af naar de zeventig.
Ik was op mijn vijfendertigste hoogleraar. Ik heb tot mijn vijftigste in alle rust aan de Utrechtse universiteit mijn beroep uit kunnen oefenen. Dat is één kant.
De andere kant is dat je zegt, nee, ik wil toch nog een eindsprint maken die me uittilt boven het niveau wat ik al bereikt heb. Ik wil meer bereiken dan wat ik tot nu toe bereikt heb. Dat zat hem in het bestuderen van generaties. In het publiceren daarover. Gaandeweg proberen een internationale reputatie op te bouwen op het gebied van generatie-economie en alles wat daarmee samenhangt.’
Als je verscheurd interpreteert als keuzestress, kun je dat ook zeggen over de vijftigers. Of ze de term handhaven, is nog niet duidelijk. Als hij blijft, kan ik ze laten weten dat ik het een zinvolle uitdrukking vindt.

Wij hebben een aantal keren de wens uitgesproken om een maatschappelijk debat te organiseren over de grote thema’s waar de samenleving mee wordt geconfronteerd. Over de gezondheidszorg, de toekomst van de arbeidstijden, over de economie bijvoorbeeld. Welke rol kan uw vak in een dergelijk debat spelen?

De grote thema’s zijn de wijze waarop je volwassenheid, je leeftijd invult. Wat voor hulpmiddelen je daarvoor kunt inschakelen. Denk aan de mensen die zestig en ouder zijn. De wijze waarop zij omgaan met de mogelijkheid dat ze wat moeilijker mobiel zijn, de wijze waarop ze omgaan met mooie buitenlandse reizen, de wijze waarop ze omgaan met het verwerken van nieuws en daardoor een beeld van de samenleving te houden. Omgaan met de rassenverschillen in de samenleving, omgaan met politieke verschillen.
Bij deze discussies kan de wetenschap een belangrijke rol spelen. Niet alleen door de informatie die zij kan delen, maar ook door te wijzen op de vormgeving van een dergelijk debat.

Eén van de methodes om een maatschappelijk debat te organiseren en in banen te leiden, is gebruik te maken van science courts. Wat wordt er precies onder verstaan?

In de politiek kom je alsmaar discussies tegen. Die kun je structureren met de vorm van science court.
Door gebruik te maken van een dergelijke rechtbank kun je de sterke en de zwakke punten van bijna alle groepen waar je over discussieert verhelderen en de kansen en bedreigingen waar ze mee geconfronteerd worden in kaart brengen.
Om dat te doen, zijn er bepaalde technieken, denk aan simulatie. Waar het nu om gaat is dat je simuleert op basis van een methode die uit het strafrecht komt.
Waarbij je een aanvaller en een verdediger hebt en een leidende rechter, die luistert en vraagt. Die rechter gaat daarna op een andere stoel zitten en spreekt een vonnis uit.

Bij de maatschappelijke discussie, ook al schrijf je een artikel over iets, moet je je afvragen wie zijn de voorstanders, wie zijn de tegenstanders. Wat moet er aan kennis komen om tot iets te komen en dan, hoe kom je tot een uitspraak? Wie geef je gelijk, wie geef je ongelijk? Welke veranderingen, welke verbeteringen, voorzichtigheden ga je aanbevelen? Je speelt strafrechter. Dat is een science court.
We willen graag een oordeel. Je ziet het ook op televisie. De rijdende rechter is er een goed voorbeeld van.


Nawoord
Het zijn lastige tijden voor de sociale wetenschappen. In een tijdperk van rekenwonders en opkomend populisme wordt weinig waarde toegekend aan mensen die de mens centraal stellen.
Binnenkort kom ik hier uitgebreider op terug. Daarnaast zal de RQ in de nabije toekomst een aantal nieuwe katernen presenteren waarmee we een opgewekt wereldbeeld willen laten zien.

In 2012 verscheen Generaties van geluksvogels en pechvogels van Prof.dr. Henk A. Becker bij Rozenberg Publishers.
Binnenkort verschijnt de derde, gewijzigde druk van dit boek. In de afgelopen periode verschenen al verschillende aanvullingen op de Rozenberg Quarterly. http://rozenbergquarterly.com/category/europe_generations/

Het boek verschaft informatie ter ondersteuning van onderwijsHet dient als onderbouwing van lessen maar ook voor het schrijven van werkstukken en het samenstellen van presentaties.Verder kan het boek dienen als basis voor beleidsvorming en uitvoering van strategieën.

Het boek is in het Nederlands en in het Engels verkrijgbaar. In paperback en als e-boek. Zie:
http://rozenbergps.com/generaties-van-geluksvogels-en-pechvogels

In samenwerking met Prof.dr. Becker onderzoeken we de mogelijkheid om debatten te organiseren. Als basis voor een dergelijke debat willen we graag een serie interviews met vertegenwoordigers van maatschappelijke partijen publiceren. Of deze serie mogelijk wordt, is mede afhankelijk van de financiering.

Voor een uitgebreide biografie van Prof.dr. Becker zie: http://rozenbergquarterly.com/de-levensloop-van-een-workaholic/

image_pdfimage_print
Bookmark and Share

Comments

Leave a Reply





What is 12 + 8 ?
Please leave these two fields as-is:
IMPORTANT! To be able to proceed, you need to solve the following simple math (so we know that you are a human) :-)
  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Recent Rozenberg Quarterly Articles

  • Rozenberg Quarterly Categories

  • Rozenberg Quarterly Archives