Minder ernstig – Vaker gestraft ~ Samenvatting en conclusie

No comments yet

ball-chain-prisonAan dit rapport lag de volgende probleemstelling ten grondslag.

Welke concrete handelingen – binnen de delict-categorieën openbare ordedelicten en geweldsdelicten – plegen jeugdigen? Zijn dat andere handelingen dan tien jaar geleden? Worden vergelijkbare incidenten nu anders gekwalificeerd en/of bestraft dan tien jaar geleden?

Deze probleemstelling is vertaald in een aantal onderzoeksvragen en enkele hypothesen. Deze zijn primair onderzocht op basis van een representatieve steekproef van 800 strafdossiers van zaken die bij het Openbaar Ministerie (OM) zijn binnengekomen (500 uit 1999 en 300 uit 2008), gestratificeerd naar vijf delictcategorieën van het CBS (Bedreiging, Mishandeling, Openbaar gezag, Openbare Orde en Vernieling) en leeftijd van verdachten (de ene helft 12-17 jaar en de andere helft 18-24 jaar). Daarnaast werd een focusgroepsgesprek gehouden met ervaren experts uit de rechterlijke macht, politie, advocatuur en wetenschap.

Hieronder worden eerst de belangrijkste bevindingen op hoofdlijnen kort samengevat en daarna worden de resultaten iets uitgebreider thematisch en per onderzoeksvraag en per hypothese weergegeven.

Belangrijkste bevindingen op hoofdlijnen
* De onderzoeksresultaten hebben uitsluitend betrekking op bepaalde geregistreerde openbare ordedelicten en geweldsdelicten in de leeftijdsgroep 12-24 jaar.
* Vergeleken met 1999 was in 2008 binnen de delictcategorie Bedreiging vaker sprake van verbale bedreiging en gebeurde fysieke bedreiging veel minder vaak met een wapen of ander voorwerp. In het algemeen waren de bedreigende handelingen lichter.
* Binnen de delictcategorie Mishandeling was er een verschuiving van zwaarder naar lichter letsel.
* In de delictcategorie Openbare Orde daalde het gebruik van wapens of andere voorwerpen.
* Vergelijkbare handelingen met vergelijkbare gevolgen voor het slachtoffer werden in 1999 en 2008 niet lichter of zwaarder gekwalificeerd.
* Het OM seponeerde in 2008 niet meer of minder vaak dan in 1999.
* De rechter bestrafte vergelijkbare handelingen met vergelijkbare gevolgen voor het slachtoffer in 2008 niet lichter of zwaarder dan in 1999.
* In beide jaren was de kans op straf, transacties door het OM meegerekend, groter bij zwaarder letsel en grotere schade.
* Transacties door het OM meegerekend, werden bedreigende handelingen in 2008 vaker bestraft dan in 1999.
* Het aandeel verdachten dat een taakstraf kreeg van OM of rechter steeg sterk.

Meer kattenkwaad
1a. Welke concrete handelingen plegen jeugdige verdachten, in wier zaak openbare orde delicten of geweldsdelicten ten laste zijn gelegd, nu en 10 jaar geleden?
1b. Zijn dat andere handelingen dan 10 jaar geleden?

De empirische basis voor de beantwoording van deze vragen bestond uit de concrete handelingen zoals die in de dossiers waren beschreven, los van de delictcategorie. Met behulp van checklists zijn op systematische wijze relevante componenten van het delict (gedragingen en eventuele gevolgen) verzameld. Hierbij werd onderscheid gemaakt tussen bedreigende handelingen, gewelddadige handelingen tegen personen, beschadiging van goederen en overige handelingen. Van elk type handelingen werden bijzonderheden genoteerd (bijv. verbale of fysieke dreiging, geweld met of zonder wapen, schadebedrag).

De analyse van de dossiers uit 1999 en 2008 liet veel overeenkomsten in concrete handelingen tussen de beide jaren zien. Zo was in beide jaren ruim de helft van de bedreigende handelingen in de delictcategorie Bedreiging gericht tegen burgers, tegenover een ruime meerderheid in de delictcategorie Mishandeling en een zo mogelijk nog grotere meerderheid bij het geweld tegen personen in de delictcategorie Openbare Orde. Het geweld tegen gezagsdragers en dienstverleners veranderde niet, althans niet wat betreft jeugdige daders en de onderzochte delictcategorieën.

Naast overeenkomsten tussen de onderzochte jaren waren er ook verschillen en de algemene trend hierbij lijkt vooral die van zwaardere naar lichtere handelingen. Weliswaar was een dergelijke trend vanwege de bij nadere specificatie beperkte aantallen niet steeds statistisch aantoonbaar. Maar als er wel statistisch significante verschillen waren, wezen deze steeds in dezelfde richting. Over het geheel genomen zagen we toch een duidelijke verschuiving van zwaardere naar lichte ernst. Uitgaand van de dossiers van 1999 bleek in 2008 binnen de delictcategorie Bedreiging vaker sprake te zijn van verbale en minder van non-verbale fysieke bedreigingen werd in 2008 veel minder vaak fysiek met een wapen of ander voorwerp gedreigd. In het algemeen waren de bedreigende handelingen lichter. Binnen de delictcategorie Mishandeling zagen we een verschuiving van zwaarder naar lichter letsel. En in de delictcategorie Openbare Orde zagen we een duidelijke afname van het gebruik van wapens of andere voorwerpen.

Deze trends zijn conform de verwachtingen van de kattenkwaadtheorie. Volgens deze theorie zijn politie en justitie eerder, c.q. vaker gaan optreden tegen gedragingen die voorheen niet werden gekwalificeerd als jeugdcriminaliteit. In lijn hiermee stelden de experts uit de focusgroep dat de druk op de politie om proces-verbaal op te maken van lichte vergrijpen is toegenomen. Daarnaast is volgens hun ervaring de politie zelf eerder proces-verbaal gaan opmaken bij het niet voldoen aan een ambtelijk bevel en verzet tegen aanhouding.

Geen zwaardere kwalificatie
3. Worden dezelfde incidenten nu anders gekwalificeerd dan 10 jaar geleden? Zo ja, welke verschillen doen zich voor?

Van elk delict werden de concrete handelingen en de eventuele gevolgen daarvan beschreven in een synopsis. Deze synopsissen zijn, onafhankelijk van de delictcategorie waartoe het dossier behoorde, vertaald in vignetten: meer abstracte categorieën van handelingen. De vignetten zijn onderverdeeld in vier categorieën (Bedreiging, Mishandeling, Verzet en Vernieling) en daarnaast ingedeeld naar ernst (licht, matig en zwaarder). Per vignetcategorie werd onderzocht met welke wetsartikelen het OM de gedragingen kwalificeerde.

Bij de vignetten Bedreiging was voor zowel de lichte als de zwaardere ernstcategorie de kwalificatie door het OM meestal art. 285 Sr (bedreiging). Dat verschilde niet tussen 1999 en 2008. Ook de kwalificatie uitgedrukt in de gemiddelde maximale strafmaat behorende bij de door OM toegekende wetsartikelen bleef gelijk. De kwalificatie door het OM bij vignetten Mishandeling was voor iets minder dan de helft art. 300 Sr (mishandeling) en bij ruim een op de drie vignetten art. 141 Sr (openlijke geweldpleging). In 2008 was de kwalificatie vaker art. 300 Sr dan in 1999, vooral voor de lichte ernstcategorie. Uitgedrukt in de gemiddelde maximale strafmaat, werd de kwalificatie door OM iets minder zwaar. Ongeveer de helft van de vignetten Verzet leverde bij het OM als kwalificatie art. 180 Sr (wederspannigheid) op, in een derde van de vignetten was dit art. 184 Sr (niet voldoen aan ambtelijk bevel). Licht verzet werd meestal gekwalificeerd als art. 184 Sr en zwaarder verzet als art. 180 Sr. Beide kwalificaties liggen juridisch ook voor de hand, want art. 180 Sr past niet bij licht verzet en art 184 Sr niet bij zwaarder verzet. Over het geheel genomen vonden we tussen 1999 en 2008 geen verschil in kwalificatie door het OM. Bij bijna driekwart van de vignetten Vernieling was de kwalificatie door het OM art. 350 Sr (beschadiging goederen) en in de meeste andere gevallen was dit art. 141 Sr (openlijk geweld). De tendens lijkt dat het OM lichte vernielingen vaker is gaan kwalificeren als art. 350 Sr in plaats van art. 141 Sr, en matige en zwaardere vernieling juist andersom. De gemiddelde maximale strafmaat bleef ongeveer gelijk.

Uit een analyse van voor beide jaren vergelijkbare handelingen (zoals beschreven in synopsissen) kwamen vooral overeenkomsten in (zwaarte van de) kwalificatie naar voren. Weliswaar kwalificeerde politie en OM een klein deel van de vergelijkbare incidenten zwaarder in 2008 dan in 1999, maar dat was niet significant vaker dan andersom. Per saldo was er dus geen verschil in zwaarte van de kwalificatie.

Evenveel sepots, vaker taakstraf
Ook bij de onderzoeksvragen over sancties bij jeugdige verdachten van openbare orde delicten en geweldsdelicten gingen we niet uit van delictcategorieën, maar van concrete handelingen, ingedeeld in vier vignetcategorieën (Bedreiging, Mishandeling, Verzet en Vernieling) en drie ernstcategorieën (licht, matig en zwaarder), plus combinaties van vignetten en ernst. Uitsluitend gegevens van 472 ‘enkelvoudige’ dossiers werden geanalyseerd.

2a. Welke sancties kregen jeugdige verdachten opgelegd, in wier zaak openbare orde delicten of geweldsdelicten ten laste zijn gelegd, nu en 10 jaar geleden? Welke zaken werden geseponeerd? Op welke grond?

Het OM besloot in ongeveer één op de vijf van de 472 dossiers tot sepot, in één op de drie kwam het tot een transactie (taakstraf en/of geldbedrag, eventueel in combinatie met een schadevergoedingsmaatregel) en bij de rest (212 zaken, 44.9%) werd de verdachte gedagvaard. Lichte en matige delicten werden iets vaker geseponeerd dan zwaardere delicten. In 1999 werd verhoudingsgewijs Bedreiging het meest geseponeerd en Verzet het minst; in 2008 Vernieling het meest en Bedreiging het minst. Seponering door het OM betrof in beide jaren vaker onvoorwaardelijke technische en beleidssepots dan voorwaardelijke sepots. De meest voorkomende grond voor onvoorwaardelijke beleidssepots was dat het dossier over ‘oude feiten’ ging.

Vier op de vijf van in totaal 212 zaken die voor de rechter kwamen, resulteerden in strafoplegging. In de meeste andere gevallen volgde vrijspraak. Bij de 171 dossiers die uitmondden in strafoplegging door de rechter, kreeg ruim één op de drie verdachten een boete als hoogste straf, kreeg eveneens ongeveer een derde een taakstraf opgelegd en werd een kwart veroordeeld tot een vrijheidsstraf. Boetes en taakstraffen waren altijd onvoorwaardelijk; de vrijheidsstraffen meestal geheel voorwaardelijk. Eén op de zeven sancties werd gecombineerd met een schadevergoedingsmaatregel.

2b. Zijn dat andere sancties dan 10 jaar geleden?

Door het OM (472 dossiers) werd in 2008 minder vaak gedagvaard dan in 1999, wat minder geseponeerd, maar – vooral – vaker getransigeerd. Rechters (212 dossiers) legden in 2008 even vaak straffen op als in 1999. Maar de aard van de door de rechter opgelegde sancties veranderde wel: in 2008 bijna drie keer zo vaak een taakstraf en half zo vaak een (voorwaardelijke) vrijheidsstraf. Het aandeel dossiers met een boete als (zwaarste) straf bleef vrij stabiel.

Nemen we het OM als startpunt (dus 472 dossiers), dan zien we eveneens duidelijke verschuivingen in sanctionering. Vergeleken met 1999 kwam het OM in 2008 ongeveer anderhalf keer zo vaak tot een transactie en legde de rechter ruim tweemaal zo vaak een taakstraf op, maar minder vaak een vrijheidsstraf en ook minder vaak een boete. Aangezien het bij transacties door het OM vaak om een taakstraf ging, bestond al met al de grootste verschuiving uit meer taakstraffen, ten koste van (voorwaardelijke) vrijheidsstraffen.

Vergelijkbare handelingen niet zwaarder gestraft

4. Worden voor dezelfde incidenten nu andere sancties opgelegd dan 10 jaar geleden? Zo ja, welke verschillen doen zich voor?

Bij het OM waren er voor geen van de vier vignetcategorieën tussen 1999 en 2008 significante verschillen in afdoening, ook al tekende zich bij alle vier een stijgende tendens in het aandeel transacties af. De cijfers lieten geen finale uitspraken toe, maar gaven wel de indruk van een afname in sepots bij Bedreiging en Mishandeling en minder dagvaardingen bij Verzet en Vernieling. Wat betreft ernst was er tussen 1999 en 2008 een significante verschuiving van dagvaarding naar transactie voor de handelingen met lichte schade of letsel. Meer specifiek ging het OM bij Bedreiging in de lichte ernstcategorie (zonder wapen of ander voorwerp) in 2008 vaker over tot dagvaarding dan in 1999. Bij Mishandeling in de lichte ernstcategorie (geen of oppervlakkig letsel) dagvaardde het OM in 2008 juist minder dan in 1999.

Van de zaken die voor de rechter kwamen, werd voor de vignetcategorie Mishandeling in 2008 minder vaak een straf opgelegd dan in 1999. Bij Bedreiging en Vernieling leek de kans op strafoplegging groter te zijn geworden, maar deze tendens was statistisch niet significant. Bij de vignetcategorie Verzet bleef de kans op strafoplegging gelijk. Binnen de indeling naar ernst leek de kans op strafoplegging bij de zaken die voor de rechter kwamen vooral in de lichte categorie kleiner te zijn geworden, maar ook deze tendens was niet significant. Verdere opsplitsing naar ernst in combinatie met vignetcategorie leverde steeds kleinere afzonderlijke aantallen zaken op. Voor geen van de combinaties resulteerde de vergelijking tussen 1999 en 2008 in een significant verschil. Opvallend was echter wel dat de rechter in 2008 bij alle Bedreigingen (of ze nu qua ernst licht, matig of zwaarder waren) een straf oplegde, terwijl dat in 1999 niet altijd het geval was. Bij Mishandeling leek de rechter over de hele linie, maar vooral bij lichte handelingen, minder vaak te hebben gestraft.

Bij de zaken die voor de rechter kwamen, daalde het percentage vrijheidsstraffen tussen 1999 en 2008. Deze afname vond vooral plaats in de vignetcategorie Mishandeling, terwijl Bedreiging de tendens lijkt om juist vaker (voorwaardelijke) vrijheidsstraffen op te leggen. De relatief kleine aantallen dossiers die per vignetcategorie en per jaar bij de rechter kwamen, lieten over het geheel genomen geen finale conclusies toe. Voor alle drie ernstcategorieën (licht, matig, zwaarder) tekende zich tussen 1999 en 2008 dalende trend in het aandeel vrijheidsstraffen af. Alleen binnen de vignetcategorie Mishandeling was de daling significant, zowel voor de lichte en matige als de zwaardere vormen. Na vertaling van de verschillende opgelegde sancties naar (het equivalent van) dagen in hechtenis was er geen verschil tussen 1999 en 2008 in de gemiddelde strafzwaarte.

Bedreiging vaker bestraft

Vanuit twee perspectieven is onderzocht of in 2008 vaker of juist minder vaak is gestraft. We noemden dat respectievelijk het juridisch en het belevingsperspectief. Voor beide perspectieven namen we de dossiers bij het OM als startpunt.

Voor het juridisch perspectief werden alleen door de rechter opgelegde sancties als straffen geduid (en niet transacties door het OM). Binnen de vignetcategorie Bedreiging leek in 2008 vaker gestraft te zijn dan in 1999, terwijl de tendens bij de andere drie vignetten juist omgekeerd leek. Geen van deze tendensen was echter significant. Bij de indeling naar ernst werd alleen in de lichte categorie in 2008 significant minder gestraft. Meer toegespitst werd de lichte vorm binnen de vignetcategorie Verzet in 2008 half zo vaak gestraft.

Vanuit het belevingsperspectief duidden we, naast door de rechter opgelegde sanctie, ook transactie door het OM als straf. Bedreiging bleek hierbij in 2008 wel significant vaker gestraft te zijn dan in 1999. Maar voor de andere drie vignetcategorieën liet het belevingsperspectief zelfs geen tendens meer zien. Binnen het vignet Bedreiging verdubbelde in de lichte ernstcategorie (zonder wapen of ander voorwerp) tussen 1999 en 2008 het aandeel dat bestraft werd.

Oudere jeugd blijft eerder gedagvaard en vaker bestraft
Met regressieanalyse is onderzocht of afdoening c.q. bestraffing voorspeld kon worden door het jaar (2008 vs. 1999), kenmerken van verdachten (meer- of minderjarig, geslacht en recidive), vignetcategorie en ernst van de handelingen. Bij twee van de vijf regressieanalyses bleek het jaar van invloed; in zaken die voor de rechter kwamen, was de kans op een vrijheidsstraf in 2008 kleiner dan in 1999, terwijl binnen het belevingsperspectief voor alle zaken de kans op bestraffing (transactie OM of straf door rechter) in 2008 juist groter was. Over het geheel genomen was leeftijd een sterkere en ook eenduidiger voorspeller; vergeleken met 12-17 jarigen werden 18-24 jarigen eerder gedagvaard, en zowel vanuit het juridisch als belevingsperspectief was de kans op bestraffing groter. Daarentegen speelde het geslacht van de verdachte geen enkele keer een rol in de voorspelling. Recidive deed dat soms wel; recidivisten liepen bij het OM een grotere kans op dagvaarding en zij kregen ook vaker van de rechter een straf opgelegd.

Grotere kans op straf bij zwaarder letsel en grotere schade
Wat betreft de aard van de incidenten (de handelingen) was zowel de kans op dagvaarding door het OM als de kans op bestraffing door de rechter het kleinst voor de vignetcategorie Vernieling; bij de zaken die voor de rechter kwamen was de kans op een gerechtelijke sanctie het kleinst bij de vignetcategorie Verzet. De ernst van de handeling (schade of letsel) had geen invloed op de kans op dagvaarding door het OM en bij de rechter niet op de kans op een straf. Maar bij elkaar genomen legde de rechter het minst een straf op bij handelingen in met lichte gevolgen. Vanuit het belevingsperspectief was de kans op bestraffing zowel voor de lichte als de matige ernstcategorie kleiner dan voor de zwaardere ernstcategorie.
Continuïteit en verandering in kwalificatie

5. In hoeverre kunnen veranderingen in de omvang van de geregistreerde jeugdcriminaliteit worden verklaard uit het verschil in kwalificatie van delicten door politie, Openbaar Ministerie (OM) en Rechterlijke Macht (RM)?

In hoofdstuk 1 vatten we de verschillende visies op ontwikkelingen in (reacties op) jeugdcriminaliteit samen in drie theorieën: de verergerings-, de kattenkwaad- en de strafverzwaringstheorie. Volgens de verergeringstheorie is de jeugdcriminaliteit toegenomen en/of ernstiger van aard geworden. Op basis van ons onderzoek konden geen uitspraken gedaan worden over ontwikkelingen in de omvang (toe- of afname) van jeugdcriminaliteit. De dossiers hadden immers uitsluitend betrekking op geregistreerde criminaliteit – en betroffen bovendien alleen gewelds- en openbare ordedelicten. Wat betreft de aard van jeugdcriminaliteit komt als overheersend beeld uit de dossieranalyse over geregistreerde jeugdcriminaliteit naar voren, dat eerder sprake is van lichtere dan van zwaardere gedragingen en gevolgen. Dit is in tegenspraak met de verergeringstheorie.

De kattenkwaadtheorie stelt dat politie en justitie eerder, c.q. vaker zijn gaan optreden tegen gedragingen die voorheen niet werden gezien als jeugdcriminaliteit en/of soortgelijke gedragingen zwaarder zijn gaan kwalificeren. Op basis van de dossieranalyse en de praktijkervaringen van experts is de conclusie gerechtvaardigd dat de kattenkwaadtheorie, althans wat betreft het vaker optreden, inderdaad opgaat voor de delict-categorieën Bedreiging en Mishandeling. Dat vaker wordt opgetreden verklaren ervaren experts die deelnamen aan een focusgroepsgesprek vooral met de toegenomen geneigdheid van burgers om bij lichtere vormen van bedreiging en mishandeling aangifte te doen, in combinatie met de druk vanuit de samenleving op politie en justitie, maar ook vanuit de eigen organisatie om proces-verbaal op te maken en te vervolgen. Tevens zijn volgens de experts politie en justitie zelf strikter geworden in het verbaliseren en eventueel vervolgen bij het niet gehoorzamen aan een ambtelijk bevel of verzet tegen aanhouding.

De strafverzwaringstheorie gaat over de wijze waarop justitie reageert, namelijk vaker sanctioneren en/of met strengere maatregelen. Met betrekking tot deze theorie werden drie hypothesen geformuleerd:

1. Vergelijkbare handelingen met vergelijkbare gevolgen voor het slachtoffer werden in 2008 door de politie, OM en RM zwaarder gekwalificeerd dan in 1999.
2.
Het OM seponeerde in 2008 minder vaak dan in 1999.
3. Vergelijkbare handelingen werden in 2008 door de rechter zwaarder bestraft dan in 1999.

Op basis van de analyse van de dossiergegevens moesten alle drie hypothesen worden verworpen. Bij geregistreerde jeugdcriminaliteit zijn de justitiële reacties dus niet strenger geworden, althans niet wat betreft de onderzochte openbare orde delicten en geweldsdelicten. Maar de kans op een transactie van het OM of een sanctie opgelegd door de rechter was in 2008 wel groter dan in 1999. Wanneer een vrijheidsstraf werd opgelegd, was die meestal geheel voorwaardelijk. Daarentegen waren taakstraffen altijd onvoorwaardelijk. Dit brengt ons tot drie conclusies. Ten eerste is bezien vanuit wat we het belevingsperspectief noemden de kans op bestraffing – vooral van bedreiging – nu groter dan tien jaar geleden. Ten tweede kan gesteld worden dat de grotere bevoegdheid van het OM bij het transigeren in de vorm van een taakstraf mogelijk heeft bijgedragen aan een kleinere kans op een vrijheidsstraf, maar vooral en veel sterker aan net-widening bij de justitiële reacties op jeugdigen verdachten van openbare orde delicten of geweldsdelicten. Ten slotte lijkt het gerechtvaardigd om te concluderen dat de justitiële reacties, door meer onvoorwaardelijke taakstraffen, minder vrijblijvend zijn geworden.

LITERATUUR
Althoff, M. (2005). Het beeld van de jeugd als criminaliteits- en veiligheidsprobleem. Een discours theoretische verklaring. Pedagogiek, 25 (4) pp, 262-278.
Brouwers, M. & Eggen, A.Th.J. (2011) Vervolging. In: Kalidien, S.N. & de Heer – de Lange, N.E. (red.) Criminaliteit en rechtshandhaving 2010. Ontwikkelingen en samenhangen. Meppel: Boom Juridische uitgevers (WODC, Onderzoek en Beleid, nr. 298), pp.121-138.
Buruma, Y. (2005). De dreigingsspiraal. Onbedoelde neveneffecten van misdaadbestrijding. Den Haag: Boom Juridische uitgevers
Butts, J. & Travis, J. (2002). The rise and fall of American youth violence: 1980 to 2000. Washington: The Urban Institute Justice Policy Center
Commissie kleine criminaliteit (1984). Interimrapport van de Commissie kleine criminaliteit. Den Haag: Staatsuitgeverij.
Commissie kleine criminaliteit (1986). Eindrapport Commissie kleine criminaliteit. Den Haag: Staatsuitgeverij.
Doob, A.N. & Sprott, J.B. (1998). Is the “quality” of youth violence becoming more serious? Canadian Journal of Criminology, 40 (2), pp. 185-194
Egelkamp, M.M. (2002) Inflation von Gewalt? Strafrechtliche und kriminologische Analysen von Qualifikationsentscheidungen in den Niederlanden und Deutschland. Groningen: University of Groningen.
Eggen, A.Th.J. & Kalidien, S.N. (red.) (2008) Criminaliteit en rechtshandhaving 2007. Ontwikkelingen en samenhangen. Meppel: Boom Juridische uitgevers (WODC, Onderzoek en Beleid, nr. 271)
Eggen, A.Th.J. & Kessels, R.J. (2011) Criminaliteit en opsporing. In: Kalidien, S.N. & de Heer – de Lange, N.E. (red.) Criminaliteit en rechtshandhaving 2010. Ontwikkelingen en samenhangen. Meppel: Boom Juridische uitgevers (WODC, Onderzoek en beleid, nr. 298), pp.83-117.
Estrada, F. (2001). Juvenile violence as a social problem; Trends, media attention and societal response. British Journal of Criminology, 41 (4), pp. 639-655.
Flight, S. & Abraham, M. (2011) Agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak. Amsterdam: DSP-groep.
Gabor, T. (1999). Trends in youth crime; Some evidence pointing to increases in the severity and volume on the part of young people. Canadian Journal of Criminology, 41 (3), pp. 385-392.
Goudriaan, H. & Eggen, A.Th.J. (2009). Verdachten van criminaliteit. In: S.N. Kalidien en A.Th.J. Eggen (red.), Criminaliteit en Rechtshandhaving 2008: Ontwikkelingen en samenhang, p. 101-130, Den Haag, Boom Juridische uitgevers. Onderzoek en beleid 279.
Heer-de Lange, N.E. de (2009). Berechting. In: S.N. Kaliden en A.Th. Eggen (red.), Criminaliteit en Rechtshandhaving 2008: Ontwikkelingen en samenhang, p. 153-174, Den Haag, Boom Juridische uitgevers. Onderzoek en beleid 279.
Junger-Tas, J. (1997) Geweld onder jongeren. In: K. Schuyt (red.), Het sociaal tekort: Veertien sociale problemen in Nederland. Amsterdam: De Balie, pp. 112-126.
Kalidien, S.N. & Heer – de Lange, N.E. de (red.) (2011) Criminaliteit en rechtshandhaving 2010. Ontwikkelingen en samenhangen. Den Haag: Boom Juridische uitgevers (WODC, Onderzoek en Beleid, nr. 298) 122
Laan, A.M. van der, Blom, M., Tollenaar, N. & Kea, R. (2010). Trends in de geregistreerde jeugdcriminaliteit onder 12- tot en met 24-jarigen in de periode 1996-2007. Den Haag: WODC (Cahier 2010-2).
Laan, A.M. van der & Blom, M. (2011). Meer jeugdige verdachten, maar waarom? Een studie naar de relatie tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de veranderingen in het aantal jeugdige verdachten van een misdrijf in de periode 1997-2007. Den Haag: Boom Juridische Uitgevers. (WODC, Onderzoek en beleid, nr. 292).
Nabben, T., Doekhie, J. & Korf, D.J. (2010) Beleving van de werkstraf in de buurt door jeugdigen. Amsterdam: Rozenberg Publishers.
Ruller, S. van (2001) Sancties. In: E. Lissenberg, S. van Ruller & R. van Swaaningen (red.) Tegen de regels IV. Een inleiding in de criminologie. Nijmegen: Ars Aequie Libri, pp. 387-412.
Spaans, E.C. (1995) Werken of zitten. Toepassing van werkstraffen en korte vrijheidsstraffen in 1992. Arnhem: Gouda Quint (WODC 144).
Weijers, I. (2008). Het gaat niet slecht met de Nederlandse jeugd. Justitiële verkenningen, 34 (8), pp. 38-48.
Wittebrood, K. & Nieuwbeerta (2006) Een kwart eeuw stijging in de geregistreerde criminaliteit. Vooral meer registratie, nauwelijks meer criminaliteit. Tijdschrift voor Criminologie, 48(3), p. 227-242.
Zimring, F. (1998a). The youth violence epidemic: myth of reality? Wake Forest Law Review, 33, pp. 727-744.
Zimring, F. (1998b). American Youth Violence. New York: Oxford Press.

image_pdfimage_print
Bookmark and Share

Comments

Leave a Reply





What is 4 + 12 ?
Please leave these two fields as-is:
IMPORTANT! To be able to proceed, you need to solve the following simple math (so we know that you are a human) :-)
  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Recent articles

  • Rozenberg Quarterly categories