‘Samen maken we Nederland dementievriendelijker!’ ~ Hoezo dementievriendelijk?

No comments yet

LogoDementieHet polderen is nooit ver weg als zich in ons land een lastig maatschappelijk probleem aandient. Zo gaan we het spookbeeld van dementie te lijf met een deltaplan dementie. En luidt de campagne die de overheid onlangs lanceerde: Samen maken we Nederland dementievriendelijker! Zeg daar maar eens nee tegen. Toch een aantal kritische noten.

Eerst de dementie. Hoe ernstig is de situatie? Het goede nieuws is dat we gemiddeld steeds ouder worden en langer gezond blijven. Daar zit ook een keerzijde aan, want door deze hogere leeftijd loopt de komende generatie ouderen wel meer risico op dementie. In percentages is die kans 10% bij mensen boven de 65, en loopt dit op naar ruim 20% boven de 80, tot 40% boven de 90 jaar. Het is een populatie die de komende dertig jaar in omvang groeit. Nederland telt nu nog ruim 260.000 mensen met dementie, over dertig jaar zijn dit naar verwachting zo’n 400.000. Daarmee is het tegen die tijd volksziekte nummer één. En waarschijnlijk ook de grootste kostenpost in de gezondheidszorg. In 2013 werden die kosten geraamd op 4 miljard per jaar, vijf procent van het totale bedrag dat omgaat in de zorg. Deze uitgaven zullen per jaar met 2,7 % stijgen. Een groeiend aantal ouderen met dementie heeft grote gevolgen, allereerst voor de zorg, maar er dreigt ook een gigantisch financieel probleem.

Kostbaar bezit
Driekwart van de mensen met dementie woont thuis, dat is dankzij de hulp van mantelzorgers, vrienden, vrijwilligers en aanvullende professionele zorg aan huis. Het is alleen de vraag of dit over dertig jaar nog zo is, want de overheid wordt steeds kieskeuriger in het verstrekken van zorg en hulp in de huishouding. Daar staat weer tegenover dat er in brede kring overeenstemming bestaat over het streven om ouderen, ook als ze dementie hebben, zo lang mogelijk zelfstandig thuis te laten wonen. Dit komt overeen met de wens van ouderen zelf. Voor het gros van hen is het verblijf in hun vertrouwde omgeving een kostbaar bezit, zeker als het geheugen hen in de steek begint te laten. Maar naarmate hun dementie toeneemt, wordt ook de druk van de omgeving groter om uit te wijken naar een zorgvoorziening. Bijvoorbeeld op het moment dat de inrichting van het huis tekortschiet en er aanpassingen nodig zijn. Of wanneer er steeds meer aanvullende zorg moet komen en het verblijf thuis heel duur wordt. In een later stadium van het ziekteproces spelen financiën steeds meer een rol bij deze afwegingen.

Dutch approach
Het streven dat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig in hun huis wonen, staat ook bij de overheid hoog in het beleidsvaandel. Begin mei dit jaar, gaf staatssecretaris Martin van Rijn tijdens een groot internationaal congres in Amsterdam een toelichting op de hoofdlijnen van zijn dementiebeleid. Als tijdelijk EU-voorzitter had Nederland experts uit heel Europa uitgenodigd om hier kennis en ervaringen uit te wisselen omtrent de aanpak van dementie. Bij die gelegenheid introduceerde de bewindsman zijn ‘Dutch approach’. Een aanpak die bestaat uit twee pijlers. Als eerste een omvangrijk onderzoeksprogramma om greep te krijgen op de oorzaken van dementie en medicijnen te vinden om de ziekte te genezen. In 2013 stelde de bewindsman hier 32,5 miljoen euro voor beschikbaar. De tweede pijler is een sociaal programma, dat richt zich op het verbeteren van de zorg voor mensen met dementie en op het bevorderen van een dementievriendelijke samenleving. Hier is 16 miljoen euro vooruit getrokken.
Om dit sociale programma te voorzien van een breed draagvlak, heeft Van Rijn een deltaplan Dementie in het leven geroepen. Volgens de mores van het poldermodel is dit een netwerkorganisatie waarin een keur aan publieke en private organisaties langs drie sporen met elkaar samenwerkt. Als eerste is dat het tot stand komen van netwerken waarin mantelzorgers en andere direct betrokkenen hun zorg kunnen afstemmen met een vast team zorgprofessionals. Het tweede spoor is gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de zorg door goede praktijkvoorbeelden onder de aandacht te brengen. Om die kwaliteit te bewaken is een landelijke Zorgstandaard Dementie ontwikkeld. Het derde spoor gaat over een campagne voor dementievriendelijk Nederland.

De allereerste dementievriend
Om het belang van dit onderdeel te benadrukken, maakte de staatssecretaris tijdens het congres bekend dat hij de komende vijf jaar tien miljoen euro extra beschikbaar stelt voor een bewustwordingscampagne onder de naam ‘Samen Dementievriendelijk’. In navolging van de gedachte ‘goed voorbeeld doet goed volgen’, liet hij zich ter plekke online registreren als allereerste ‘dementievriend’ van Nederland. Tijdens zijn speech onderstreepte de bewindsman dat dementie niet uitsluitend een zaak is voor de professionals in de zorg, de partner, de familie en directe vrienden. Maar ook een beetje voor de buren, voor de buschauffeur, de wijkagent en de winkelbediende. ‘Het is een taak voor ons allemaal’, aldus Van Rijn. Hij doet hiermee een moreel appèl op alle burgers en wijst op ieders verantwoordelijkheid voor de participatie van mensen die nadelige gevolgen ondervinden van dementie. Dit is een ambitieus uitgangspunt, een reden te meer om deze campagne onder de loep te nemen. Hoe ziet die eruit, wie zitten er aan de knoppen en wat kunnen we ervan verwachten?

Martin van Rijn Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De eerste dementievriend Foto: en.wikipedia.org

Martin van Rijn Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De eerste dementievriend
Foto: en.wikipedia.org

Doe GOED
Van Rijn heeft Alzheimer Nederland en pensioenfonds PGGM aangewezen als kartrekkers. De campagne bestaat uit een online platform met een website en trainingsprogramma’s die zowel online als offline worden aangeboden. De opdracht is om de komende vijf jaar één miljoen mensen te bereiken. In de eerste twee maanden van de campagne hebben zich 2.500 dementievrienden aangemeld, laat Alzheimer Nederland weten. Als één van die 2.500 heb ik de online training ‘Doe GOED‘ gevolgd en kennis gemaakt met de basisbeginselen in het omgaan met mensen die dementie hebben. Die zijn samengevat in het acroniem GOED, de afzonderlijke letters staan voor Geruststellen, Oogcontact maken, Even meedenken en Dankjewel. In korte filmpjes worden praktijksituaties geschetst, gevolgd door meerkeuzevragen. Dit doet nog het meest denken aan de filmpjes met verkeerssituaties bij de theorielessen voor het rijbewijs. Inclusief een eindscore, in dit geval als graadmeter voor de mate waarin de principes van GOED correct zijn toegepast. De website (https://samendementievriendelijk.nl) is sober en overzichtelijk, maar voegt bar weinig toe aan de ongekende hoeveelheid informatie die al beschikbaar is op internet. Waaronder bij Alzheimer Nederland zelf. Uitgezonderd dan de knop om je te registreren als ‘dementievriend’ en voor de online cursus GOED omgaan met dementie. Maar wat is de toegevoegde waarde van zo’n zelfbezorgd bewijs van goed gedrag?

Gênante situatie
Net als de naamgeving van de online-cursus ‘Doe GOED’ bepaalt ook het instructieve karakter van de multiple choice vragen de toon van de campagne. De suggestie wordt gewekt dat er een uniforme meetlat is voor het omgaan met mensen met dementie. Terwijl er bij de bejegening van ouderen met dementie in het dagelijks leven geen scherpe lijn te trekken is tussen wat goed en fout is. Wel zijn er vuistregels te bedenken die als kompas kunnen dienen bij het bespreken van dilemma’s in de alledaagse omgang. Maar dat is nooit een solitaire bezigheid. En een online-cursus is dat wel, het nodigt niet uit om met anderen in gesprek te gaan over de voorvallen in de filmpjes. Laat staan dat het ertoe aanzet om soortgelijke voorvallen in de eigen omgeving te bespreken. Hooguit zal aan het eind van de online cursus de eindscore uitgewisseld worden. Het is dus maar zeer de vraag of deelname, laat staan de hoogte van de score, bij zal dragen aan de dementievriendelijkheid van een buurt of een bedrijf. De valkuil zit in de onderliggende argumentatie bij de opzet van de campagne. Dat is de veronderstelling dat onze samenleving onvriendelijk is voor mensen met dementie omdat wij de signalen van deze aandoening nog niet zien of deze onvoldoende kunnen inschatten. Van Rijn illustreert deze redenering met het verhaal over een oude dame in Doorn die wegens winkeldiefstal bij een Albert Heijn-filiaal werd aangehouden en werd meegenomen door de politie. De politie nam contact op met de dochter en kwam er achter dat de oude mevrouw vanwege haar Alzheimer waarschijnlijk vergeten was te betalen. Deze gênante situatie was te voorkomen, betoogt Van Rijn, als de cassière de situatie beter had kunnen inschatten. Met andere woorden: door dit gebrek aan informatie weg te werken bij het winkelpersoneel, zetten we een eerste stap naar een dementievriendelijker samenleving. Nou ja, vooralsnog alleen bij Albert Heijn.

Manager is terecht heel trots
Er is iets merkwaardigs aan de hand met dit verhaal, maar ook met de op het eerste oog sluitende redenering. Om met het verhaal te beginnen, de bewindsman geeft hier als volgt een draai aan voor zijn campagne: ‘Maar hoe treurig dit incident ook was voor de dame en haar moeder, deze gebeurtenis is ook de aanzet geweest tot iets heel bijzonders. Want de eigenaar van de supermarkt heeft het signaal begrepen. Hij riep al zijn medewerkers bij elkaar en zei: wij gaan mensen die vergeetachtig zijn niet aangeven bij de politie, we gaan ze een handje helpen. Voortaan zeggen we dan: zal ik dit even voor u terugleggen? Zal ik u even helpen met betalen? Kan ik u helpen met zoeken? Een jaar na deze gebeurtenis ben ik op bezoek geweest in die winkel in Doorn om hen het predicaat ‘dementievriendelijke supermarkt’ uit te reiken. Dat staat daar nu op een groot plakkaat op het winkelraam en de manager is er terecht heel trots op. En omdat deze supermarkt een vestiging is van de grootste winkelketen van Nederland, zijn er nu veel meer van zulke supermarkten in Nederland. Bij heel veel vestigingen krijgen de medewerkers scholing in het omgaan met mensen met dementie.’

Volgens protocol
Zoveel toeval bij elkaar bedenk je toch niet?! Maar de twijfel groeit als blijkt dat er nog meer versies van het prille begin in omloop zijn. Over de supermarktmanager Nico Spierenburg van de betreffende AH-winkel in Doorn die als vrijwilliger op een zorgboerderij actief was en ook als winkelier bekendstond om zijn sociale betrokkenheid. Over de marketingafdeling van Albert Heijn en Alzheimer Nederland die hem hiervoor hebben benaderd. Of de versie dat de dementie van een familielid hem op dit idee heeft gebracht. Dan wel dat hij een oudere man achterna is gelopen die zonder op of om te kijken langs de kassa liep. Een variant op de versie van Van Rijn. Misschien zijn ze allemaal wel waar. Maar opeens heeft de versie die Van Rijn op het internationaal congres ten beste gaf, wel heel veel weg van een ‘scripted reality’, een verhaal dat door slimme marketeers naar hun hand is gezet. Met de bril van de communicatieafdeling van Alzheimer Nederland en de marketingprofessionals van Albert Heijn is het ook een prachtig script. Met Van Reijn die op een belangrijk congres bekendmaakt dat hij 10 miloen beschikbaar stelt voor de campagne. En Cees van Vliet, directeur winkels & logistiek van Albert Heijn, die een podium krijgt om te vertellen dat Albert Heijn in navolging van het voorbeeld in Doorn in het hele land medewerkers gaat bijscholen en deze winkels wil voorzien van het etiket dementievriendelijk. Dan het fotomoment met de staatssecretaris die zich registreert als eerste dementievriend van ons land en de zelftestfilmpjes op internet presenteert. Daar bovenop nog de vermelding dat het winkelpersoneel van AH na een korte cursus met instructiepasjes rondloopt waarop vermeld staat hoe ze volgens protocol om moeten gaan met klanten met dementie. Opgeteld groeit de gedachte dat de aanpak van een serieus maatschappelijk probleem hier ontspoort en in troebel vaarwater terechtkomt en waar pragmatisme en commercie hoogtij vieren.

Slow kassa
Maar er kleeft nog een ander aspect aan de campagne dat vragen oproept, namelijk de veronderstelling dat een gebrek aan kennis en vaardigheden een belangrijke oorzaak is van dementieonvriendelijkheid. Met andere woorden, als burgers eenmaal van de hoed en de rand weten, kunnen zij ervoor zorgen dat ouderen met dementie zich voortaan op hun gemak voelen. Laten we, om het niet te ingewikkeld te maken, Albert Heijn maar eens als voorbeeld nemen. Die wil in wijken waar veel ouderen wonen hun winkelpersoneel bijscholen, zodat ze de signalen van dementie kunnen herkennen en weten hoe ze daarmee om moeten gaan. Daar lijkt geen speld tussen te krijgen, maar de vraag die hier aan voorafgaat is hoe toegankelijk hun winkels zijn voor ouderen. De kleine buurtwinkeltjes waren als het om toegankelijkheid gaat, geknipt voor de ouderen waar het hierom gaat: klein, overzichtelijk, dicht in de buurt en met veel persoonlijke aandacht. Maar die zijn decennia geleden al verdwenen. Belangrijk punt is ook de inrichting van AH-supermarkten. Voor de mensen met haast heeft de snelkassa alweer plaatsgemaakt voor het zelf scannen en eigenhandig afrekenen met je pinpas. Waarom geen slow kassa voor de klanten die minder haast hebben en gebaat zijn bij persoonlijke aandacht. Of die in plaats van een zelfscanner om een ‘hostess’ kunnen vragen bij de informatiebalie. Die kunnen ouderen met dementie dan bijstaan als compensatie voor de nogal dementieonvriendelijke inrichting van hun winkel. Deze speciale klantenservice is tegelijkertijd veel minder discriminerend dan het geïnstrueerde personeel dat in iedere talmende oudere voortaan een potentiële klant met dementie ziet. Het gaat dus niet om de afzonderlijke voorbeelden, maar om een illustratie te geven van een hele andere benadering.

Geen exclusief label
De pr voor een dementievriendelijke opstelling van het personeel overschaduwt een andere ontwikkeling bij Albert Heijn en andere winkelketens waar weinig ruchtbaarheid aan wordt gegeven, maar waar ouderen met dementie méér baat bij hebben. Dit goede nieuws is dat supermarktketens, waaronder Albert Heijn, wel degelijk rekening houden met ouderen. Simpelweg omdat dit door de vergrijzing een belangrijke doelgroep geworden is. Neem de stoelen of bankjes die veel supermarkten bij de ingang hebben staan, of de gratis koffie met een zithoekje. Het verhaal wil dat winkels om dezelfde reden net even meer verlicht zijn. Dat bij de breedte van paden rekening gehouden wordt met rollators en dat de lettergrootte van sommige artikelen zijn aangepast. En dat verpakkingen van levensmiddelen met meer gemak geopend kunnen worden. De ingenieus draaiende deksels op de potten van Hak zijn hier een mooi voorbeeld van. Klachten van met name ouderen zouden de ketens hiertoe aangezet hebben. Het bijzondere is dat het veelal om inclusieve interventies gaat, niet alleen ouderen of mensen met dementie, maar ook slechtzienden, lichamelijk beperkten, mensen met een verstandelijke handicap en zelfs moeders met kleine kinderen doen er hun voordeel mee. Het laat zien dat dementievriendelijk geen exclusief label is. De veranderingen vinden low key plaats, wellicht omdat ketens zich er niet op willen laten voorstaan. Het is een raadsel waarom dergelijke huis-, tuin- en keukeninnovaties in de dagelijkse omgeving de campagnestrategen en professionals van Alzheimer Nederland en het pensioenfonds PGGM niet op ideeën brengen. In plaats daarvan worden de krenten uit succesvolle campagnes uit Engeland in een Hollandse outfit gestoken. En vallen ze terug op nogal voor de hand liggende marketingtools. Dat kan beter, nee dat moet beter, want…..

Keerzijde van de ideale oude dag
Met een investering van twee miljoen per jaar voor de komende vijf jaar en een beoogd bereik van één miljoen deelnemers, zet de staatssecretaris hoog in. Daar is ook alle reden voor. Zolang ouderen met dementie nog thuis wonen is er in preventief opzicht namelijk nog een wereld te winnen. Niet alleen financieel, maar ook in sociaal opzicht. Dit blijkt onder meer uit het succes van de Odensehuizen die in het hele land als paddenstoelen uit de grond schieten. Deze ontmoetingsplekken doen een appel op de interesses en capaciteiten van ouderen vanaf het begin van hun dementie. Hierdoor blijven ze langer actief en zijn ze verzekerd van regelmatige contacten buitenshuis in een fase waarin isolement en eenzaamheid op de loer liggen. De RIVM heeft berekend dat circa 50 % van de 75-plussers zich eenzaam voelt, bij de 80-plussers is dat percentage een kleine 60 procent. Het zijn cijfers die tot nadenken stemmen over de positie van de ouderen in onze samenleving. Ouderen hebben op hogere leeftijd een sociaal netwerk dat afbrokkelt en steeds minder veerkracht vertoont. En bij dementie liggen hier extra risico’s op de loer, zoals overbelasting van hun mantelzorgers die er steeds vaker alleen voor komen te staan. Eén op de vijf 75-plussers moet het helemaal zonder mantelzorg doen, die hebben niemand in hun omgeving waar ze een beroep op kunnen doen. Dit strookt niet met het wensbeeld voor een ideale oude dag.

Het is de keerzijde van het pleidooi dat je ouderen langer zelfstandig thuis wilt laten wonen, ook als ze hulpbehoevend worden. De campagne zoals die van start is gegaan, gaat ten onrechte voorbij aan deze dimensie van het probleem.

Meer lezen:
Over de campagne Samen dementievriendelijk: https://samendementievriendelijk.nl/
Speech van Staatsecretaris van Rijn: https://www.rijksoverheid.nl/speech-by-state-secretary-martin-van-rijn
Berichten over de campagne: https://www.rijksoverheid.nl/van-rijn-samen-maken-we-nederland-dementievriendelijk en https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/campagnes
SCP onderzoek mantelzorg: http://nos.nl/ouderen-blijven-vaker-verstoken-van-mantelzorg.html
RIVM:  www.volksgezondheidenzorg.info
Over eenzaamheid:  https://www.volksgezondheidenzorg.info/eenzaamheid/cijfers-context/

image_pdfimage_print
Bookmark and Share

Comments

Leave a Reply





What is 6 + 20 ?
Please leave these two fields as-is:
IMPORTANT! To be able to proceed, you need to solve the following simple math (so we know that you are a human) :-)



Ads by Google

  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Recent Rozenberg Quarterly Articles


  • Ads by Google
  • Rozenberg Quarterly Archives