Voor de complimentjes hoef je het niet te doen ~ Dorpsraad Achterveld & Stoutenburg

No comments yet

Roskam suikerzak.eu

Ills.: suikerzak.eu

Maart 2014. `De Roskam, al 150 jaar de tweede huiskamer in Achterveld`, is te lezen in de entreehal van het dorpscafé annex hotel en partycentrum. In de opkamer met uitzicht op een vervallen coöperatiefabriek treffen drie vrouwen elkaar. Opgeteld hebben zij meer dan 20 jaar ervaring als lid van de gezamenlijke dorpsraad van Achterveld en Stoutenburg. Met een mengeling van trots en teleurstelling blikken zij terug. Op de kleine successen, op de soms ellenlange procedures van de overheid en op het opportunisme van de lokale politiek. Wijzend op alle energie die ze erin gestoken hebben: ‘De voldoening moet uit jezelf komen.’

Hoge verwachtingen
In Kasteel Stoutenburg gaf de gemeente Leusden in 1999 te kennen dat ze nauwer wilde samenwerken met de burgers. Met een wervelende PowerPoint presentatie werd in deze historische entourage het project ‘Buurt aan de beurt’ gelanceerd. Het gemeentelijk plan hield in dat elk dorp en elke wijk een adviesraad met 25 inwoners zou worden geïnstalleerd. Zo’n dorpsraad of wijkraad zou als formele gesprekspartner van het College van B & W gaan functioneren. In datzelfde jaar ging in de naburige dorpen Achterveld en Stoutenburg samen een voorlopige dorpsraad van start. ‘Je merkte destijds aan alles dat de gemeente er hoge verwachtingen van had. In beide dorpen was er ook veel belangstelling voor. Alleen liepen we niet warm voor het idee van een gekozen vertegenwoordiging. En ook het aantal van 25 leden vonden we te veel van het goede,’ herinnert José Huurdeman zich nog van het prille begin.

Gemeentewapen
Iedereen die zich destijds aanmeldde als lid van de voorlopige dorpsraad, is daar ook in terechtgekomen. De eerste voorzitter van deze gecombineerde raad kwam uit Stoutenburg. Daarna volgde er een gedeeld voorzitterschap van José Huurdeman, inwoonster van Stoutenburg, en Gerrit Kroeze uit Achterveld. In de praktijk hield deze functiedeling in dat de een het gezicht naar buiten was. José Huurdeman stroomlijnde intern het overleg. Uit een dikke map met documenten die zij heeft meegenomen, pakt Huurdeman haar aanstellingsbrief erbij. Naast het officiële briefhoofd staat pontificaal het gemeentewapen. Onderaan is de brief ondertekend door de burgemeester. Het was menens, de aanstelling was op basis van een formeel vastgelegde ‘Regeling’ tussen de dorpsraad en het College van B & W. `De gemeente heeft ons destijds met de rode loper binnengehaald,’ beaamt ook Gisela Tossaint, een van de dorpsraadleden van het eerste uur.

Geen credits
Tossaint meldde zich kort na de start aan en is de enige van het drietal die nog altijd actief is als bestuurslid van de dorpsraad. Zij heeft goede herinneringen aan de beginperiode. `Ons eerste advies was een dijk van een visie op het buitengebied,` aldus Tossaint met trots in haar stem. `Als ik me niet vergis was de titel “Natuurlijk buiten“. Wij hebben ons hier destijds met veel plezier en enthousiasme op gestort. Maar de waardering voor al het werk dat we verzet hadden viel tegen. Alhoewel in de jaren erna bestuurders en ambtenaren zo’n beetje alle ideeën uit onze nota hebben overgenomen in hun eigen rapporten. Onze aanbevelingen hebben ze stuk voor stuk uitgevoerd. Dat geeft je toch heel veel voldoening.` Marion Cense stipt hier nog wel bij aan dat de dorpsraad daar in het openbaar nooit de credits voor gekregen heeft.

De weg weten
Marion Cense is indertijd door José Huurdeman gevraagd om actief te worden in de dorpsraad, ze wonen allebei in Stoutenburg. `Ik ben er niet geboren en getogen,` vertelt ze er gelijk bij. `En als er bij ons thuis iets van de gemeente binnenkwam, dan was ik vooral geïnteresseerd in de gevolgen voor onszelf en onze directe omgeving. In de dorpsraad word je gestimuleerd om ook stil te staan bij andere belangen. Je leert er hoe zaken soms met elkaar samenhangen. En onderhand weet ik redelijk de weg in het ambtelijk apparaat. Ik trek gelijk aan de bel, of stap op de betreffende ambtenaar af als ik iets wil weten. Al met al heb ik er dus veel van opgestoken.`

Zuinig met emoties
De twee vrouwen naast haar knikken bevestigend bij die laatste opmerking. Gisela Tossaint: `Je raakt bijvoorbeeld gewend aan het taalgebruik op zo’n gemeentehuis. En de onuitgesproken codes. In het begin kijk je er nog van op dat ze het ene zeggen, en dat iedereen dan wel weet dat ze daar juist iets heel anders mee bedoelen. Als je die codes eenmaal door hebt, dan houd je daar rekening mee. Dat voorkomt ook teleurstellingen. José Huurdeman vult aan: `De gemeente zorgde ook voor trainingen om beter inzicht te krijgen in procedures en besluitvorming van de gemeente. Daar leerden wij hoe je het best met ze kunt overleggen en onderhandelen. Of hoe je de correspondentie met de gemeente voert over een kwestie waar je je heel erg druk over maakt. Ik heb op zo’n training geleerd dat je in officiële brieven heel zuinig moet zijn met emoties, omdat je daar vaak een averechts effect mee bereikt. Tot op de dag van vandaag doe ik mijn voordeel met die tip.’

Vol overgave
Ondanks deze lessen in communicatie met de gemeente en de jarenlange ervaring, liepen de drie ook tegen de nodige teleurstellingen op. Uitkijkend op de vervallen veevoederfabriek in het hart van het dorp, vertellen ze dat de discussie over de toekomst van dit gebouw zo’n voorbeeld is van een eindeloos lang slepende kwestie. `Maar er zijn wel meer voorbeelden die uitzichtloos lijken en heel veel geduld van je vragen,` weet Gisela Tossaint uit ervaring.` Dat geduld kon José Huurdeman op een bepaald moment niet meer opbrengen: `Ik had me er met volle overgave in gestort, maar er komt een moment dat je de balans opmaakt. Dat je enorm je best hebt gedaan en dan toch met het gevoel zit dat al die inspanningen nauwelijks zoden aan de dijk zetten. Toen ik daar op straat over werd aangesproken, was dat voor mij de druppel. Ik ben me in de historie van dorp en streek gaan verdiepen en schrijf daar nu over. Als er weer eens een boekje uitkomt, dan krijg ik van alle kanten complimenten. Kom daar maar ’s om als je lid bent van de dorpsraad.` Haar tafelgenoten beamen dit gevoel: `Voor een complimentje hoef je het niet te doen, ` aldus Gisela Tossain, `de voldoening moet echt uit jezelf komen.’

Leerschool
Nog geen tien jaar na de introductie van de dorpsraad gooit de gemeente het roer alweer volledig om. Onder de beleidstitel `Samenleving voorop` kondigt de gemeente aan dat de geldkraan vanaf 2014 volledig dicht gaat. Dieptepunt in het gebrek aan waardering voor het werk van de dorpsraad vinden de drie toch wel de boude uitspraak van de wethouder Joyce van Beek dat een dorpsraad niet meer iets van deze tijd is. Gisela Tossaint vertelt dat door deze beleidswijziging het voortbestaan van de dorpsraad momenteel op de tocht staat. Tossaint: `De gemeente wil voortaan een budget beschikbaar stellen voor bewonersinitiatieven. Voor ieder afzonderlijk initiatief kunnen burgers bij de gemeente aankloppen. Het is net alsof een dorpsraad of wijkcomité een sta in de weg is voor dergelijke initiatieven. Maar het omgekeerde is juist het geval. Ik zou een dorpsraad kunnen zien als een leerschool voor burgerparticipatie. Met een dorpsraad kun je burgerinitiatieven naar mijn idee op een veel duurzamer manier uitvoeren, wat je doet is de krachten bundelen en ze versterken.`

Doeltreffend instrument
Bij deze benadering van burgerparticipatie krijgt ze steun uit onverwachte hoek. Want in zijn onlangs uitgebrachte beleidsnotitie `Bestuur in samenhang` houdt minister Plasterk van Binnenlandse Zaken namelijk een pleidooi voor het bevorderen van dorps- en wijkraden. Hij ziet ze juist wel als een doeltreffend instrument om de afstand tussen bestuur en burger te verkleinen. Het is aan de dorpsraad van Achterveld en Stoutenburg om hun eigen wethouder daar van te overtuigen.

Gouden tip:
De dorpsraad stimuleert en bundelt initiatieven van burgers. De gemeente zou deze duurzame vorm van burgerparticipatie moeten koesteren.

image_pdfimage_print

Comments

Leave a Reply





What is 8 + 15 ?
Please leave these two fields as-is:
IMPORTANT! To be able to proceed, you need to solve the following simple math (so we know that you are a human) :-)



Ads by Google

  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Recent Rozenberg Quarterly Articles

  • Rozenberg Quarterly Archives