Bergen-Belsen

Midden in Noord-Duitsland op de Lüneburger Heide, 40 kilometer ten noorden van Hannover, ligt Bergen-Belsen.

Ontstaan
Het kamp werd in 1940 ingericht om dienst te doen als krijgsgevangenkamp, waar met name Russische krijgsgevangenen onder erbarmelijke omstandigheden leefden. In april 1943 werd een deel van het krijgsgevangenkamp overgedragen aan de SS, die er vanaf dat moment buitenlandse Joden onderbracht. Dit Aufenthaltslager Bergen-Belsen was in eerste instantie bestemd voor Joden die uitgewisseld zouden worden tegen Duitse staatsburgers die in het buitenland woonden of daar geïnterneerd waren. Tot het kamp zouden ook vijf kleinere kampen gaan behoren. In het grootste daarvan, het Sternenlager, kwamen de ruim 4.000 gedeporteerden uit kamp Westerbork terecht.

Uitwisselingsjoden
De Uitwisselingsjoden hadden aanvankelijk enkele privileges. Zo bleven ze als familie bij elkaar, droegen geen gevangeniskleding en mochten enig bezit houden. Na een periode van quarantaine werden ze echter wel ingezet om te werken. Na lange appèls voor en na de werktijden, werden mannen en vrouwen ingezet bij verschillende werkcommando’s in de schoenen- en kledingindustrie, de keukens, het revier, de kamppolitie en het brood-, groente en kolencommando.
Joden die voor uitwisseling in aanmerking kwamen, bezaten een dubbele nationaliteit, dikwijls dankzij (gekochte) Zuid-Amerikaanse passen. Of ze hadden een Palestinacertificaat, waarmee ze naar Palestina zouden kunnen emigreren. Slechts een klein aantal mensen werd ook daadwerkelijk uitgewisseld en kon naar Palestina of Zwitserland vertrekken.
Bergen-Belsen heette een kamp te zijn waar het beter was dan in andere concentratiekampen. Maar het kamp werd hoe langer hoe meer een ‘gewoon’ concentratiekamp, zoals Marion Blumenthal-Lazan bij aankomst ervoer.
‘Het was donker, ijskoud en het regende. Toen ik uit de trein stapte, zag ik alleen de hoge, glimmende zwarte laarzen van de SS-officieren met hun honden, die er groot, ongeduldig en gemeen uitzagen. Ik was negen jaar oud en klein voor mijn leeftijd. De kaken en de scherpe tanden van de blaffende en springende politiehonden zaten voor mij precies op ooghoogte. Ik was echt doodsbang.’

Häftlinglager
Een van de nevenkampen van Bergen-Belsen, het Häftlinglager, werd vanaf maart 1944 gereserveerd voor gevangenen uit andere kampen. Deze mensen konden niet meer werken en waren vaak doodziek. Ze werden aan hun lot overgelaten in lege barakken zonder strozakken en dekens. Er was geen medische verzorging en warm eten ontbrak. Het sterftecijfer was bijzonder hoog.
In de zomer van 1944 werd er een kamp met tenten voor vrouwen opgericht. Ze werden na een kort verblijf doorgestuurd naar buitencommando’s van het concentratiekamp Buchenwald. In oktober werden er grote vrouwentransporten uit Auschwitz in ondergebracht. Een deel van de tenten werd tijdens een storm weggeblazen.
Onder leiding van kampcommandant Kramer werd in de winter van 1944-1945 het hele kamp omgevormd tot een concentratiekamp en verloren deUitwisselingsjoden hun privileges. De omstandigheden gingen in een rap tempo achteruit. De SS bracht tienduizenden gevangenen het kamp binnen, die uit kampen in het oosten waren geëvacueerd. Zij troffen er chaos aan: kou, honger, vervuiling en besmettelijke ziektes die duizenden slachtoffers maakten. Bergen-Belsen werd een kamp waar massale sterfte plaatsvond. Tussen begin januari 1945 en midden april 1945 zijn 35.000 mensen overleden. Onder hen waren Anne Frank en haar zusje Margot.
‘In je naaste omgeving maakte je als kind mee hoe vriendjes en vriendinnetjes overleden. Ik heb in andere afdelingen van het kamp waar zich gevangenen bevonden, bergen lijken gezien. En kannibalisme. Stervende mensen werden halfdood van al hun kleren ontdaan door anderen die erom vochten om zichzelf tegen de kou te kunnen beschermen. Een gevangene werd betrapt, naar onze afdeling gebracht en bij de poort over een hokkertje, een soort bankje, gelegd. Hij kreeg van de Kapo’s vijftig stokslagen. Dat gebeurde bij de Blokstube aan de ingang van het kamp, op nog geen vijf meter afstand van de kamer waar ik me bevond.’ (Micha Gelber)

Lees verder: https://www.kampwesterbork.nl/bergen-belsen

Lees ook: Holocaust Encyclopedia – United States Holocaust Memorial Museum
Approximately 50,000 people died in the Bergen-Belsen camp complex. Among them was Anne Frank, the most well known child diarist of the Holocaust era.
Go to: https://encyclopedia.ushmm.org/bergen-belsen

Iris Verhoeven ~ Bergen-Belsen: “Een stad van de levende doden”
Freelance journalist Iris Verhoeven werd onlangs benaderd door herinneringscentrum Bergen-Belsen met de vraag of ze kon helpen meer Nederlandse aandacht te krijgen voor een tentoonstelling over het verblijf van kinderen in het Duitse kamp. Onlangs bezocht Verhoeven Bergen-Belsen en het bijbehorende museum zelf. Haar (beeld)verslag: https://historiek.net/bergen-belsen-concentratiekamp-bezoek-museum




NIOD ~ Antisemitisme.nu

Wat is antisemitisme?
Deze website gaat over antisemitisme in het Nederland van nu. ‘Antisemitisme’ betekent ‘Jodenhaat’ of ‘anti-Joodse overtuiging’ en is gebaseerd op stereotiepe beelden over Joden. Een stereotype is een vaststaand beeld van een groep mensen, waarvan alle leden dezelfde, vooral negatieve, eigenschappen zouden dragen. In het verleden zijn negatieve, stereotiepe opvattingen over Joden om verschillende redenen ontstaan en overgeleverd. Deze stereotypen zijn in de vorm van woorden, beelden en vooroordelen deel geworden van de Nederlandse cultuur. Er zijn ook positieve stereotypen over Joden. Die zijn verbonden met ‘filosemitisme’: een voorliefde voor Joden,  evengoed gebaseerd op stereotypen, maar dan positieve, zoals de overtuiging dat Joden intelligent zijn, sensitief, muzikaal, handig of zo goed in lobbyen.

Niet altijd worden stereotypen en ingesleten opvattingen herkend als antisemitisch. Anti-Joodse stereotypen, dat wil zeggen vaststaande, ingesleten negatieve opvattingen over Joden, hoeven niet expliciet, kwaadwillend en opzettelijk verwoord te worden; soms gebruikt iemand impliciet of onbewust een stereotype.

In het geval van een antisemitische uitspraak:
– worden mensen als Jood benoemd en worden hen op basis van dit gegeven vaste groepseigenschappen en gedragingen toegeschreven.
– worden vaste en tijdloze stereotiepe eigenschappen als verklaring opgevoerd om de visie en het gedrag van Joden te duiden.

Antisemitisme manifesteert zich in Nederland ook in verbaal en fysiek geweld tegen mensen en Joodse instituties. Daar gaat deze website niet over. Hier gaat het om stereotiepe beelden van Joden die mensen impliciet of onbewust gebruiken. Is het beter in deze gevallen mensen aan te spreken op de suggestie die van hun woorden uitgaat?  Met deze vraag willen wij de gebruikers van deze site confronteren. In de afgelopen jaren heeft het aanspreken van mensen op hun woorden geleid tot discussies over wat antisemitisme is en wat niet. Deze website wil inzicht geven in hedendaagse vormen van antisemitisme aan de hand van zes incidenten waarover in de media discussie is gevoerd.

Zowel de term antisemitisme als het fenomeen zelf roept debat op. Uitingen van antisemitisme brengen de Tweede Wereldoorlog in herinnering. Dat kan ertoe leiden dat de betekenis van het woord wordt ingeperkt tot een expliciet verwoorde vijandigheid tegen Joden, tot de wens psychisch of fysiek te kwetsen, te intimideren of te doden. Enerzijds bestaat er aarzeling om de term te gebruiken zolang er geen sprake is van expliciete vijandigheid tegen Joden, of die vijandigheid wordt niet herkend. Anderzijds worden vormen van antisemitisme uitvergroot tot vergelijkbaar met die in nazi-Duitsland. Beschuldigingen van antisemitisme worden meestal zwaar opgevat en resoluut van de hand gewezen. In de zes incidenten speelde bij degenen die aanstoot namen aan wat gezegd werd een gevoel van gekrenkt zijn en bij de andere partij een gevoel ten onrechte te zijn beschuldigd.

Geschiedenis
Wanneer mensen spreken over antisemitisme komt onmiddellijk de herinnering naar boven aan de Holocaust en het naziregime dat verantwoordelijk was voor de moord op miljoenen Joden in Europa tussen 1933 en 1945. Het antisemitisme is echter veel ouder dan de Tweede Wereldoorlog en is sindsdien ook niet verdwenen.

Negatieve opvattingen over Joden ontstonden in Europa om te beginnen vanuit religieuze vijandigheid van het christendom tegenover het jodendom. Dit wordt anti-judaïsme genoemd. Joden werden vijandig bejegend omdat ze niet wilden erkennen dat Christus de langverwachte Messias was en het Christendom daarmee, met het Nieuwe Testament voortbouwend op het Oude, de rechtmatige opvolger en vervanger van het jodendom. Vanaf de Middeleeuwen werd de maatschappelijke positie van de Joden verder bemoeilijkt doordat ze uit de meeste economische activiteiten werden geweerd. Dit dwong de Joden, vanouds een handelsvolk, tot specialisatie in warenhandel en ook tot geldhandel, per definitie tegen rente – een zeer kwetsbare beroepsbranche waar de Middeleeuwse maatschappij echter sterke behoefte aan had. Hieruit ontstond het sociaaleconomisch antisemitisme, waarin Joden werden gebrandmerkt als woekeraars, oplichters, en later als uitbuitende kapitalisten en speculanten. In werkelijkheid was behalve een zeer kleine en rijke elite het overgrote deel van de Joden arm of zeer arm. Tot in de 19e eeuw waren de Joden een gemarginaliseerde bevolkingsgroep, met een grote mate van zelfbestuur, veracht door de meerderheid van de samenleving.

Vanaf eind 18e tot in de loop van de 19e eeuw verkregen de Joden in de verschillende Europese landen in verschillende periodes gelijke burgerrechten op politiek en juridisch gebied (de zogenaamde Emancipatie), in Nederland in 1789. Vanaf toen slaagden zij er met horten en stoten in geleidelijk en gedeeltelijk sociaal te integreren. Tegelijkertijd ontstond in verschillende Westeuropese landen een politiek antisemitisme van bewegingen en partijen die uitsluiting van Joden als programmapunt hadden. Joden zelf waren vooral actief in progressieve politieke bewegingen en partijen: het liberalisme, en later het socialisme en het communisme. Het politiek antisemitisme ging dienen om oppositie te voeren tegen nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen door diegenen die zich de dupe voelden van die nieuwe ontwikkelingen.

Lees verder: https://www.antisemitisme.nu/wat-antisemitisme




Madeleine Albright ~ Fascisme – Een waarschuwing

Ills. Joseph Sassoon Semah

Een destructieve kracht met alle kenmerken van het fascisme is in de hele wereld bezig aan een hernieuwde opmars. Freedom House constateert zelfs dat de democratie momenteel ‘belegerd en in aftocht’ is. Aan het eind van de jaren tachtig, toen de Koude Oorlog teneinde kwam, geloofde Madeleine Albright dat de democratie voor eens en altijd had gezegevierd.
Maar bijna dertig jaar later lijkt de loop van de geschiedenis niet langer zeker. Vijftig procent van alle landen in de wereld kan worden beschouwd als een democratie, terwijl de overige 50 procent naar een autoritair systeem neigt. Instituten waar ze heel haar leven op kon rekenen worden aangevallen. Democratische principes worden aan de kant geschoven en de notie ’waarheid’ wordt ontkracht. Madeleine Albright, Secretary of State in de regering van Clinton en voormalig Amerikaans ambassadeur bij de Verenigde Naties, roept de regeringen in Europa en Amerika op de fouten van het verleden niet te herhalen. Buitenlands beleid is en blijft hierbij noodzakelijk waarbij het kerndoel is andere landen te overreden te doen wat wij graag willen dat zij doen, aldus Albright. Dit doel kan worden bereikt met diplomatie, economische sancties en veiligheidsmaatregelen steunen, tot en met militair ingrijpen. Diplomatie is nooit hopeloos, de deur naar onderhandelingen moet altijd open blijven.

De sluipende aanval op de democratie beschrijft Madeleine Albright heel treffend: ‘Mussolini constateerde dat het, als men erop uit is macht te vergaren, verstandig is dat te doen zoals men een kip plukt – veer voor veer – zodat iedere pijnkreet los van elkaar wordt gehoord en het hele proces zo stil mogelijk verloopt.’ Deze tactiek wordt nu ook gebruikt door machthebbers en regeringsleiders die het vertrouwen in verkiezingen, in het rechtssysteem, in de media en de waarheid proberen te ondermijnen. Men verdeelt liever dan verenigt, stelt het najagen van politiek gewin boven alles en het nationalisme wordt weer in ere hersteld. Zij hollen het democratisch politiek systeem uit middels aanvallen op de vrije pers en grondwetswijzigingen die als hervorming worden gepresenteerd. Deze ondemocratische praktijken ziet Albright onder andere in Turkije, Hongarije, Polen en de Filipijnen, bondgenoten van de Verenigde Naties. Ook Amerika, eens de grote verdediger van de democratie, ’begint mogelijk weg te glijden’. Een van de redenen waarom we weer over fascisme praten, aldus Albright, is Donald Trump. ‘Als we fascisme beschouwen als een wond uit het verleden die bijna is geheeld, dan is Trump in het Witte Huis plaatsen zoiets als het verband losrukken en aan de korst krabben.’ Trump is de eerste president in de Verenigde Staten die in woord en daad tegen de democratische idealen ingaat, en zo de waarden van vrijheid, gerechtigheid en vrede verkwanselt.

Madeleine Albright definieert een fascist ‘als iemand die zich sterk identificeert met en beweert te spreken namens een hele natie of groep, die zich niet bekommert om de rechten van anderen, en die bereid is elk middel aan te wenden – inclusief geweld dat nodig is om zijn doel te bereiken’. (Het startpunt van het fascisme in Europa ligt in 1919 toen Mussolini gefrustreerde oorlogsveteranen verenigde in ‘de Fasci di Combattimento’. ‘Fasces’ – enkelvoud ‘fascis’ – zijn een oud Romeins symbool van het hogere gezag, hetgeen werd gesymboliseerd in een roedelbundel met een bijl. In de Amerikaanse senaat is aan een zijde van de zetel van de voorzitter dit symbool aangebracht.) Onder de huidige leiders zijn er maar weinigen die de geest van het fascisme in al zijn facetten belichamen, maar iedere stap in de richting van het fascisme, ‘iedere geplukte veer’, berokkent schade aan de samenleving en brengt elke stap van de volgende dichterbij.

In Fascisme – Een waarschuwing geeft Albright inzicht in het anti-democratiseringsproces, waarbij zij zich mede baseert op haar jeugdervaringen in het door oorlog verscheurde Europa en haar geboorteland Tsjecho-Slowakije en de kennis die ze opdeed als diplomaat.

De opkomst, de richting, het lot en de hernieuwde opkomst van het fascisme in Europa maar ook buiten haar grenzen worden uitgebreid beschreven. Mussolini en Hitler maakten vooral gebruik van de depressie na WO I, Kim Il-sung speelde voor herder en gids in een land dat was verscheurd door lange strijd, Milosevic en Poetin gebruikten de nationale verontwaardiging in de nasleep van de Koude Oorlog, Chávez en Erdogan kwamen aan de macht tijdens politieke en economische crisis. Orbán en andere rechts georiënteerde Europese leiders beloven burgers te beschermen tegen religieuze, culturele en raciale
diversiteit.

De laatste hoofdstukken zijn gewijd aan de Verenigde Staten, al vanaf de oprichting in 1776 een bron van hoop voor de wereld. De Verenigde Staten worden geacht ‘de taal van gelijke vrijheid, gelijke gerechtigheid en gelijke rechten te spreken’. Albright is er altijd van uitgegaan dat Amerika zich zou verzetten tegen opkomend fascisme. Trump houdt zich echter niet aan deze waarden; hij is de eerste antidemocratische president in de moderne Amerikaanse geschiedenis. Trump kan niet worden verweten dat hij ‘een likje stroop’ gebruikt bij dubieuze regeringsleiders, maar het is zeer ondermijnend dat hij te vaak acties
onderschrijft van buitenlandse leiders die democratische instellingen schaden, en geen kritiek levert op bijvoorbeeld China of Rusland, maar wel op Australië en Duitsland.
“In plaatst van zich te richten op modernisering van handelsovereenkomsten, het aanscherpen van de normen op het gebied van het milieu en arbeidsomstandigheden en het handhaven van regels die al in de boeken staan, slaat de president wild om zich heen met beledigingen en ultimatums.” Binnen de Verenigde Staten is hij demoraliserend en polariserend met zijn aanval op democratische instituties, de pers en de FBI. Trumps wijze van opereren kan tot grote spanningen leiden, waardoor er paniek ontstaat en oorlog uitbreekt. Conflictgebieden genoeg, zoals het Midden-Oosten en het Koreaanse schiereiland.
Nog bedreigender vindt Albright de mogelijke terugkeer naar het internationale klimaat van de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, toen de Verenigde Staten zich terugtrokken van het internationale podium, en het nationalisme hoogtij vierde.

Het immuunsysteem van de democratie is wereldwijd verzwakt. Dat is het gevaar dat ons bedreigt. Madeleine Albright blijft toch ook weer optimistisch. We worden weliswaar op de proef gesteld, maar de democratie is niet aan het falen. We hebben het gevoel dat dat gebeurt, schrijft ze op het einde. Ze blijft geloven in de veerkracht van de democratie. We moeten voorbereid zijn op de aanval op democratische waarde die in veel landen aan kracht heeft gewonnen en in Amerika een tweedeling heeft veroorzaakt. Dat is de waarschuwing die Madeleine Albright ons meegeeft in haar boek.

Madeleine Albright ~ Fascisme – Een waarschuwing. ISBN 978 90 2952 399 8. De Arbeiderspers, Amsterdam, 2018




Arolsen Archives ~ International Center On Nazi Persecution

Clarifying fates and looking for missing persons: for decades, these were the central tasks of the Arolsen Archives. To this day, we answer inquiries about some 20,000 victims of Nazi persecution every year. Our work in the fields of research and education is more important than ever to inform today’s society about the crimes perpetrated by the Nazis. The comprehensive online archive is an essential part of what we do. As an international center on Nazi persecution, we see it as our mission to contribute to debate on remembrance and coming to terms with the Nazi period, political persecution and racism.

Link: https://arolsen-archives.org/en/

 




Lammert de Jong ~ Barrières van de Nederlandse nationaliteit

Eerder gepubliceerd in: Constitutioneel balanceren tussen Europa en nationale identiteit. Liber Amicorum voor Willem Pedroli. Symposium op 14 februari 2017, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Graag buig ik mij kritisch over de stelling, zoals verwoord in de uitnodiging voor het vriendenboek Willem Pedroli [1]: De grondwet zorgt ervoor dat de waarden die gekoppeld zijn aan de nationale identiteit beschermd worden. Wat zijn ‘de waarden van de nationale identiteit’ wanneer ‘de nationale identiteit per definitie meervoudig is, per moment en door de tijd heen (WRR 2007)?’[2] Inderdaad, de nationale identiteit heeft geen vaste inhoud; menigeen heeft daaromtrent een eigen opvatting en gedraagt zich daarnaar; vandaag zó en wellicht morgen anders. Dat geldt ook voor de sterk uiteenlopende impact van ‘Europa’ op de nationale identiteit, de een verlangt ‘meer,’ een ander wil een ‘exit.’ In de uitnodiging wordt de Grondwet gezien als beschermer van waarden die gekoppeld zijn aan de nationale identiteit. Mag dit zo worden opgevat dat de Grondwet een strong box is van welomschreven rechten en vrijheden van Nederlandse burgers, dus van de nationaliteit? Het begrip nationale identiteit is niet eenduidig te vatten. Haalt het daarmee de vaste grond onder de Nederlandse nationaliteit, de grondwettelijke zekerheden, overhoop? Het hedendaagse populisme daagt uit deze grondwettelijke zekerheden met woord en daad te borgen, met andere woorden, gestand te doen, ongeacht de culturele zingeving die en vogue opgeld doet voor de hedendaagse ‘nationale identiteit,’ welke dan ook!

Nationaliteit en nationale identiteit
Het onderscheid tussen de Nederlandse nationaliteit (citizenship) en nationale identiteit wordt gecompliceerd door het begrip ‘burgerschap.’ Daarin wordt zowel de Nederlandse nationaliteit in juridische termen gevat, maar óók wat het betekent een Nederlandse burger te zijn, een duiding van de Nederlandschen volksaard. Daaronder wordt van allerlei begrepen, zoals belangstelling voor de publieke zaak, zorg voor de ander, politieke participatie, maatschappelijke verantwoordelijkheid. Wat betreft het Europese burgerschap gaat het met name om rechten, dus om ‘burgerschap’ in een juridisch formaat. Het Europese volk, oftewel de Europese Demos, wordt tegenwoordig vooral als een problematisch fenomeen gezien, met name vanwege nationale identificaties die ‘minder’ Europa willen, of lidstaten die de grenzen voor moslimvluchtelingen sluiten. Huizinga benoemt in zijn Nederland’s Geestesmerk in wel gedragen taal de Nederlandschen volksaard. Het is verhelderend dit nog eens na te lezen. Hier kan ik niet nalaten Huizinga’s bevrijdende multiculturalisme te belichten: Wij kunnen het vreemde niet weren, en wij willen het niet weren [… ] De internationale penetratie der volkeren gaat, ondanks de ijlende koortsen die het lichaam der wereld schokken, haar gang. Laat haar op dezen onzen bodem vrij doorwerken, en houdt Uw Nederlandsche hoofd koel (Huizinga, 17, 1935).Dit was in mei 1935!

Drie jaar later wordt in de Memorie van Antwoord bij de Nederlandse Rijksbegroting 1938 gesteld: Vermeden moet worden alles wat de strekking heeft duurzame vestiging in ons reeds zo dicht bevolkt land te bevorderen, daar een verder binnendringen van vreemde elementen schadelijk zou zijn voor de handhaving van het karakter van den Nederlandschen stam. De Regeering is van oordeel dat in beginsel ons beperkt territoir voor de eigen bevolking moet blijven gereserveerd.[3] Kort daarna werd de Nederlandse grens voor Joodse vluchtelingen uit Duitsland gesloten.

Lees verder: http://ikkiseiland.com/barrieres-van-de-nederlandse-nationaliteit/

 




André Köbben ~ Over de rol van ijdelheid in de wetenschap

Nu online: André Köbben ~ Over de rol van ijdelheid in de wetenschap. Rozenberg Publishers. ISBN 978 90 361 493 7 – 96 pagina’s – Euro 12,50 – Omslag & DTP BuroBouws [http://burobouws.nl/]

‘IJdelheid’, wat is mijn definitie van dat begrip? In de Van Dale wordt ijdelheid omschreven als ‘een te hoge dunk van de eigen
voortreffelijkheid’ en als ‘de zucht om door anderen bewonderd en geprezen te worden’. Beide omschrijvingen zijn voor mijn doel bruikbaar. Een zekere mate van ijdelheid in deze betekenis is veel beoefenaars van de wetenschap eigen, met name als ze de positie van hoogleraar bereikt hebben. Mij gaat het hier echter om gevallen waarbij ijdelheid zich in excessieve vorm voordoet. In die zin dat deze ook nog gepaard gaat met de ‘ik heb altijd gelijk’ gedachte, en vaak ook met ‘ik weet toch wel hoe het zit, ook zonder het onderzocht te hebben’.

Ik heb in ruime mate gegevens verzameld over tien zulke personen. In zeven van mijn casussen ben ik goeddeels tot mijn oordeel over hen gekomen op grond van eigen onderzoek en eigen ervaringen. In twee gevallen heb ik mede gebruik gemaakt van het zorgvuldige werk van een onderzoekscommissie. In drie gevallen heb ik mijn oordeel voornamelijk gebaseerd op doorwrochte studies van anderen. Ik heb niet de pretentie dat het hier gaat om zoiets als een representatieve steekproef. Wel meen ik een scala van gevallen te presenteren die de meeste variaties op dit gebied omvat. Zo heb ik gezocht naar voorbeelden uit onderscheiden gebieden van wetenschap. In zes gevallen zijn het beoefenaars van de sociale wetenschappen (in de ruime zin van het woord), in vier gevallen natuurwetenschappers (in de ruime zin van het woord). In vijf casussen betreft het actuele affaires, in de vijf overige om zaken die zich in het (nabije) verleden hebben voorgedaan. Die te bespreken is van belang, al is het maar om aan te tonen dat misstanden in de wetenschap niet enkel van vandaag of gisteren zijn. In alle tien gevallen betreft het mannen. Geen wonder. Immers in het nabije verleden waren bijna alle beoefenaars van de wetenschap van het mannelijk geslacht, en ook nu nog geldt dat voor een ruime meerderheid. Maar de emancipatie schrijdt met rasse schreden voort! Alweer enkele jaren geleden kreeg voor het eerst een vrouwelijke beoefenaar van de wetenschap een officiële berisping wegens wangedrag in de wetenschap. Ik noem
hier geen namen.

Excessieve ijdelheid in de wetenschap, in de hier geformuleerde betekenis van dat woord, heeft vaak schadelijke gevolgen en wordt daarom in dit geschrift bestreden. Achtereenvolgens bespreek ik leven en werk van de volgende personen: de fysisch geograaf Jan P. Bakker; de antropoloog Claude Lévi-Strauss; de socioloog Norbert Elias; de hersenonderzoeker Dick Swaab; de chemicus Henk Buck; de nanotechnoloog Jan Hendrik Schön: de sociaal psycholoog Diederik
Stapel; de antropoloog Mart Bax; de psycholoog Cyril Burt; de historicus Bernard Berenson.
De vraag die als eerste te beantwoorden staat is of ijdelheid in excessieve-mate bij onderzoekers in alle gevallen nadelig is voor de wetenschap.

Inhoudsopgave
1. Over de rol van ijdelheid in de wetenschap
2. Jan P. Bakker
3. Uren met Lévi-Strauss
4. Over Norbert Elias
5. Een al te absolute overtuiging
6. De kwestie Buck
7. Het geval van Jan Hendrik Schön
8. De affaire Stapel
9. Inzake Mart Bax
10. Sir Cyril Burt
11. Bernard Berenson tussen kunstwetenschap en handel
12. Rangschikkingen
Namenregister
Geraadpleegde literatuur

Over de auteur – bron: Nederlandse Sociologische Vereniging [http://www.nsv-sociologie.nl/]

André Köbben (1925 -), emeritus hoogleraar antropologie, verlegde zijn aandacht van verre volksstammen naar de wereld van het Nederlandse beleidsonderzoek. Zijn advies voor integere beleidsonderzoekers: neem een rechtsbijstandverzekering.

André Köbben begon aan zijn studie zoals je van een antropoloog mag verwachten: hij bestudeerde niet-westerse samenlevingen. Zijn proefschrift uit 1955 was een studie naar de ‘zwarte planters’ in Ivoorkust en niet lang erna schreef hij over Djuka, Surinaamse marrons (afstammelingen van gevluchte slaven). In de loop der tijd richtte Köbben zijn aandacht steeds meer op zijn eigen omgeving. In de jaren zeventig gaf hij leiding aan het door hem opgerichte Centrum voor Onderzoek van Maatschappelijke Tegenstellingen (COMT) aan de Universiteit Leiden. In die turbulente jaren was er genoeg studiemateriaal voor handen. Köbben verwierf vooral publieke bekendheid door zijn betrokkenheid bij het Molukse vraagstuk dat in deze tijd explosieve vormen aannam.

Toen de frustratie van de Molukkers omsloeg in geweld – in de vorm van treinkapingen en bezettingen, soms met bloedige afloop – werden diverse commissies in het leven geroepen waar Köbben deel van uitmaakte. De Molukse onlusten gaven ook mede aanleiding tot het minderhedenbeleid dat niet alleen voorzag in subsidies en zeggenschap voor voorlieden van minderheden maar ook in veel onderzoek naar minderheidsgroepen. Köbben maakte onderdeel uit van dat zich ontvouwende beleidsveld en was onder meer lid van de Adviescommissie Onderzoek Minderheden die verantwoordelijk was voor het programmeren van minderhedenonderzoek.

Al tijdens zijn werkzaamheden voor ACOM is Köbben sceptisch over beleid. Hij constateerde dat veel initiatieven vanuit minderheden in werkelijkheid werden aangestuurd door goedbedoelende maar ook bemoeizuchtige zaakwaarnemers. De kritische houding naar het complex van onderzoek en beleid komt nog sterker terug in zijn meer recentestudies met Henk Tromp. In dat werk gaat het niet om minderheidsgroepen, maar om de wereldwijde volksstam waartoe Köbben zelf behoort: die van beoefenaars van de wetenschap.

In ‘De onwelkome boodschap’ analyseren Köbben en Tromp wat er gebeurt als onderzoekers tot bevindingen komen die hun opdrachtgevers of andere machtige partijen niet aanstaan. Köbben en Tromp rapporteren hoe onderzoeksresultaten hoe onderzoeksresultaten niet zelden onschadelijk worden gemaakt door ze dood te zwijgen. De analyse is beheerst maar het is duidelijk dat er heel wat op het spel kan staan. Onderzoekers die hun integriteit willen bewaren, kunnen te maken krijgen met diverse vormen van intimidatie.

Twee decennia na zijn emiritaat (in 1991) is Köbben nog altijd actief als publiek antropoloog. Onlangs liet hij zich als volgt over Diederik Stapel uit: “Hij is, zoals ook andere sommige andere fraudeurs. behept met het ‘ik heb altijd gelijk-syndroom.’ Hij meent echt: ‘ik weet toch wel hoe het zit, ook al heb ik het niet onderzocht.’”

Köbben zelf heeft juist een carrière opgebouwd rond het voortdurend bevragen van belangen en inzichten, van volkeren ver weg tot wereldjes dichtbij. Hoe dichterbij en groter de belangen, hoe groter de kans dat een onderzoeker tegen de haren instrijkt en represailles ondervindt. Mede om die reden geeft Köbben beleidsonderzoekers die hun integriteit willen beschermen een belangrijk advies mee: neem een rechtsbijstandsverzekering.