High Amsterdam ~ Anesthetica: tussen euforie en narcose

Nabben11-page-001

Foto Floris Leeuwenberg • Dance Valley

Het hyperconsumentisme komt bij het naderen van het millennium tot een kookpunt en loopt opmerkelijk synchroon met het stijgende drugsgebruik. Het geld rolt; Amsterdam werkt én viert feest. Dankzij de mobiele telefoon weet iedereen waar iedereen in het weekend uithangt. Nieuwe clubs, cafés, lounges en terrassen worden bij de vleet geopend en stappers cruisen opgewekt van hot spot naar hot spot. Hypes volgen elkaar koortsachtig op. De prevalentie van het gebruik van illegale middelen (onder andere amfetamine, cocaïne en ecstasy) klimt naar een historisch hoogtepunt. Tegelijkertijd lanceren underground chemici met enige regelmaat nieuwe ecstasyvarianten, die hun weg snel vinden in de ‘gulzige’ uitgaansscene. Het aanbod van verse psychedelische paddenstoelen veroorzaakt een run op de snel groeiende smartshopbranche.

Het is in deze ‘decadente’ periode dat ook de narcosemiddelen doorbreken in het uitgaansleven, eerst lachgas en snel daarna ook GHB en ketamine. Hoewel de markt van narcosemiddelen aanzienlijk kleiner is dan die van stimulantia, hebben ze toch een stempel gedrukt op de gebruikersmarkt. In verschillende scenes worden de nieuwe roesdimensies van de ‘kosmische’ lachgaskick, het ‘sensuele’ GHB en de ‘psychedelische’ ketamine met grote interesse geëxploreerd. Niet precies bekend is wanneer de narcosemiddelen hun carrière buiten de medische setting in het Amsterdamse recreatieve drugsmilieu zijn begonnen. Tot in de laatste versie van het handboek over drugs en verslaving van de psychiater van Epen (1983) – dat in de jaren zeventig en tachtig als standaardwerk gold – wordt met geen woord gerept over GHB en ketamine.[i] De psychiater van Ree (1977) meldt – met uitzondering van een korte lachgaspassage – er evenmin iets over in zijn vele malen herdrukte Prisma pocket over drugs, destijds hét handboek voor gebruikers.

In Uit je bol – het hedendaagse handboek voor psychonauten – schrijven Hellinga & Plomp (2005) wel over de drie narcosemiddelen, maar tasten we weer in het duister over het gebruik in Amsterdam. Ook in de Amsterdamse bevolkingssurveys en de nationale bevolkings-en scholierensurveys zijn narcosemiddelen tot op heden niet in de vragenlijst opgenomen.

De verspreiding, aard en omvang van narcosemiddelen worden in Antenne voor het eerst – kwantitatief en kwalitatief – systematisch in kaart gebracht. Lachgas was het eerste middel waarvan de verspreiding in de panelstudie praktisch vanaf het startpunt kon worden gevolgd. In dit hoofdstuk wordt de verspreiding van narcosemiddelen eerst in vogelvlucht historisch en sociaal-epidemiologisch beschreven, waarna hun entree in de Amsterdamse gebruikerswereld binnen de context van het uitgaansleven wordt geschetst.

Lachgas: van kosmisch tot hippiecrack
Toen de Britse allround-wetenschapper Joseph Priestley – hij publiceerde ook over elektriciteit, kleuren, geschiedenis, filosofie en theologie – na een reeks experimenten in 1772 di-stikstofmonoxide (N20) ontdekte, realiseerde hij zich waarschijnlijk niet dat zijn ontdekking de grondslag zou vormen voor de moderne anesthesiologie. In Experiments and observations on different kinds of air noteert Priestley in 1776 zijn ervaringen met di-stikstofmonoxide en andere gassen. Op de drempel naar de 19e eeuw test Humphry Davy (1799) in het Pneumatic Institute van Bristol di-stikstofmonoxide eerst op zichzelf, vervolgens op dieren en daarna op patiënten en vrijwilligers.

Nadat zijn vriendenkring, bestaande uit schrijvers, uitvinders en artiesten, lucht kreeg van de hilarische experimenten, wilden de eminente heren zich maar al te graag laten bedwelmen door het ‘paradijselijke’ lachgas.[ii] Zijn eerste lachgasexperiment beschrijft Davy als volgt: “Highly pleasurable thrilling particularly in the chest and extremities. The objects around me became dazzling, and my hearing more acute” (in: Holmes, 2008:259). Davy betoogt in 1800 ook dat lachgas analgetische eigenschappen heeft, en gemengd met zuurstof misschien bruikbaar zou kunnen zijn om de pijn bij operaties te verlichten (Vermeulen-Cranch, 1998). Omdat de vrolijk makende roes steeds vaker tot carnavaleske toestanden leidt, wordt het instituut echter op aandrang van de conservatieve buitenwacht in 1801 gemaand haar deuren te sluiten (Sheldin & Wallechinsky, 1992).[iii]

Omstreeks 1840 maakte lachgas een comeback in Amerika, waar Horace Wells in 1844 onder invloed van lachgas een pijnloze tandextractie bij zichzelf uitvoerde. Als gevolg van Wells’ ingreep, maar ook dankzij de eerste succesvolle anesthesie met ether door T.G. Morton in 1846, nam de belangstelling voor verdoving tijdens operatieve ingrepen toe (Snel & Schuyt, 1998). Toch heeft het in Nederland nog betrekkelijk lang, tot 1948, geduurd voordat verdoving met lachgas officieel erkend werd. De Nederlanders waren ‘van nature’ – mede onder invloed van het calvinisme – voorzichtig en conservatief bij de ontwikkeling van de anesthesiologie en zagen pijn als iets onvermijdelijks dat geaccepteerd diende te worden (Vermeulen-Cranch, 1998). Read more

image_pdfimage_print
Bookmark and Share

High Amsterdam ~ Regels en roes in het uitgaansleven

Ontwerp M-DSGN - Poster Legalize 2005

Ontwerp M-DSGN – Poster Legalize 2005

De roesbehoefte van de ‘genotzuchtigen’ staat vaak op gespannen voet met de heersende moraal van de ‘genotschuwen’. Het rock-’n-roll virus – deels door amfetamine gevoed – gold ooit als revolutionaire katalysator voor het loslaten van verplichte figuren en sociale omgangvormen binnen de danscultuur. Net als de ‘seksuele wildheid’ die jazz, jive en joints destijds in Amsterdamse dansgelegenheden teweegbracht, joeg rock-’n-roll het gezag de stuipen op het lijf. Tussen het ‘rock around the clock’ van de rockers en het ‘go with the flow’ van house ligt een periode van bijna veertig jaar. De magie van (nieuwe) ritmes is van alle tijden en de fascinatie voor deze toverkracht zal ongetwijfeld ook in de toekomst door nieuwe generaties worden gecultiveerd. “Alle bijzondere, nieuwe muziek groeit nog altijd tegen de verdrukking in. En dat is misschien maar goed ook. Dingen doen die verboden zijn, regels en wetten overtreden, tegendraads zijn: er is weinig waar een nieuwe generatie meer plezier aan beleeft” (Van Veen, 1994:9). Urenlang dansen op house kan zelfs leiden tot trance-ervaringen en tijdelijk zelfverlies (‘extase’) waarbij het individu wordt losgezongen van zijn persoonlijke begrenzing en spiritueel één wordt met zijn fysieke omgeving.

Het aloude idee dat de danscultuur beheersing behoeft, gold zeker niet in het minst voor de nieuwe jongerencultuur die massaal werd bevangen door een mix van house en ecstasy (hoofdstuk 5). Vooral in de beginfase waren spontane en illegale feesten schering en inslag. Onder de thans geldende regelgeving zouden veel van deze feesten verboden worden. Elementaire watervoorzieningen ontbraken, de elektriciteit lag er soms wel erg bloot bij en de brandweer was vaak niet op de hoogte gesteld. Sommige raves gingen gepaard met excessief drugsgebruik en zichtbare handel. Van klimaatbeheersing en chill out ruimtes had nog niemand gehoord. Nooduitgangen ontbraken, evenals professionele eerstehulp teams. Wie last van ‘feestkoorts’ had, moest maar even afkoelen in de frisse buitenlucht. Als gevolg van het steeds massalere karakter én de explosieve mix van ritme en roes, lieten de eerste ongelukken dan ook niet lang op zich wachten. Nieuwe regelgeving was dus geboden om de ‘feestwildheid’ te beteugelen. De – door de gemeente Amsterdam bijna integraal overgenomen – nota Stadhuis en house (1995) bood een eerste (landelijk) kader om de veiligheid en volksgezondheid beter te kunnen waarborgen. In de context van het ‘nieuwe’ Amsterdamse uitgaansleven (hoofdstuk 6) hebben we de dynamiek tussen de drugsmarkten (hoofdstuk 7) en gebruikersmarkten (hoofdstukken 8-10) geschetst en daarbinnen enkele leidende factoren geduid die de afgelopen 15 jaar invloed hebben gehad op de golfbewegingen van drugsgebruik.

In dit hoofdstuk staat het spanningsveld tussen het ‘losbandige’ uitgaansleven en de regelgeving en handhaving centraal. We gaan op zoek naar het antwoord op het tweede deel van onze probleemstelling: in hoeverre en op welke wijze heeft het (strafrechtelijk) drugsbeleid invloed gehad op de drugsmarkt van het Amsterdamse uitgaansleven? Meer in het bijzonder richten we ons op de vraag of zerotolerance hier tot de gewenste reductie van drugsgebruik heeft geleid.

Het uitgaansleven: productie, consumptie en regulatie
Wetenschappers hebben in uiteenlopende toonaarden geschreven over de transformatie van het stadsdomein tot een ‘(p)leisure city’ (Hannigan, 1998) met een bruisende nachteconomie van ‘urban playscapes’ (Chatterton & Hollands, 2002, 2003; Hollands, 2002). Daarbij is binnen het domein van de uitgaansindustrie, en in het bijzonder als het gaat om clubculturen, overal in Europa sprake van overeenkomstige ontwikkelingen. “There is a dynamic in our society that promotes the idea of style of entertainment closely aligned to that of consumption in general into which drug use has been incorporated” (Calafat et al., 2004:18).

Bij vlagen schoksgewijs, maar gestaag, voltrok zich als gevolg van het vervagen van een heersende, gedisciplineerde en burgerlijke levenswijze een proces van sociale en culturele veranderingen (Müller, 2002). De cultuurfilosoof Van den Brink typeert deze ontwikkeling als een historisch proces waarin het sacrale achtereenvolgens transformeerde tot het sociale en vanaf de laat-20e eeuw tot het vitale (in: Lampert & Spangenberg, 2009; vgl. Boutellier, 2005, 2006).

Tegelijkertijd werd echter de ‘euforische stad’, als verzinnebeelding van de economische renaissance in de jaren negentig, vanuit het perspectief van openbare orde en veiligheid ook steeds meer als riskant en soms zelfs bedreigend ervaren, omdat het in uitgaansgebieden een permanente gelegenheidsstructuur creëerde voor overlast en geweld. Veiligheidsindexen wijzen uit dat uitgaan en geweld vaak hand in hand gaan (Bervoets et al., 2008). Daarnaast wijzen criminologen en sociologen erop dat marginale groepen van deelname op (hoogdrempelige) locaties van vermaak (permanent) dreigen te worden uitgesloten (Chatterton & Hollands 2002; Hayworth, 2004; Young, 2007).

Het complexe politieke vraagstuk van openbare orde en veiligheid is door de continue massadruk op de Amsterdamse binnenstad alleen maar pregnanter geworden. Hoe kan de feesthorde het meest effectief worden bedwongen en hoe kan de toestroom van duizenden bezoekers in het weekend op het Rembrandtplein en Leidseplein of die van honderdduizenden Koninginnedagvierders het best worden gemanaged? Bezwerende politiële termen als ‘crowd control’ en ‘crowd management’ klinken dan ook steeds vaker (Schaap, 2009). “De openbare ruimte wordt in toenemende mate een strijdperk van bezetting en ontzetting, van antisociaal gedrag en de strijd daartegen” (Boutellier, 2010). Read more

image_pdfimage_print
Bookmark and Share

High Amsterdam ~ Samenvatting en conclusies

Foto Ziggy Love - Roxy

Foto Ziggy Love – Roxy

De Amsterdamse drugsmarkt is sinds de jaren negentig van de vorige eeuw met de komst van ecstasy en allerlei andere drugs complexer geworden. De nieuwe roescultuur verspreidde zich tegelijkertijd met het houseritme als een veenbrand over het uitgaansleven. De snelheid waarmee ecstasy uitgroeide tot de meest populaire illegale drug na cannabis en de steeds frequentere gezondheidsverstoringen die daarmee gepaard gingen, overvielen beleidsmakers en gezondheidsinstellingen. Om voortaan adequater én in een vroeger stadium te kunnen anticiperen op (nieuwe) drugstrends werden op nationaal en lokaal niveau monitoringsystemen in het leven geroepen. Ook vanuit strafrechtelijk oogpunt kwam de plotselinge opkomst van ecstasy als een verrassing, en ook hier bleven maatregelen niet uit. Toen was gebleken dat Nederland een voornaam productieland van ecstasy was, werd het opsporingsapparaat fors uitgebreid en versterkt met de USD (Unit Synthetische Drugs). De resultaten lieten niet lang op zich wachten; producenten werden aangepakt, productiecentra ontmanteld en grote partijen drugs en precursoren geconfisqueerd.

In Amsterdam werd vanaf 1993 met Antenne een methode geïmplementeerd om op empirische en controleerbare wijze veranderende leefstijlen en gebruik van genotmiddelen binnen Amsterdamse uitgaans scenes van jongeren en jongvolwassenen systematisch in kaart te brengen. De leidende gedachte was dat drugstrends – zoals de snelle opkomst van ecstasy liet zien – zich in het Amsterdamse uitgaansleven meestal in een vroeger stadium voordoen dan elders in het land. Antenne bestaat uit een combinatie van drie onderzoeksmethoden: een kwalitatieve panelstudie waarin tweemaal per jaar insiders individueel worden geïnterviewd over hun trendsettende en trendvolgende netwerken in het uitgaansleven; kwantitatieve surveys naar middelengebruik in specifieke doelgroepen, waaronder clubbezoekers; en preventie-indicatoren die cijfers genereren over informatie- en adviesvragen, voorlichtingscontacten op party’s, en testuitslagen van vrijwillig aangeleverde drugs.

In dit proefschrift stond de panelstudie centraal. De informatie van het panel (met gemiddeld 24 leden per ronde) in de periode 1994-2008 is een continue leidraad geweest om nieuwe ontwikkelingen in het uitgaansleven vroegtijdig te signaleren en te volgen. Door deze kwalitatieve informatie te combineren met kwantitatieve gegevens uit Antenne en andere bronnen (triangulatie), hebben we langere termijn drugstrends in kaart kunnen brengen.

De probleemstelling luidde: “Welke ontwikkelingen hebben zich sinds het begin van de jaren negentig voorgedaan op de drugsmarkt van het Amsterdamse uitgaansleven, en in hoeverre en op welke wijze zijn (strafrechtelijk) drugsbeleid en andere factoren hierop van invloed geweest?”

Om te achterhalen welke factoren het succes dan wel de neergang van een middel kunnen verklaren, is Zinbergs (1984) theoretische model van drug-set-setting een vruchtbaar vertrekpunt én anker geweest. In aanvulling op Zinbergs model hebben we een vijftal ‘trenddimensies’ onderscheiden:

1. de historische, sociaal-culturele en economische condities waaronder nieuwe (risico) groepen zich op nieuwe (uitgaans) settings manifesteren (drug, set en setting);
2. de sociaal-culturele en symbolische uitgaanscontext van trendsetters en trendvolgers in het huidige uitgaansleven (setting);
3. de translokale distributie en het aanbod op de drugsmarkt(en), bestrijding, prijsontwikkeling en kwaliteit (drug);
4. aard, verspreiding, omvang en imago van psychoactieve middelen op een pluriforme gebruikersmarkt (set); en
5. beleid, regelgeving en handhaving ten aanzien van drugs(gebruik) én de reactie van consumenten hierop, in het bijzonder binnen het Amsterdamse uitgaansleven (drug, set en setting). Read more

image_pdfimage_print
Bookmark and Share

High Amsterdam ~ Summary And Conclusions

NabbenThe trade in recreational drugs in Amsterdam became a good deal more complex in the 1990s when ecstasy and a range of other drugs arrived on the market. To the rhythm of house music, a new euphoric culture spread across Amsterdam nightlife like a bushfire. Policymakers and health care institutions were caught unawares by the rapidity with which ecstasy developed into the most popular illicit drug after cannabis, as well as by the acute health effects it was causing. The health authorities set up national and local-level monitoring systems to enable more prompt and appropriate responses to new or unexpected drug trends in the future. The abrupt arrival of ecstasy also triggered shock waves from a criminal justice point of view, and here, too, new measures were taken. Especially when it emerged that the Netherlands was also a leading ecstasy-producing country, the investigative machinery was aggressively expanded and reinforced by a Synthetic Drugs Unit (USD). Results were not long in coming. Drug manufacturers were arrested, production sites dismantled and large parties of drugs and precursors seized.

With the founding of the annual Amsterdam Antenna drugs barometer in 1993, an empirical method was implemented to systematically and verifiably document the changing lifestyles and use of recreational substances in the nightlife scenes frequented by adolescents and young adults. The idea was that drug trends (as illustrated by the rapid rise of ecstasy) usually manifest themselves in Amsterdam at an earlier stage than in the rest of the country. Antenna is a combination of three research methods: a qualitative panel study in which insiders in drug-taking scenes are interviewed twice a year about the trendsetting and trend-following networks they are part of; quantitative surveys on substance use in specific risk groups, including clubgoers; and drug prevention indicators that generate statistics on information and advice requests, drug education contacts at dance events, and tests of voluntarily submitted drugs.

The Antenna panel study was a central source of data in the study I reported in this book. Information obtained from the panel (which averaged 24 members per interview round) in the period 1994-2008 provided a continuous frame of reference for the early identification and monitoring of fresh developments in Amsterdam nightlife. By combining this qualitative information with quantitative data from Antenna and other sources (triangulation), I was able to map out a number of longer-term trends in drug use. My research question was: What developments and trends occurred in Amsterdam nightlife from the early 1990s to the late 2000s, and to what extent and in what ways did criminal justice policies and other policies and factors influence such developments?

In my attempts to identify factors that could explain the success or demise of specific drugs, Norman Zinberg’s (1984) theoretical drugset-setting model served me both as a fruitful point of departure and as an anchor. As an enhancement to Zinberg’s model, I distinguished five ‘trend dimensions’:
1. the historical, sociocultural and economic conditions under which new drug-using groups and risk groups emerge in new settings, particularly in nightlife environments (drug, set and setting);
2.  the sociocultural and symbolic nightlife contexts of contemporary trendsetters and trend followers (setting);
3.  translocal distribution and the supply situation in drugs markets, policing, price trends and quality (drug);
4. the nature, spread, scale of consumption and image of particular psychoactive substances in a diversified consumer market (set); and
5. policy, regulations and enforcement with respect to drugs and drug use, as well as drug users’ responses to such strategies, in particular in Amsterdam nightlife environments (drug, set and setting). Read more

image_pdfimage_print
Bookmark and Share

High Amsterdam ~ Bijlage Muzieklexicon & Literatuurlijst

Bijlage 6 – Muzieklexicon

Acid house: Acid house is ontstaan in de jaren tachtig in Chicago, toen producers de nieuwe Roland TB-303 Bassline in de eerste houseproducties gebruikten. Dit maakt het mogelijk dance-tracks te maken die voornamelijk bestaan uit een telkens herhaalde baslijn en een drumritme. Het metronoom-strakke samenspel tussen drumcomputer en bascomputer zorgt voor een hypnotiserend effect.
BP M: Beats per minute, de tempoaanduiding die het aantal ‘beats’ (slagen) per minuut weergeeft.
Dance: Hoewel veel popmuziek betiteld kan worden als dansmuziek, heeft dance als genre sinds de jaren tachtig specifiek betrekking op grotendeels elektronische muziek die speciaal bedoeld is om de dansvloer vol te krijgen en zich richt op de clubcultuur. De meeste dance-stijlen kenmerken zich door eenvoudige, repeterende melodieën met een prominente bass-drum, in een vierkwartsmaat gespeeld.
Hardcore: De hardste, snelste en meest duistere van alle housestijlen. Vroeger bekend als gabber, nu ook als hardstyle.
Hiphop: Levensstijl én muziekstijl ontstaan in de jaren zeventig in The Bronx. De vier elementen die het fundament van de hiphop vormen: mc’ing, dj’ing, breakdance en graffiti. Schokkerige, funky muziekstijl die geconcentreerd is rond het rappen en waarin vaak gebruik wordt gemaakt van samples.
House: Verzamelnaam voor elektronische dansmuziek. Tegenwoordig ook: een specifieke stroming die het
meeste lijkt op de originele housemuziek uit Chicago, waarbij de nadruk minder op de elektronische instrumenten ligt en meer op de ‘groove’ en de vocalen.
Minimal: Subgenre van techno dat zich onderscheidt door lage basmelodieën, subtiele veranderingen, klikgeluiden en complexe vierkwarts beats. De kick is minder belangrijk dan bij techno. Opvallend is de gelijkwaardigheid van samples en geluidsfragmenten, waarbij alle componenten onmisbaar zijn voor de algehele ‘groove’.
Techno: Monotone ritmes, abstracte melodieën en het ontbreken van vocalen zijn de kenmerken van deze gecomputeriseerde muziek.
Tekno: Keiharde, compromisloze en psychedelische variant van hardcore, populair op illegale feesten.
Trance: Pompeuze house met dwingende vierkwartsmaat die wordt begeleid met dromerige melodieën en psychedelische effecten, afgewisseld met drumclimaxen.
Urban: Letterlijk: stedelijk. In Nederland containerbegrip en (nieuwe) verzamelnaam voor een commerciële, melodieuze en dansbare mix van R&B, rap en hiphop, mode, straatcultuur en glamour. Populair onder allochtone jongeren. Read more

image_pdfimage_print
Bookmark and Share

De toekomst

Oom was oud en heeft een goed leven gehad voor zover haalbaar in dit aardse dal. Hij is maar een paar maanden ziek geweest, niet te erg, en is vorige week rustig ingeslapen.

Het zonlicht viel mooi in het kleine kerkje. Het hoofd van de dominee leek los te zitten van de romp. De iPad waarvan hij zijn overdenking voorlas, oogde wat misplaatst in de jaren vijftig. Dat de organiste haar dag niet had, maakte de gemeente niet uit. Met vaste stem zongen de gelovigen ‘Wat de toekomst brenge moge’. De gemiddelde leeftijd maakte het eenvoudig om het antwoord op die vraag te voorspellen.

Tante zat in haar rolstoel. Afwezig is niet het juiste woord, ze was er, maar lichtjes. Haar goedgemutste vriend dementie heeft de scherpe kantjes van het leven weggepoetst.
Ze was verbaasd over al die mensen die haar een hand kwamen geven.
‘Mijn man is weg’, zei ze zo nu en dan.
Om daarna te melden dat het toch wel mooi was dat al die mensen haar verjaardag niet vergeten waren. Want dat was ze vorige week, jarig.

image_pdfimage_print
Bookmark and Share
image_pdfimage_print

  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Archives