Noam Chomsky: Ventilator Shortage Exposes The Cruelty Of Neoliberal Capitalism

COVID-19 has taken the world by storm. Hundreds of thousands are infected (possibly many times more than the confirmed cases), the list of dead is growing exponentially longer, and capitalist economies have come to a standstill, with a global recession now virtually inevitable.

The pandemic had been predicted long before its appearance, but actions to prepare for such a crisis were barred by the cruel imperatives of an economic order in which “there’s no profit in preventing a future catastrophe,” Noam Chomsky points out in this exclusive interview for Truthout. Chomsky is emeritus professor of linguistics at MIT and laureate professor at the University of Arizona, author of more than 120 books and thousands of articles and essays. In the interview that follows, he discusses how neoliberal capitalism itself is behind the U.S.’s failed response to the pandemic.

C.J. Polychroniou: Noam, the outbreak of the new coronavirus disease has spread to most parts of the world, with the United States now having more infected cases than any other country, including China, where the virus originated. Are these surprising developments?

Noam Chomsky: The scale of the plague is surprising, indeed shocking, but not its appearance. Nor the fact that the U.S. has the worst record in responding to the crisis.

Scientists have been warning of a pandemic for years, insistently so since the SARS epidemic of 2003, also caused by a coronavirus, for which vaccines were developed but did not proceed beyond the pre-clinical level. That was the time to begin to put in place rapid-response systems in preparation for an outbreak and to set aside spare capacity that would be needed. Initiatives could also have been undertaken to develop defenses and modes of treatment for a likely recurrence with a related virus.

But scientific understanding is not enough. There has to be someone to pick up the ball and run with it. That option was barred by the pathology of the contemporary socioeconomic order. Market signals were clear: There’s no profit in preventing a future catastrophe. The government could have stepped in, but that’s barred by reigning doctrine: “Government is the problem,” Reagan told us with his sunny smile, meaning that decision-making has to be handed over even more fully to the business world, which is devoted to private profit and is free from influence by those who might be concerned with the common good. The years that followed injected a dose of neoliberal brutality to the unconstrained capitalist order and the twisted form of markets it constructs.

The depth of the pathology is revealed clearly by one of the most dramatic — and murderous — failures: the lack of ventilators that is one the major bottlenecks in confronting the pandemic. The Department of Health and Human Services foresaw the problem, and contracted with a small firm to produce inexpensive, easy-to-use ventilators. But then capitalist logic intervened. The firm was bought by a major corporation, Covidien, which sidelined the project, and, “In 2014, with no ventilators having been delivered to the government, Covidien executives told officials at the [federal] biomedical research agency that they wanted to get out of the contract, according to three former federal officials. The executives complained that it was not sufficiently profitable for the company.”

Doubtless true.

Read more

image_pdfimage_print
Bookmark and Share

Hail Freedonia, Land of the Free! De satirische maatschappijkritiek van de Marx Brothers

De Amerikaanse Marx Brothers maakten tussen 1929 en 1949 dertien films. Centraal daarin staat de non-conformistische, vaak surrealistische, absurde humor van Groucho, Chico, Harpo en (soms) Zeppo Marx. Het verhaal doet er daarbij niet zoveel toe. De films zijn satirisch, anti-establishment en anti-autoritair. In de jaren zeventig werden hun films door de protestgeneratie van die dagen herontdekt. Niet alle films van de Marx Brothers zijn vandaag de dag nog het aanzien waard. Hoogtepunt in hun œuvre is Duck Soup (1933) – zonder meer de aller leukste antimilitaristische film ooit – een politieke satire die in de jaren dertig gezien werd als kritiek op de totalitaire regiems in Duitsland en Italië en waarvan de boodschap niet aan waarde heeft ingeboet.

It’s war!’… It’s war!’… At last!’ – De Marx Brothers in Duck Soup

Vaudeville
Gepokt en gemazeld door jarenlange ervaring in het Amerikaanse vaudevilletheater in de jaren tien en twintig van de vorige eeuw, namen de Marx Brothers in 1929 hun eerste speelfilm op, The Cocoanuts. Al bijna twintig jaar toerden de broers Groucho, Chico, Harpo, en later ook Zeppo, met hun theaterprogramma’s door de VS: hilarische shows met nauwelijks een verhaallijn, vol absurde dialogen en bizarre sketches. Groucho Marx (1890–1977), met licht door de knieën gezakt loopje, geverfde snor en continu sigaar rokend – lijkt daarin voortdurend aan het woord: ad rem, niets en niemand ontziend in zijn commentaren en beledigingen, zowel tegen medespelers als publiek, altijd op zoek naar een winstgevende deal of een rijke weduwe, maar vaak gaat dat samen. Chico Marx (1887-1961) speelt een niet al te snuggere Italiaan, weliswaar een virtuoos pianist, maar veel verder dan het maken van woordgrappen in overbodige dialogen met Groucho komt hij niet. Harpo Marx (1888-1964) is de clown van het gezelschap, een ongeleid projectiel, die iedere situatie uitbuit om een grap uit te halen, blonde vrouwen achterna jaagt, bestek, serviesgoed en wekkers uit zijn jas tevoorschijn haalt, maar wel prachtig harp speelt. Hij zegt nooit een woord en communiceert door middel van een autotoeter en door op zijn vingers te fluiten. Zeppo Marx (1901-1979) is een humorloze straight man met nauwelijks tekst. Na de vierde film van de broers verdween hij geruisloos uit beeld.

Wanhoop en chaos
Hun eerste films, The Cocoanuts (1929) en Animal Crackers (1930) zijn eigenlijk niet meer dan gefilmde registraties van eerder gespeelde theatershows. In The Cocoanuts wordt de draak gestoken met de grondspeculatie in de jaren twintig in Californië, Animal Crackers is een satire op de Amerikaanse high society, die zich verpoost op feestjes, in Horsefeathers (1932) gaat het doen en laten op een Amerikaanse universiteit op de schop. De verhalen werden voor de verfilmingen wat meer gestroomlijnd, maar in essentie bleven het theaterstukken. In Monkey Business (1931) en Duck Soup (1933) is het statische van de toneelversies geheel verdwenen en komen de broers pas echt op dreef. Deze twee films hebben – ook nu nog – een ongelooflijke vaart: snelle montage en rappe dialogen. De volgende scene buitelt als het ware over de vorige heen, grappen volgen elkaar in razendsnel tempo op. Groucho is voortdurend aan het woord en lanceert de ene oneliner na de andere.
Harpo steelt de show met uiterst originele gimmicks en visuele grappen, Chico laveert, Italiaans-Engels babbelend, tussen de scènes door. Een doorwrocht verhaal hebben deze twee films niet, maar dat is ook niet nodig. In Monkey Business zijn de broers verstekelingen op een oceaanstomer, in Duck Soup staat de onenigheid tussen twee dwergstaatjes centraal. Maar juist deze simpele situaties bieden meer dan voldoende ruimte om te talenten van de broers te kunnen etaleren. Daarmee drijven ze anderen tot wanhoop, creëren ze een gezonde chaos en voeren ze de absurditeit ten top. Binnen die situaties ontrolt zich een caleidoscoop van onlogisch opgebouwde sketches, woordspelingen, onzinnige hilarische grappen, beledigingen, achtervolgingen en overbodige dialogen. Autoriteiten worden geïntimideerd, ambtenaren en directeuren, gezagsdragers als politici en agenten, dwars gezeten en voor gek gezet. Ladies in society worden geschoffeerd en beledigd. Bij de slachtoffers ontstaat ontreddering, wanhoop en paniek.

Groucho: ‘A four-year-old child could understand this report! Run out and find me a four-year-old child.’
Read more

image_pdfimage_print
Bookmark and Share
image_pdfimage_print

  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Archives