Hiking The Minimum Wage To $15 Is Key — But It’s Hardly A Living Wage

Robert Pollin

The federal minimum wage hasn’t increased in over a decade. After a brief but failed attempt by the Biden administration to raise it to $15 an hour, it will most likely remain at the current $7.25 for an indefinite time to come. This is a shame, for the economic benefits of wage hikes are beyond dispute, as many studies have shown, including those authored by Robert Pollin, distinguished professor of economics and co-director of the Political Economy Research Institute at the University of Massachusetts at Amherst. Pollin is co-author of The Living Wage: Building a Fair Economy (1998) and A Measure of Fairness: The Economics of Living Wages and Minimum Wages in the United States (2008) and has worked with many U.S. non-governmental organizations on creating living wage statutes at both the statewide and municipal levels. In this interview, Pollin discusses why, even though we must continue to push for a $15 minimum wage, we must also consider what a true living wage looks like.

C.J. Polychroniou: The general argument against raising the minimum wage is that it is bad for small business and the economy in general. Is there any truth in this claim?

Robert Pollin: Going through a bit of background will be helpful here. The federal minimum wage was last increased in July 2009, from $6.55 an hour to $7.25. So, no increase in 12 years. But actually, the situation is far worse than even what this suggests. That is because, at the very least, we have to factor in the effects of inflation on people’s ability to buy the things they need to live. Inflation means that the prices of food, housing, transportation, clothing and other necessities have been rising. So the minimum wage today would need to be $8.77 in order to buy what $7.25 could buy in 2009.

But there is still much more to the story once we take account of inflation. That is, after we factor in inflation, the U.S. minimum wage actually peaked in 1968, 52 years ago. In today’s dollars, after factoring in inflation, the federal minimum wage in 1968 was $11.90, 64 percent higher than today’s $7.25 figure. Further still, average labor productivity — i.e., the amount of goods or services an average worker can produce over the course of a day in the U.S. — has risen at an average rate of 1.9 percent per year since 1968. What if, starting in 1968, the federal minimum wage had risen every year in step with the 1.9 percent average increase in productivity as well as inflation? That would mean that minimum wage workers would get raises when they are producing more every day, but their raise would only equal exactly their 1.9 percent improvement in productivity but not a penny more. In that case, the federal minimum wage today would be $31.67 an hour — over four times higher than the actual federal minimum wage today.

Now if we go back to 1968, when the federal minimum wage was approximately $11.90 in today’s dollars, in fact the U.S. economy was booming. The official unemployment rate was 3.6 percent, i.e., less than half of the average 8.1 percent unemployment rate over 2020. So it is obvious that the U.S. economy can function just fine at a much higher federal minimum wage rate than the $7.25 rate that prevails today.

We also get basically the same result by looking at the experiences in recent years with minimum wage laws in U.S. states and living wage statues in some municipalities that are higher than the federal minimum wage. Right now, 29 states along with the District of Columbia operate with minimum wage rates higher than the federal minimum. The citywide minimum in Washington, D.C., is already at $15.00, and the State of Washington is next highest at $13.69. The evidence on the experiences in these states and cities is that businesses function at least as well if not better than those states that still operate at the federal $7.25 minimum. The employment opportunities in these states and cities are also at least as good if not better.

It is fair to ask: If businesses are mandated to pay higher wages than they would choose to pay otherwise, then why is it that we don’t see these businesses lay off employees or close up operations after they are forced to give raises? The answer is that the overwhelming majority of businesses don’t want to be forced to raise wages for their employees, but they learn to adjust. They might raise their prices modestly to cover their increased payroll. The businesses’ level of productivity is also likely to improve. This is because their workers become more committed to their jobs when they are paid at minimally decent levels. These productivity increases will not be enough to compensate for the businesses’ increased payroll, but they will help to partially cover some of their higher costs.

Finally, some businesses may just end up accepting modestly lower profits, even if reluctantly. To the extent this occurs, raising the minimum wage will end up advancing a more equal distribution of income between businesses and workers. This is after 40 years under neoliberalism in which inequality has risen relentlessly. The decline in the value of the minimum wage, after adjusting for inflation, has been a significant factor contributing to the overall rise in inequality under neoliberalism.

Read more

image_pdfimage_print
Bookmark and Share

Bas Heijne – Leugen en waarheid. In gesprek over de grote kwesties van onze tijd

Bas Heijne. Ills: Joseph Sassoon Semah

Essayist Bas Heijne gaat in deze bundel interviews op zoek naar het verhaal achter het huidige onbehagen met de moderniteit. Hij sprak twee jaar lang met zeventien internationaal bekende denkers en wetenschappers over kwesties die het hedendaagse debat bepalen, om greep te krijgen op deze verwarrende tijd. Over een breed gevoelde gewaarwording dat er de afgelopen decennia verkeerde afslagen zijn genomen, dat beproefde recepten niet langer voldoen, een belofte niet is ingelost. Traditionele verhalen voldoen niet langer. Vanuit een persoonlijke nieuwsgierigheid is hij op zoek naar resonantie voor hem en de lezer, een betekenisvolle uitwisseling van gedachten, zodat een noodzakelijke bewustzijnsverandering kan plaatsvinden, waardoor men anders kan gaan handelen.

In het interview met wetenschapshistoricus Lorraine Daston is het onderwerp de groeiende argwaan jegens de wetenschap en het recht op een eigen waarheid. Hebben we meer feiten nodig? Een van haar academische studies gaat over hoe ons begrip van objectiviteit zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld. Voor haar betekent objectiviteit dat je kiest voor de meest mechanische methode, die het mogelijk maakt om kennis te toetsen, juist omdat je je eigen oordeel niet vertrouwt. ‘Dat is precies tegenovergesteld aan de gedachte dat iedereen er zijn eigen waarheid op na mag houden, omdat de waarheid nu eenmaal niet bestaat.’ In haar essay Against nature probeert ze een verklaring te vinden waarom wij een bevestiging zoeken van onze morele of religieuze overtuigingen in de natuur. Natuur is overal om ons heen, het is rijk aan levensvormen, waarin je je eigen morele oordelen in kunt spiegelen, en de natuur is onveranderlijk. Natuur wordt gebuikt om morele normen te legitimeren, zoals wanneer het over ras gaat. Of de natuurlijke verschillen tussen man en vrouw. ‘Wanneer je niet langer politieke excuses hebt om iets tegen te houden, omdat de ideologie van gelijkheid uitgaat, wordt een beroep op natuurlijke verschillen gedaan.’, aldus Daston. We moeten streven naar vergroting van eigen perspectief.

De teleurgestelde liberaal en historicus David Wootton gebruikt de geschiedenis om iets te zeggen over het heden. ‘Veel van waar wij tegenwoordig mee worstelen, gaat terug op het mensbeeld waar de Verlichting ons mee heeft geïmpregneerd.’ Het verlichtingsdenken heeft ons vooruitgebracht, maar zit ons nu dwars, met name door de gedachte dat groeiende welvaart ons ook gelukkiger maakt, een menselijk streven zonder einde. Er ligt geen moraal aan ten grondslag en uiteindelijk leidt dat tot het verdedigen van een commerciële consumptiemaatschappij waar het gemis wordt gevoeld van gedeelde waarden, dat leidt tot de huidige onvrede en een felle reactie tegen het liberalisme. ‘We hebben het gevoel van betekenis en waarden verloren, we hebben in de maatschappij onze relaties tot een reeks berekeningen teruggebracht. … Alles wordt instrumenteel gemaakt.’ Maar we zijn geen rationeel calculerende wezens. We moeten ons goed realiseren dat mensen geborgenheid nodig hebben en als je daar niet voor zorgt ontstaan fascistoïde reacties.

Journalist, onderzoeker en auteur Peter Pomerantsev van Dit is geen propaganda. De oorlog tegen de waarheid constateert dat hedendaagse propaganda geen poging meer is om ideologisch te domineren, maar als doel heeft mensen verder uiteen te drijven. Hoe kun je het ideaal van een gedeelde, publieke zaak herstellen in een wereld waar digitale desinformatie wordt ingezet om opponenten en critici in diskrediet te brengen en conflicten aan te jagen? Een veelheid van informatiekanalen drijven mensen uiteen en fragmenteert de publieke ruimte met als resultaat een agressieve polarisatie, verwarring en onzekerheid. En dan ontstaat de behoefte aan een sterke man. Het idee van objectiviteit is niet langer geloofwaardig. Er is gebrek aan een toekomstgericht vergezicht mede veroorzaakt door de groeiende feiten vrijheid. Als je nu succes willen hebben al politicus moet je er meer dan een ideologie op na houden, tegenstrijdige dingen beweren, waardoor veel verschillende mensen zich herkend voelen. Hij pleit voor herstel van de publieke ruimten en een debat dat op argumenten wordt gevoerd.

Politicoloog David Runcicam en auteur van How Democracy ends is weinig optimistisch over de veerkracht van de democratie.
‘Ik geloof nog altijd dat juist het vermogen om je door een crisis heen te rommelen de grote kracht van de democratie is. …Maar het probleem is dat burgers nooit een groots moment van de waarheid zullen beleven waarin alles helder wordt, wie het verkeerd had, wie schuld heeft. Kijk naar de bankencrisis van 2008.’ De stabiele wereld bestaat niet meer, men wil een politiek die recht doet aan dat gevoel van gekwetstheid. Maar niemand deugt, iedereen is verdacht. En iedereen noemt zich democraat, hetgeen de bitterheid alleen maar groter maakt. Het is niet meer een strijd tussen ideologieën, maar een strijd om de betekenis van woorden op persoonlijke gronden, een uit de hand gelopen familieruzie. Mensen hebben het gevoel dat de democratie hun van hun waardigheid berooft en ook de problemen niet oplost. Vandaar de hang naar autoritaire leiders.
Er moet een nieuwe politiek worden uitgevonden die er niet van uitgaat dat de oplossing ligt in het samenbrengen van jong en oud, van hoog- en laagopgeleiden, stads-en plattelandsbewoners, want dat gaan we niet meer beleven, aldus Runcicam.

Bas Heijne – Leugen en waarheid. Prometheus 2021 – ISBN 9789044644241

Socioloog en filosoof Hartmut Rosa ziet de coronapandemie als symbolisch voor ons laatmoderne levensgevoel. Er voelt iets helemaal niet goed, maar we kunnen er onze vinger niet op leggen. Zijn kritiek op de neoliberale orde richt zich niet in de eerste plaats op de groeiende ongelijkheid, maar op de frustratie en woede van het nooit-genoeg. We krijgen nooit wat we verlangen. Je regelt zelf alles wat je wil, autonoom en vrij, maar we blijken machteloos te staan tegenover sociale ongelijkheid, klimaatverandering e.d. We missen resonantie in onze relatie met de natuur, de geschiedenis, met andere mensen en ook in die met onszelf, ons lichaam, aldus Rosa. We moeten streven naar resonantie in onze relatie met de wereld om ons heen, in levendig contact staat met iets buiten jezelf, en dat kan risicovol zijn omdat je je openstelt voor iets wat je niet kunt beheersen. Je moet kwetsbaar durven zijn. We zijn verslaafd geraakt aan parametrische optimalisering.

Met wetenschapsjournalist Angela Saini en socioloog Nathalie Heirich gaat Heine in gesprek over identiteit. Angela Saini, auteur van Superieur constateert dat pogingen om bewijs voor raciale verschillen te vinden de laatste jaren in de wetenschap aan kracht hebben gewonnen en dus niet alleen bij hooligans. Als oorzaak ziet zij een diepe, existentiële angst, de angst om een minderheid te worden dat gepaard gaat met verlies. ‘… als nationaliteit louter een kwestie zou zijn van een paspoort, dan kan in principe iedereen erbij horen, zolang je aan een aantal praktische voorwaarden voldoet. Maar als kleur, ras en etniciteit een rol spelen, dan is dat niet langer het geval. Dat is waarom er in bepaalde kringen zo gretig aanspraak gemaakt wordt op biologische argumenten.’ Dan gaat het niet om burgerschap maar om biologische verschillen.
(zie http://rozenbergquarterly.com/Angela+Sain)
Nathalie Heinrich, auteur van  Wat onze identiteit niet is definieert identiteit als volgt. Identiteit bestaat uit hoe je jezelf ziet, hoe je jezelf naar buiten presenteert en hoe je van buitenaf wordt gezien, aldus Heinrich. Identiteit is voortdurend in beweging, open en veel hangt af van de context. Identiteit wordt steeds meer gezien als assimilatie met een groep, aldus Heinrich, je bent deel van een collectief, in plaats van een individu. Er is sprake van een crisis wat identiteit betreft, mede veroorzaakt door de constante vergelijking van jezelf met anderen, o.a. via sociale media. Maar ook voldoen oude verhalen niet meer en dat voelt alsof je je identiteit kwijtraakt.

Na zeventien indrukwekkende interviews kunnen we constateren dat de resonantie is verloren gegaan door de moderniteit met het verlangen naar beheersing, dominantie en controle. De wereld blijkt niet beheersbaar te zijn, ondanks alle techniek. Er is geen gedeelde waarheid meer, als de verhalen je uitsluiten creëer je je eigen waarheid en verhalen. Er is wantrouwen en een afkeer ontstaan van de politiek. De politicus biedt weinig toekomstvisies en bevlogenheid.
We moeten met een nieuw verhaal komen voor een goede maatschappij, waarbij mensen worden betrokken. De politiek moet meebewegen met de maatschappij en niet alleen reageren op de maatschappelijke kwesties.
We moeten voorwaarden voor het geluk organiseren, niet via meetbare zaken, die echte resonantie hinderen. We moeten echte resonantie aangaan, niet gefixeerd op economische groei, maar op gelukkig zijn.

Zie ook:

image_pdfimage_print
Bookmark and Share
image_pdfimage_print

  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Archives