Amsterdammertje

ReschHolland1

Mijn zoon is geboren in Amsterdam. Ikzelf ben aan komen waaien, toen ik eenmaal uit het nest vloog. Ik heb er zelf voor gekozen. En daarmee ook voor hem.

Mijn zoon zal de organische herinneringen hebben van hier opgroeien, van het als je broekzak kennen van een buurt, maar niet de straatnamen weten. Omdat je die niet hoeft te kennen om je weg te vinden. Hij zal zwaar beladen raken van herinneringen aan Amsterdam. Elke voetstap een afdruk in zijn hart, die samen glinsterende paden vormen, als wortels in de klei van deze op palen gebouwde stad.

Dit is de speeltuin waar hij leerde lopen. Dit is de boom waar hij leerde klimmen. Dit is het park waar hij leerde fietsen. Op deze straathoek wachtte hij op zijn vrienden en in deze gracht zwom hij in de zomer als de hitte in ons pakhuis niet te doen was. Hier kuste hij voor het eerst een meisje, of een jongen, dat weet ik nu nog niet. En verderop het IJ, waar de wind zijn buien altijd kon kalmeren. Paden die uitwaaieren naar de voetbalvelden, de zwemplassen, de muziektempels van de stad, over grachten, straten en bruggen.

En hij zal niet anders weten.
De lijnen die uitliepen van mij in hem schieten nu wortel in deze straten. Vormen een glinsterend web, een vangnet voor altijd.
En hoezeer we ook ons leven hier nu delen, onze herinneringen zullen nooit dezelfde zijn. In dezelfde straten ziet hij andere dingen, dezelfde dingen ziet hij met andere ogen.

Allebei houden we van Amsterdam. De wind waait door de straten en door onze haren en we voelen ons thuis.
Mijn Amsterdam en zijn Amsterdam. Ons Amsterdam.