Unesco ~ Global Open Access Portal ~ Caribbean Countries ~ English & French Speaking

UnescoThe University of West Indies (UWI) has a leading role in open access initiatives in the region. UWI is a multi campus University, with major campuses situated in Jamaica (Mona), Trinidad & Tobago (St. Augustine) and Barbados (Cave Hill). UWI at Mona offers online open access to full-text scholarly output from UWI within its MORD-Mona Online Research Database and institutional repository registered in OpenDOAR. UWI Libraries and UWI Digital Library Services Centre (DLSC) at the St. Augustine Campus, manage an institutional repository of UWI. UWI is also a member of the Networked Digital Library of Theses and Dissertations (NDLTD).

In ROAR and in OpenDOAR, are registered the repositories of the University of West Indies, the Public Digital Library e-Jamaica, and MANIOC. No mandates registered in ROARMAP.
In the Caribbean, open access initiatives promote regional collaboration and integration of digital collections, with support from foreign and international agencies for digitization and preservation of patrimonial documents and preserving memories, examples:
The Digital Library of the Caribbean (dLOC), established in 2004, is an open access cooperative, multilingual and multi-institutional digitization project of partners within the Caribbean and circum-Caribbean that provides users with open access to Caribbean cultural, historical and research materials held in archives, libraries, and private collections.
Another example of cross-institutional open access initiative is MANIOC, a scientific and cultural open access repository specializing on the Caribbean, the Amazon, the Guyana Plateau and regions or areas of interest related to these territories.

Several digital libraries from the region offer open access to special collections digitized because of their cultural, historical and research significance for countries in the Caribbean, ex.: National Library and Information System Authority (NALIS) Digital Library of Trinidad and Tobago, Digital Collections at University of West Indies St. Augustine in Trinidad and Tobago, National Library of Jamaica Digital Collections, among other.

For subject open access initiatives, several examples can be mentioned:

On legislation:
CARIBLEX, the International Labor Organization’s database of national labour legislation for the 13 ILO member States of the English- and Dutch-speaking Caribbean is maintained by the ILO’s Subregional Office for the Caribbean.
Carilaw (Caribbean Law Online) coordinated by the Faculty of Law Library, Cave Hill Campus of the University of the West Indies.

Go to: http://www.unesco.org/the-caribbean




Paul Comenencia ~ Verdeeld Koninkrijk. Pleidooi voor een nieuw elan in Koninkrijksrelaties

‘Deze publicatie is een eigen capita selecta over de totstandkoming van de autonomie van de voormalige Nederlandse Antillen en van de ontwikkelingen die geleid hebben tot de in 2010 van kracht geworden nieuwe rechtsorde. Tegelijkertijd is het een pleidooi voor nieuw elan in de Koninkrijksrelaties, gericht op een voorspoedige toekomst voor de respectievelijke rijksdelen’, schrijft Comenencia in de samenvatting.

In kort bestek weet Comenencia de ontmanteling van de voormalige Nederlandse Antillen helder samen te vatten. De raak gekozen citaten illustreren de tijdgeest ten tijde van de cruciale momenten in die geschiedenis. De auteur, lid van de Raad van State van het Koninkrijk, weet ook de voor de gemiddelde leek lastiger onderwerpen, zoals de totstandkoming van het Statuut en het voortslepende conflict over de Geschillenregeling, toegankelijk te beschrijven.

Comenencia is niet bang om de schaduwzijde van de verhoudingen binnen het Koninkrijk te benoemen. Het hoofdstuk Vooruitblik: verschraling tegengaan, Statuut beter benutten, begint met de vaststelling: ‘Al vaker is geconstateerd dat de Koninkrijksrelaties vandaag de dag, voor de meeste betrokkenen, een hoofdpijndossier vormen. Op de eilanden verklaren politici niets tegen Haagse betrokkenheid te hebben (zij willen, naar eigen zeggen, zelfs intensief samenwerken), te veel bemoeienis is waar zij niet op zitten te wachten. En in Den Haag varieert de mening van sceptici tussen, aan de ene kant, de berusting tot elkaar ‘veroordeeld’ te zijn en, aan het andere uiterste, de eilanden liever kwijt dan rijk te zijn.’

Comenencia noemt zijn boek een cri de coeur. Op dezelfde manier doorgaan als tot nu toe, is in ieder geval geen optie, concludeert hij in de Samenvatting. Het is tijd om met elkaar duidelijke keuzes te maken voor de toekomst.
De ondertitel, Pleidooi voor een nieuw elan in Koninkrijksrelaties, maakt uiteraard nieuwsgierig naar de aanbevelingen die Comenencia tegen het einde van het boek aan de lezer voorlegt. Die aanbevelingen moeten de weg wijzen naar een nieuw elan in Koninkrijksrelaties.

De aanbevelingen op een rijtje:
– Acceptatie door alle Koninkrijkspartners dat bepaalde problemen inherent zijn aan de extreme kleinschaligheid van de eilanden en dus van blijvende aard zijn.
– Meer thema’s op Koninkrijksniveau aanpakken en oplossen.
– Differentiatie, maatwerk accepteren in toepassing Statuut
– Meer uitwisseling van expertise
– Permanent in gesprek blijven
– Meer Caribische interventies in Staten-Generaal
– Vertegenwoordigingen versterken

Al zien de aanbevelingen en aanvullende opmerkingen van Comenencia er misschien uit alsof je door een open deur de toekomst binnenwandelt, ze bieden de mogelijkheid om per onderwerp hierover van gedachten te wisselen. Zodat de wens van de auteur uitkomt: dat nieuwe elan.

Paul Comenencia – Verdeeld Koninkrijk. Pleidooi voor een nieuw elan in Koninkrijksrelaties.
Uitgeverij Eburon, Utrecht 2020.
ISBN 978 94 5301 290 4 (paperback) – ISBN 978 94 6301 294 2 (e-book)




Dutch in Colonial Brazil

encyclopedia.com – One of the great tragedies in the history of Brazil took place between 1624 and 1654 when the Dutch West India Company attempted to occupy Portuguese America, with enormous loss of life and property and massive dislocation of populations. At least 10,000 Dutchmen, Germans, Frenchmen, and other Europeans in the service of the company lost their lives, as did a similar number of opposing Portuguese, Spaniards, and Italians. Untold numbers were maimed. In addition, at least a thousand Amerindians and possibly an equal number of blacks also died fighting for one side or the other. More than a thousand ships were captured or sunk during the thirty years of conflict. Several hundred sugar mills were destroyed, countless cane fields burned, and numerous oxen killed. Tens of thousands of inhabitants of northeastern and northern Brazil were uprooted and forced to march southward to Bahia or Rio de Janeiro, flee into the interior, or return to the Iberian Peninsula. The economy of northeastern Brazil was seriously disrupted, and many decades elapsed before parts of that region were restored to normalcy.

Initially, Dutch contacts with Portuguese America were peaceful. By the latter decades of the sixteenth century, despite Spanish Hapsburg prohibitions against foreign trade with Brazil, an increasing number of Dutch ships and crews were helping carry cargoes, especially textiles, from Europe to Brazil, returning with sugar and brazilwood. By 1621 an estimated ten to fifteen ships were built annually by the Dutch solely for the Brazil trade. By that time, the Dutch controlled about one-half to two-thirds of the carrying trade between Portuguese America and Europe. The end of the twelve-year truce (1609–1621) between the Spanish Hapsburgs and the United Provinces of the Netherlands was marked by the founding of the Dutch West India Company (1621). With governmental support, the Dutch West India Company and explorers began colonization efforts in Portuguese America, Chile, the Caribbean, Suriname, and the Northeastern United States.

Read more: https://www.encyclopedia.com/humanities/dutch-colonial-brazil




Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1824. Een bezoek op Aruba en Bonaire, twee tot Curaçao behoorende eilanden, in 1823

Bonaire is, wegens deszelfs ligging bovenswinds, gunstiger voor Curaçao, dan Aruba, en meer bekend bij de zeelieden, die hetzelve doorgaans opzoeken, als zij naar Curaçao willen. Er is geene andere vaart op dit eiland, dan van eene of twee lands-goeletten, (want alle koophandel is er verboden) die gestadig af en aan varen, om van daar zout, kalk en brandhout te halen. Om van Curaçao naar Bonaire te komen, heeft men meestal 24 uren noodig; want het gaat tegen wind en stroom op: in het afkomen besteedt men er nog geene 8 uren over. Zoodra men de oostpunt van Curaçao verlaat, ziet men terstond het westelijk gedeelte van Bonaire voor zich, hetwelk het éénige bergachtige land dier plaats is.

De zuidelijke kust, die men langs vaart, om naar de baai te komen, is zeer schoon; schoon, in de beteekenis, waarin de zeeluî het gebruiken: want men zeilt veilig zoo na aan den wal, dat men er, in den wezenlijken zin des woords, met een’ steen op werpen kan. Reeds was lk het grootste gedeelte van het land, en wel zeer nabij den wal, langs gevaren, zonder dat zich eenig kenteeken vertoonde, dat deze plaats bewoond wordt, en zonder dat ik eenig levend bewerktuigd wezen gezien had. Het met kreupelhout beplante lage land wordt door niets afgewisseld, dan door kleine kale bergen. Eindelijk kwamen wij voor de baai. Hier verbeeldde ik mij Curaçao te zien, toen het, vóór bijna twee eeuwen, door onze voorvaders was in bezit genomen. Langs een dor, eenzaam en akelig strand, waar men niets hoort dan het eentoonig gekabbel van het water, ziet men eenige ver van elkander liggende strooijen huizen, in welker midden een klein Fort staat, met vier stukken geschut voorzien, waar de Kommandeur zijn verblijf houdt, en dat tot eene bewaarplaats dient van de landsgoederen.

Lees verder: http://ikkiseiland.com/een-bezoek-op-aruba-en-bonaire-twee-tot-curacao-behoorende-eilanden-in-1823/




65 jaar Statuut

Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden is jarig. Vandaag viert zij haar 65ste verjaardag. Net als bij de mensen krijgt zij haar AOW wat later dan gedacht toen ze geboren werd. Vanaf 15 april 2021 wordt die uitkering pas op haar rekening bijgeschreven. Maar het is de vraag of zij vanaf die datum op haar lauweren kan gaan rusten.

Koningin Juliana ondertekende de overeenkomst tussen de landen die samen het Koninkrijk vormden in 1954. Het Koninkrijk omvatte in dat jaar Suriname, de Nederlandse Antillen en het Europese Nederland. Ook Nederlands-Nieuw Guinea hoorde in dat jaar nog tot het Koninkrijk. Het gebied kreeg een grote mate van autonomie, maar het Statuut gold niet voor haar. In 1962 droeg Nederland dit overzeese gebied over aan Indonesië

Het Statuut legde vast dat de bewoners van de genoemde landen de Nederlandse nationaliteit hadden en één staatshoofd, het huis van Oranje, boven zich accepteerden. Verder werd afgesproken dat de landen een gemeenschappelijk buitenlands beleid zouden voeren, een gezamenlijke defensie zou zorgen voor rust aan de grenzen. Daarnaast was verdere samenwerking mogelijk indien wenselijk. Het stond de landen vrij om interne aangelegenheden op eigen manier aan te pakken.
Het uitgangspunt van het Statuut was en is de gelijkwaardigheid tussen de landen. Een nobel streven.

In 1975 vond het kabinet Den Uyl dat het tijd werd om de koloniale erfenis overboord te zetten. Suriname werd onafhankelijk en de Nederlandse Antillen en Nederland bleven over als twee afzonderlijke landen binnen het Koninkrijk.
In 1985 vond Aruba het tijd om op eigen benen te staan. Het eiland kreeg een status aparte. Waardoor het Koninkrijk weer uit drie landen bestond.

In de loop van de jaren werd het Statuut zo nu en dan aangepast, uiteindelijk resulterend in ingrijpende staatkundige hervormingen. Referenda zorgden ervoor dat uiteindelijk op 10.10.10 Aruba, Curaçao en Sint Maarten de status van zelfstandig land binnen het Koninkrijk kregen en dat Bonaire, St.Eustatius en Saba zich ‘bijzondere gemeentes’ van Europees Nederland mogen noemen.

Op het verjaardagspartijtje vandaag zullen ongetwijfeld feestelijke woorden worden gesproken. Maar ook zullen er kritische noten worden gekraakt. Want het is niet alleen maar feest in het Koninkrijk.
Den Haag kijkt hoofdschuddend naar de eilanden. Daar heeft de Hofstad wel redenen voor. Want dat het nu alleen maar goed gaat, is lastig te bewijzen. De kleuter van het stel, Saba, staat het stevigst op haar beentjes. De overige vijf zitten wat beteuterd in de klas.
De drie zelfstandige landen, Aruba, Curaçao en Sint Maarten, kampen met grote financiële zorgen. Ondermeer als gevolg van corruptie, wanbeleid en incompetentie.
Een deel van bewoners van Bonaire en St. Eustatius is ernstig teleurgesteld na de keuze in 10.10.10 om onderdeel van het moederland te blijven. Zij leven nog steeds in bittere armoede. Hier kan Den Haag niet alleen maar met de beschuldigende vinger naar de lokale politici wijzen. Ook zij is verantwoordelijk voor de gang van zaken.

De verlenging van het werkzame leven door het opschuiven van de pensioengerechtigde leeftijd leverde her en der veel geklaag op.
Het Statuut kan zich opmaken voor nog langer doorwerken. Het zal niet haalbaar zijn om op 15 april 2021 een afscheidsborrel te organiseren.
Daarvoor zijn de verhoudingen binnen het Koninkrijk te complex.




Yuri Visser ~ Nederlands-Brazilië (en het begin van de Nederlandse slavenhandel)

Gezicht op Olinda in Brazilië, 1662 – Frans Post (Rijksmuseum Amsterdam)

Nederlands-Brazilië was van 1630 tot 1654 een Nederlandse kolonie in Zuid-Amerika, het huidige Brazilië. Werd gesticht nadat Piet Hein de Spaanse zilvervloot had veroverd en de West-Indische Compagnie veel geld had. In 1654 werd de kolonie terugveroverd door de Portugezen.

De kolonie, ook wel bekend als Nieuw Holland, was in 1630 gevestigd nadat een expeditieleger van de WIC een groot deel van Brazilië had veroverd op de Portugezen. Die verovering was vooral mogelijk doordat Piet Hein kort daarvoor de Spaanse Zilvervloot had weten te veroveren. De WIC had hierdoor ineens zoveel geld dat het een grote aanval op de Portugezen in Brazilië kon voorbereiden én uitvoeren. Tussen 1630 en 1635 werd uiteindelijk een gebied van maar liefst 600 bij 70 vierkante kilometer op de Portugezen veroverd. Doordat Portugal het zuiden van de kolonie stevig in handen hield, bleef het conflict echter sudderen. Door de verovering van het gebied was de Republiek wel in een klap een koloniale macht van betekenis geworden. Tot die tijd hadden de Nederlanders zich hoofdzakelijk beziggehouden met kaapvaart.

Lees verder: https://historiek.net/nederlands-brazilie-begin-slavenhandel