Kurrentschrift


Handschrift Paula Bermann

Paula Bermann schreef haar dagboek in het Duitse Kurrentschrift. In de jaren tachtig van de vorige eeuw heeft de familie opdracht aan dr. Johan Winkelman gegeven om het dagboek te vertalen naar ‘gewoon’ Duits.
De heer Winkelman heeft in de voorbije jaren het dagboek ook vertaald naar het Nederlands.

Kurrentschrift
Die deutsche Kurrentschrift (lateinisch currere „laufen“), auch und insbesondere im Ausland nur als Kurrentbezeichnet, ist eine Schreibschrift. Sie war etwa seit Beginn der Neuzeit bis in die Mitte des 20. Jahrhunderts (in der Schweiz bis Anfang des 20. Jahrhunderts) die allgemeine Verkehrsschrift im gesamten deutschen Sprachraum. Sie wird auch deutsche Schreibschrift oder deutsche Schrift genannt. Der Begriff „deutsche Schrift“ kann sich jedoch auch auf bestimmte gebrochene Satzschriften beziehen.Typografisch gehört die deutsche Kurrentschrift zu den gebrochenen Schriften. Sie unterscheidet sich durch spitze Winkel („Spitzschrift“) von der runden, „lateinischen“ Schrift – wenngleich aber auch die Kurrent viele Rundungen aufweist. Mit geringen Abwandlungen wurde sie auch in Skandinavien – in Dänemark und Norwegen als „Gotisk skrift“ bezeichnet – bis 1875 verwendet.Die deutsche Kurrentschrift wurde typischerweise ursprünglich mit einem Federkiel, später dann auch mit einer Bandzugfeder geschrieben, was zu richtungsabhängigen Änderungen der Strichstärke führte. Seit dem 19. Jahrhundert wurde sie auch mit einer Spitzfeder geschrieben, was an- und abschwellende Linien erzeugte.Eine im 20. Jahrhundert als Ausgangsschrift für den Schulunterricht in Deutschland eingeführte Variante der deutschen Kurrentschrift ist die Sütterlinschrift, die zum Schreiben mit der Gleichzugfeder mit einer gleichmäßigen Strichstärke entwickelt wurde.Seit der Mitte des 20. Jahrhunderts wird die deutsche Kurrentschrift (einschließlich ihrer Sütterlinschrift-Variante) kaum noch verwendet. Historiker und Wissenschaftler anderer Disziplinen sowie genealogisch Interessierte müssen sie kennen, um in deutscher Kurrentschrift verfasste Dokumente lesen zu können.

Geschichte Entwicklung
Die deutsche Kurrentschrift entwickelte sich im frühen 16. Jahrhundert aus der Bastarda. Sie etablierte sich als die übliche Verkehrsschrift im gesamten deutschen Sprachraum. Insbesondere in Österreich etablierte sich Kurrent auch als Amts- und Protokollschrift. In der Schweiz war Kurrent bis zum Anfang des 20. Jahrhunderts als Verkehrs-, Amts- und Protokollschrift gebräuchlich.

Außer im deutschsprachigen Raum etablierte sich die Kurrentschrift auch in anderen nicht romanischen Sprachräumen, etwa im Dänischen, Norwegischen oder Tschechischen.

Kurrent wurde hauptsächlich nur für Texte in der jeweiligen eigenen Sprache, also im deutschsprachigen Raum für deutsche Texte, verwendet. Analog zur parallelen Verwendung von Antiqua und Fraktur in der gedruckten Schrift verwendete man im deutschen Sprachraum in handgeschriebenen Texten für bestimmte Einsatzgebiete, wie etwa Überschriften, Eigennamen, Fremdsprachen oder für die Briefkorrespondenz mit Ausländern, parallel zur deutschen Kurrentschrift die lateinische Schreibschrift. Gebildete Schreiber beherrschten und verwendeten also zwei verschiedene Schreibschriften.

Im 20. Jahrhundert
Ab 1911 wurde in Preußen eine Veränderung und Normierung der deutschen Kurrentschrift durch den Grafiker Ludwig Sütterlin eingeleitet. Er entwickelte 1911 zwei Ausgangsschriften für den Schulgebrauch, eine deutsche und eine lateinische Schreibschrift. Die Sütterlinschrift wurde in Deutschland forciert eingeführt, da sie graphisch einfacher zu formen ist als die bis dahin übliche Variante der deutschen Kurrentschrift. In Folge kam der Begriff Kurrent in Deutschland außer Gebrauch. Die Sütterlinschrift zog zwischen 1915 und der Zeit des Dritten Reichs nach und nach in Deutschlands Schulen ein, nicht jedoch in Österreichs Schulen; dort schrieb man weiterhin in der traditionellen Kurrentschrift.

1941 kam es durch den Normalschrifterlass dazu, dass im sogenannten Großdeutschen Reich die gebrochenen und deutschen Schriften zugunsten der lateinischen Schrift abgeschafft wurden, die nun als „deutsche Normalschrift“ bezeichnet wurde. Durch Martin Bormanns Erlass vom 3. Januar 1941 wurden zunächst nur die gebrochenen Druckschriften verboten. Mit einem zweiten Rundschreiben vom 1. September 1941 wurde auch die Verwendung der deutschen Schreibschriften untersagt. Als Schreibschrift-Version der „deutschen Normalschrift“ kam eine Form der lateinischen Schreibschrift zum Einsatz, die auf Sütterlins lateinisches Alphabet zurückgeht. Seit Beginn des Schuljahres 1941/42 durfte an den deutschen Schulen nur noch die „deutsche Normalschrift“ verwendet und gelehrt werden.

Bis 1952 gab es noch die „Schulschrift Kurrent, schöne Schreibschrift, mit Feder“ parallel zu erlernen. Noch bis ins späte 20. Jahrhundert wurden in der Mathematik oft Kleinbuchstaben der Kurrentschrift zur Bezeichnung von Vektoren und komplexen Zahlen und Großbuchstaben dieser Schrift zur Bezeichnung von Matrizen oder Tensoren zweiter Stufe verwendet.

Merkmale
Die deutsche Kurrentschrift ist rechtsschräg und hat Schleifen an den Oberlängen. Die Schäfte der Buchstaben f und ſ sind wie bei den älteren Kanzleibastarden nach unten verlängert. Zahlreiche Buchstaben sind in einem einzigen Federzug geschrieben. Die Buchstaben h und z haben durchgezogene Schleifen an den Unterbögen. Das e hat eine eigene, charakteristische Form, die an das n erinnert. Aus dieser Form des e sind historisch die Umlaut-Punkte im deutschen Alphabet entstanden.
Da die Buchstaben n und u ansonsten gleich aussehen, wird zur Unterscheidung über das u ein Bogen gezeichnet. Ein gerader Strich über einem n oder m ist ein Reduplikationsstrich, der die Verdoppelung des Konsonanten anzeigt.

Weiter lesen: https://austria-forum.org/af/AustriaWiki/Deutsche_Kurrentschrift

 

Bookmark and Share

Uit: Woord achteraf


Bericht van Kamp Westerbork waarin gemeld wordt dat Paula, Coen en Inge naar Bergen Belsen zijn ‘vertrokken’.

Onze grootouders Paula en Coen doken op 24 augustus 1942 onder, samen met hun jongste dochter Sonja. Dochter Inge had dat al eerder gedaan; met behulp van haar vriend, verzetsman Jaap Gerritse, kwam ze terecht op een adres in Utrecht. Zoon Hans dook onder in Den Haag; hij maakte deel uit van het studentenverzet met zijn vriendin Guus Hondius van Herwerden.

Paula en Coen belandden na enige omzwervingen bij het gezin van beroepsmilitair Jan Kooy in Jutphaas, een dorp vlak bij Utrecht, met uitzicht op de weilanden. Een halfjaar later voegde Sonja zich bij hen, nadat ze eerst ondergedoken had gezeten bij beroepsmilitair Schellinger (voornaam onbekend) en diens dochter Joke, niet ver daarvandaan. Nu moesten Paula, Coen en Sonja op een kamer verblijven. Vanwege de spanningen die dat opleverde, wilde Inge dat Sonja naar Amstelveen kwam, bij de familie van haar vriend. In het prille voorjaar van 1944 verhuisde Sonja daarheen.
[…]
In maart 1944 werden Paula en Coen verraden, onduidelijk is door wie. Ook de naam en het adres van Jaaps ouders in Amstelveen werden achterhaald. Inge en Jaap waren toevallig bij hen op bezoek. Inge werd opgepakt, Jaap en diens broer konden vluchten via het dak, de oude vader werd in een gevangeniswagen afgevoerd. Hij werd pas na lange tijd vrijgelaten. Sonja zat op een ander adres en wist net op tijd te ontsnappen. Zij vluchtte naar Amsterdam, waar ze dagen rondzwierf. Uiteindelijk vond ze onderdak bij een verzetsgroep. In het laatste oorlogsjaar woonde ze op tien verschillende Amsterdamse adressen.
[…]
Paula, Coen en Inge kwamen terecht in het Huis van Bewaring aan het Kleine-Gartmanplantsoen in Amsterdam.

Op 18 april volgde het transport naar Westerbork, waar ze verbleven in barak 67. Daar vonden ze het leven, dankzij werk, frisse lucht en de relatieve bewegingsvrijheid, draaglijker dan in de onderduik.
[…]
Op 31 juli 1944 werden ze alle drie op transport gesteld naar concentratiekamp Bergen-Belsen, bij Celle en niet ver van Hannover.
Paula en Inge verbleven in dezelfde barak. Paula raakte steeds verder in de war: de onderduik, het verlies van haar huis, de onzekerheid over het lot van haar twee andere kinderen, het voortdurende vechten – ze eisten hun tol.
Coen stierf op 21 januari 1945 aan tyfus. Zes dagen later werd Paula gevonden in de sneeuw. Haar polsen waren doorgesneden. Inge wist het kamp ternauwernood te overleven. Toen de Britse troepen in april 1945 Bergen-Belsen naderden, voerden de Duitsers een deel van de gevangenen af met drie goederentreinen.
Totaal verzwakt wist Inge een plaatsje te bemachtigen in de tweede trein. Die werd rond 14 april door de Amerikanen onderschept.

 

Bookmark and Share

Sonja van Es ~ Tekening onderduikadres


Tekening Sonja van Es onderduik Jutphaas 1944

Uit het dagboek van Paula Bermann – 5 september 1941

“Gisteren is Sonja’s oude school weer begonnen. Al haar vriendinnen mochten beginnen, alleen zij en haar Joodse lotgenootjes waren buitengesloten. Er komt een Joodse school, maar wie weet hoelang het duurt voordat dat geregeld is. Op bijzondere en lagere scholen mogen Joodse leerlingen blijven tot er een regeling is, maar kennelijk mag dat bij de openbare middelbare scholen niet. De directrice schreef ons dat ze hoopte dat Sonja een fijne herinnering aan de school bewaart. Met de schrijfmachine geschreven. Duizenden ouders zullen deze standaardbrief hebben gekregen, die door zijn koele zakelijkheid zwaar op het hart drukt.

Want alleen wie het treft voelt wat het betekent een banneling te zijn. Sonja houdt zich goed, ze is niet zelfzuchtig, niet jaloers, omdat ze zo goed, zo zonder kwade gevoelens is. Toen haar vriendinnetjes deze week bij haar langskwamen, naar haar vroegen, moest ik huilen. Deze slag treft me in het bijzonder. Ik ben zo trots, fijngevoelig, en nu moet mijn jongste kind dat zo rechtschapen is als een paria wegblijven van school.”

Achterkant tekening

Sonja van Es (1927-2011) was de jongste van de drie kinderen van Paula Bermann en Coen van Es.
Deze tekening is in 1944 gemaakt. Sonja was toen met haar ouders ondergedoken in Jutphaas.

Bookmark and Share

Bergen-Belsen


Midden in Noord-Duitsland op de Lüneburger Heide, 40 kilometer ten noorden van Hannover, ligt Bergen-Belsen.

Ontstaan
Het kamp werd in 1940 ingericht om dienst te doen als krijgsgevangenkamp, waar met name Russische krijgsgevangenen onder erbarmelijke omstandigheden leefden. In april 1943 werd een deel van het krijgsgevangenkamp overgedragen aan de SS, die er vanaf dat moment buitenlandse Joden onderbracht. Dit Aufenthaltslager Bergen-Belsen was in eerste instantie bestemd voor Joden die uitgewisseld zouden worden tegen Duitse staatsburgers die in het buitenland woonden of daar geïnterneerd waren. Tot het kamp zouden ook vijf kleinere kampen gaan behoren. In het grootste daarvan, het Sternenlager, kwamen de ruim 4.000 gedeporteerden uit kamp Westerbork terecht.

Uitwisselingsjoden
De Uitwisselingsjoden hadden aanvankelijk enkele privileges. Zo bleven ze als familie bij elkaar, droegen geen gevangeniskleding en mochten enig bezit houden. Na een periode van quarantaine werden ze echter wel ingezet om te werken. Na lange appèls voor en na de werktijden, werden mannen en vrouwen ingezet bij verschillende werkcommando’s in de schoenen- en kledingindustrie, de keukens, het revier, de kamppolitie en het brood-, groente en kolencommando.
Joden die voor uitwisseling in aanmerking kwamen, bezaten een dubbele nationaliteit, dikwijls dankzij (gekochte) Zuid-Amerikaanse passen. Of ze hadden een Palestinacertificaat, waarmee ze naar Palestina zouden kunnen emigreren. Slechts een klein aantal mensen werd ook daadwerkelijk uitgewisseld en kon naar Palestina of Zwitserland vertrekken.
Bergen-Belsen heette een kamp te zijn waar het beter was dan in andere concentratiekampen. Maar het kamp werd hoe langer hoe meer een ‘gewoon’ concentratiekamp, zoals Marion Blumenthal-Lazan bij aankomst ervoer.
‘Het was donker, ijskoud en het regende. Toen ik uit de trein stapte, zag ik alleen de hoge, glimmende zwarte laarzen van de SS-officieren met hun honden, die er groot, ongeduldig en gemeen uitzagen. Ik was negen jaar oud en klein voor mijn leeftijd. De kaken en de scherpe tanden van de blaffende en springende politiehonden zaten voor mij precies op ooghoogte. Ik was echt doodsbang.’

Häftlinglager
Een van de nevenkampen van Bergen-Belsen, het Häftlinglager, werd vanaf maart 1944 gereserveerd voor gevangenen uit andere kampen. Deze mensen konden niet meer werken en waren vaak doodziek. Ze werden aan hun lot overgelaten in lege barakken zonder strozakken en dekens. Er was geen medische verzorging en warm eten ontbrak. Het sterftecijfer was bijzonder hoog.
In de zomer van 1944 werd er een kamp met tenten voor vrouwen opgericht. Ze werden na een kort verblijf doorgestuurd naar buitencommando’s van het concentratiekamp Buchenwald. In oktober werden er grote vrouwentransporten uit Auschwitz in ondergebracht. Een deel van de tenten werd tijdens een storm weggeblazen.
Onder leiding van kampcommandant Kramer werd in de winter van 1944-1945 het hele kamp omgevormd tot een concentratiekamp en verloren deUitwisselingsjoden hun privileges. De omstandigheden gingen in een rap tempo achteruit. De SS bracht tienduizenden gevangenen het kamp binnen, die uit kampen in het oosten waren geëvacueerd. Zij troffen er chaos aan: kou, honger, vervuiling en besmettelijke ziektes die duizenden slachtoffers maakten. Bergen-Belsen werd een kamp waar massale sterfte plaatsvond. Tussen begin januari 1945 en midden april 1945 zijn 35.000 mensen overleden. Onder hen waren Anne Frank en haar zusje Margot.
‘In je naaste omgeving maakte je als kind mee hoe vriendjes en vriendinnetjes overleden. Ik heb in andere afdelingen van het kamp waar zich gevangenen bevonden, bergen lijken gezien. En kannibalisme. Stervende mensen werden halfdood van al hun kleren ontdaan door anderen die erom vochten om zichzelf tegen de kou te kunnen beschermen. Een gevangene werd betrapt, naar onze afdeling gebracht en bij de poort over een hokkertje, een soort bankje, gelegd. Hij kreeg van de Kapo’s vijftig stokslagen. Dat gebeurde bij de Blokstube aan de ingang van het kamp, op nog geen vijf meter afstand van de kamer waar ik me bevond.’ (Micha Gelber)

Lees verder: https://www.kampwesterbork.nl/bergen-belsen

Lees ook: Holocaust Encyclopedia – United States Holocaust Memorial Museum
Approximately 50,000 people died in the Bergen-Belsen camp complex. Among them was Anne Frank, the most well known child diarist of the Holocaust era.
Go to: https://encyclopedia.ushmm.org/bergen-belsen

Iris Verhoeven ~ Bergen-Belsen: “Een stad van de levende doden”
Freelance journalist Iris Verhoeven werd onlangs benaderd door herinneringscentrum Bergen-Belsen met de vraag of ze kon helpen meer Nederlandse aandacht te krijgen voor een tentoonstelling over het verblijf van kinderen in het Duitse kamp. Onlangs bezocht Verhoeven Bergen-Belsen en het bijbehorende museum zelf. Haar (beeld)verslag: https://historiek.net/bergen-belsen-concentratiekamp-bezoek-museum

Bookmark and Share

NIOD ~ Antisemitisme.nu


Wat is antisemitisme?
Deze website gaat over antisemitisme in het Nederland van nu. ‘Antisemitisme’ betekent ‘Jodenhaat’ of ‘anti-Joodse overtuiging’ en is gebaseerd op stereotiepe beelden over Joden. Een stereotype is een vaststaand beeld van een groep mensen, waarvan alle leden dezelfde, vooral negatieve, eigenschappen zouden dragen. In het verleden zijn negatieve, stereotiepe opvattingen over Joden om verschillende redenen ontstaan en overgeleverd. Deze stereotypen zijn in de vorm van woorden, beelden en vooroordelen deel geworden van de Nederlandse cultuur. Er zijn ook positieve stereotypen over Joden. Die zijn verbonden met ‘filosemitisme’: een voorliefde voor Joden,  evengoed gebaseerd op stereotypen, maar dan positieve, zoals de overtuiging dat Joden intelligent zijn, sensitief, muzikaal, handig of zo goed in lobbyen.

Niet altijd worden stereotypen en ingesleten opvattingen herkend als antisemitisch. Anti-Joodse stereotypen, dat wil zeggen vaststaande, ingesleten negatieve opvattingen over Joden, hoeven niet expliciet, kwaadwillend en opzettelijk verwoord te worden; soms gebruikt iemand impliciet of onbewust een stereotype.

In het geval van een antisemitische uitspraak:
– worden mensen als Jood benoemd en worden hen op basis van dit gegeven vaste groepseigenschappen en gedragingen toegeschreven.
– worden vaste en tijdloze stereotiepe eigenschappen als verklaring opgevoerd om de visie en het gedrag van Joden te duiden.

Antisemitisme manifesteert zich in Nederland ook in verbaal en fysiek geweld tegen mensen en Joodse instituties. Daar gaat deze website niet over. Hier gaat het om stereotiepe beelden van Joden die mensen impliciet of onbewust gebruiken. Is het beter in deze gevallen mensen aan te spreken op de suggestie die van hun woorden uitgaat?  Met deze vraag willen wij de gebruikers van deze site confronteren. In de afgelopen jaren heeft het aanspreken van mensen op hun woorden geleid tot discussies over wat antisemitisme is en wat niet. Deze website wil inzicht geven in hedendaagse vormen van antisemitisme aan de hand van zes incidenten waarover in de media discussie is gevoerd.

Zowel de term antisemitisme als het fenomeen zelf roept debat op. Uitingen van antisemitisme brengen de Tweede Wereldoorlog in herinnering. Dat kan ertoe leiden dat de betekenis van het woord wordt ingeperkt tot een expliciet verwoorde vijandigheid tegen Joden, tot de wens psychisch of fysiek te kwetsen, te intimideren of te doden. Enerzijds bestaat er aarzeling om de term te gebruiken zolang er geen sprake is van expliciete vijandigheid tegen Joden, of die vijandigheid wordt niet herkend. Anderzijds worden vormen van antisemitisme uitvergroot tot vergelijkbaar met die in nazi-Duitsland. Beschuldigingen van antisemitisme worden meestal zwaar opgevat en resoluut van de hand gewezen. In de zes incidenten speelde bij degenen die aanstoot namen aan wat gezegd werd een gevoel van gekrenkt zijn en bij de andere partij een gevoel ten onrechte te zijn beschuldigd.

Geschiedenis
Wanneer mensen spreken over antisemitisme komt onmiddellijk de herinnering naar boven aan de Holocaust en het naziregime dat verantwoordelijk was voor de moord op miljoenen Joden in Europa tussen 1933 en 1945. Het antisemitisme is echter veel ouder dan de Tweede Wereldoorlog en is sindsdien ook niet verdwenen.

Negatieve opvattingen over Joden ontstonden in Europa om te beginnen vanuit religieuze vijandigheid van het christendom tegenover het jodendom. Dit wordt anti-judaïsme genoemd. Joden werden vijandig bejegend omdat ze niet wilden erkennen dat Christus de langverwachte Messias was en het Christendom daarmee, met het Nieuwe Testament voortbouwend op het Oude, de rechtmatige opvolger en vervanger van het jodendom. Vanaf de Middeleeuwen werd de maatschappelijke positie van de Joden verder bemoeilijkt doordat ze uit de meeste economische activiteiten werden geweerd. Dit dwong de Joden, vanouds een handelsvolk, tot specialisatie in warenhandel en ook tot geldhandel, per definitie tegen rente – een zeer kwetsbare beroepsbranche waar de Middeleeuwse maatschappij echter sterke behoefte aan had. Hieruit ontstond het sociaaleconomisch antisemitisme, waarin Joden werden gebrandmerkt als woekeraars, oplichters, en later als uitbuitende kapitalisten en speculanten. In werkelijkheid was behalve een zeer kleine en rijke elite het overgrote deel van de Joden arm of zeer arm. Tot in de 19e eeuw waren de Joden een gemarginaliseerde bevolkingsgroep, met een grote mate van zelfbestuur, veracht door de meerderheid van de samenleving.

Vanaf eind 18e tot in de loop van de 19e eeuw verkregen de Joden in de verschillende Europese landen in verschillende periodes gelijke burgerrechten op politiek en juridisch gebied (de zogenaamde Emancipatie), in Nederland in 1789. Vanaf toen slaagden zij er met horten en stoten in geleidelijk en gedeeltelijk sociaal te integreren. Tegelijkertijd ontstond in verschillende Westeuropese landen een politiek antisemitisme van bewegingen en partijen die uitsluiting van Joden als programmapunt hadden. Joden zelf waren vooral actief in progressieve politieke bewegingen en partijen: het liberalisme, en later het socialisme en het communisme. Het politiek antisemitisme ging dienen om oppositie te voeren tegen nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen door diegenen die zich de dupe voelden van die nieuwe ontwikkelingen.

Lees verder: https://www.antisemitisme.nu/wat-antisemitisme

Bookmark and Share

Arolsen Archives ~ International Center On Nazi Persecution


Clarifying fates and looking for missing persons: for decades, these were the central tasks of the Arolsen Archives. To this day, we answer inquiries about some 20,000 victims of Nazi persecution every year. Our work in the fields of research and education is more important than ever to inform today’s society about the crimes perpetrated by the Nazis. The comprehensive online archive is an essential part of what we do. As an international center on Nazi persecution, we see it as our mission to contribute to debate on remembrance and coming to terms with the Nazi period, political persecution and racism.

Link: https://arolsen-archives.org/en/

 

Bookmark and Share
image_pdfimage_print

  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Archives