Van stolperstein, schaamte en symboliek
‘Hoe denkt jouw generatie over ons, over de geschiedenis?’ vraagt mevrouw Ulrike Nagel, de burgemeester van Kusel, aan Lucy Barten, de achterachterkleindochter van Paula Bermann, tijdens de afscheidsmaaltijd maandagmiddag. Lucy, bijna 18, glimlacht en vertelt dat haar generatie niet meer denkt aan schuld of aan de ‘slechte’ Duitser. Maar dat de Holocaust uiteraard een niet uit te wissen onderdeel is van de familiegeschiedenis.
Mevrouw Nagel vindt het ontroerend dat Lucy en de familie naar Kusel zijn gekomen. ‘Ik ben van de generatie die zich schaamt. Schaamte voor wat onze ouders u hebben aangedaan.’
Schaamte en schuld huren soms alle twee een kamer in hetzelfde huis.
De bewerking van het dagboek Deze ontspoorde wereld kreeg Elma Drayer vorig jaar zo in haar greep dat ze afreisde naar Konken en Kusel. In Konken bezocht ze het geboortehuis van Paula Bermann, in Kusel het huis waar de familie Bermann woonde vanaf Paula haar tiende.
In de lokale boekhandel kocht Elma Drayer een boekje over de geschiedenis van de kleine Joodse gemeenschap in Kusel. Linda Bouws nam namens de familie contact op met de auteur, Gerhard Berndt.
Met als gevolg dat een deel van de nabestaanden afgelopen weekeinde op uitnodiging van de stad Kusel, het echtpaar Gerhard en Regina Berndt en de Arbeitskreis Frieden, Gerechtigkeit und Bewahrung der Schöpfung naar Duitsland afreisde om de plaatsing van de stolperstein ter nagedachtenis aan Paula Bermann bij te wonen.
Zondagmiddag wandelden we aan de hand van Gerhard Berndt langs andere stolpersteinen in het stadje. Hij vertelde over de geschiedenis van de jodenvervolging in Kusel, ondertussen wijzend op verschillende gebouwen en huizen die een rol hebben gespeeld in de geschiedenis van de familie Bermann.
Meer dan 100 mensen waren ‘s avonds naar het stadhuis gekomen voor de lezing over het dagboek. Dominee Ulrich Reh hield een korte inleiding, waarna Tom Bouws namens de familie sprak. De historicus Roland Paul bleek de juiste stem te hebben om fragmenten uit het dagboek voor te lezen, Linda Bouws beantwoordde vragen uit de zaal.
Maandagochtend mochten we vroeg opstaan. Om acht uur ging het richting Konken, het geboortedorp van Paula Bermann. Het echtpaar Feyer dat in het geboortehuis woont, heette de familie meer dan hartelijk welkom. Op het erf stond een tafel met schnapps en een hapje klaar.
Daarna werd de Joodse begraafplaats bezocht. Daar liggen een aantal familieleden van Paula Bermann, waaronder haar ouders. In kleine kring werd het Kaddisj voor de rouwenden voorgelezen.
De grafsteen bleek vernield te zijn. Twintig jaar geleden hebben neo-nazi’s 23 stenen op het oude kerkhof kapotgeslagen.

Terug in Kusel was de Gartenstrasse afgezet en kwamen belangstellenden en scholieren van het gymnasium samen om de plaatsing van de stolperstein voor Paula Bermann bij te wonen.
Na een kort welkomswoord van dominee Ulrich Reh, vertelde de burgemeester dat het haar diep raakte dat de familie naar Kusel was gekomen. Mevrouw Larissa Janzewitsch, de plaatsvervangend voorzitter van de Joodse gemeenschap in Rheinland Pfalz, vond het hoopvol dat er zo veel schooljeugd bij deze herdenking betrokken was. Dat geeft moed voor de toekomst.
Linda Bouws bedankte alle betrokkenen en vertelde dat de plaatsing van de struikelsteen de familie goed doet. Alsof Paula Bermann weer herenigd is met haar familie. En met de stad Kusel. Ook spreekt Linda Bouws de hoop uit dat hiermee de stem van haar grootmoeder blijvend met de stad verbonden is en blijft. Een stad die Paula Bermann, zo schrijft ze in haar dagboek, na de oorlog met haar kinderen een keer hoopte te bezoeken. Omdat ze er zulke dierbare herinneringen aan heeft.
De stolperstein werd daarna geplaatst door Lucy Barten, het zeventienjarige achterachterkleinkind van Paula Bermann.
Leerlingen van de middelbare school speelden tussen de toespraken door ondermeer Que sera sera en Hava Nagila.
Ook lazen twee scholieren een gedicht voor waarin werd opgeroepen om waakzaam te blijven.
De stukgeslagen grafsteen van de familie laat zien dat die oproep niet overbodig is.
In die zin is dat graf een symbool. Een symbool voor een wereld die zomaar weer kan ontsporen.
Die Rheinpfalz 14.5.2019 ~ Durch den Stolperstein endlich vereint
Zum Gedenken an Paula Bermann
Paula Bermann ~ Deze ontspoorde wereld. Oorlogsdagboek. Amsterdam 1940-Jutphaas 1944
9 september 1943
‘Mijn Inge, wat zal ze blij zijn, ach, konden we maar allemaal bij elkaar zijn. Maar we moeten dubbel voorzichtig zijn, want de wa-mannen voelen dat ze aan de verliezende hand zijn, en de Grüne Polizei zal harder optreden dan ooit. Hans blijft veel binnen. Hij kookt zelf, schrijft hij, en dat gaat hem goed af, hij studeert.
Sonja weet niet wat ze wil. Ze is vandaag bijzonder nerveus, ongeduldig. Ik begrijp dat en toch moet ik vaak streng zijn, en zij begrijpt dat niet. Haar opvattingen zijn veranderd, en ik ben en blijf een ouderwetse vrouw met te veel plichts- en eergevoel, kuisheidszin. Dat begrijpen de jongelui niet, ze leven in een ontspoorde wereld.’
Van 1940 tot 1944 houdt de Duits-Joodse Paula Bermann een dagboek bij. Een verslag van de eerste oorlogsjaren in Amsterdam en van de onderduikperiode later in Jutphaas.
Niet alleen de zorg over het lot van haar kinderen, Inge, Hans en Sonja, maken het dagboek beklemmend. Ook beschrijft zij de steeds ingrijpender gevolgen van de Duitse maatregelen om het Joodse deel van de bevolking te isoleren. Daarnaast staat ze stil bij die dubbele identiteit. Duitse voor de Nederlanders, Joodse voor de Duitsers.
Maar ook is het een heel persoonlijk dagboek. Paula Bermann klaagt over het sombere karakter van haar echtgenoot, moppert over het gedrag van haar kinderen en zij voelt zich vaak onbegrepen.
Tegelijkertijd is zij de moeder die ontroerend haar jongste dochter, Sonja, als een dromerig, leergierig meisje beschrijft, die trots is op haar zoon Hans die medicijnen studeert en die de opstandige Inge een pluim geeft voor haar moed.
Het verhaal van een moeder met opgroeiende kinderen in een ontspoorde wereld.
17 februari 1943
‘Ach, de kinderen, als ik die niet zou hebben. Wat verlang ik naar de dood. Ikzelf ben op alles voorbereid, geloof niet dat we de dans ontspringen als het nog lang duurt, maar de kinderen.’
Hoe verder je leest, hoe aangrijpender het dagboek. Al flakkert er zo nu en dan nog een vonkje hoop, de dodendans is niet te ontlopen.
19 maart 1944
De laatste woorden van het dagboek:
‘O hart, houd uit!’
Op 27 januari 1945 overlijdt Paula Bermann in Bergen Belsen.
Vandaag zien we de mistige contouren van een nieuwe ontsporing aan de horizon. De eerste wagons worden weer op de rails gezet.
Het dagboek van Paula Bermann is meer dan een getuigenis van een bittere periode uit onze geschiedenis, het is ook een waarschuwing. Een waarschuwing voor de gevolgen van een wereld die ontspoort.
—
Paula Bermann, Deze ontspoorde wereld.
Woord vooraf: Arnon Grunberg
Bezorgd door Elma Drayer
Vertaald door Johan H. Winkelman
320 pagina’s met illustraties
Euro 22,50
Paperback met flappen
ISBN 978 94 600 3879 2
E-book: ISBN 978946003917 1
6 mei 1942
Weer een vreselijke week achter de rug. Vorige week woensdag stond ’s avonds het alarmerende bericht in de krant dat wij Joden vanaf zondag allemaal met de davidster (geel) op straat moeten lopen.Getekend dus. Het trof ons als een bliksemschicht, vooral de kinderen. Ik pas me direct aan, wil door mijn gelaten houding de kinderen moed geven, want van de nazi’s verwacht ik alles – zelfs vandaag of morgen een pogrom. Hans was direct woest, wilde in de eerste opwinding domme dingen doen, maar na rijp beraad, waarbij hij zijn koele zakelijke verstand liet werken, kwam hij zelf tot het inzicht dat je niets kunt afdwingen bij dit schrikbewind. Je moet bukken voor deze tirannie, of je wilt of niet. Tegenstand is zinloos, alleen de dood loert op je en daarom moet je je schikken in je lot. Je bent vogelvrij en gevangen.
Paula Bermann ~ Deze ontspoorde wereld – 29 augustus 1941
Voor ons is het een ongelukkige tijd. De laatste weken blijven de verontrustende berichten komen, iedere dag brengt een nieuwe catastrofe. Eerst het geld, nu moet ook het huizenbezit worden opgegeven, en gisteravond kregen we van het stadhuis de mededeling dat Sonja vanaf 1 september niet meer naar het lyceum mag. Er worden scholen met Joodse leraren gevormd, alle Joodse kinderen moeten daarheen. Ik huilde en mijn dienstmeisje, dat zo op Sonja is gesteld, barstte in snikken uit, zo’n verdriet had ze ervan. Het arme kind, ze hing zo aan de school, had zoveel vriendinnen, leerde zo graag en goed en nu moet ze haar beste vriendin Elsje missen. Wat een geluk dat Inge het eindexamen achter de rug heeft, en wat zal er met Hans gebeuren? Zal hij verder mogen studeren? Ik koester weinig hoop en denk van niet. Een volle Jood moet worden vernietigd.






