De huurder als dividendvoer

 
In een land waar institutionele beleggers uit bijvoorbeeld de VS aan mogen schuiven op een ministerie om uit te leggen dat ze graag duizenden huizen willen overnemen van woningcorporaties omdat ze rente moeten betalen aan bevriende bankiers over hun miljarden en de Nederlandse huurwet garant staat voor een alleszins redelijk rendement, moet je niet opkijken dat huurders worden gezien als dividendvoer

Deze handelswijze is illustratief voor de denkwereld van Ayn Randadept Mark Rutte.
In die denkwereld geldt egoïsme, vermomd als objectivisme, als een deugd.
In tegenstelling tot het gedachtegoed van Max Stirner, waarbij het begrip egoïsme waardevrij moet worden gelezen, ontdaan van de negatieve connotatie, legaliseert de filosofie van RandRutte het recht van de sterkste. Kapitalisme als uitkomst van de evolutietheorie.

Aldus mijn tachtigjarige buurman vanochtend in een lange e-mail over de woningnood in dit land.




Over vrijheid

Amsterdam, 5 september 2021

Deze zondag doet haar naam eer aan. De zon schijnt uitbundig en de stad ligt er gemoedelijk bij.

Tienduizenden demonstranten wandelen de Rozengracht op.
Gewapend met gele paraplu’s, vlaggen, stemgeluid en spandoeken pleiten zij voor vrijheid.
Begeleid door agenten te voet en te paard uiten ze hun ongenoegen over de meedogenloze dictatuur waaronder ze gebukt gaan.

Sommigen dragen gele sterren als verwijzing naar voorbije tijden. Tijden die zij terugzien komen door de vondst van een vaccin.
Anderen eisen dat de sado-pedofiele elite gestopt wordt. Daar is wel iets voor te zeggen natuurlijk. Al is de ruimte op een spandoek beperkt, een kleine verwijzing naar de samenhang met Covid-19 was handig geweest. Nu raakt her en der een toeschouwer de kluts kwijt.
Sommige borden laten zien dat een stoomcursus Vrijheid voor Beginners geen kwaad zou kunnen. ‘Mijn leven, mijn lichaam, mijn keuze, mijn vrijheid’, laat een wat eendimensionale visie op het begrip zien.
Het spreekt voor zich dat her en der de vlag van Forumlandaanhangers wappert. Het toekomstige land waar alles goed is en ziektes niet bestaan.
Dat er ook iemand met een Trumpvlag meeloopt, is wat wonderlijk gezien het gegeven dat de man heeft opgeroepen om je te laten vaccineren.
Net zo zonderling als die gele sterren is het merkwaardige fenomeen dat het blijkbaar cachet geeft aan demonstraties als er een groepje mannen verkleed als militair vooroploopt. Loop je te hoop tegen de dictatuur, marcheer je achter het symbool daarvan.
Dat de media de schuld van alles zijn, is geen verrassing. Ook sommige politici zijn niet populair, ook al niet opzienbarend.

Dat we in een land wonen waar je naar hartenlust mag demonstreren tegen tirannie is een groot goed, bedenk ik als ik naar huis ga.
In het zijstraatje holt de kat van de buren me vrolijk tegemoet.
Als ik het beestje groet, rolt ie op zijn rug.

 

 




Amsterdammertje

ReschHolland1

Mijn zoon is geboren in Amsterdam. Ikzelf ben aan komen waaien, toen ik eenmaal uit het nest vloog. Ik heb er zelf voor gekozen. En daarmee ook voor hem.

Mijn zoon zal de organische herinneringen hebben van hier opgroeien, van het als je broekzak kennen van een buurt, maar niet de straatnamen weten. Omdat je die niet hoeft te kennen om je weg te vinden. Hij zal zwaar beladen raken van herinneringen aan Amsterdam. Elke voetstap een afdruk in zijn hart, die samen glinsterende paden vormen, als wortels in de klei van deze op palen gebouwde stad.

Dit is de speeltuin waar hij leerde lopen. Dit is de boom waar hij leerde klimmen. Dit is het park waar hij leerde fietsen. Op deze straathoek wachtte hij op zijn vrienden en in deze gracht zwom hij in de zomer als de hitte in ons pakhuis niet te doen was. Hier kuste hij voor het eerst een meisje, of een jongen, dat weet ik nu nog niet. En verderop het IJ, waar de wind zijn buien altijd kon kalmeren. Paden die uitwaaieren naar de voetbalvelden, de zwemplassen, de muziektempels van de stad, over grachten, straten en bruggen.

En hij zal niet anders weten.
De lijnen die uitliepen van mij in hem schieten nu wortel in deze straten. Vormen een glinsterend web, een vangnet voor altijd.
En hoezeer we ook ons leven hier nu delen, onze herinneringen zullen nooit dezelfde zijn. In dezelfde straten ziet hij andere dingen, dezelfde dingen ziet hij met andere ogen.

Allebei houden we van Amsterdam. De wind waait door de straten en door onze haren en we voelen ons thuis.
Mijn Amsterdam en zijn Amsterdam. Ons Amsterdam.




Biertje

De eigenaresse zit op het terrasje van haar kleine café.
Op het tafeltje staat een glas bier. Halfvol. Ze rookt.
Het regent.
‘Daar zit je dan’, zegt ze.
‘Ja, toch mooi dat het terras weer mag’, zeg ik.
Haar glimlach heeft een slechte dag.
‘Er waren net twee mensen die iets wilde eten. Daar begin ik niet aan. Het is koffie of een drankje.’
Ik knik begrijpend.
‘Vroeg die ene of ze van het toilet gebruik mocht maken. Ik zei dan moet je eerst even gaan zitten. Anders krijg ik een boete.’
‘Hoe bedoel je?’, vraag ik.
‘Een klant mag alleen van het toilet gebruik maken als ie iets neemt.’
Ze schudt haar hoofd.
‘Heb er maar eentje getapt terwijl ze naar de wc ging. Voor het geval dat.’
Ze neemt een slok.
‘Zit ik hier in mijn eentje aan het bier.’




Achtentachtig

‘Als je zo oud bent, heb je veel te vertellen. Alleen al over de oorlogsjaren. Met die vliegtuigen en het schieten. Ik was een actief meisje. Mijn moeder bleef maar baren. En mijn vader was altijd op pad. Ik moest helpen. Met alles. Had mijn moeder weer een kind. Deed ik de was en zorgde voor de kleintjes.
Ik leerde alles al doende. Niemand legde wat uit. Kon een baby niet poepen, sneed mijn vader een stukje van de zeep en stak dat in het achterwerk van die baby. Het hielp altijd.
Ja, ik kon goed leren, maar moest thuis te veel doen. Heb de middelbare school wel afgemaakt.
Zodra ik kon ben ik weggegaan. Werken en reizen. Heb veel gereisd. Kan ik ook veel over vertellen. Heb nog een paar jaar in Mozambique gewoond. Was een goede tijd. Mijn broer woont in Amerika. Hij is heel rijk. Dat kun je van mij niet zeggen. Heb altijd maar wat geleefd.
En ik had een neus voor verkeerde mannen. Werd altijd verliefd. Had ik ook met mijn psychiaters en therapeuten. Voor ik het wist viel ik voor ze. Behalve als ze kaal werden of waren. Ik woon tweehoog en als ik uit het raam hang, zie je heel veel van die kale kruinen. Verschrikkelijk. Al kunnen die mannen er niets aan doen natuurlijk. U heeft uw haar gelukkig nog, zie ik.
Dat is wel leuk aan deze tijd, vindt u niet? Het is zo rustig in de buurt. Je spreekt nog es iemand. Ik zie u vaker lopen, maar ja, het is altijd zo druk.
Vanochtend had ik voor het eerst sinds tijden geen zin om op te staan. Ben tot half tien blijven liggen. Dacht, je bent nu achtentachtig, dan mag het wel.
Ga elke dag een rondje lopen. Zie je nog es iemand. Want ik wil wel iedere dag even een praatje maken. Ik heb veel te vertellen.’




Kroketten

Het is nog vroeg.
Verscholen in haar dikke jas zit ze in de portiek. Met al haar tassen als ruggesteun.
Iedere ochtend bestaat ons gesprek uit ‘Goedemorgen.’
Maar vandaag verrast ze me. Ze wijst op de gevel aan de overkant.
‘Kijk’, zegt ze.
Ik kijk naar het doek.
‘Toch nog goed nieuws’, meldt het spandoek.
Ze glimlacht.
‘Er komt een Febo’, zegt ze, ‘daar hebben ze lekkere kroketten.’
Ze kijkt me even aan.
‘Die nam ik vroeger altijd. Als we uitgingen.’