Nieuwe informatie over de onderduik in Jutphaas


November 2020. Nadere informatie over mijn grootvader Egbertus Hendrikus Schellinger (Bert) en diens dochter (mijn moeder) Johanna Elisabeth Margaretha Hendrika Schellinger (Joke).

Bert Schellinger
Bert werd geboren te Den Helder, 7 juni 1895. Zijn ouders en voorouders kwamen van Oudeschild (Texel). Later verhuisde hij naar Amsterdam. Hij trouwde op 2 februari 1921 met Johanna Elisabeth de Vries (eveneens Joke) te Weesp.
Op 30 januari 1939 verhuisden ze naar de W.A. Vultostraat 98 in Jutphaas. In dit huis heeft later 7 maanden lang Sonja van Es ondergedoken gezeten. Het huis werd ook als doorgangshuis gebruikt.
Op de kaart van Utrecht zie je dat deze straat in het verlengde ligt van de Constantijn Ezaijstraat, waar Paula en Coen verbleven bij de familie Jan Kooy. Dit was een collega van Bert. Beide mannen waren sergeant in het leger, bij hetzelfde legeronderdeel en beide geboren in Den Helder, bovendien vrijwel even oud.

In maart 1944 verhuisde hij naar de Van Humboldstraat 103 bis te Utrecht en later in februari 1945 naar de Weerdsingel W.Z.11 bis., ook in Utrecht. Eind 1947 verhuisde hij naar Amsterdam. Het paar scheidde van elkaar in 1957, waarna hij opnieuw trouwde met Hendrika Johanna (Henny) Bruintjes. Hij is overleden op 23 september 1976. Hij was toen 81. Zijn eerste echtgenote Joke overleed in 1979. In dat zelfde jaar overleed ook zijn tweede vrouw.

Joke Schellinger
Bert had twee dochters: Betty, geboren 12 juni 1922 en Joke, geboren 20 november 1923. Naar verluid verbleef zijn echtgenote (mijn oma) gedurende lange tijd tijdens de oorlog in een sanatorium, dochter Betty woonde in Eindhoven. Dochter Joke woonde samen met Bert in Jutphaas. Na de oorlog kreeg Joke een relatie met een zekere Jan van der Kooi (niets van doen met de Jan Kooy uit het boek). Uit deze relatie kwamen twee kinderen voort, ik zelf op 25 september 1950 en mijn broer Bert in december 1953 (overleden in 2009). Nadat deze relatie werd beëindigd, trouwde zij in 1953 in Amsterdam met de weduwnaar Cees Faber, die al 5 kinderen had. Uit deze nieuwe relatie werden nog 2 kinderen geboren. Mijn moeder Joke overleed op 13 mei 1982.

Bert Schellinger in 1957, Joke Schellinger, data niet bekend, naar schatting, tussen 1943 en 1947. 

Bookmark and Share

Hogeschool van Amsterdam – Literatuur en Vertellen. Deze ontspoorde wereld


Als je de website https://literatuurenvertellen.webnode.nl bezoekt, kijk Paula Bermann je aan.
De site is gemaakt als onderdeel van het vak Literatuur en Vertellen van de Hogeschool van Amsterdam. Eén van de boeken die de studenten mochten lezen was Deze ontspoorde wereld.

Op verzoek van een docent heeft een van de kleinkinderen van Paula Bermann, Linda Bouws, vragen beantwoord over de publicatie en de mogelijke impact die de uitgave had op de familie.

Over de geschiedenis van de dagboeken (vijf schriften)

Linda Bouws: ‘De dagboeken van mijn grootmoeder Paula Bermann stonden bij ons thuis in de kast in de Van Eeghenstraat. Hoe ze daar zijn terechtgekomen is niet duidelijk. De dagboeken moeten uit het onderduikadres van mijn grootouders, vlak voor ze verraden zijn, zijn verplaatst naar een veiliger plek. Als kind werd ik door ze aangetrokken, maar kon ze niet lezen: dicht geschreven cahiers in het Duitse Kurrentschrift, in een heel evenwichtig handschrift. Mijn moeder Sonja, haar zuster Inge en broer Hans hebben zo’n veertig jaar na het beëindigen van WO II besloten de vier cahiers te laten vertalen in modern Duits door Johan H. Winkelman. Hij heeft er drie jaar over gedaan. Mijn moeder, haar zus en haar broer wilden het niet publiceren, de tekst was te emotioneel en confronterend.’

Vraag:
Het dagboek is pittig wat betreft de inhoud. Het biedt een inzicht in politiek en oorlog, maar vooral ook in een persoonlijke situatie. Doordat het een dagboek is, staan er buitengewoon openhartige gedachten en gedachtegangen in. Hoe was dat voor jullie om te lezen? En later gepubliceerd en geopenbaard te zien? 

Linda Bouws: ‘Als ik voor mij zelf spreek: ik had het dagboek in de Duitse vertaling al gelezen toen het in 1987 en de volgende jaren werd vertaald in modern Duits, en was er toen zeer door geraakt, ook om mijn grootmoeder te leren kennen. Ik was vooral geïntrigeerd door de verhalen over mijn moeder Sonja en de andere familieleden, en hoe het hun allemaal is vergaan. Al lezend wist ik ook hoe het Paula, Coen en Inge was vergaan nadat ze opgepakt waren, Paula’s trieste zelfmoord na de dood van haar man en dat maakte het lezen extra wrang. Bij de voorbereidingen van de Nederlandse publicatie werd ik ook geraakt door de politieke observaties in haar boek en de paralellen met nu. De meeste kleinkinderen hadden de dagboeken niet gelezen, of slechts fragmenten. Het kwam hard binnen.’

Een aardige opdracht was om de studenten een selectie te laten maken van boeken genoemd in Deze ontspoorde wereld. Zie: Steinz en Bermann (PDF)
Deze powerpoint presentatie geeft een goede indruk van de opdrachten: Deze ontspoorde wereld ppt (PDF)

Op de website literatuurenvertellen.webmode.nl staan de boeken die bij het project aandacht kregen. Alleen ontbreekt het boek waarvan de auteur je aankijkt als je de site bezoekt.

Bookmark and Share

NIOD – Instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies. Paula Bermann – Het origineel van het dagboek online


Het volledige dagboek staat online op archieven.nl via het NIOD. Op dit moment zijn de scans nog niet downloadbaar als één bestand.
Zie: https://www.archieven.nl/Bermann
Klik op: Ga naar scans (links boven onder illustratie)

 

 

 

 

 

 

Beschrijving NIOD:

Openbaarheid:
Volledig openbaar
Vorm:
Dagboek (6 cahiers – deel 1 (13 juli 1942 t/m 23 januari 1943); deel 2 (15 juni 1940 tot juni 1942); deel 3 (niet aanwezig); deel 4 (25 januari 1943 t/m 25 mei 1943); deel 5 (7 juni 1943 t/m 10 oktober 1943); deel 6 (17 oktober 1943 t/m 20 december 1943); deel 7 (eind december 1943 t/m eind maart 1944))
Omvang:
702 pagina’s
Periodisering:
15 juni 1940 – 19 maart 1944
Periode van ontstaan:
15 juni 1940 – 19 maart 1944
Localisering:
Amsterdam; Westerbork (Drenthe); Bergen-Belsen (Duitsland)
Taal:
Duits (Het Duitse Kurrentschrift)
Inhoud:
De Duits-Joodse Paula Bermann (1895-1945) trouwt in 1918 met de Amsterdamse Joodse zakenman Coenraad van Es. Van 1940 tot 1944 houdt Paula in Amsterdam een dagboek bij. Dat doet ze in het Kurrentschrift, een Duitse schrijfmethode die nog maar weinigen kunnen lezen. Het dagboek vormt een beklemmend verslag over de wereld in oorlog, haar Nederlandse gezin, haar familie in Duitsland. Bermann is politiek zeer goed geïnformeerd en beschrijft het dagelijks leven in Amsterdam gedetailleerd. Tussen de regels door klinken haar angsten en verlangens, en haar weerzin tegen een opgelegde identiteit: zowel Duits als joods. Als Duitse wordt ze gewantrouwd, als joodse opgejaagd. Bermanns dagboekaantekeningen zijn doortrokken van weemoed, boosheid, zorg om haar kinderen Hans, Sonja en Inge, afkeer van haar landgenoten en angst voor verraad. Het dagboek eindigt abrupt: voorjaar 1944 worden Paula, haar man Coen en hun dochter Inge verraden, opgepakt en via Westerbork naar Bergen-Belsen gedeporteerd. Vlak voor de bevrijding sterven Paula en Coen: hij bezwijkt aan difterie, waarna zij zelfmoord pleegt door tegen stroomdraad aan te lopen. De drie kinderen overleven de oorlog. (Bron: Uitgeverij Balans)
NB:
Op 31 augustus 2018 verscheen bij Uitgeverij Balans “Een ontspoorde wereld, Het oorlogsdagboek van Paula Bermann” (ISBN: 9789460038792 paperback en 9789460039171 ebook). Het betreft een Nederlandse vertaling van dit in cahiers geschreven dagboek. Het bevat tekeningen van Sonja van Es, de dochter van Paula.
Datum beschrijving:
19 april 2018
Illustratie:
Eén van de tekeningen van Paula’s dochter Sonja.
Bookmark and Share

3 oktober 1943


Paula Bermann

Voorheen was dit in Leiden een feestdag. Nu wacht men op de bevrijding, en we worden er gedeprimeerd en afgemat van. Het was de hele week koud en regenachtig, en beneden hebben ze de kachel al aan, wij zaten met jassen aan en met dekens om ons heen, maar vandaag is het een heldere herfstdag met veel zon. Napels is vrij, vrijdag marcheerden de geallieerden de stad binnen. De Duitsers hebben alles verwoest, zullen ze over een paar weken voor de poorten van Rome staan? Blazen ze ook de Eeuwige Stad op? De paus staat machteloos, waar blijft de hulp van gebeden, en waarom doet hij Hitler, Mussolini en alle andere schuldigen niet in de ban? Het is angst of te grote mildheid, maar goedheid in deze tijd helpt niet.

Gisteren zijn negentien jonge mensen gefusilleerd, waarschijnlijk om de moorden te wreken op NSB-politieagenten, op generaal Seyffardt, op Posthuma. Er was een Joodse student bij, Frijda, die mijn man kende. Hopelijk zijn zijn ouders niet meer in Amsterdam om deze vreselijke gebeurtenis mee te maken. Ook de vrouwelijke moordenaar op de Utrechtse commissaris Kerlen is opgepakt. Ze zeggen dat ze een halve Jodin is, Van Lier geheten. Is het werkelijk zo? Propaganda natuurlijk. Bij de negentien gefusilleerden zaten drie Boissevains, twee waren broers, vreselijk.

Ik kon niet slapen, steeds zag ik die arme mensen voor me en de ouders, de vrouwen. Wat is een mensenleven waard? Het idee dat een kind wordt doodgeschoten en te bedenken wat zich heeft afgespeeld tot het einde kwam, de laatste uren, ogenblikken. Daarom zit ik steeds zo in angst om Hans, want Joden nemen ze er altijd bij, om het even of ze schuldig zijn of niet.

Ik zie alles donker in, hoewel het aan de fronten goed gaat, vooral aan het Russische front. De laatste dagen gaat het wat langzamer. Kiev is nog niet bevrijd. Duitsland werd deze week vaak gebombardeerd. Vanuit Italië is Zuid-Duitsland nu gemakkelijk te bereiken, en München werd twee keer gebombardeerd, een keer overdag en vannacht. Ook Hannover, Emden, Braunschweig, Hagen (Westfalen). Hoe hard het ook klinkt, toch geloof ik dat deze oorlog alleen door bombardementen kan worden beslist, in een invasie in het Westen geloof ik niet.

Ik dacht dat Inge dit weekeinde zou komen, en sinds gisteren luister ik scherp naar elke voetstap, maar tevergeefs. Misschien volgende week. Zo leef je van week tot week, eindeloos lang en geen sprankje hoop. Nog nooit was ik zo afgemat, ik ben geprikkeld, en mijn man en ik kunnen dikwijls niets van elkaar hebben. En toch moet je. Ons kind is ook vaak humeurig, verveelt zich, maar ze houdt zich tamelijk goed. Maar haar natuur is veranderd. Uit het kind dat graag leerde, ontwikkelde zich een modern meisje dat heel andere ideeën heeft gekregen. Ze wil zich na de oorlog uitleven, zegt ze. Vindt ze haar weg weer als ze bij vroegere gelijkgezinden is?

Morgen eindigt de zomertijd, dan zitten we om zes uur in het donker. Vorig jaar konden we al om zes uur beneden komen, maar nu moeten we tot negen uur boven blijven. De mensen zijn bang! Geen wonder, als ze dit hadden voorzien, dan waren ze nooit aan het waagstuk begonnen, want het is en blijft een risico. De enige troost is dat ze levens redden, en verder speelt de pecunia ook een rol. Ze krijgen geld en dat gun ik de mensen. Tussen hen en ons blijft de relatie goed. We stellen geen eisen, zijn snel tevreden, leven teruggetrokken, en dat ene uur dat we in de familiekring zijn, brengen we door met lezen. Ik ben traag geworden, geen beweging, altijd zitten. Je wordt dik zonder dat je veel vet en boter krijgt. Ach, ik zou graag werken. Ik deed het vroeger zo graag, van ’s ochtends tot ’s avonds was ik in de weer, en nu? Steeds zitten, ’s morgens een beetje werken in de kamer, de afwas, maar de dag is lang.

Mijn Duitse schoonzusje Klara was jarig op 30 september, leeft ze nog?

Bookmark and Share

Deutsch-niederländische Geschichtswerkstatt zu Flüchtlingen in Amsterdam in der NS-Zeit


EXIL IN AMSTERDAM ZUID: DEUTSCHLAND AUF DER FLUCHT
Ein europäisches Gedenkprojekt

Deutschsprachige Flüchtlinge waren in der Nazizeit in Amsterdam im Exil: Frauen, Männer und Kinder aus dem heutigen Hessen, Baden-Württemberg, Rheinland-Pfalz, Nordrhein-Westfalen, Berlin, Bremen, Hamburg, dem Saarland, dem Elsass, aus Bayern, Schleswig-Holstein, Niedersachsen, Mecklenburg-Vorpommern, Sachsen, Thüringen, Polen, Tschechien und aus Österreich hatten in den Niederlanden Zuflucht gefunden. Bis zum Einmarsch der Wehrmacht 1940 waren sie dort sicher. Ihren Spuren nachzugehen und Rechercheergebnisse zu bündeln, um vor dem Hintergrund heutiger Flüchtlingsdebatten an die deutschen Flüchtlinge der NS-Zeit zu erinnern, ist ein Ziel dieses grenzüberschreitenden Projektes.

Der Bremer Geschichtsverein Lastoria lädt zum Mitmachen ein.

Unser Bremer Geschichtsverein Lastoria e.V. plant für Sonntag, 22. März 2020, 10 bis 18 Uhr, eine besondere Veranstaltung, die wir gerne rechtzeitig bekanntmachen möchten.

In der Villa Ichon, Goetheplatz 4, gibt es in unserem internationalen, interaktiven Gedenkprojekt “Deutschland auf der Flucht. Exil in Amsterdam Zuid 1933-1945” unter anderem Fachvorträge, Lesungen, Musik und einen Niederländisch-Kurzkurs.
Um freien Eintritt ermöglichen zu können, hoffen wir auf Spenden und Sponsoren.
Verschiedene Kooperationsformen sind denkbar. Für Vorschläge sind wir offen.

Wer etwas zum Programm beitragen möchte, sollte sich bitte umgehend melden, dann versuchen wir das Programm gerne zu ergänzen.
Ansonsten soll es an dem Tag aber auch reichlich Zeit für Gespräche geben.

Sobald Details geklärt sind, werden wir einen digitalen Flyer erstellen und in Deutschland und den Niederlanden versenden.
Dann sind auch Anmeldungen möglich.

Involviert sind bisher “Erinnern für die Zukunft” (Barbara Johr), “Aus den Akten auf die Bühne” (das Kooperationsprojekt des Geschichtsstudiengangs der Universität Bremen und der Bremer Shakespeare Company), Stolpersteingruppen in unterschiedlichen Bundesländern, eine Doktorandin der Universität Münster und An Huitzing von der Wolff Stichting in Amsterdam.

Monika Felsing
Historikerin und Journalistin
ehrenamtlich tätig im
Bremer Geschichtsverein Lastoria e.V.

mail@lastoria-bremen.de

Website: http://www.lastoria-bremen.de/akt038.htm

Bookmark and Share

Holocaust- Gedenktag im Gymnasium in Kusel


Ein Foto von dem Vortrag zum Holocaust- Gedenktag am 27. Januar 2020 im Gymnasium in Kusel.
In jedem Jahr organisiert Herr Ulrich Reh, Pfarrer und Religionslehrer, Vorträge und einen Besuch der Stolpersteine in Kusel für die 9. Klassen (ca. 100 Jugendliche von 15 Jahren).

Bookmark and Share

  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Archives