Piet de Kleijn – Combinatiewoordenboek. Nederlandse substantieven met hun vaste verba

No comments yet

Derde, sterk vermeerderde druk
1352 pagina’s
ISBN 978 90 361 0384 8
Euro 65,00
2014

Eerste druk 2003
Tweede (gewijzigde) druk 2006
Derde (gewijzigde en uitgebreide) druk 2013

U kunt het Combinatiewoordenboek hier bestellen: http://rozenbergps.com/piet-de-kleijn

Inleiding
Woorden worden meestal gebruikt in combinatie met andere woorden: in verband met, houden van, zich afvragen of, boodschappen doen, hard werken, prettige vakantie. Zoals uit deze voorbeelden blijkt, kunnen diverse woordsoorten (voorzetsels, zelfstandige naamwoorden, werkwoorden, bijwoorden, voegwoorden, bijvoeglijke naamwoorden) combinaties aangaan. Omdat in het Nederlands zelfstandige naamwoorden en werkwoorden de twee meest voorkomende woordsoorten zijn, ligt het voor de hand dat combinaties van deze twee woordsoorten zeer frequent zijn.

In Nederlandse woordenboeken kan men woordcombinaties vinden. Maar woordenboeken, hoe uitgebreid ook, geven maar een zeer beperkte weergave van het totale taalaanbod. Dat geldt voor alle aspecten van een taal en dus ook voor de combinatie zelfstandig naamwoord + werkwoord. Daarvan wordt, ook in de grootste woordenboeken, maar een kleine gedeelte opgenomen. En behalve beperkt, is de vermelding nogal willekeurig en soms onlogisch. Criteria voor het al dan niet opnemen van verbindingen worden nergens genoemd.

Door mijn werkzaamheden als docent Nederlands als tweede taal en als vreemde taal was het mij duidelijk geworden dat voor anderstaligen – ook voor de vergevorderden – het gebruik van de juiste combinatie van zelfstandig naamwoord en werkwoord moeilijk is. Daarnaast was er het gegeven dat deze categorie, maar ook hun docenten en de samenstellers van lesmateriaal, niet konden beschikken over een degelijk overzicht van genoemde combinaties.
Dat leidde in 2003 (herdruk 2006) tot de publicatie van het Combinatiewoordenboek van Nederlandse substantieven met hun vaste verba. De doelgroep was in de eerste plaats de anderstalige, maar tegelijkertijd wilde het Combinatiewoordenboek een min of meer volledig woordenboek zijn. Dat had iets tweeslachtigs.

In deze derde uitgave is resoluut gekozen voor een algemeen woordenboek dat voor het Nederlands een beschrijving probeert te geven van de gangbare vaste verbindingen tussen zelfstandige naamwoorden en werkwoorden: geld beleggen, uit de regering treden, een ruit sneuvelt, een vis spartelt, de vlag hangt slapt, de tafel staat ergens, smeergeld krijgen.
Ten opzichte van de eerste en de tweede druk betekent dit dat de beperkingen die daar waren ingegeven door de niet-Nederlandstalige gebruiker zijn komen te vervallen. Deze beperkingen hadden te maken met het totale aanbod van werkwoorden, met het aanbod van synonieme werkwoorden en met het aanbod van werkwoorden die tot het formele taalgebruik behoren.
Het gevolg van genoemde verruiming is dat deze derde druk ruim 15.000 werkwoorden meer telt dan de twee voorafgaande, een toename van meer dan 30 %.
Het totaal aantal werkwoorden, gekoppeld aan een zelfstandig naamwoord, bedraagt nu 52.623.

Een aantal lemmaʼs (zelfstandige naamwoorden) is in de derde druk niet meer opgenomen. Dat betreft hoofdzakelijk zelfstandige naamwoorden die deel uitmaakten van de in de derde druk niet meer teruggekeerde groepen ʻbeeld- en geluidsdragers’, ʻleestekens’, ʻmuziekinstrumenten’ en ‘uitgaansmogelijkheden’.
Er zijn slechts acht nieuwe substantieven aan de derde druk toegevoegd: beleg (militair), bezit, bezitting, bodem, collecte, dam, dijk en eigendom.
Daarmee bedraagt in deze derde druk het totaal aantal behandelde zelfstandige naamwoorden (lemmaʼs) ongeveer 2800.

2 Doelgroep
Dit woordenboek wil dus in de eerste plaats een bijdrage leveren aan de Nederlandse lexicologie in de vorm van een boek van vaste verbindingen (zelfstandige naamwoorden en werkwoorden). Voor de Nederlandse taal bestaat zo´n woordenboek  niet en de bestaande algemene woordenboeken hebben, zoals gezegd, voor deze verbindingen – noodgedwongen – maar zeer beperkt aandacht.

Een substantieel overzicht van genoemde vaste verbindingen heeft echter meer dan alleen lexicaal belang. Iedere taalgebruiker en met name schrijvers, tekstschrijvers, vertalers, docenten en  taalleerders (moedertaal, tweede taal, vreemde taal)  kunnen dit woordenboek raadplegen als zij bij een substantief zoeken naar het best passende werkwoord. Als zij, in concreto, zich afvragen welke werkwoorden bij abortus of bij euthanasie horen, of er synoniemen zijn voor de bal rondspelen, of er een informeel en een formeel equivalent is voor het bedrijf sluiten,  of er een sterker alternatief is voor het leger werd verslagen, wat het tegenovergestelde is van een beloftenakomen, welke geluiden en bewegingen vogels en zoogdieren maken, hoe de regen naar beneden kan komen en hoe sneeuw zich kan gedragen,  welke behandeling kledingstukken kunnen ondergaan, welke werkwoorden gebruikt worden voor de productie van dranken en met welke werkwoorden de geluiden en bewegingen van de zee  beschreven kunnen worden.

3 Inhoud
In het Combinatiewoordenboek staan ongeveer 2800 substantieven en bij ieder substantief staan werkwoorden die daarmee een vaste niet-idiomatische verbinding vormen. Het werkwoord kan uit één element bestaan (de maag knort) maar ook uit meerdere (openstaan voor kritiek, de wind komt opzetten, een hindernis uit de weg ruimen).

Iedere verbinding wordt geïllustreerd door een voorbeeldzin.

Niet-idiomatische verbindingen
De combinatie zelfstandig naamwoord + werkwoord kan, simpel gezegd, idiomatisch of niet-idiomatisch zijn. Een belangrijk kenmerk van dit woordenboek is dat een werkwoord  alleen voor opname wordt geselecteerd als de combinatie zelfstandig naamwoord + werkwoord een niet-idiomatische is.

Bij ´hand´ wel: ´de hand trilt´ (niet-idiomatisch) maar niet ´de hand met iets lichten´ (idiomatisch). Bij ´cadeau´ wel ´een cadeau krijgen´ (niet idiomatische) maar niet ´iets niet cadeau krijgen´ (idiomatisch).

In de geselecteerde combinatie houden dus  zowel substantief als verbum hun eigen oorspronkelijke betekenis en is de optelsom van deze twee betekenissen bepalend voor de betekenis van de combinatie. Bij ´graf´ staat wel: ´iemand ligt in zijn graf´ maar niet ´iemand draait zich om in zijn graf´ omdat in de eerstgenoemde combinatie de woorden hun oorspronkelijke betekenis behouden en in de twee niet. Dit betekent overigens niet dat het verbale element geen idioom zou kunnen bevatten. Bij enthousiasme zal men naast tonen ook  aan de dag leggen vinden omdat aan de dag leggen hier wordt gebruikt in zijn ´gewone´ betekenis (tonen).

Het Combinatiewoordenboek is dus geen idioomwoordenboek en geen woordenboek van spreekwoorden en gezegden. Dat type woordenboek is in de Nederlandse lexicologie al in ruime mate aanwezig.

Extra dimensie voor verbum en substantief
In het Combinatiewoordenboek wordt veel aandacht besteedt aan synonieme verba. Woordenboeken voor synoniemen bestaan er reeds vele. Maar omdat in het Combinatiewoordenboek de synonieme werkwoorden gekoppeld zijn aan substantieven en altijd gepresenteerd worden in een context, is in het Combinatiewoordenboek de informatie over  betekenis en gebruik van de werkwoorden veel preciezer en genuanceerder dan in de meeste woordenboeken voor synoniemen.

Ook de substantieven krijgen in dit woordenboek een extra dimensie. De werkwoorden die met een substantief worden verbonden leggen immers van dat substantief  een omvangrijk woordveld bloot en geven daardoor aan het substantief extra reliëf.

Ter illustratie: bij staking vindt men in het Combinatiewoordenboek werkwoorden die met het begin, de aanwezigheid, het voortduren, het zich uitbreiden en het einde van een staking te maken hebben, maar ook werkwoorden in verband met het veroorzaken, het oproepen tot, het organiseren, het verbieden en het tegengaan van stakingen.

Er wordt, met andere woorden, van het begrip ´staking´ een veel completer beeld gegeven dan in andere woordenboeken. De grote Van Dale (2005) geeft bij stakingvijf werkwoorden. Dit woordenboek zestig.

Natuurlijk bevat een gewoon woordenboek ook andere verbindingen – met adjectieven bijvoorbeeld (een algemene staking, een wilde staking) – en ook deze helpen om in het substantief door te dringen. Maar gezien de dominantie van de combinatie werkwoord + substantief, wordt gebruik en betekenis van een substantief toch vooral tot uitdrukking gebracht door het werkwoord.
Het Combinatiewoordenboek wil een substantief van zoveel mogelijk kanten benaderen. Dit betekent dat ook die werkwoorden zijn geselecteerd die in de gewone woordenboeken slechts sporadisch vermeld worden omdat – naar ik veronderstel – de makers deze verba te vanzelfsprekend vinden of omdat hun aandacht meer uitgaat naar werkwoorden met het substantief  in een objectpositie dan in een subjectpositie.

Het betreft hier verba als krijgen (een rondleiding, een aanstelling, slaap, een standbeeld ), hebben (aanzien, haar, uitspraak), bestaan (er bestaat afkeer, een raakvlak, een taboe), ontstaan (er ontstaat een klank, een wachtlijst, een file),plaatshebben en plaatsvinden (een begrafenis, aardbeving, betoging heeft plaats/vindt plaats) en het betreft de zogenaamde positiewerkwoorden liggen, leggen, zetten, staan, doen, zitten en hangen.
Al deze ´gewone´ maar zeer frequente werkwoorden maken deel uit van het betekenisveld van een substantief . Hun vermelding ligt derhalve voor de hand.

Een ander voorbeeld van benadering uit verschillende invalshoeken betreft het gegeven dat substantieven vaak vergezeld gaan van verba die het begin, de aanwezigheid en het einde van een handeling aangeven. De noodtoestand wordtafgekondigd, de noodtoestand heerst, de noodtoestand wordt opgeheven. De doodstraf wordt ingevoerd,  de doodstraf bestaat, de doodstraf wordt afgeschaft. Men kan een nationaliteit verwerven, hebben¸verliezen. Men kan iets op de agendazetten, iets staat op de agenda en men kan iets van de agenda (af)halen.

In de Nederlandse woordenboeken ontbreken vrijwel altijd een of twee elementen van deze cycli. Het Combinatiewoordenboek probeert steeds de complete cyclus te geven.
Een benadering ´van zoveel mogelijk kanten´, maar wel binnen het gewone, gangbare taalgebruik. Dus in dit woordenboek geen typische vak- of groepstaalwoorden (bij zeil wel ´hijsen´, ´strijken´ en ´bijzetten´ maar niet ´brassen´) en evenmin aandacht voor zeer formeel of vulgair taalgebruik.

Nut extra dimensie
Genoemde nuancering en precisering van zowel substantief als verbum kan nuttig zijn bij elke vorm van taalgebruik en natuurlijk ook in het taalonderwijs en bij het samenstellen van lesmateriaal. Wie aandacht wil besteden aan het begrip regeringof  kampioenschap vindt, in dit woordenboek, bij deze woorden veel werkwoorden en voorbeeldzinnen en daarmee kan van regering of kampioenschap  een veelomvattend  beeld worden opgeroepen.
Dit kan met name zijn nut hebben bij de verwerving van abstracte substantieven (afgunst, rancune, compensatie, steun) omdat via definities – in woordenboeken het gebruikelijke procedé – de betekenis van dit soort woorden maar moeilijk ontsloten kan worden.

Ook de informatie over de hierboven vermelde ´gewone´ werkwoorden en daarvan met name de positiewerkwoorden (liggen, leggen etc.) kan bij het onderwijs aan anderstaligen goede diensten bewijzen want voor hen vormen deze werkwoorden een notoir struikelblok.

verba met de prepositie ´van´ waarbij ´van´ de oorzaak aangeeft
Verba gevolgd door de prepositie ´van´ komen in het Nederlands veelvuldig voor:
afhangen van, in het bezit zijn van, zich bedienen van.

In sommige combinaties met ´van´ drukt ´van´ een oorzaak uit: Zij danst van vreugde: vreugde is er de oorzaak van dat zij danst. Hij rilt van de kou: De kou is er de oorzaak van dat hij rilt.

In het Combinatiewoordenboek is bij substantieven systematisch aangegeven of ze verbonden kunnen worden met een verbum gevolgd door ´van´= oorzaak.
Bij ´kou´ vindt men bibberen, rillen, klappertanden, blauwbekken, vergaan enz. van (de) kou,
bij ´angst´ gillen, het uitschreeuwen, wit wegtrekken, in zijn broek doen enz. van angst.

4 Uitgangspunten
In haar Calendarium van de Nederlandse taal (Den Haag, 2006) heeft Nicoline van der Sijs erop gewezen dat na het verschijnen, in 1620, van de Epitheta, geschreven door Anthoni Smyters,  er voor het Nederlands geen enkel combinatiewoordenboek meer is gepubliceerd.

Bij de samenstelling van het Combinatiewoordenboek van substantieven en verba kon ik derhalve niet terugvallen of voortborduren op een voorganger.
Het eerste probleem waarmee ik geconfronteerd werd was de omschrijving van het begrip ´vaste verbinding´,  in de vakliteratuur ook wel aangeduid als collocatie of fraseologisme, begrippen waarvan de definities nogal uiteenlopen.

In dit woordenboek wordt de combinatie substantief + verbum als een vaste verbinding beschouwd wanneer een verbum tot het directe betekenisveld van een substantief behoort. Kraaien hoort tot het betekenisveld van de haan, geven van cadeau, wekken van bewondering, zich voortslepen van debat. Dit zijn verba waarmee de taalgebruiker al sprekende of schrijvende de ruimte rond het gegeven substantief bij voorkeur en veelvuldig zal opvullen. Bij haan zal hij niet in eerste instantie denken aan transporteren en bij  cadeau aan laten vallen, hoewel deze combinaties mogelijk zijn.
Dit uitgangspunt – dat zal duidelijk zijn – laat ruimte voor subjectiviteit. Getracht is deze subjectiviteit enigszins in te dammen door bij twijfel over het al of niet vaste karakter van een bepaalde combinatie, bij Google na te gaan of daar de verbinding vaak (in niet-idiomatische verband) wordt genoemd.

De werkwoorden die een vaste verbinding met een zelfstandig naamwoord hebben, ontsluiten van dat zelfstandig naamwoord een bepaald aspect of een bepaalde betekenis. Bij een geheim bewaren blijft het geheim intact, bij een geheim lekt uit is het geheim niet meer intact.

De tweede moeilijkheid waarmee ik te maken had was de vraag: hoeveel en welke aspecten of betekenissen van een zelfstandig naamwoord moeten worden blootleggen. Bij ´hotel´ ligt het voor de hand dat de betekenissen die te maken hebben met ´verblijven´ toegankelijk worden gemaakt (zoeken, vinden, reserveren, logeren in, slapen in, overnachten in enz.). Maar moeten ook betekenissen die te maken hebben met het hotel als gebouw (bouwen, moderniseren, afbreken) of met de exploitatie (kopen, verkopen, huren, verhuren) worden blootgelegd?
Voor deze betekenisafbakening bestaan geen bruikbare criteria en het wekt dan ook geen verwondering dat de geraadpleegde woordenboeken, niet alleen de Nederlandse maar ook de Engelse, Franse en Duitse, voor het al dan niet vermelden van dit type verbindingen nergens duidelijke, wetenschappelijk onderbouwde uitgangspunten formuleren.

Bij de samenstelling van dit woordenboek hebben voor de keuze van de betekenisvelden de volgende overwegingen een rol gespeeld.
– Als bij een substantief een vast werkwoord frequent gebruikt wordt, is er reden het betekenisveld waarnaar dat frequente werkwoord verwijst, te ontsluiten.
– Hoe groter het aantal verschillende werkwoorden is dat naar hetzelfdebetekenisveld verwijst, hoe meer reden er is dat veld bloot te leggen.
– Gekeken is ook naar het praktisch nut van een betekenisveld voor de gebruiker.  Is dat nut groot dan werd het toegankelijk gemaakt. Anders niet.

Ook hier geldt dat subjectiviteit onvermijdelijk was.
Het probleem van deze en van de reeds eerder genoemde subjectiviteit zou veel kleiner zijn als er frequentielijsten bestonden van de combinatie substantief + verbum bij niet-idiomatisch gebruik. Maar deze ontbreken.
De derde moeilijkheid die overwonnen moest worden was het antwoord op de vraag: Waar of hoe kan men de beoogde vaste verbinding vinden?
Daarover gaat het volgende punt.

5 Herkomst substantieven en vaste verbindingen
herkomst substantieven
De substantieven (lemma´s) van dit woordenboek, ongeveer 2800, zijn hoofdzakelijk afkomstig uit Van Dale Basiswoordenboek Nederlands (2009).
Ze zijn geselecteerd op basis van frequentie en van de mogelijkheid om niet-idiomatische verbindingen aan te gaan met verba. Deze twee criteria lopen niet noodzakelijkerwijs parallel. Een substantief kan zeer frequent zijn, maar weinig of geen vaste verba hebben. ´Maandag´ is daarvan een voorbeeld. Familienamen (´broer´, zus´) ook.

Herkomst vaste verbindingen
Zoals hierboven onder ´uitgangspunten´ is gezegd, bestaat er voor het Nederlands geen boek van vaste verbindingen (substantieven + verba). Er bestaan ook geen digitale overzichten die exclusief gericht zijn op het aanbieden van niet-idiomatische verbindingen tussen substantieven en verba. Ze moesten dus gezocht worden.

Gezocht is in de eerste plaats in een aantal gangbare Nederlandse woordenboeken (in papieren of elektronische vorm): Abeling (1989), Koenen en Drewes (1986), Verschuren (1991), Van Dale Groot woordenboek hedendaags Nederlands (1984, 2002) en vooral Van Dale Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal (2005).

In het laatstgenoemd woordenboek is niet alleen nagegaan welke vaste verba daar worden vermeld bij de 2800 substantieven van dit Combinatiewoordenboek. Ook het omgekeerde is gedaan. Bij alle verba in de grote Van Dale, 17.931 in totaal, is gekeken welke daarvan in aanmerking komen voor koppeling aan een van de  substantieven van dit woordenboek. Dit is gedaan omdat vermelding van een verbum bij een substantief geenszins betekent dat men bij dat verbum hetzelfde substantief terugvindt.

Van Dale geeft bij ´fundament´ niet blootleggen, maar bij blootleggen wel ´fundament´.
Bij ´vliegtuig´ staat geen enkel vast verbum, maar bij opstijgen, dalen, een landing maken, uitwijken, klimmen naar, scheren over, charteren of kapen staat wel ´vliegtuig´.

Gezocht is natuurlijk ook in computerbestanden, met name in de tekstcorpora van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie te Leiden. In deze corpora kan men zoeken op combinaties van woordsoorten, dus ook op de verbindbaarheid van substantieven en verba. Daarbij stuit men echter op velerlei obstakels waarvan het grootste is dat men idiomatische combinaties niet kan afsplitsen van niet-idiomatische. En alleen deze laatste komen voor opname in dit woordenboek in aanmerking.

Geraadpleegd zijn ook twee websites, een van de Rijksuniversiteit Groningen, ´verwante woorden´ genaamd en een van de Universität Leipzig, ´Wordschatz´ geheten en ook aan deze websites kleeft het nadeel dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen idiomatische en niet-idiomatische verbindingen. `Wordschatz´ maakt het zoeken naar de combinatie substantief + werkwoord nog extra moeilijk doordat alle woordsoorten door elkaar gepresenteerd worden.
De sites zijn derhalve voor het vinden van vaste combinaties substantief-verbum zeer bewerkelijk maar bieden ten opzichte van de bovengenoemde woordenboeken en computerbestanden niettemin veel extra´s.

De gevonden combinaties werden zoveel mogelijk onderling vergeleken. Dit betekent dat de verba die gevonden waren bij substantief a, vergeleken werden met de verba bij het min of meer verwante substantief b (c enz.) en/of met substantieven die geplaatst konden worden in hetzelfde semantische veld. Zo werden de verba gevonden bij kans, risico, gelegenheid, gevaar en mogelijkheid met elkaar vergeleken en als daar reden voor was, van elkaar overgenomen. Hetzelfde gebeurde bij kachel, brand, vuur, radiator of bij stoel, bank, tafel en troon. Deze kruisbestuiving bleek een nuttige aanvulling op andere vindplaatsen van vaste verbindingen.
Een niet onaanzienlijk deel van de verbindingen, tenslotte, is tot stand gekomen door associatie of door mij af te vragen: Welke verba bewegen zich ´in een kring´ rond het geselecteerde substantief of wat zijn de verschillende stadia die het substantief doorloopt (ontstaan, beginnen, aanwezig zijn, groter worden, kleiner worden, eindigen, verdwijnen enz.). Voor deze benadering heeft Mel´cuk (zie literatuur) een uitgebreid schema ontworpen.
Een systematische toepassing daarvan op de lemma´s van dit woordenboek bleek onmogelijk te zijn.

Voor het zoeken naar synonieme werkwoorden is geraadpleegd Van Dale Groot woordenboek van Synoniemen (1991), de geactualiseerde uitgave daarvan (Van Dale Groot Synoniemen woordenboek, 2007) en verder synoniemenoverzichten op internet, met name Synoniemen.net.

De combinaties in dit woordenboek vinden niet hun oorsprong in één omvangrijk corpus dat volgens strakke criteria geanalyseerd is op niet-idiomatische vaste verbindingen. De bronnen zijn divers en bij de selectie was subjectiviteit niet te vermijden. Het boek zal daarom ongetwijfeld lacunes vertonen. Niettemin biedt het bij de 2800 geselecteerde substantieven een zeer uitgebreide collectie werkwoorden die ver uitgaat boven wat er momenteel in de Nederlandse lexicologie op dit gebied voorhanden is.

6 De presentatievorm
Substantief + verbum
Het gewone stramien van dit woordenboek is: substantief + verbum + voorbeeldzin. Voorbeeld:
tak, de
– groeit
De takken van deze jonge boom zijn in korte tijd enorm gegroeid.
– ondersteunen/- stutten
De takken die doorbogen moesten ondersteund|gestut worden.

Substantieven met veel verba
Het substantief dat bij een verbum hoort kan subject of object zijn of in voorzetselbepaling staan. Als er bij hetzelfde substantief veel verba staan wordt, voor de duidelijkheid, het substantief eerst behandeld in een subjectpositie en daarna in een objectpositie of in een voorzetselbepaling.  Bij weinig verba blijft deze splitsing achterwege.

Voorbeeld van splitsing:
motivatie, de
1 ´motivatie´ is subject
– verdwijnt
Als leerlingen iets moeten doen waarvan ze het nut niet inzien, verdwijnt al gauw de motivatie.
2 ´motivatie´ is object of staat in een voorzetselbepaling
– hebben/beschikken over –
Als je als sportman of sportvrouw de top wilt bereiken, moet je een sterke motivatie hebben/moet je over een sterke motivatie beschikken.
 
De voorbeeldzin
Ik had in dit woordenboek kunnen volstaan met alleen een opsomming van substantieven en verba. Ik heb er echter voor gekozen alle combinaties aan te bieden in een voorbeeldzin.

Zoals hierboven al is uiteengezet krijgt men met een voorbeeldzin een duidelijker beeld van het lemma, van het daaraan gekoppelde verbum  en van de combinatie in zijn geheel.
Bovendien kan met een voorbeeldzin dubbelzinnigheid worden voorkomen. Zonder context geeft ´baan´ + ´bedanken voor´ geen antwoord op de vraag of met ´bedanken voor´ dankbaarheid of afwijzing wordt bedoeld;  ´een gebaar maken´ laat, zonder context, onzekerheid bestaan over abstract of concreet gebruik; en zonder context kan ´de kerk verlaten´ duiden op een gebouw of op het lidmaatschap van een kerkgenootschap.
Voorbeeldzinnen maken aan deze dubbelzinnigheid een einde.

De voorbeeldzinnen zijn speciaal voor dit woordenboek geschreven.
Voor de feitelijke informatie die in de voorbeeldzinnen is verwerkt, zijn naslagwerken geraadpleegd, de meeste in elektronische vorm.

Volgorde verba
Bijna ieder substantief gaat gepaard met meer dan een verbum. Er is naar gestreefd deze verba zoveel mogelijk te presenteren in een logische samenhang.

Voorbeeld:
geboorte, de
– aankondigen
– regelen
– beperken/- afremmen
– stimuleren
– bespoedigen
– opwekken
– verrichten
– vindt plaats/- heeft plaats
bij – aanwezig zijn/- bijwonen
– aangeven/aangifte doen van –
– meedelen/kennis geven van -/in kennis stellen van –

Als er bij deze logische samenhang verba horen die qua inhoud aan elkaar tegengesteld zijn, worden deze verba meteen na elkaar gepresenteerd. Hierboven komt dus na ´beperken/afremmen´: ´stimuleren´.

Verba die niet geplaatst kunnen worden in een logische samenhang, komen na de verba waarvoor een logische samenhang wel mogelijk is.

Synonieme substantieven
Substantieven die dezelfde betekenis hebben, hebben ook vaak dezelfde vaste verba. Om die reden worden synonieme substantieven zoveel mogelijk samen gepresenteerd.

Voorbeeld:
petitie, de
Onderstaande verba kunnen ook gecombineerd worden met:
verzoekschrift, het
– opstellen ( )
– ondertekenen/- tekenen ( )

In de voorbeeldzin wordt in zo´n geval altijd het lemma (hier ´petitie´) gebruikt, niet het synoniem (hier ´verzoekschrift´).

Het synonieme substantief wordt apart in het woordenboek opgenomen, met verwijzing naar het substantief waar het behandeld wordt. Bij ´verzoekschrift´ staat dus: zie ´petitie´.

Het is mogelijk dat bij synonieme substantieven niet alle verba parallel lopen. In dat geval komt achter het afwijkende verbum de vermelding ´niet met … ´.
Voorbeeld:
reis, de
Tenzij anders vermeld, kunnen onderstaande verba ook gecombineerd worden met:
excursie, de
uitstapje, het
op – gaan (niet met ´uitstapje´)

Dit betekent dus dat ´op reis gaan´ en ´op excursie gaan´ gebruikelijke combinaties zijn maar ´op uitstapje gaan´ niet.

Daarnaast is het ook mogelijk dat het synonieme substantief een of meer vaste verba heeft die exclusief zijn voor het synonieme substantief en niet gecombineerd kunnen worden met het lemma. In dat geval krijgt het synonieme substantief het teken * en worden na de volledige behandeling van het lemma, deze exclusieve verba apart behandeld.

Voorbeeld:
pret, de
Tenzij anders vermeld, kunnen onderstaande verba ook gecombineerd worden met:
lol, de*
– gunnen
– geven/- verschaffen (form.)
enz.

Alleen met:
lol, de
– trappen/- schoppen
Dit betekent dus dat ´gunnen´, ´geven´ en ´verschaffen´ gecombineerd kunnen worden met ´pret´ en ´lol´, maar ´trappen´ en ´schoppen´ alleen met ´lol´.

Groepsgewijze behandeling
Het zou erg veel ruimte kosten, wanneer substantieven die tot eenzelfde groep behoren, bijvoorbeeld tot de groep ´fruit´, allemaal afzonderlijk behandeld zouden worden.
Daarom zijn ´appel´, ´banaan´, ´druif´ enzovoort ondergebracht in de groep ´fruit´; ´hond´, ´kameel´ enzovoort in de groep ´zoogdieren´; ´moord´, ´afpersing´ in de groep ´criminaliteit´.
De groepen worden behandeld als lemma. Ze volgen dus de alfabetische volgorde van dit woordenboek: ´fruit´ bij de f, ´zoogdieren´ bij de z, ´criminaliteit´ bij de c.
De afzonderlijke substantieven van een groep worden in de alfabetische volgorde van dit woordenboek opgenomen met verwijzing naar de groep: ´appel´: zie ´fruit´; ´jas´: zie ´kleding´; ´diefstal´: zie ´criminaliteit´.

De presentatie van vaste verbindingen in de groepen is niet uniform maar hangt af van het onderwerp.

Bij de behandeling van groepen staat voorop inzicht geven in de combinatiemogelijkheden, niet de encyclopedische informatie.

In dit woordenboek staan de volgende groepen:
criminaliteit
drank
drinkgerei
fruit
groente
hoofddeksels
insecten
kleding
kunstenaars
motorvoertuigen
openbaar vervoer
planten
podiumkunsten
projectielen
reptielen en amfibieën
schaaldieren
schoeisel
sieraden
vat (om iets in te doen)
vissen
vogels
wapens
zoogdieren

Labels en toelichtingen
Zowel bij substantieven als bij verba worden soms labels of toelichtingen geplaatst om het gebruik of de betekenis te verduidelijken.

Voorbeelden:
schok, de = fysieke schok
rapport, het = cijferlijst
debat beginnen/entameren (form.)
deur gaat open/vliegt open (met veel snelheid)
een leger verslaan/in de pan hakken (volledig, inform.)
een masker opbrengen (bij gelaatsverzorging)

Een label geldt alleen voor het verbum waar het onmiddellijk achter staat.

Voorbeeld:
debat beginnen/entameren (form.)

Het label ´form.´ geldt alleen voor ´entameren´, niet voor ´beginnen´.

Afkortingen en tekens
form. – formeel: het verbum wordt gebruikt in formeel, officieel taalgebruik
inform. – informeel: het verbum wordt gebruikt in familiair, populair taalgebruik
lit. – literair: het verbum wordt gebruikt in literair taalgebruik
mv. – meervoud: pluralis
pop. – populair
techn. – technisch (vaktaal)

het teken – bij een verbum:
onderzoek, het
gelasten

Op de plaats van het ,  moet het substantief gelezen worden (onderzoek gelasten). Het  geeft geen informatie over het gebruik van het lidwoord.

het teken ( ) in een vaste verbinding:
oog, het
bruine ( ) –  hebben

In de vaste verbinding kan het woord dat gevolgd wordt door ( ) vervangen worden door een ander soortgelijk woord: blauwe/groene ogen hebben.

het teken ( ) in een voorbeeldzin:

Het IOC had de organisatie van de Olympische Spelen in 2000 toevertrouwd aan de stad Sydney/had de organisatie van ( ) in handen gegeven van de stad Sydney.
Op de plaats van ( ) moet het corresponderende deel uit de eerste zin worden gelezen: had de organisatie van ´de Olympische spelen´ in handen gegeven van de stad Sydney.

het teken * achter een substantief
propaganda, de

Tenzij anders vermeld, kunnen onderstaande verba ook gecombineerd worden met:
reclame, de*
Het teken * geeft aan dat ´reclame´, naast de verba die dit woord gemeenschappelijk heeft met ´propaganda´, een of meer verba heeft die exclusief zijn voor ´reclame´ en dat daarom, na de behandeling van ´propaganda´, ´reclame´ nogmaals wordt vermeld, met de daarbij behorende exclusieve verba (in de reclame doen, in de reclame zijn).

7 Literatuur
Barfield, Andy and Henrik Gyllstad (eds.) (2009). Researching Collocations in Another Language. Basingstoke: Palgrave Macmillan.
Benson, Morton, Evelyn Morton, Robert Ilson (1986, herziene versie 1997, 3eherziene en uitgebreide versie door Robert Ilson 2010). The BBI Combinatory Dictionary of English. Amsterdam/Philadelphia: John Benjamins Publishing Company.
Boon, drs. Ton den en prof. dr. Dirk Geeraerts (2005). Van Dale Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal. Utrecht/Antwerpen: Van Dale Lexicografie.
Binon, Jean e.a. (2000). Dictionnaire d´apprentissage du français des affaires. Paris: Didier.
Cheon, Mi-Ae (1998). Zur Konzeption einer phraseologischen Wörterbuch für den Fremdlehrer. Tübingen: Max Niemeyer.
Collins Cobuild (1995a). English Dictionary for Advanced Learners. London: Harper Collins.
Collins Cobuild (1995b). English Collocations on cd-rom. London: Harper Collins.
Crowter, J., S. Dignen and D. Lea (eds.) (2000). Oxford Collocations Dictionary for Students of English. Oxford: Oxford University Press.
Granger, Sylviane and Fanny Meunier (eds.) (2008). Phraseology. An interdisciplinary perspective. Amsterdam/Philadelphia: John Benjamins Publishing Company.
Hausmann, F. (1979a). Un dictionnaire des collocations est-il possible? In: Travaux de linguistique et de littérature, 17, 187-195.
Hausmann, F. (1985b). Kollokationen in Deutschen Wörterbuch. Ein Beitrag zur Theorie des Lexikographischen Beispiels. In: Lexicographie und Grammatik. Tübingen: Max Niemeyer, 118-129.
Hill, Jimmie and Michael Lewis (1997). LTP Dictionary of Selected Collocations. Hove: Language Teaching Publications.
Horst, Joop van der (2013). Taal op drift. Lange-termijnontwikkelingen in taal en samenleving. Amsterdam: J.M. Meulenhoff.
Howarth, P.A. (1996). Phraseology in English Academic Writing. Some implications for language learning and dictionary making. Tübingen: Max Niemeyer.
Lo Cascio, Vincenzo e.a. (2012). Dizionario combinatorio compatto Italiano. Amsterdam/Philadelphia: John Benjamins Publishing Company.
Meer, Geart van der (1989). Het actieve vertaalwoordenboek en collocaties. In:Trefwoord. Jaarboek Lexicografie 1997-1998. Den Haag/Antwerpen: Sdu/Standaard, 134-142.
Mel´cuk, I.A. e.a. (1984). Dictionnaire explicatif et combinatoire du français contemporain. Montréal: Presses Universitaires de l´Université de Montréal.
Moon, Rosamund (1998). Fixed Expressions and Idioms in English. A Corpus-based approach. Oxford: Clarendom Press.
Quasthoff, Uwe (2011), Wörterbuch der Kollokationen im Deutsch. Berlin: Walter de Gruyter.
Sommerfelt, Karl-Ernst und Herbert Schreiber (1993). Wörterbuch zur Valenz und Distribution der Substantive. Tübingen: Max Niemeyer.
Sterkenburg, P.G.J. van (1991). Naar een basisfraseologie voor niet-moedertaalsprekers. In: Forum der Letteren, 32, 1, 36-45.
Verstraten, Linda P. (1992). Vaste verbindingen. Een lexicologische studie vanuit cognitief-semantisch perspectief naar fraseologismen in het Nederlands. Utrecht: Led.

image_pdfimage_print
Bookmark and Share

Comments

Leave a Reply





What is 11 + 19 ?
Please leave these two fields as-is:
IMPORTANT! To be able to proceed, you need to solve the following simple math (so we know that you are a human) :-)



Ads by Google

  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Recent Rozenberg Publishers Articles

  • Rozenberg Quarterly Categories