Ach was ik maar een vis in een fles raki – Drank in de moderne Turkse maatschappij gereflecteerd in de gedichten van Orhan Veli.

No comments yet

BruijnVeliIn de ogen van veel Nederlanders zijn Turken vooral ook moslims, en dus mensen voor wie het nuttigen van alcohol een omstreden zaak is, of in elk geval zou moeten zijn. In dat verband is het dan misschien ook verbazend om te horen dat de beroemde 20e eeuwse Turkse dichter Orhan Veli (1914-1950) algemeen bekend staat als dronkaard. Dat roept vragen op. Hoorde dronkenschap speciaal bij het kunstenaarsmilieu of was het wijder verbreid? Is Orhan Veli’s reputatie op dit gebied gebaseerd op verhalen over zijn levenswandel of heeft die te maken met de drank en dronkenschap die in zijn poëzie zo indringend worden bezongen?

Drank in de Turkse maatschappij
Hoewel drankgebruik slechts in een klein deel van Orhan Veli’s gedichten voorkomt, is het geschetste beeld herkenbaar. Drankgebruik is in de twintigste-eeuwse Turkse maatschappij onlosmakelijk verbonden met het kunstenaarsmilieu en het daarbij horende, politiek links georiënteerde concept van de bohémien. Dit betekent echter niet dat anderen, van boeren en arbeiders tot politici, geen slokje rakı lustten. Een aardige beschrijving van drankgebruik in verschillende lagen van de Turkse maatschappij vindt men in de biografie van Ayşe Kulin over het leven van Füreya Koral (1910-1997), een tijdgenote van Orhan Veli.
Drank is zeker niet het hoofdthema in Füreya’s biografie. Drankgebruik wordt terloops genoemd, het hoort erbij. Füreya Koral was de kleindochter van een Osmaanse Paşa (Şakir Paşa). De familie trok zich eind 19e eeuw tijdig terug uit de Osmaanse politiek en de generatie van Füreya’s moeder, ooms en tantes verzeilden in kunstenaarsmilieus. Füreya’s eerste echtgenoot was een grootgrondbezitter uit Bursa die haar onder invloed van de drank mishandelde. Later trouwde ze met de rechterhand van Atatürk (1881-1938), stichter van de Turkse Republiek. Ook in die kringen werd stevig gedronken, echter alleen door mannen. Füreya ontwikkelde zich tot keramiste en nadat ook haar tweede huwelijk was gestrand, werd haar appartement het ontmoetingspunt voor de linkse intellectuele kunstenaarsscène van Istanbul: “Het was veranderd in een ‘tehuis’ waar binnen de driehoek eten-rakı-gesprekken kunst werd gemaakt”[i]
Opvallend is dat de drankscènes met de eerste echtgenoot en die in de laatste fase van haar leven explicieter beschreven worden dan het drankgebruik in de kringen rond Atatürk. Ayşe Kulin verzwijgt niet dat Atatürk aan levercirrhose overlijdt, maar ze is terughoudend over de bacchanalen waar Füreya ongetwijfeld bij aanwezig is geweest. Dat ligt kennelijk nog te gevoelig: Atatürk mag zich dan wel uitdrukkelijk geprofileerd hebben als een seculiere hervormer, maar voor de vele vrome moslims die Turkije ook herbergt moet zijn drankmisbruik toch maar niet teveel benadrukt worden.

Orhan Veli
De mores in het kunstenaarsmilieu waarin Orhan Veli verkeerde verschilden wat drankgebruik betreft niet erg van die van Füreya’s kringen. Orhan Veli (Kanık), geboren in 1914, is slechts 36 jaar oud geworden, en zijn voortijdig overlijden wordt algemeen in verband gebracht met zijn drankgebruik. Afkomstig uit een artistiek gezin – zijn vader was dirigent van het presidentiële symfonieorkest – genoot hij een liberale opvoeding. Na het lyceum studeerde hij filosofie en letterkunde maar voltooien deed hij zijn studie niet. Orhan Veli was ambtenaar bij de post en werkte als vertaler, maar dit hield hij nog geen twee jaar vol. Levend als een bohémien wijdde hij zich aan de literatuur. Hij richtte een literair tijdschrift op dat na zijn dood is opgeheven. Zijn oeuvre is vanwege zijn vroegtijdige dood beperkt van omvang, maar het heeft er niettemin toe geleid dat het klassieke Osmaanse rijmsysteem definitief zijn positie verloor. Hoewel Orhan Veli niet de eerste was die vrije verzen in de Turkse poëzie gebruikte – de belangrijke 20e eeuwse Turkse dichter Nazim Hikmet (1902/3- 1963) was hem voor – waren hij en de groep dichters om hem heen (verenigd in de groep Garip (Vreemd)), wel de eersten die vrije verzen algemeen geaccepteerd kregen. Per slot van rekening zat Nazım Hikmet in die jaren in de gevangenis wegens zijn communistische overtuiging.

Naast Orhan Veli maakten Oktay Rifat (Horozcu; 1914-1988) en Melih Cevdet (Anday; 1915-2002) deel uit van Garip. Tijdens hun laatste jaren op de middelbare school in Ankara raakten zij met elkaar bevriend en schreven zij in de schoolkrant. De jaren daarop gingen zij op zoek naar idealistische en bevlogen ideeën voor moderne Turkse poëzie. Alle drie publiceerden ze in toonaangevende literaire tijdschriften. In 1941 besloten zij gezamenlijk een dichtbundel uit te geven. Orhan Veli was hierbij de stuwende kracht. Deze bundel bevatte naast gedichten een manifest met hun poëtica van de nieuwe Turkse dichtkunst. De poëzie van Garip is simpel, bewust ontdaan van alle opsmuk en strakke dichtregels die de Osmaanse (en traditionele westerse poëzie) kenmerken. Deze drie dichters, die zo bewust zochten naar nihilistische poëzie, hadden geen behoefte om school te maken. Dit zou hun creativiteit te veel belemmeren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ze hun eigen weg gegaan zijn. Oktay Rifat legde zich later toe op moeilijk te duiden poëzie vol persoonlijke associaties en gevoelens. Melih Cevdet keerde terug naar traditionele dichtvormen. Ook schreef hij (absurdistische) toneelstukken en romans.

Op 10 november 1950 viel Orhan Veli in Ankara, na een avond met veel ‘rakı’, op weg naar huis in een gat. Arbeiders hadden het gegraven bij werkzaamheden aan het riool. Ogenschijnlijk had de dichter zich alleen aan zijn been bezeerd. Maar al snel voelde hij zich duizelig. Twee dagen na het ongeval bezocht hij in Istanbul een vriend en daar werd hij plotseling onwel. Hij werd in een ziekenhuis opgenomen waar een hersenbloeding werd geconstateerd. Op 14 november 1950 overleed hij. Dit incident heeft Orhan Veli de reputatie bezorgd van een dichter die met de drank wel raad wist.
Wat is er van al die drank in zijn poëzie terug te vinden?

Zijn poëzie
Orhan Veli heeft in totaal achtenzeventig gedichten geschreven. Voor een deel zijn ze postuum gepubliceerd. Al een half jaar na zijn dood verscheen zijn verzameld werk. In veertien gedichten speelt de drank een rol. Drank is in Orhan Veli’s poëzie met verschillende motieven in verband te brengen. In sommige gedichten roept dronkenschap gevoelens van weemoed en droefheid op, soms heel openlijk verwoord zoals in het gedicht:

Ik word er droef van
Als ik een brief krijg word ik droef;
Als ik rakı drink word ik droef;
Als ik op stap ga word ik droef.
Waar dit toe leidt weet ik niet.
Als ik het lied “Mijn Kazım” zing,
In Üsküdar;
Word ik droef.

Een aantal keren staat drank in verband met het gevoel van eenzaamheid en heimwee. Hier volgt een citaat uit Liederen onderweg:

“Het is avond geworden en weer werd het donker.”
Ik zat op jouw rug,
En dacht aan vervlogen dagen.
Ik zat in militaire dienst, in het dorp Adilhan;
Precies zo’n avond was het;
Ik verlangde weer naar Istanbul,
Ik zat na te denken:
“Als dit nu niet de Koru bergen waren,
Dit dorp niet Adilhan;
Deze molen niet die van Ferhat ağa,
En dit liedje niet droevig:
Ik niet hongerig en dorstig,
En niet alleen in den vreemde,
Als de kade nou dichterbij kwam,
De zon eens onder zou gaan,
Dan zou ik naar een eettentje gaan
En mij vanavond daar bedrinken;
Laat de reizigers van die
Bosporusboot uitstappen;
Dit is het mooiste tijdstip van de dag in Eyüp.”

In het gedicht Kroeg hebben de droefheid en weemoed te maken met liefdesverdriet:

Kroeg
Nu ik toch niet meer van d’r houd,
Waarom zou ik dan nog iedere avond
Langs de kroeg lopen
Waar ik denkend aan haar zat te drinken?

(Vertaling Sytske Sötemann)[ii]

In andere gedichten is drank en dronkenschap onlosmakelijk verbonden met het leven als bohémien en kunstenaar:

Gedicht met een podium
De drinkbekers komen en gaan,
Allerlei soorten hapjes;
Een van mijn liefjes zingt op het podium;
De andere zit naast me;
Ze drinkt, de ander is jaloers.
Wees niet jaloers, mijn lief, niet jaloers;
Dit is jouw plaats,
Die de hare.

Een enkele keer is er sprake is van regelrechte dronkemanspoëzie:

Mijn linker hand
Ik ben dronken en
Ik moet ineens aan je denken;
Mijn linkerhand,
Mijn vreemde hand,
Mijn arme hand.

Soms wordt drank terloops genoemd en dient het drinken om mensen aan de zelfkant van de samenleving aan te duiden:

Sabri de Monteur
Met Sabri de monteur praat ik
Altijd ‘s avonds laat
En altijd op straat
En altijd dronken
Hij zegt elke keer
‘Ik had allang thuis moeten zijn’
En elke keer draagt hij
Twee broden onder zijn arm

(Vertaling: Erik Jan Zürcher)[iii]

De klassieke Turkse poëzie, die vanaf de 14e eeuw tot het begin van de 20e eeuw bloeide, kende vaste patronen. Vorm en beeldspraak waren veelal ontleend aan de Perzische en (in mindere mate) de Arabische poëzie. Belangrijk was in die poëzie het beeld van het drinkgelag waarin de dichter zich bedronk uit verdriet om zijn onbeantwoorde liefde. Deze liefde was een metafoor voor de liefde van de mens voor God: de mens moet steeds streven naar eenwording met God. Deze eenwording vindt altijd plaats in een roes. Meer hierover is te lezen in het artikel van A.A. Seyed-Gohrab in deze bundel. In Piramide, een van de vroege gedichten van Orhan Veli, wordt terloops naar deze poëzie verwezen: “de lip die de wijnbeker aanraakt terwijl deze je vult met drank”. (3e strofe) In het gedicht Iets als een drankroes verbindt Orhan Veli de roes van de alcohol met het klassieke beeld van het treuren om de geliefde, maar taal en vorm wijken sterk af van de klassieke poëzie. Via deze parodie distantieert hij zich van de klassieke poëzie:

Iets als een drankroes
Er hangt iets van een roes in de lucht
Beroerd maakt het je, beroerd.…
En dan nog eens je behoefte aan nabijheid;
Je geliefde ginds,
Jij ergens anders;
Zorgen krijgt een mens ervan, kopzorgen.

Er hangt iets van een roes in de lucht,
Dronken maakt het je, dronken.
(naar de vertaling van Hamide Doğan)[iv]

Aan het eind van zijn leven vergelijkt Orhan Veli de roes van dronkenschap met het aandachtig bekijken van een schilderij:

Golf

I
Om mijzelf gelukkig te wanen
Heb ik geen behoefte aan pen of papier;
Mijn sigaret tussen mijn vingers,
Duik ik diep in het blauw
Van het schilderij dat voor me hangt.

Ik duik erin, de zee trekt;
De zee trekt, de wereld houdt vast.
Heeft het iets weg van alcohol,
Er is iets in de lucht dat
Een mens gek maakt, of dronken?

Ik weet het, het is een leugen, één grote leugen;
Dat ik het geronk ben of de boot, is een leugen
De koelte van het water tegen mijn ribben,
De wind die huilt in de schoten
Het geraas van de motor dat wekenlang doorgaat,
Alles is een leugen.

Maar toch,
Kan ik weer mooie dagen doorbrengen;
In dit blauw,
Niet anders dan de meloenschil die in het water drijft,
Dan de weerspiegeling van de boom in de lucht,
Dan de warme damp die elke ochtend de pruimen beslaat,
Dan de damp, de mist, het licht, de geur…

II
Pen noch papier voldoet
Om mijzelf gelukkig te wanen.
Dit is allemaal geklets… allemaal.
Ik ben geen boot, noch een romp.
Ik moet ergens zijn,
Op zo’n plek, waar ik
Niet ben als een meloenschil,
Noch als licht, mist, of damp…
Maar als mens.

(1949)
(Vertaling Sytske Sötemann)[v]

Met het gedicht Ik koop tweedehandsjes bekritiseert Orhan Veli de poëzie van de dichters van de generatie vóór hem, die nog vast hielden aan klassieke vormen en beelden:

Ik koop tweedehandsjes
Ik koop tweedehandsjes
Ik koop ze en maak er sterren van
Muziek is voedsel voor de geest
Ik ben dol op muziek

Ik schrijf gedichten.
Ik schrijf gedichten en koop
Tweedehandsjes
De tweedehandsjes doe ik van de hand en ik koop muziek
Ach was ik maar een vis in een fles ‘rakı’

Orhan Veli steekt met dit gedicht de draak met oude poëzie, door de beelden uit deze traditie te banaliseren. In een interview met de dichter Sait Faik (Abasiyanık) (1906-1954), minstens zo’n drankorgel als hijzelf, vertelt Orhan Veli dat hij dit gedicht geschreven heeft met een gewone man voor ogen. Diens behoeftes: kleren, eten, drinken…. Muziek en rakı.[vi]

Als voorbeeld van een dichter die nog in de klassieke traditie staat, neemt Orhan Veli hier Ahmet Haşim (1885-1933). Een van de meest gebruikte beelden in diens poëzie is dat van de maan (ay). Er is een Turks spreekwoord dat luidt: “Eski aylar ne yaparlar? Yıldız yaparlar” (Wat maken de oude manen? Zij maken sterren). Hieraan refereert Orhan Veli in de eerste twee regels van Ik koop tweedehandsjes. Hij maakt dit in de klassieke poëzie veel gebruikte beeld tot iets banaals.
Muziek, in de zin van muzikaliteit van het metrum en het rijm, was een onlosmakelijk element van de klassieke poëzie. De groep dichters rond Orhan Veli keerden zich juist tegen de rigiditeit van voorgeschreven metrum en rijm. Volgens hen moesten muziek, muzikaliteit en poëzie niet met elkaar vermengd worden (zie o.a. in voorwoord van de bundel Garip, wat als manifest van deze groep beschouwd kan worden). Wat Orhan Veli in Ik koop tweedehandsjes aanhaalt over muziek zijn clichés, zoals “Muziek is voedsel voor de geest”. Hij gebruikt ze ironisch. In het tweede couplet wil hij zijn eigen bohémien-zijn benadrukken. Hij stelt dat poëzie niet als iets elitairs gezien moet worden. De laatste regel: “Bir de rakı şişesinde balık olsam” (En was ik maar een vis in een fles rakı) is een verwijzing naar de beroemde laatste regel van dit gedicht van Ahmet Haşim[vii]:

Wens aan het einde van een dag
Om de kringen van mijn moede ogen
Schijnt de morgenstond als rozen
Als rozen… enorm grote rozen,
Rozen nog klagender dan het riet,
Jammer genoeg brak de dag hierna aan!

Van gouden torens verkondigen vogels
De terugkeer van het leven
Vogels, zijn zij het die elke avond
Wegtrekken van onze wereld?….

Avond, weer avond, weer avond
Een gouden band als ik in het water kijk;
Avond, weer avond, weer avond,
Was ik dan maar een riet bij het meer.

Op zijn beurt verwijst Ahmet Haşim hiermee weer naar de beroemde openingsregel van de Mesnevi-i Mânevi (De morele Mesnevi) van de 13e eeuwse Perzische dichter Mevlana Celal-eddin Rumi, stichter van de Mevlevi derwisj-orde in Konya (Centraal Anatolie):

Luister naar het fluisteren van het riet,
Hoor hoe het weeklaagt over de scheiding.

(Vertaling A.J. Arberry, Nederlands Aleid C. Swierenga en Sipko A. den Boer)[viii]

NOTEN
[i] Kulin, Ayşe, Füreya, Istanbul, Remzi Kitapevi, 1999, 264.
[ii] Sötemann, Sytske, “Tulp, Turkish poetry in Dutch”, te raadplegen op http://www.let.leidenuniv.nl/tcimo/tulp/poetry.htm, 9 januari 2005, 17.35 uur.
[iii] Zürcher, Erik Jan, Ik luister naar Istanbul, Zes moderne Turkse dichters, Amsterdam, Meulenhoff, 1988, 27.
[iv] Doğan, Hamide, “Tulp, Turkish poetry in Dutch”, te raadplegen op http://www.let.leidenuniv.nl/tcimo/tulp/poetry.htm, 9 januari 2005, 17.35 uur.
[v] Sötemann, Sytske, “Tulp, Turkish poetry in Dutch”, te raadplegen op http://www.let.leidenuniv.nl/tcimo/tulp/poetry.htm, 9 januari 2005, 17.35 uur.
[vi] (Abasiyanık )Sait Faik, “Rakı şişesinde balık olmak isteyen şaîr” (De dichter die een vis wil zijn in een fles met ‘rakı’), in Ercilasun, Bilge, Orhan Veli Kanık (Hayatı, Sanatı ve Eserlerinden Seçmeler)(Orhan Veli Kanık (Zijn leven, zijn kunst en een keuze uit zijn werken), Istanbul, Milli Eğitim Bakanlığı Yayınları, 1994, 215-216.
[vii] Met dank aan Drs. M.E. Yıldırım voor zijn commentaar.
[viii] Arberry, A.J., Honderd verhalen uit de Masnavi van Roemi, vertaald uit het Engels door Aleid C. Swierenga en Sipko A. den Boer, Katwijk aan Zee, Panta Rhei, 2001, 23.

LITERATUUR
Ercilasun, Bilge, Orhan Veli Kanık (Hayatı, Sanatı ve Eserlerinden Seçmeler)(Orhan Veli Kanık (Zijn leven, zijn kunst en een keuze uit zijn werken), Istanbul, Milli Eğitim Bakanlığı Yayınları, 1994.
(Kanık) Orhan Veli (Kanık), Bütün Şiirleri, Istanbul, Varlık Yayınları, januari 1951 (7e druk, 1959).
Kinross, Lord, Atatürk, The Rebirth of a Nation, Londen, Weidenfeld en Nicolson, 1990 (1e druk 1964).
Kulin, Ayşe, Füreya, Istanbul, Remzi Kitapevi, 1999.
Sötemann, Sytske en Doğan, Hamide, “Tulp, Turkish poetry in Dutch”, te raadplegen op http://www.let.leidenuniv.nl/tcimo/tulp/poetry.htm , 9 januari 2005, 20.34 uur.
Zürcher, Erik Jan, Ik luister naar Istanbul, Zes moderne Turkse dichters, Amsterdam, Meulenhoff, 1988.

image_pdfimage_print
Bookmark and Share

Comments

Leave a Reply





What is 16 + 11 ?
Please leave these two fields as-is:
IMPORTANT! To be able to proceed, you need to solve the following simple math (so we know that you are a human) :-)
  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Recent articles

  • Rozenberg Quarterly categories