David van Reybrouck – Revolusi. Indonesië en het ontstaan van de moderne wereld


David van Reybrouck. Ills. Joseph Sassoon Semah

In Nederland wordt een groot onderzoek gedaan naar het koloniale verleden*. Kolonialisme als oud zeer moet worden erkend, vindt ook David Van Reybrouck in zijn recent verschenen boek ‘Revolusi – Indonesië en het ontstaan van de moderne wereld’ waar hij vijf jaar intensief aan werkte. Het boek beslaat drie eeuwen, met veel aandacht voor de periode van de onafhankelijkheidsstrijd en dekolonisatie (1920-50).

Indonesië, het op drie na grootse land van de wereld, was het eerste dat na de Tweede Wereldoorlog, zijn onafhankelijkheid uitriep. Twee dagen na de Japanse capitulatie in augustus 1945 barstte een strijd los die meer was dan een conflict met de kolonisator Nederland. Op 17 augustus 1945 riep Soekarno de Onafhankelijkheid uit. Het was wereldgeschiedenis, het begin van de wereldwijde dekolonisatie. Pas in 1949 liet Nederland na veel strijd Indonesië gaan. Indonesië werd een voorbeeld voor andere koloniën, die in snel tempo ook onafhankelijk werden.

Tien jaar later organiseerde Soekarno, de eerste president van het land, de Asia-Afrika-conferentie van Bandung, het eerste mondiale congres zonder het Westen. Het werd een waterscheiding in de internationale politiek. In 1965 werd Soekarno afgezet en vervangen door de Soeharto. En kwam een einde aan de vrijheid in Indonesië. “Eigenlijk zijn we nooit onafhankelijk geworden’, concludeert Van Reybrouck.

In Revolusi verwerpt David Van Reybrouck het bekende nationale perspectief van de Indonesische vrijheidsstrijd. Bij de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd waren meer partijen dan Nederland en Indonesië betrokken: Japan speelde een belangrijke rol met de bezetting van Indonesië, Groot-Brittannië, dat troepen stuurde, en de Verenigde Staten.

Naast het verrichten van research in archieven, interviewde hij vele plaatselijke jongeren waarmee de revolutie begon (inmiddels 90-plussers) die de grondslag legden voor een nieuwe wereld, de allerlaatste getuigen, die hij vond in Indonesische rusthuizen, op het platteland en op verafgelegen eilanden. Om de internationale dimensie te begrijpen, trok hij tevens naar Japanse miljoensteden, Nepalese bergdorpjes en Nederlandse buitenwijken.

De grote politieke ontwikkelingen verweeft Van Reybrouck met de vaak heftige herinneringen van hen die erbij waren. Zoals bij de in Nederland als Bersiap-periode bekende tijd, toen de Nederlandse troepen in 1945 terugkeerden en een golf van geweld begon. In Indonesië hoorde het geweld bij de omwenteling van de orde.
Hij laat honderden stemmen horen, die eerder niet werden gehoord.
Zo ontmoette hij Djajeng Pratomo, die in een rusthuis in Callantsoog zijn laatste jaren doorbrengt. Hij werd geboren in 1914, het jaar dat het koloniale rijk werd voltooid en als Indonesiër betrokken bij het verzet tegen nazi-Duitsland.
Een ander geïnterviewde geeft inzicht in het leven in ballingschap in Boven-Digul, Nieuw-Guinea, ver weg van Java en Sumatra.  Deze onafhankelijkheidsstrijders werden onder vernederende omstandigheden geïnterneerd. ‘Nederland faciliteerde een soort Goelag voor ongewensten’, aldus Van Reybrouck.
Anderen getuigen over de verschrikkelijke honger en van Aziaten die in opdracht van Nederland met andere Aziaten moesten vechten. De oude mensen herinneren zich deze trauma’s nog steeds, hebben scherpe herinneringen aan deze periode.
In deze tastbare herinneringen schuilt zijn geschiedenis.

Het gaat over gewone mensen – in plaats van West-Europese mannen van een bepaalde leeftijd – die getuigen, en dat biedt een veelheid aan perspectieven en verhalen. Onderdrukkers en onderdrukten, Indonesische oud-strijders, bejaarde Gurkha’s, tot troostmeisjes.
Van Reybrouck schrijft de orale geschiedenissen op, zonder verwijten en dat maakt het des te indringender. Als er iemand verantwoordelijk is dan zijn dat de Nederlandse politieke leiders.

David Van Reybrouck hoopt dat het boek wordt gelezen, want licht werpen op de geschiedenis in de hoop dat ze erkend wordt, de pijn herkend wordt, kan een weg zijn naar genezing. En door deze pijn te herkennen biedt het boek hoop de hedendaagse problemen zoals het geweld dat we de planeet aan doen, op te lossen. Het boek functioneert als ‘achteruitkijkspiegel’.

Van Reybrouck:
‘Mijmeren tijdens het kabbelen: zelfs als we met het kolonialisme uit het verleden ooit helemaal in het reine zijn gekomen, hebben we nog steeds niets gedaan aan de dramatische manier waarop we nu de toekomst koloniseren. De mensheid neemt de komende eeuw in met dezelfde meedogenloosheid waarmee in vroeger tijden werelddelen werden toegeëigend. Kolonialisme is niet langer iets territoriaals maar temporeels; het ergste ligt misschien niet achter ons, maar vóór ons. Wij gedragen ons als de kolonisatoren van de toekomstige generaties, wij ontnemen hun hun vrijheid, hun gezondheid, misschien zelfs hun leven.’

Indonesië en het ontstaan van de moderne wereld. De Bezige Bij, Amsterdam, 2020. ISBN 9789403183404

David van Reybrouck (1971) is cultuurhistoricus, archeoloog en schrijver. Zijn grootse succes was Congo. Een geschiedenis. In zijn essays Pleidooi voor populisme (2008) en Tegen verkiezingen (2013) pleit Van Reybrouck voor nieuwe vormen van democratie.

* zie: https://www.ind45-50.org)

Zie ook: http://rozenbergquarterly.com/david-van-reybrouck-zink-2016-met-mohamed-el-bachiri-en-een-jihad-van-liefde-2017/

Bookmark and Share

Papiaments – Van taal, status en een Comité


In 2009 was het Bildts de spreektaal voor maar liefst 6000 mensen volgens een VPRO-uitzending in 2018.
Voor de Nederlandse overheid zesduizend redenen om de taal serieus te nemen. Daarom erkent en beschermt zij de taal zoals het Europees Handvest voor regionale talen en talen van minderheden vraagt.
Nederland heeft via Europese afspraken ook het Limburgs, Nedersaksisch, Jiddisch (Jiddisj) en Sinti-Romanes als regionale of non-territoriale taal erkend.

Het Papiaments heeft, net als het Fries, de status van officiële taal binnen het koninkrijk. Maar Het Comité van Experts van de Raad van Europa heeft de Nederlandse regering inzake het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden voor de tweede keer gemaand de positie van het Papiaments in Europees Nederland te verduidelijken.
Daar staat het Haagse hoofd niet naar. Op de vorige aanmaning wees de regering het Comité erop dat bijv. Bonaire geen deel uitmaakt van het Koninkrijk in Europa. Het mag dan wel een bijzondere gemeente van Nederland zijn, maar als je 8000 kilometer verderop gaat liggen, moet je natuurlijk niet denken dat je er echt bij hoort.

Het Comité is niet van gisteren en wijst Den Haag erop dat sinds de 18e eeuw het Papiaments ook in het ‘Continentaal-Europese deel van het Koninkrijk der Nederlanden’ wordt gesproken.
Ook in de 21e eeuw spreekt vermoedelijk een deel van de 161.265 Antillianen die in Europees Nederland wonen (cijfer 2019) thuis of onderling wel eens Papiaments.
Stel nu dat 4% van die 161.265 Papiaments gebruikt in het dagelijks leven, heb je het over 6450 mensen. Toch al een paar honderd meer dan die 6000 Bildtse babbelaars. Die ik overigens hun taal van harte gun.

Waarom Den Haag geen zin heeft om de positie van het Papiaments te verduidelijken, is een vraag.
Misschien zit in de vaststelling dat de bewoners van de eilanden al langer weten dat ze er niet echt bij horen, het antwoord op die vraag.

Het Fries had Kneppelfreed nodig om haar rechten op te eisen.
Als die dag komt voor het Papiaments, denk dan maar aan de woorden van Fedde Schurer op de gedenksteen van die vrijdag in november 1951:
Dy’t gjin krûpen learde giet,
Dy’t fan bûgjen frjemd bleau stiet

[Die geen kruipen leerde, gaat,
Die niet buigen wilde, staat]

Bookmark and Share

Thijs Brocades Zaalberg & Bart Luttikhuis ~ Extreem geweld tijdens dekolonisatieoorlogen in vergelijkend perspectief, 1945-1962


KITLV/Royal Netherlands Institute of Southeast Asian and Caribbean Studies
In het voorjaar van 2019 is door een groep van twaalf internationale en Nederlandse onderzoekers, onder leiding van Thijs Brocades Zaalberg (NDLA/Universiteit Leiden) en Bart Luttikhuis (KITLV/Universiteit Leiden), druk gewerkt aan een internationaal vergelijkend onderzoek naar dekolonisatieoorlogen.

In het historische tijdschrift BMGN-Low Countries Historical Review, worden de eerste resultaten van het project Dekolonisatieoorlogen vergelijken gepresenteerd – een artikel door Thijs Brocades Zaalberg en Bart Luttikhuis: Extreem geweld tijdens dekolonisatieoorlogen in vergelijkend perspectief, 1945-1962.

Abstract:
Het afgelopen decennium is in Nederland een verhit debat ontstaan over het extreme geweld dat militairen in Nederlandse dienst hebben gepleegd in Indonesië tussen 1945 en 1949. In Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zijn soortgelijke discussies ontstaan. Grondig vergelijkend onderzoek naar buitensporig geweld in Indonesië, Algerije, Indochina, Maleisië, Kenia en andere plaatsen tijdens dekolonisatieoorlogen is echter zelden verricht. Dit forum is gebaseerd op de eerste uitkomsten van een recent onderzoeksproject en een congres waarin de mogelijkheden voor gerichter vergelijkend onderzoek zijn verkend. De voorlopige resultaten die wij hier delen laten zien dat de gewapende conflicten weliswaar sterk van elkaar verschilden, maar dat er meer overeenkomsten dan verschillen zijn in de manieren waarop extreem geweld daarin werd toegepast en kan worden verklaard. We concluderen onder meer dat in alle gevallen sprake was van een vorm van geïnstitutionaliseerde straffeloosheid, die het soort situaties mogelijk maakte waarin troepen in dienst van de koloniale machthebbers extreem geweld gebruikten.

Lees het artikel hier: https://www.bmgn-lchr.nl/bmgn-lchr.10813/

Bookmark and Share

De vrouw in Nederlandsch Westindië


In 1898 vindt de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid 1898 in Den Haag plaats.
Op 26 juni 1896 richten elf vrouwen in Amersfoort de ‘Vereeniging Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid’ op. Hoofddoel is ‘de uitbreiding van de werkkring der vrouw in Nederland’. De dames willen een tentoonstelling organiseren in het jaar waarin Wilhelmina zal worden ingehuldigd als koningin. Voor het eerst een vrouw die de hoogste positie van het land bekleedt, dát feit is van grote betekenis voor vrouwenarbeid! (Bron: deoud-hagenaar.nl)
Historici plaatsen deze tentoonstelling in de eerste feministische golf (1880-1919).

Er verschenen boekjes met tekst en uitleg bij de verschillende onderwerpen van de tentoonstelling.
Dit is er één van: De vrouw in Nederlandsch Westindië. Uitgegeven vanwege de Westindische Rubriekcommissie van de nationale tentoonstelling van vrouwenarbeid. Bijeenverzameld door Jhr. L.C. van Panhuijs. Uitgeverij Becht, Amsterdam. 1898

Het is maar goed dat emancipatiebewegingen hun aard eer aan doen en in staat van permanente revolutie verkeren, zie je als je in het boekje rondbladert.

Lees verder: http://ikkiseiland.com/de-vrouw-in-nederlandsch-westindie/

Bookmark and Share

John G. Schermer ~ Bonaire families


Bonaireaanse families van 1700 tot 1900
Met de eerste versie van deze website wil ik met de Bonaireaanse gemeenschap het resultaat  delen van een genealogisch onderzoek gedurende de jaren 1993 tot 2006. Hierna kunnen vernieuwde versies volgen, waarin interpretaties van anderen zijn opgenomen. Het is mijn wens dat deze site als een platform van ideeën over de Bonaireaan en zijn geschiedenis gebruikt zal worden en dat iedere volgende versie bijdraagt aan een meer objectieve benadering van de geschiedenis van Bonaire.

Deze publikatie bestaat uit 2 delen:
– De namen van alle bewoners  tussen 1700 en 1900
– Ontwikkeling van Bonaireaanse families

Bij dit onderzoek is uitsluitend gebruik gemaakt van authentieke documenten van het Centraal Historisch Archief te Curaçao, het Nationaal Archief  te Den Haag (voorheen Algemeen Rijksarchief) en  het archief van de Burgerlijke Stand van Bonaire.

De gegevens over de slaven van de Westindische Compagnie (WIC) komen uit de inventarislijsten van de WIC in het Nationaal Archief te Den Haag.
Gegevens over vrije personen en over slaven die hun vrijheid verkregen zijn gehaald  uit de registers van  Geboorten, Huwelijken en Overlijden te Bonaire tussen 1830 en 1900.
Gegevens over gouvernementsslaven (katibu di Rei) en partikuliere slaven (katibu di Shon) zijn verkregen uit de correspondentie met het Ministerie van Kolonieën, bewaard  in het Centraal Historisch Archief te Curaçao.
Er is geen gebruik gemaakt van bestaande studies, interpretaties en publikaties van Dr. J. Hartog, R.H. Nooijen o.p. en de vele publikaties van Bòi Antoin.
In de bijlagen is een lijst van aanbevolen literatuur opgenomen.

Namen van alle bewoners tussen 1700 en 1900

Dit deel toont de genealogie van het Bonaireaanse volk onderverdeeld in vier categorieën van families.
A. Slaven van de Westindische Compagnie (WIC) – 1700-1791
B. Gouvernementsslaven – 1800-1863
C. Partikuliere slaven – 1800-1863
D. Vrije personen – 1800-1900

A. De slaven van de WIC zijn nog onder te verdelen in vier groepen:
1. Slaven die gezinnen vormen en zo als de basis van de Bonaireaanse gemeenschap gelden.
2. Slaven die in deze periode gekocht zijn.
3. Slaven met een van oorsprong Afrikaanse naam.
4. Slaven met een kreoolse naam.

B. In 1791 toen de WIC ophield te bestaan zijn alle slaven overgenomen door het gouvernement en daarom vinden wij deze slaven tot 1863 voortaan op de inventarislijsten van het gouvernement.

C. De derde categorie zijn de particuliere slaven. In 1863 ontvingen alle slaveneigenaren van het gouvernement de som van 400 florin per slaaf. De borderellen (zie lijst 7) hielpen ons aan gegevens over deze groep slaven.

D. De laatste categorie zijn de vrije personen die na 1791 toestemming van de overheid hadden gekregen om zich op Bonaire te vestigen. Read more

Bookmark and Share

Unesco ~ Global Open Access Portal ~ Caribbean Countries ~ English & French Speaking


UnescoThe University of West Indies (UWI) has a leading role in open access initiatives in the region. UWI is a multi campus University, with major campuses situated in Jamaica (Mona), Trinidad & Tobago (St. Augustine) and Barbados (Cave Hill). UWI at Mona offers online open access to full-text scholarly output from UWI within its MORD-Mona Online Research Database and institutional repository registered in OpenDOAR. UWI Libraries and UWI Digital Library Services Centre (DLSC) at the St. Augustine Campus, manage an institutional repository of UWI. UWI is also a member of the Networked Digital Library of Theses and Dissertations (NDLTD).

In ROAR and in OpenDOAR, are registered the repositories of the University of West Indies, the Public Digital Library e-Jamaica, and MANIOC. No mandates registered in ROARMAP.
In the Caribbean, open access initiatives promote regional collaboration and integration of digital collections, with support from foreign and international agencies for digitization and preservation of patrimonial documents and preserving memories, examples:
The Digital Library of the Caribbean (dLOC), established in 2004, is an open access cooperative, multilingual and multi-institutional digitization project of partners within the Caribbean and circum-Caribbean that provides users with open access to Caribbean cultural, historical and research materials held in archives, libraries, and private collections.
Another example of cross-institutional open access initiative is MANIOC, a scientific and cultural open access repository specializing on the Caribbean, the Amazon, the Guyana Plateau and regions or areas of interest related to these territories.

Several digital libraries from the region offer open access to special collections digitized because of their cultural, historical and research significance for countries in the Caribbean, ex.: National Library and Information System Authority (NALIS) Digital Library of Trinidad and Tobago, Digital Collections at University of West Indies St. Augustine in Trinidad and Tobago, National Library of Jamaica Digital Collections, among other.

For subject open access initiatives, several examples can be mentioned:

On legislation:
CARIBLEX, the International Labor Organization’s database of national labour legislation for the 13 ILO member States of the English- and Dutch-speaking Caribbean is maintained by the ILO’s Subregional Office for the Caribbean.
Carilaw (Caribbean Law Online) coordinated by the Faculty of Law Library, Cave Hill Campus of the University of the West Indies.

Go to: http://www.unesco.org/the-caribbean

Bookmark and Share

  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Archives