Culture And Identity After Brexit


The United Kingdom’s accession to the European Union in 1973 has always been somewhat of an anomaly. The founding fathers of the European Coal and Steel Community, were it commenced, all had the common objective to prevent the causes that had led to two world wars.
First objective was to create a common market and subsequently increased cooperation and exchange between the peoples of Europe would develop. The UK was actually only interested in commerce and the benefits of a common market. They were only mildly interested in the implicit political objective of an increasing European union.

Initially this deviating position did not stand out; that is until the Maastricht Treaty in 1992. When the European Union was founded, the interests of the then Member States ran more or less parallel. Membership gave access to the common market, thereby bringing each member undeniable great financial benefits. Gradually however it seemed that the United Kingdom found that to be sufficient.
The political commotion they caused over the abolition of their Imperial measurements for the metric measurement system (meters, kilo’s, litres) gave a clear impression of the lack of any understanding of the ‘European ideal’ by the people of this island.

Teamwork
The UK has therefore never joined the Schengen Agreement, let alone the Eurozone. David Cameron has, up to the last moment, strongly opposed more competences to Brussels.
Now that Brexit is a fact, Europe can concentrate on the ultimate objective of the whole project: shaping a continent in which economic prosperity can coexist with progressive development of the democratic participatory process, improve the exercise of citizenship for all Member States and attention for the community of values which do not exist –in this form- in other parts of the world.
The identity of Europe is after all determined by the unique interaction between economic collaboration and democratic development. Read more

Bookmark and Share

Vrijheid van meningsuiting onder druk. Toneel in Amsterdam 1930-1941


Albert van Dalsum in De beul, 1935. Foto: Kurt Kahle. Collectie Theater Instituut Nederland

In de 20er en 30er jaren van de vorige eeuw schreeuwden intoleranten van allerlei pluimage zonder enige gêne om hun speciale orde en tucht. Voor de kunsten was het een moeilijke tijd. Voor toneel- en cabaretgezelschappen in het bijzonder, die immers met hun kunstvorm een onmiddellijke dialoog aangingen met het publiek. Naast censuur via de overheid en de media en de publieke opinie, voerden ook vele gezelschappen in Nederland zelfcensuur in uit angst een bevriend staatshoofd te beledigen.

De Amsterdamsche Toneelvereening en De Jonge Spelers
Twee belangrijke Amsterdamse gezelschappen, die zich hiertegen verzetten, waren de Amsterdamsche Toneelvereeniging (ATV) en De Jonge Spelers, beide in 1932 opgericht. ATV wilde “het levend toneel van onze tijd spelen” en bracht stukken, zowel klassiek als modern, met een actuele problematiek en was met De Jonge Spelers, die zich in dienst hadden gesteld van de arbeidersbeweging (een publiek dat deels niet geactiveerd hoefde te worden in de strijd tegen het fascisme), het enige gezelschap dat niet voorbijging aan het maatschappelijke en politieke klimaat. De beide groepen vroegen van het publiek betrokkenheid, vooral ten opzichte van de dreiging van het opkomend nazisme sinds Hitlers machtsovername in 1933.
In 1936 voerden De Jonge Spelers Professor Mamlock van de Duitser Friedrich Wolf op. Het stuk was eerder in Zürich (1935) voor het eerst opgevoerd. Wolf, die geweigerd had te bukken onder het juk van het nationaal-socialisme, had zich genoodzaakt gezien in ballingschap te gaan in Zwitserland en zette daar zijn strijd tegen het nazisme voort.
De joodse Professor Mamlock gelooft in eerste instantie de berichten in de kranten na de Rijksdagbrand in 1933 dat de socialisten schuldig zijn. Maar door de daaropvolgende joden boycot worden zijn ogen geopend en dringt de gruwelijke realiteit tot hem door. Als hij beseft hoe alles anders is geworden, dat hij zijn waarden niet meer kan handhaven onder de dictatuur van het nationaalsocialisme, pleegt hij zelfmoord. De voorstelling van Professop Mamlock in Amsterdam vond plaats in besloten kring, in de toneelzaal van Krasnaplosky. NSB-ers die de voorstellingen trachtten te verstoren werden door de
ordedienst van de SDAP de zaal uitgewerkt.
Ook de ATV wees op de gevaren van het nationaal-socialisme en voerde eind 1935 De Beul op, een bewerking van de novelle van de Zweed van Pär Lagerkvist. Het eerste gedeelte speelde zich af in een middeleeuwse kroeg, het tweede in een moderne dancing. Dit laatste gedeelte, vooral na toevoeging van enkele passages over concentratiekampen, bevatte duidelijke toespelingen op Nazi-Duitsland. De oorspronkelijke negatieve strekking van het stuk paste niet bij de levensvisie van de regisseurs Van Dalsum en Defresne en werd veranderd in een positieve: verlossing van het geweld door de mens. Het stuk werd
toegejuicht in de linkse pers, die zich achter de antifascistische strekking konden scharen.
Maar in andere bladen werd De Beul scherp veroordeeld; sommige recensenten eiste zelf ingrijpen van de overheid. Op 1 december kwam de NSB in actie en met veel tumult en gevechten maakten zij hun bezwaren tegen het stuk kenbaar. Het liep uit op totale chaos. De Amsterdamse burgemeester De Vlugt zag echter geen aanleiding het stuk te verbieden: “Voor terreur ga ik niet opzij, met terreur reken ik af.” Read more

Bookmark and Share

Joseph Sassoon Semah, Stedelijk Museum Amsterdam ~ Statement 20 oktober 2017


Foto: Linda Bouws

Dames en heren, dank voor uw aandacht, ik ben een heel klein beetje medeplichtig aan het ontstaan van deze avond en Margriet Schavemaker was zo attent me te vragen die achtergrond toe te lichten. In 10 minuten ga ik dat doen (of 9 1/2 ).

Toen ik enkele jaren geleden mijn eerste werk van Joseph zag, was ik in het gezelschap van een vermaard kunstkenner met grote mond, een vriend die ik nu X ga noemen.
We stonden op een tentoonstelling en ik zag… wat was het?.. bladpapier met notenbalken… een omtrek van een liggende hond? De vorm van een hut? Wat, waarom en hoe: ik zag het niet precies, maar ik dacht: hé, dát vind ik mooi! Wat een eigenzinnige wereld.
Dat mooi slikte ik nét op tijd in. Kunstkenner X had me immers geleerd: échte kunst, vinden wij niet mooi, echte kunst, vinden wij goed. Dat je iets ook nog mooi kan vinden, is volkomen onbelangrijk, oftewel: oninteressant.

Dit fascineert me: het lukt me nooit om naar eigen tevredenheid uit te leggen waarom ik een kunstwerk mooi vind. Het werk van Joseph trok me aan, zonder dat ik kennis had van de achtergrond en referenties. Ik stamelde wat over scherp pikzwart op verkleurd papier, zo wonderlijk een huisje onder een tafel geplakt en ik probeerde mijn onkunde beschaafd te maskeren door wat te mompelen over hoe interessant het opduiken van het motief van de herhaling was, misschien zei ik bij een installatie met hout en metaal zelfs wel iets als: zo sterk dat conflicterende materiaalgebruik.

Waarom is iets mooi? En waarom is iets goed? Tja, ik heb vele, véle gortdroge essays over oude en nieuwe kunst gelezen en in ieder geval wat mooi betreft besloten: hoe mooier het werk, hoe slechter erover wordt geschreven.

Gelukkig begon X me uit te leggen waarom het werk goed was. En zoals meestal in dat soort gevallen, vertelde hij niet zozeer over wat ik zag, maar vooral over waar het aan refereerde, over de ideeën waar het uit voortkwam: over de hoogstpersoonlijke zoektocht van de kunstenaar.
En even werd ik als de moderne museumbezoeker, een lid van de zwijgende massa die devoot luistert naar de audiotour op de koptelefoon en niet in een museum maar op een Open Universiteit lijkt rond te lopen. Read more

Bookmark and Share

A Conversation With Joseph Sassoon Semah


On Friendship / (Collateral Damage) The Guardians of the Door | Art performance by Joseph Semah (Amsterdam) and György Dragomán | Millenáris, Building B | Photo by Oliver Sin

Joseph Sassoon Semah: Before we begin, there is something important I would like to mention. You see that I have changed my name to Joseph Sassoon Semah.*

Zsuzsanna Szegedy-Maszák: And why is that?

JSS: Beginning on the 20th of October, my name will be Joseph Sassoon Semah as a reflection of the third exile project. I was born in Bagdad. As a family, we were displaced to the State of Israel, and now I am a guest in the West. My grandfather was the chief rabbi of the Babylonian Jews who lived in Bagdad. So I thought that instead of explaining my background every time I would just add the family name Sassoon so people will understand.

ZsSz-M: You often talk about being in a state of self-imposed exile, or rather as a guest. How does your art reflect this?

JSS: I read to the idea of the guest through my mother tongue. For me the guest is not just a friendly person who comes and you let him stay in your home for five days. The guest is someone who stays and works for the good of the whole world. Remember, in Hebrew, we don’t have the word exile. To begin with, גלות, or GaLUT, is not Exile, nor is it Diaspora or an existing place; GaLUT is simply a disciplined activity, an intensive vision, and it is what GaLUT does – it transforms each and every temporary מקום, MaKOM or place of shelter, into a perpetual search for a Hand Full of Soil.

ZsSz-M: You mentioned that your mother tongue is Hebrew, and in a previous interview you mentioned that visual art is in fact a second language for you.

JSS: The Hebrew language is my home. Where can I dwell? In language itself.

ZsSz-M: The manner in which you approach art seems very textual to me. You speak about reading artworks through the Hebrew language. You regard artworks as ‘footnotes’. You recite or read texts aloud during your performances. What is your relationship to literature or to texts? Do you approach visual art from this textual stance? And a follow up question: do you regard music in a similar, textual manner?

JSS: The first time I used a musical score in my art was during my inquiry into a very important moment in history: the meeting between Paul Celan and Heidegger in the Black Forest village of Todtnauberg on July 25th 1967. I placed the two images on a Wagner score, so I used it in an intellectual way. Music to me is textual. I am not an artist of a gallery. I cannot reproduce an image on demand. I call my artworks ‘footnotes’ to a text, but in fact they are part of the text.

Read more

Bookmark and Share

Stedelijk Museum Amsterdam ~ Joseph Sassoon Semah 20 – 22 oktober 2017


Joseph Sassoon Semah zit drie dagen in zijn huis van celbetonblokken waarin hij voorleest uit zijn dertigjarige onderzoek naar de ‘lege’ pagina in de kunstgeschiedenis. In een performance programma met vijf performances op 20, 21 en 22 oktober in het Stedelijk Museum wil hij laten zien dat het museum ook een plek is waar verschillende interpretaties en visies op kunst tot hun recht komen.

De performances vinden plaats in samenhang met het vrijdagavond programma Stedelijk Statements: Joseph Sassoon Semah. Dit programma is de derde editie van een reeks programma’s onder de noemer Stedelijk Statements, waarvoor een expert, kunstenaar, criticus of cultureel ondernemer een avond samenstelt in het Stedelijk Museum. De organisator van het programma krijgt de gelegenheid haar of zijn visie op beeldende kunst en vormgeving toe te lichten aan de hand van nieuw, artistiek en/of wetenschappelijk onderzoek, dat wordt gepresenteerd in een avondprogramma met lezingen, discussies, performances en filmvertoningen. In deze editie bespreekt beeldend kunstenaar Joseph Sassoon Semah zijn standpunt dat de Joodse betekenislaag in de beeldende kunsten te weinig aandacht krijgt en te vaak wordt genegeerd in de hedendaagse kunstgeschiedenis.

MaKOM: The doubling of the House
20, 21, 22 oktober 2017, za-zo 11.00 – 18.00, Stedelijk Museum
Met: Jom Semah – de fietser / Peter Baren – de performer / Baruch Abraham – de vertolker van Semahs moederstaal

Reflectie op Joseph Beuys: How to explain hare hunting to a dead German artist, met Anastasia Kozlova (violiste)
20 oktober 2017, vrijdag 21.00 u, Stedelijk Museum

Reflectie op Marcel Duchamp: OFaNIM and Bicycle Wheels are Reconciled
21 oktober, zaterdag 14.00 uur, Stedelijk Museum

Reflectie op Barnett Newman: The Fragmented TaLIT
Read Full Text: Genesis 9 (1) …”I have set my rainbow in the clouds, and it will be the sign of the covenant between me and the earth”
21 oktober, zaterdag 16.00 uur, Stedelijk Museum

Reflectie op Kazimir Malevich: Het naakte onverheelde vierkant EIRUV ChaTzeROT (Amalgamation of Courts)
22 oktober, zondag 14.00 uur, Stedelijk Museum

Reflectie op Piet Mondriaan: Piet Mondriaan and the perfect typography of the Guest
22 oktober,  zondag 16.00 uur, Stedelijk Museum

Per performance participeren verschillende vrienden.

Meer over Joseph Sassoon Semah
Kunstenaar Joseph Sassoon Semah (1948) is geboren in Bagdad, waar zijn grootvader Hacham Sassoon Kadoori (1885-1971) de president van de Babylonische joden was. Met zijn ouders is hij in 1950 ’verplaatst’ naar de staat Israël. Midden jaren zeventig besluit Semah Israël te verlaten. Hij spreekt in dit verband van een zelfgekozen ballingschap. Hij woont en werkt in Londen, Berlijn en Parijs; sinds 1981 heeft hij zich in Amsterdam gevestigd. Hij heeft zichzelf gepositioneerd als ‘de Gast’. Door te lezen in zijn moedertaal, het Hebreeuws, signaleerde Semah een tekort aan joodse kennis binnen de kunstgeschiedenis.

Credits
Stichting Metropool Internationale Kunstprojecten / Studio Meritis MaKOM

Met dank aan: De Nieuwe Kerk, het Joods Historisch Museum, het Stedelijk Museum, het Goethe-Institut, Fonds Kerk en Wereld, Gravin van Bylandt Stichting, Haëlla Stichting, Kattendijke/Drucker Stichting, Mondriaan Stichting, De Vrijzinnige Fondsen, Rijwielhandel Oud-West en alle medewerkers aan On Friendship / (Collateral Damage) II – The Guardians of the Door.

Bookmark and Share

Wanneer kunst religie en politiek raakt


It is precisely this balance between exile and the emotion of the privileged which forms the unique originality of our ‘Breathing in Reverse’. As this will be clear already, there is no past or future in Exile, only an immediate present.

Op 21 februari 2007 was ik op uitnodiging van Joseph Semah aanwezig bij de lancering van zijn kunstproject Next Year in Jerusalem: Ein Projekt in 12 Kirchen in Niedersachsen in de Markuskirche Hannover. Hem was gevraagd in dialoog te gaan met twaalf kerkgebouwen in Niedersachsen, van Hannover tot Osnabrück, vanuit het idee dat hedendaagse kunst het geloof kan verdiepen en extra aandacht kan genereren.
“Es sind vor allem künstlerische Äußerungen gewesen, die unsere Kultur geprägt, weiterentwickelt und immer wieder auch herausgefordert haben,“ sprak de toenmalige Landesbischöfin Dr. Margot Käßmann, onder wier patronaat het kunstproject stond.
Hoe moeilijk het is echt in gesprek te gaan met de ander, bleek tijdens Joseph Semahs performance in de City Kirche St. Jacobi in Hildesheim. Tussen tweeëntwintig blauwe bergen (het aantal refereert aan de tweeëntwintig letters van het Hebreeuwse alfabet) bewogen zich, rug aan rug, een bisschop, een imam en Joseph Semah, respectievelijk citerend uit de Bijbel, de Koran en de Thora. Deze blauwe bergen hadden al eerder gefigureerd in het buitenproject HaR VeKaCh-ChOL TzILO (A Mountain and Its Blue Shadow, 1987). [i]

In Hildesheim werd het tussen de blauwe bergen een heel getrek en geduw, waarbij soms het Hebreeuwse, dan weer het Duitse of het harmonieuze Arabische gezang domineerde. En heel soms kon je in de kakofonie van de stemmen een nieuwe versie beluisteren, een fascinerend geheel. Na de indrukwekkende interventie in de kerk werd de alledaagse realiteit meteen weer zichtbaar: tot een echt gesprek tussen de bisschop en de imam wilde het niet komen. Angst voor de ander en gebrek aan kennis leek het onmogelijk te maken.

Ik heb Joseph Semah steeds beter leren kennen in dat wat hem drijft. Zijn filosofische, theologische, politiek-culturele onderzoek is verbonden aan de positie van de ander, in zijn geval de derde ballingschap: Irak, Israël en het Westen.
“De gast (in ballingschap) in onszelf is vóór alles een kunstenaar met woorden, omdat woorden het medium zijn waarmee hij zijn naam heeft leren verheimelijken, zijn twijfel verbergen, en zijn angsten verminderen door zijn eigen behoefte om te participeren in het westerse paradigma te bekritiseren.
Maar de gast in ballingschap zal altijd blijven verlangen naar de nostalgie van een verloren paradijs. De westerse kunstgeschiedenis wordt gedomineerd door de bronnen en betekenis van de christelijke erfenis. Als je je dat realiseert dan wordt het evident dat het oeuvre van kunstenaars dat onderdeel is van het westerse paradigma vanuit die erfenis wordt gelezen, getoond en geïnterpreteerd. De kunstwerken in het publieke domein zijn ‘geritualiseerd’ en verbonden met een bepaalde ‘heilige’ tekst. Dat maakt het kunstwerk gelijktijdig leesbaar maar ook schimmig en diffuus.
Door ‘versluierd’ uit deze christelijke bronnen te putten, ze onzichtbaar te maken, blijft het christendom een grote rol spelen in de maatschappelijke, culturele en politieke context. In deze context wordt het onoplosbare dilemma van de gast manifest. Enerzijds wordt hij gedwongen te zwijgen over zijn hoogstpersoonlijke wijze van ‘lezen’, anderzijds maakt hij gebruik van de westerse tactiek om opgemerkt te worden zonder te worden ontdekt.” [ii]
De ‘nieuwkomer’ voelt zich niet erkend en blijft een gast in ballingschap. Read more

Bookmark and Share

  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Recent Rozenberg Quarterly Articles

  • Rozenberg Quarterly Categories

  • Rozenberg Quarterly Archives