Ik heb het beest in de bek gekeken. In gesprek met Frank Siddiqui

frankomslagFrank is geen vriendjesmaker. Hebben we ooit zo lang en persoonlijk met elkaar zitten praten als nu, op een paar nazomeravonden in 2015? Zelden. We liepen twintig jaar rond in hetzelfde circuit, kruisten elkaars wegen vaak, werkten dezelfde kant op – maar we deelden, denk ik, ook eenzelfde koppige arbeidsethos, een reserve tegen al te veel versluierende gezelligheid, misschien ook een zeker ontzag dat je bij wederzijdse bewondering wel eens in de weg kan zitten. Veel lange avonden met opgewonden gesprekken, drank en steeds wilder anecdotes hebben we dus niet gedeeld.

Maar je kan ook achteraf vaststellen dat je eigenlijk al jaren vrienden bent. Niet omdat je zoveel tijd met elkaar hebt doorgebracht, maar omdat je met terugwerkende kracht weet dat het altijd belangrijk was te voelen, ook op de momenten dat je zelf even de weg kwijt was of de energie zoek raakte, dat de ander in de buurt was en door hetzelfde vuur gedreven werd. Dat blijkt wel, nu we de geschiedenissen van ons persoonlijk engagement naast elkaar leggen.

Frank was er eerder bij dan ik. ‘Mijn missie, eind jaren tachtig’, zegt hij, ‘was meteen: de beelden die er van moslims bestaan accepteer ik niet.’ Afkomstig uit de kraakscene zag hij in die tijd weer perspectief op werk. Hij koos voor de journalistiek. Zijn scriptie aan de School voor Journalistiek in Utrecht ging over het beeld van moslims in de media.

Dat beeld recht te zetten, uit te breiden en er andere beelden tegenover te zetten, het werd de constante in het journalistieke werk dat hij daarna jarenlang uitvoerde: als verslaggever bij Trouw, in de werkgroep Migranten en Media van de NVJ, als mede-oprichter van het magazine Fast Forward, ‘voor Nieuwe Nederlanders met ambitie’.

Terugkijkend is het een helder verhaal. De ‘zoon van een islamitische werkelijkheid’ kwam te werken bij dagblad Trouw, als verslaggever met een vrije rol. ‘Ik wilde het beeld van moslims gaan nuanceren. Op de krant stonden die helemaal in het out-group perspectief. Er was geen identificatie mee, ze stonden erbuiten. De groep werd een soort. Heel begrijpelijk, maar je moet er wel iets aan doen. En dus stelde ik de vraag: hoe leven deze mensen, wat doen ze in het dagelijks leven? Tegenover de grote problematieken – huisvesting, werkloosheid, integratie, criminaliteit – moet je gewone mensen zetten. Niet vanuit het achterstandsdenken dat toen heerste in de linkse hoek. Dat was een en al zieligheid. Zo neem je mensen niet serieus. Ik wilde vooral de tweede generatie uit die sfeer van achterlijkheid halen. Wij dachten toen ‘onze’ arbeiderskinderen de universiteit bereikten, dat de emancipatie voltooid was. Maar nu kwam deze hele generatie eraan!’

Ik was in die tijd boekhandelaar. De Verloren Tijd, inmiddels Stichting Perdu, was mijn domein. Ik las ingewikkelde boeken, leerde ingewikkelde schrijvers kennen en gunde mezelf alleen op zondagmiddag wat afleiding. Als keeper van het tweede elftal van Arsenal in Buitenveldert. En mijn elftal zat vol met die tweede generatie: Youssef, Ahmed, Yassine, Khalid en de anderen. Marokkaanse Amsterdammers in de twintig. Leuke, praatgrage jongens, tegen een stootje bestand. Zielig kon ik ze moeilijk vinden, als ze weer eens vier man voorbij pingelden of die spits onderuit kegelden voordat hij het mij moeilijk kon maken.
Ik maakte mee hoe de schalen met zoetigheid binnenkwamen na een avondwedstrijd tijdens de ramadan. En het grappige was: op die bijna ongeletterde voetbalclub waren zij de enigen die niet raar opkeken als ik zei dat ik een boekwinkeltje had.

Vrijdagmorgen om half zeven komen de eerste moskeegangers aangelopen. In de Amstel lichten smeltende ijsschotsen op in de ochtendschemering. De moskee is alleen te herkennen aan twee kleine arabische bogen, midden tussen de woonhuizen. Een zwak verlicht uithangbord boven de ingang vermeldt de naam van God. Al kabir el maschid staat er in het arabisch boven: ‘De grote moskee’. Het bord staat scheef, aangereden door een vrachtwagen. Geld om het recht te zetten is er niet. (Trouw, 31 januari 1997, Frank Siddiqui en Esme Choho)

Omdat er een controverse woedde rond de Al Kabir moskee ging Frank verslag doen. ‘De grootste Marokkaanse moskee van het land stond op 200 meter van onze redactie aan de Wibautstraat. Wisten ze niet. Er werd kwaad gereageerd op mijn reportages. Henk Muller, de islamoloog van de Volkskrant, prikte zijn vinger in mijn borst: Jij praat met de vijand! Mohammed Rabbae was bang dat de Amicales er weer voet aan de grond zouden krijgen. Het moskeebestuur was radeloos. Hoe moesten ze dat beeld rechtzetten? Gewoon, dacht ik: be there, kijk maar. Ik zat bij de ramadan, bij de gebeden, tussen die honderden mannen. Het doordringende moment van het amen in zo’n dienst …’

Fatima Mernissi had een mooi boek geschreven over de hadiths: de apocriefe, niet opgeschreven uitspraken van de profeet. Ik ging praten met een groep vrouwen die de moskee bezochten over de invloed van die hadiths op hun leven. Als man. Journalistiek echt een hoogtepunt. Maar die klootzak van een Jaffe Vink zette er als kop boven: ‘Wij hebben gelukkig allemaal goede mannen.’ Het was allemaal heel emotioneel voor mij. Te emotioneel. En ik had me nog niet echt een sterke positie kunnen verwerven. Ik had goede credits, maar men twijfelde of ik echt dit onderwerp moest doen. Op een gegeven moment heb ik het losgelaten. Je loopt gewoon stuk.’

Plotseling, ergens midden in het gebed, beantwoorden de mannen de zang van de imam met aan langgerekt, geneuried amieeen. De toon wordt zo lang aangehouden, dat iedereen er haarzuiver op af kan stemmen. Een amen dat diepe snaren beroert.

Intussen werkte ik in De Balie aan het Leidseplein. Op een dag kreeg ik een telefoontje van het stadhuis. Salman Rushdie kwam op bezoek, of ik dat wilde helpen organiseren. De fatwa gold nog, de beveiliging was immens. In de gepantserde bunker onder de Stopera vroegen we aan Rushdie wat wij in Nederland konden doen om zijn zaak te helpen. Hij keek mij aan, met die lepe ogen, en zei: ‘Jij werkt toch in een debatcentrum? Organiseer het gesprek met de moslims in Nederland.’ En dus gingen we dat doen. Onhandig, op de tast, maar toch.

Adriaan van Dis, Ed van Thijn, Sajida Abdus-Sattar, imam Van Bommel, Haci Karacaer, een jonge Ahmed Aboutaleb, een nog jongere Fatima Elatik (die ook al opdook in Franks reportage over de Al Kabir moskee) – ze zaten er allemaal.
Frank was minder gehoorzaam. Minder gevoelig voor reputaties ook. ‘De Rushdie-affaire zorgde voor een aardschok in de media. Een psychologisch spel met ongelooflijk veel impact. Iedereen koos de kant van Rushdie. Kranten zijn echt gemeenschappen, intern ontloopt niemand de communis opinio. Er zijn leidende meningen, controversiële meningen en meningen die niet getolereerd worden. In dit geval was dat de tussenpositie, en die koos ik. Collega’s die vroegen of ik me al solidair had verklaard stelde ik een wedervraag: ‘Ik heb het boek nog niet gelezen, jij wel?’

Toen ik het eenmaal uit had groeide mijn ambivalentie: het is een prachtig boek, maar het is godslasterlijk. Je moet proberen te beseffen wat zoiets betekent als je dat in die cultuur parachuteert. In die context probeerde ik het te zien. Ik schreef een komisch stuk over een film die ik in Pakistan had gezien: slapstick op een eiland, waar de piraten jacht maakten op Rushdie. De bioscoop puilde uit, de mensen kwamen juichend naar buiten. Het was een feest. Mijn stuk viel helemaal niet goed op de redactie. Er woedde een cultuurstrijd.

De strijd tussen de goede en de slechte wereld. De Muur was gevallen, de Sovjet-Unie bestond niet meer. Zouden er nieuwe connecties ontstaan, of gingen we op zoek naar een nieuwe vijand? De islam, zei men, vormde een tegenbeeld van onze zuivere cultuur. ‘Die mensen hebben de Verlichting niet meegemaakt,’ klonk het, ‘ze hebben geen wetenschap.’ In die mal werden alle argumenten gearrangeerd. En dat is nog steeds zo.’

In die jaren was Anil Ramdas de ster van De Balie. Welsprekender, vindingrijker, invloedrijker dan de rest. Geen moslim, weliswaar, maar wel een gekleurde man. Hadden we onze eigen Salman Rushdie gevonden? ‘Anil was zeker een icoon voor mij,’ zegt Frank. ‘Een watervlugge denker, iemand die ook wel ruimte maakte voor anderen met een moeilijke achternaam. Ik had maar af en toe direct met hem te maken. Hij was kieskeurig in het samenstellen van zijn entourage, gewone journalistjes hoorden daar niet bij. We hadden wel raakvlakken: onze families kwamen uit hetzelfde gebied in India. Hij kon heel aimabel zijn, maar ook heel arrogant en neerbuigend.’

Frank koos zijn eigen weg. Hij vertrok bij Trouw en richtte in 2000 samen met Moustapha Oukbih en Özkan Gölpinar het nieuwe tweewekelijkse magazine Fast Forward op. ‘Zelf een blaadje maken, full-color, met goede fotografen, dat vond ik te gek. Dat was mijn derde weg. De missie was: de tweede generatie migranten is een volstrekt capabele, begeerlijke groep om in je bedrijf te hebben. Wij zouden dat laten zien, bedrijven gingen ervoor betalen. Alles vanuit de wens om te ontsnappen aan de benauwdheid van dat integratiedebat. Wij lieten mensen met high potential zien, die een plek verdienden in de echelons van het bedrijfsleven, waar die hele discussie niet bestond.’

Fast Forward was een hoopvol, overtuigend blad. Ik schreef een column en voelde me vereerd tussen zoveel nieuwe, getalenteerde gezichten te staan. Maar het liep niet goed af. Instortende reclamemarkt, onderlinge frictie, wat het ook was: Frank bleef met de inboedel zitten. ‘Dat kostte me een burn-out van twee jaar. Ik moest achteraf zeven ton subsidie verantwoorden. De allochtone Opzij: we waren er bijna, maar net op het moment van de grote sprong ging het mis. Dat heeft me geknakt.’

Ikzelf was toen al vertrokken bij De Balie, om te gaan reizen en schrijven. Meestal heb ik het er maar niet over dat ik ook geen zin meer had in de weerstand tegen nog meer kleur en diversiteit in de organisatie. Na 11 september en de moorden op Fortuyn en Van Gogh begonnen veel schrijvers en journalisten van mijn generatie het moeilijk te vinden de juiste toon en de juiste argumenten te vinden in een steeds feller, populistisch klimaat. De zelfgekozen dood van Anil Ramdas voelde haast als een symbolisch moment. Een moment om te kiezen: jezelf opnieuw uitvinden in het publieke debat of juist een heel andere richting opzoeken.

Hierover te praten met Frank, op een nazomeravond in 2015, betekent: eerlijkheid, opflakkerende woede, twijfel over het Nederland van nu, maar ook: op de teleurstellingen verworven mildheid, de mildheid van de open blik en de zekerheid dat die niet is aangetast, door niets en niemand.
‘De wereld van de media is killing. De moraal in dat vak is rampzalig. Als journalisten eenmaal bloed ruiken, gaan ze er allemaal op af. Kijk naar alle zogeheten moslim-woordvoerders die in de loop der jaren naar voren zijn getreden. Allemaal zijn ze in hun carrière geknakt. De gevangenis-imams, de
specialisten in de ziekenhuizen. Er dook iets uit hun verleden op, de werkgever werd gebeld, weg waren ze. Ik kan het niet anders zien dan als verholen racisme.’

‘Ik was moeilijk misschien, te solistisch, te eigenwijs. Maar ik heb het beest in de bek gekeken. En ik heb er geen spijt van. Niet dat ik in de media heb gewerkt, niet dat ik eruit ben gestapt. Het roer kan een aantal malen om, in het leven. Nu heb ik de liefde met Lonnie, ik heb Harcigny, de creativiteit daar, de vrienden om me heen. Door het boeddhisme heb ik een positieve kijk op leven én sterven. Je bent niet onveranderlijk, gelukkig, dat heb ik geleerd.’


Wat lukt is wat je wilt. Gesprekken met Frank Siddiqui. Eindred. Bart Top.
Rozenberg Publishers 2016 – ISBN 978 90 5170 770 0

Bookmark and Share

How China Studies Started In The Dutch East Indies

zegelLeiden University has traditionally been the seat of knowledge about South and Southeast Asia. Every year many students graduate here in the languages and cultures of China, Japan and Korea.

Sinologists
But how did this knowledge come to Leiden? To find the answer we have to go back to the Dutch East Indies, Koos Kuiper explains. His PhD defence on 16 February is based on an extensive archive and literature study of the early Dutch sinologists – or China experts.

As early as the colonial period, hundreds of thousands of Chinese people lived in the Dutch East Indies. They played an important role in the economy and indirectly swelled the koffers of the Dutch treasury. This also earned them some privileges. For example, the Chinese were to a certain degree governed by their own elders, and the Chinese council was responsible for registering marriages and funerals, and also dealt with minor civil and penal cases among the Chinese inhabitants.

Read more: https://www.universiteitleiden.nl/dutch-east-indies

Bookmark and Share

Kaveh Waddell ~ The Research Pirates Of The Dark Web

Photo: librarysciencelist.com

Photo: librarysciencelist.com

The Atlantic. After getting shut down late last year, a website that allows free access to paywalled academic papers has sprung back up in a shadowy corner of the Internet.

There’s a battle raging over whether academic research should be free, and it’s overflowing into the dark web.
Most modern scholarly work remains locked behind paywalls, and unless your computer is on the network of a university with an expensive subscription, you have to pay a fee, often around 30 dollars, to access each paper.
Many scholars say this system makes publishers rich—Elsevier, a company that controls access to more than 2,000 journals, has a market capitalization about equal to that of Delta Airlines—but does not benefit the academics that conducted the research, or the public at large. Others worry that free academic journals would have a hard time upholding the rigorous standards and peer reviews that the most prestigious paid journals are famous for.

Some years ago, a university student in Kazakhstan took it upon herself to set free the vast trove of paywalled academic research. That student, Alexandra Elbakyan, developed Sci-Hub, an online tool that allows users to easily download paywalled papers for free.

Read more: http://www.theatlantic.com/the-dark-web/

Bookmark and Share

Jamie Doward ~ Shelter And The Slums: Capturing Bleak Britain 50 Years Ago

Nick Hedges

A mother takes her baby inside her condemned tenement block Gorbals 1970. Photograph: Nick Hedges for Shelter

From 1968 to 1972, photographer Nick Hedges toured the country for Shelter. His work galvanised politicians – and now the charity wants to find out what happened to those he portrayed.

At first glance they seem to be the survivors of a besieged city. Standing in front of decrepit buildings that tower over streets absent of cars, they cut abject figures. Children in ragged clothes play on wasteland; a mother and her teenage daughter huddle in their home, a cellar lit by just one light bulb; a father in a dank living room festooned with broken furniture holds his toddler son close to his chest.

But these people have not been bombed into submission. They are not experiencing the horrors of the second world war. They are living in Britain in the swinging 60s, an era that the then prime minister, Harold Wilson, famously promised would deliver material improvements for all, thanks to the “white heat of technology”.

They are the inhabitants of Britain’s slums whose desperate plight, captured by the photographer, Nick Hedges, for the housing charity Shelter, helped alert the public to the woeful living conditions many people were enduring in the country’s neglected inner cities.

Read more: http://www.theguardian.com/homeless-shelter-charity?

Bookmark and Share

Fountain Hughes ~ Voices From The Days Of Slavery

Fountain Hughes (age 101 at the time of this interview) recalls his younger years when he and his family lived as slaves as well as some good advice on how to spend money.

Bookmark and Share

Breyten Breytenbach ~ Die Koei In Die Bos

bb

Foto: Litnet – http://www.litnet.co.za/

Opgedra aan Jan Rabie, Neville Alexander, Ingrid Jonker, Sheila Cussons en Piet Philander, om uiteenlopende redes, maar met ewe veel erkentlikheid

Dames en here (en ek weet nie eintlik wie om uit te sonder of spesiaal toe te spreek nie – is ons is dan nie almal gelyk hier nie?

’n Tydjie gelede skryf ’n goeie vriendin vir my, toe sy verneem dat ek hierdie ding moet doen vanaand: “Die mismoedigheid wat oor mens toesak oor die taalstorie by US (en die ander kampusse). Dit voel vir my of jy nou weer die lyk van Afrikaans gaan afdra van die berg (soos met die vertelling waarmee jy destyds jou toespraak by die Sestiger-somerskool begin het), maar hierdie keer sonder hoop op nuwe lewe. Hoe om so ’n toespraak te konstrueer moet ’n groot uitdaging wees. Skuldbelydenis? Teikenskiet? Met ’n haelgeweer lostrek? De donder in wees? Skel? Pleit? Weer die argumente vir moedertaalonderrig op die tafel sit? Met ’n nuwe perspektief kom? Is laasgenoemde enigsins moontlik? Ai, ek dink aan jou. En daar gaan baie ore wees wat na jou luister …”

Ek wil vir die liewe vriendin sê dit gaan ’n bietjie van alles moet wees, dat die bobbejaan weer die berg gaan probeer klim, dat baie ore moedswillig verkeerd hoor, ook alreeds omdat my gedagtes krom getrek het met die jare. (Ek voel sommer klaar jammer vir myself oor die onbegonne taak, maar gaan so wragtag nie huil en kla net om die Stellenbosse boys te vermaak nie!)

Daarby het ek ’n skimmelappeltjie te skil met Stellenbosch-universiteit as versinnebeelding van parogiale Afrikaanse eienskappe – hardvogtigheid en skynheiligheid. Dat dit, in my boek, by uitstek nog altyd die teelaarde was vir allerlei gewasse van gedienstigheid teenoor die heersers van die oomblik. En dan nogal dikwels, uit hoofde van ’n selfbelangrike geleerdheid waar daar in feite net omgesien word na eie aansien en status, arrogant ook met ’n moralistiese opgeblasendheid. So asof politieke korrektheid hier as wiel ontwerp is …

Lees verder: http://www.litnet.co.za/die-koei-in-die-bos/

Bookmark and Share

  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter


  • Ads by Google
  • Archives