Renske Visser – En zijn ogen kan ik lezen. Veertien negentiende-eeuwse brieven uit Parijs, Den Haag en Domburg 1891-1894

Hôtel du Louvre – Parijs

Donderdag, 17 ix 1891

Lieve tante Martha,

Omdat u mij vroeg u in kennis te stellen van onze wederwaardigheden in Parijs, schrijf ik u deze brief. Thomas is na onze aankomst in het hotel gaan rusten. Ik kan de rust niet vinden, het lukt me zelfs niet een boek ter hand te nemen. Daarom heb ik besloten u te schrijven.

U weet hoe zeer ik aarzelde om samen met Thomas deze treinreis te maken. Omdat hij op zijn standpunt bleef staan, heb ik mijn twijfel laten varen. Na vandaag nemen mijn zorgen om zijn gezondheid toe. Toch wil ik met hem blijven hopen dat het een goed besluit is geweest van de geneesheer van het Johannes de Deo om voor Thomas een afspraak te maken met die Franse neuroanatoom. Thomas vestigt al zijn hoop op professor Charcot. Morgen bezoeken we het Hôpital de la Salpêtrière. Ik hoop dat deze voor hem zo afmattende reis niet vergeefs is geweest.

Toen de trein hedenmiddag het Gare du Nord binnenreed, zag ik hoe moeizaam Thomas zich oprichtte na de langdurige zit. Zijn ledematen waren zo verstijfd dat het leek of hij het dubbele aantal jaren van zijn leeftijd telde. Zijn stem klonk dof van vermoeidheid toen hij een kruier wenkte. Ondanks de wandelstok die hij onlangs op het Noordeinde gekocht heeft, liep hij alsof hij te veel alcohol had genuttigd.

Het was een voorrecht dat het rijtuig van het Hôtel du Louvre voor het station op ons wachtte. Echter, bij het instappen deed er zich een incident voor waardoor ik hevig ontsteld raakte. De koetsier vroeg mij of hij mijn vader kon assisteren. Om te voorkomen dat Thomas dit hoorde, siste ik de man toe: ’Mon mari!’ Vanzelfsprekend verontschuldigde hij zich, maar het leed was reeds geschied. Of Thomas het verstaan heeft? Hij was zwijgzaam gedurende de rit. Al duurde het geruime tijd voor ik kalmeerde, ik hield mijn mond om hem niet nodeloos te kwetsen. Op de hotelkamer ging hij zonder zich uit te kleden op bed liggen, terstond viel hij in een diepe slaap. Nadat ik hem toegedekt had, heb ik zo geruisloos mogelijk de koffers uitgepakt.

Nu zit ik bij het venster met uitzicht op de Rue Saint-Honoré en de Comédie Française. Als ik naar rechts kijk, zie ik de Place Royal waar het een komen en gaan is van mensen tussen het Palais en het Louvre. Deze avond zullen we ons tussen hen voegen als we naar de Opéra gaan. De Opéra zal voor mij de beste afleiding zijn om de zorgen om Thomas te vergeten. Ik hoop maar dat hij niet te laat wakker wordt.

Lieve tante, het hotel en onze ruime hoekkamer op de eerste etage zijn werkelijk magnifiek. Voor Thomas is het ideaal dat er een lift aanwezig is. Ik dank u en oom George dat u ons dit hotel heeft aanbevolen. Ik kan hier beslist een paar maanden verblijven. Als Thomas in het hospitaal verpleegd wordt, hoop ik Parijs te bezoeken. Het is alweer zo lang geleden dat wij hier geweest zijn. Het is werkelijk fameus dat het Louvre op kuierafstand ligt. Weet u dat de Jardin du Luxembourg opengesteld is voor publiek? Ik verheug me erop daarheen te gaan. Terwijl ik dit neerschrijf, voel ik me beschaamd dat ik me zo uitdruk, maar zegt oom George niet altijd dat wij het aangename met het nuttige moeten verenigen?

Thomas zal aanstonds wakker worden. Daarom groet ik u. Adieu, lieve tante, ik hoop dat het u en oom George zeer goed mag blijven gaan, evenals onze geliefde dochter Isabelle. Kust u ons kleine meisje van ons?

Uw liefhebbende nicht,
Laura


Renske Visser – En zijn ogen kan ik lezen. Veertien negentiende-eeuwse brieven uit Parijs, Den Haag en Domburg 1891-1894
Rozenberg Publishers, Amsterdam, 2021. ISBN 978 90 361 0658 0 – 92 pagina’s – Euro 12,50
Omslag & DTP: BuroBouws, Amsterdam
Verschijnt 20 december 2021

Stichting HouseMartin
Dankzij donaties van fondsen en particulieren opent Stichting HouseMartin in het voorjaar van 2022 aan de Hooftskade in Den Haag de deuren van RespijtHuis HouseMartin waar daklozen kunnen herstellen van een griep, revalideren na een operatie of waar zij in een enkel geval de laatste levensdagen kunnen doorbrengen.
Door het kopen van En zijn ogen kan ik lezen draagt u bij aan de voortgang van RespijtHuis HouseMartin, een kleinschalig logeerhuis dat met inzet van vrijwilligers uit verschillende culturen een warm nest wil bieden aan de meest kwetsbaren in onze samenleving die geen plek hebben om het hoofd neer te leggen bij ziekte.

Website: https://respijthuishousemartin.com

Jean-Martin Charcot

Jean-Martin Charcot (Parijs, 29 november 1825 – Morvan, 16 augustus 1893) was een Franse arts die wordt beschouwd als een van de grondleggers van de neurologie.

Na aan de Sorbonne gepromoveerd te zijn met als specialisme gewrichtsreuma, ging hij werken als ziekenhuisarts. Na enige jaren keerde hij terug naar Parijs, waar hij werd benoemd tot hoogleraar in de pathologische anatomie. Hij verrichtte zeer veel onderzoek naar anatomie en de pathologie van het zenuwstelsel en ontdekte de ziekte amyotrofe laterale sclerose (ALS). Ook toonde hij aan dat multiple sclerose en de ziekte van Parkinson twee verschillende ziekten waren. De ziekte van Charcot-Marie-Tooth, een perifere zenuwziekte is naar hem genoemd samen met Pierre Marie (1853-1940) en Howard H. Tooth (1856-1926). In 1882 werd speciaal voor Charcot de eerste leerstoel voor ziekten aan het zenuwstelsel ingesteld aan het Hôpital de la Salpêtrière (Parijs).

Als dank en erkenning voor zijn werk werd hij in 1883 benoemd tot lid van de Académie de médecine en de Académie des sciences.

In de latere jaren van zijn carrière deed hij ook onderzoek naar de verschijnselen van hysterie, waarvoor hij onder andere hypnose gebruikte. Ook na zijn overlijden was Charcot van invloed op de psychiatrie en psychoanalyse. Veel van Charcots kennis werd namelijk overgenomen door zijn leerling/student Sigmund Freud. Ook Alfred Binet en Georges Gilles de la Tourette studeerden onder Charcot.

Bron: nl.wikipedia.org

Bookmark and Share

Climate Justice Doesn’t Start With Politicians. It Starts In The Streets

Jennifer Morgan, Executive director of Greenpeace International – Photo: Greenpeace

The outcomes of the 2021 United Nations Climate Change Conference (COP26) continue to be debated across the globe, although a clear consensus has emerged among activists that it was largely a failure. There may be some hope down the road, however, as coal appears to be on its way out and grassroots pressure to transform climate policy is on the upsurge.

Jennifer Morgan, executive director of Greenpeace International, attended COP26 and witnessed personally the power of protests in the streets, which, she says, was the real leadership on display in Glasgow. In this exclusive interview with Truthout, Morgan shares what transpired in Glasgow, what mechanisms can be implemented to end fossil fuel use, and how the end of the fossil fuel economy has the potential to challenge capitalism.

C.J. Polychroniou: I want to start by asking for your thoughts on COP26. What did it accomplish, and is there any reason to believe that leaders will make good on the pledges made?

Jennifer Morgan: Glasgow was meant to deliver on firmly closing the gap to 1.5°C and that didn’t happen. The final text was meek, weak and the 1.5°C goal is only just alive, but a signal has been sent that the era of coal is ending. And that matters. While the deal recognizes the need for deep emissions cuts this decade, those commitments have been delayed again until next year.

There was progress on adaptation, with the developed countries finally beginning to respond to the calls of developing countries for funding and resources to cope with rising temperatures. There was a recognition that vulnerable countries are suffering real loss and damage from the climate crisis now, but what was promised was nothing close to what’s needed on the ground, and this issue must be at the top of the agenda for developed countries.

Even though the mention of phasing out coal and fossil fuel subsidies is weak and compromised, its very existence is a breakthrough. The call for emissions reductions of 45 percent by the end of this decade is in line with what we need to do to stay under 1.5°C and brings science firmly into this deal. But what we actually need is for companies and governments to take meaningful and tangible action toward it.

Unfortunately, while some of the worst bits have been removed, the offsets scam still got a boost in Glasgow, and there are still risks that this deal will support a greenwashing scam for the biggest polluters, with loopholes that are too big to tolerate, endangering nature, Indigenous Peoples and the 1.5°C goal itself. The UN Secretary General announced that a group of experts will bring vital scrutiny to offset markets, but much work still needs to be done to stop the greenwashing, cheating and loopholes giving big emitters and corporations a pass.

What COP26 showed was where real leadership is. The only reason we got where we did in Glasgow was because the youth, Indigenous leaders, activists and countries on the climate frontline forced concessions that were grudgingly given. Without them, these climate talks would have flopped completely. Young people who’ve come of age in the climate crisis won’t tolerate many more outcomes like this. We need to urgently mobilize to create irrepressible pressure for world leaders to act.

Those at the forefront of the fight against the climate emergency say we have to stop with the further expansion or exploitation of fossil fuels. Through what policy mechanisms can this be realized, and what is the role of Greenpeace International in helping to make this happen?

The breakup with fossil fuels is not only a necessity but also inevitable. Case in point, the compromise in the Glasgow Climate Pact on phasing out coal and fossil fuel subsidies is definitely not where we want it to be, but we have to acknowledge that it is a small victory in the sense that it’s the first time a call for coal reduction appeared on a COP final text.

But as this is a fundamental systemic change, we need all of the governments to be on board to make sure that this extractive and exploitative business of fossil fuels is well and truly choked off, and we transition as quickly as we can to sustainable sources of energy — in other words, no more money should be allowed for dirty investments.

Between the adoption of the Paris agreement in 2015 and 2019, 33 major global banks collectively poured $1.9 trillion into fossil fuels. The world needs $90 trillion in the next decade to achieve the goals set by the Paris agreement and the 2030 Agenda for Sustainable Development. Fossil fuel supply still attracts nearly three times more investments and subsidies than the solutions. Just 10 percent of these regressive subsidies could pay for the transition to a clean energy revolution — only 10 percent of the money we are dumping into outdated fossil fuels. This is why the governments must create, then properly and effectively implement policies so that no amount of money — subsidy, funding or bailout should ever reach the fossil fuel companies again.

Fortunately, as more governments are realizing the true gravity of our climate situation, they are taking more action. In East Asia and Southeast Asia, we’ve been running campaigns against state-backed public development banks (PDBs) in China, Japan and South Korea to shift their overseas energy investments, and all three countries have announced [they will] either end or phase out overseas coal investments by the end of the year.

And through our latest Money for Change campaign, we’ve been targeting the European Investment Bank — the biggest public lender still financing fossil gas projects and some of the dirtiest companies in Europe while funding motorway expansion — by denouncing their hypocrisy and greenwashing.

But most importantly, we need to ensure that all policies have just transition at heart, and make sure we’re moving toward a more sustainable economy in a way that’s fair and inclusive for everyone. So, just as we’ve always done, Greenpeace will continue to put unyielding pressure on leaders all around the world to quit putting profit over people and the planet, as there is no money in a dead world.

Read more

Bookmark and Share

Besame Mucho – Een saxofonist verstript

De muziek van de film Ascenseur pour l’échafaud uit 1958 – regie Louis Malle – is bekender dan de film zelf. Miles Davis maakte de soundtrack, die niet alleen bij jazzliefhebbers bekend is. Vaak is de muziek te horen als achtergrond bij documentaires of televisiereportages. Het onmiskenbare trompetspel van Davis wordt afgewisseld met melancholische saxofoonklanken. Er ontstaat een serie lang uitgesponnen saxofoon- en trompetsolo’s met een simpel, telkens terugkerend thema, zonder echte melodie, wat zich eindeloos lijkt te herhalen.
Filmkijkers herinneren zich vooral deze muziek bij de scènes waarin een wanhopige Jeanne Moreau, op hakjes, verdwaasd over de beregende kinderhoofdjes van straten in Parijs beweegt. Het zijn ook de enige beelden uit de film die blijven hangen. Zonder de muziek van Miles Davis zou de film waarschijnlijk al lang in de vergetelheid zou zijn geraakt.

Film noir
Ascenseur pour l’échafaud is de eerste lange speelfilm van regisseur Louis Malle (1932-1995). Het is een in zwart/wit gedraaide film noir die bij vlagen hitchcock-achtig aandoet.
Een vrouw – Jeanne Moreau in de rol die haar doorbraak zou betekenen – en haar minnaar zijn van plan haar echtgenoot te vermoorden. Het plan dreigt te mislukken wanneer de minnaar opgesloten raakt in een lift in een verder verlaten kantoorgebouw en zo zijn afspraak met de vrouw misloopt. Wanhopig dwaalt ze ’s nachts door een uitgaanswijk van Parijs, in café’s en nachtclubs op zoek naar haar minnaar.

Read more

Bookmark and Share

Multatuli online

Lithografie naar portret van Multatuli door César Mitkiewicz

Multatuli – pseudoniem van Eduard Douwes Dekker (1820-1887) – wordt beschouwd als de belangrijkste schrijver uit het Nederlands taalgebied. Zijn invloed op de Nederlandse literatuur, de koloniale politiek, het feminisme en de arbeidersbeweging is baanbrekend geweest. Het Multatuli Genootschap/Stichting Multatuli Huis wil de belangstelling voor deze schrijver en denker levend houden door op multatuli.online zijn volledige werk en correspondentie en alle documenten (zoals teksten, afbeeldingen, archivalia) die op hem betrekking hebben digitaal en in samenhang te publiceren. De website is bestemd voor belangstellenden en onderzoekers maar ook voor wie hier kennismaakt met Multatuli.

De realisering van dit project zal stapsgewijs plaatsvinden. Op dit moment zijn alle zelfstandige publicaties van Multatuli aanwezig, alle bewaard gebleven correspondentie (ca. 5000 brieven), een biografie (door Dik van der Meulen) en het complete voor deze website gedigitaliseerde Multatuli Archief (eigendom van het Multatuli Genootschap en bewaard door Allard Pierson, De Collecties van de Universiteit van Amsterdam).

Daarnaast bevat de website een Multatuli Encyclopedie, een Multatuli Atlas, een Multatuli Lexicon en toegang tot een ruime hoeveelheid secundaire literatuur. Waar mogelijk wordt gewezen naar eerder gedigitaliseerde werken en documentatie, zoals te vinden bij de Koninklijke Bibliotheek (de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren en Delpher) en het Huygens Instituut.

Het colofon vermeldt alle personen en instellingen die tot nu toe een bijdrage hebben geleverd. Om een zo compleet mogelijk beeld van Multatuli’s werk en levensloop tot stand te brengen kunnen we de hulp van kenners en geïnteresseerden gebruiken. Wie over documenten – brieven, beeldmateriaal of secundaire literatuur – beschikt die hier niet mogen ontbreken of wie anderszins een bijdrage wil leveren aan multatuli.online (financieel of in natura), wordt van harte uitgenodigd om zich te melden bij de redactie van de website. Ook onjuistheden of suggesties voor verbetering kunnen aan de redactie worden doorgegeven.

Deze website is een initiatief van het Multatuli Genootschap en de Stichting Multatuli Huis. Door (fiscaal vriendelijk) donateur te worden ondersteunt u het werk van het genootschap en de stichting en verzekert u de instandhouding van deze website.

Bovenaan iedere pagina van deze website worden delen van de Multatuli Collectie getoond – brieven, documenten, manuscripten, foto’s, afbeeldingen en meer – om een indruk te geven van de rijkdom en de verscheidenheid van die collectie.

Bezoek de site: https://multatuli.online/home

Bookmark and Share

Auke van der Berg ~ Ikki’s eiland. De horzel van het koninkrijk I. Het gesprek

Rozenberg Publishers – ikkiseiland.com
ISBN 90 978 3610 495 1
216 pagina’s – November 2017
Tweede druk mei 2018

Derde druk september 2020
Euro 19,50
$ 20,00
Omslag & DTP: Ingrid Bouws

Inhoudsopgave

Interviews:
Boi Antoin – Wat van ons is, is niet goed
Ben Oleana – Je moet eerst naar jezelf kijken
Michiel Bijkerk – Advocatuur als sacrale kuunst
Claudette Martijn-Reed – Ik was niet van plan de politiek in te gaan
Johan Giskus – Nederlanders houden niet van dansers
Larry Gerharts – Alles draait om enen en nullen
Norwin Willem – De knuppel is vervangen door woorden
Rignald Saragoza – Ik ben zo geboren, dat heeft een voordeel
Abilio Martis – Door hard te werken hoopte ik dat we het beter zouden krijgen
Misoyla Winklaar – Als je de hoop verliest, is er niets meer
Valerio Balentien & Aixa Abrahams – Alles gaat langzaam beter
Sidney Josepha – Op den duur kom je toch in Rome
Rachit Alberto & Sigmar Marchena – Er gebeuren dingen die je stil laten staan bij je leven
Giovanni Frans – Mijn wensen hebben niets met gezondheidszorg te maken
Kevin Thodé – Ik luister goed en hoor wat de mensen zeggen
James Finies – Er zijn veel mensen om me heen en ergens is het verhaal wel gelukt
Max Suart – Er is geen baby die als crimineel geboren wordt

Plus een veertigtal stukkies.

 

Bookmark and Share

Religiously Based Political Parties In Democracies. The Case Of The Netherlands

Foto: tweedekamer.nl

Since the Netherlands became a full-fledged democracy in 1848 political parties of diverse ideological backgrounds competed for the vote of the electorate, be they Christian parties, liberal parties, socialist parties, and more recently populist parties. Religions claim that their values are God given and therefore immutable. In a democracy with several ideological streams seeking representation in Parliament, it is in most cases difficult if not impossible for one party to obtain more than 50% of the votes, and that poses a challenge to those religious parties that claim to base themselves on ‘universal’ God given values[i]. They have either the choice to stay in an oppositional role in Parliament and continue giving voice to their opinions. The other option is that they seek alliances with parties to which they resemble in order to form a government. But that last strategy implies that they must be prepared to reach compromises with other parties, thus possibly renouncing in cases the ‘eternal’ values the parties claim to represent. The preparedness to compromise goes by the way as well for secular parties that claim ‘universal truths’, but the difference between religious parties and secular parties is of course that religious parties claim that their values are of a higher nature, i.e. coming from God.

This article treats how the mechanisms of compromise work in the Dutch political system, focusing in particular on religious, in the Dutch case, mostly Christian political parties that enter coalition governments with other -often- secular parties. The article first presents a description of the Dutch political system and its Constitution, and the coming to being of the Dutch Nation State. Then it goes into the subject of how governments are formed in the Kingdom. Following, the article treats the specific case of how the 2017 Dutch coalition government was formed and how it treated the highly sensitive issue of euthanasia law in its coalition agreement, where an orthodox Christian party and a secular party had to come to terms on this issue. I use this case as to show how a religious party can function in a democracy with, in the Dutch case, mostly non-religious parties.

1 The Dutch Political System and Constitution
The Netherlands form since 1848 a constitutional Monarchy in which the King functions as a symbol of the unity of the people of the Netherlands but he does not hold any political power. The government, consisting of the Prime Minister and the Ministers, exercise power and are held responsible for their acts in Parliament. The Dutch Parliament consists of two Chambers. The Second Chamber is elected directly by the people and consists of 150 seats. The electoral system is of a representative nature, implying that the total number of valid votes in elections is divided by 150. The Netherlands does not have constituencies like the United Kingdom and France have. The First Chamber consists of 75 seats and is elected indirectly by the representatives of the 12 provinces the country counts. The country has a tradition that in elections no party ever obtained an absolute majority in Parliament and therefore coalition governments always ruled the country[ii].

The first article of the Dutch Constitution reads as follows[iii]:
‘All persons in the Netherlands shall be treated equally in equal circumstances. Discrimination on the grounds of religion, belief, political opinion, race or sex or on any other grounds whatsoever shall not be permitted’.

This first article stipulates that all persons that live in the Netherlands are to be treated equally in equal circumstances. The fact that one is a man or a woman, that a person has Dutch roots or German, Chinese or any other root, that a person has conservative political opinions or progressive opinions, that a person is heterosexual, homosexual or transgender and that a person is a Christian, a Jew, a Muslim or an atheist, does not make a difference in their treatment.

Article 6 of the Constitution concerns the freedom of religion or belief and it is formulated as follows, in two parts[iv]:

– Everyone shall have the right to profess freely his religion or belief, either individually or in community with others, without prejudice to his responsibility under the law.
– Rules concerning the exercise of this right other than in buildings and enclosed places may be laid down by Act of Parliament for the protection of health, in the interest of traffic and to combat or prevent disorders.

Interesting in article 6 is that it mentions not only the right to profess freely one’s religion, but also one’s conviction (my italics). Conviction explicitly refers to non-religious beliefs, not necessarily religious ones. So, people with religious and non-religious, or secular, convictions have the right to profess these in Dutch society.

The present Constitution of the Netherlands is based on its first draft that dates to 1848.

2 The genesis of the Dutch nation state
In 1789 the French revolution took place. The world would soon learn to know the new French regime based as it was on the principles of the Enlightenment. The French revolution would be the cradle of modern democracy and France would soon spread the revolution over Europe. French revolutionary troops occupied the Netherlands in 1795 causing the ruling prince Willem V to flee to Germany[v]. In the Netherlands there were at that time already citizens, referred to as ‘patriots’, who supported the principles of the Enlightenment, opposing the prince and the nobles that wanted to stick to the old rule. The Netherlands knew until 1795 a decentralized government in which the several provinces enjoyed great autonomy. With the French and patriots taking over, the country formed a National Assembly that set itself in making a Constitution based on the principles of the French Revolution: Liberty, Equality and Fraternity. This was though no so simple. The Netherlands was until 1795 basically a country where the Protestant church was dominant and where the two other religious denominations, i.e. the Catholics and the Jews, were second rang citizens that never got positions in the local and provincial boards. The 80-year war against Spain (from 1568-1648) led to throwing of the yoke of the Spanish (and Catholic) occupier and although the Dutch Republic was at that time a relatively tolerant power in Europe when it comes to religious freedom, the Protestant church was dominant, and all other religions were subordinate to it. And now the new State had to develop a constitution that would guarantee liberty and equality to all citizens, including the Catholics and the Jews. It took a long time before the debates in the National Assembly led to a Constitution and laws that foresaw in the principle of equality for all but in the end, it managed to do so[vi][vii].

The French occupation ended in 1813. The French troops left the country to assist Emperor Napoleon in the last battles he fought and which he ultimately lost. The country looked back at 18 years of French presence. From 1806-1810 Napoleon had changed the country into a Kingdom with his own brother Louis Napoleon on the throne. Louis Napoleon was not a bad king. He tried to develop the country as much as possible in the spirit of the French revolutionary principles. When the French left, the country had a constitution that foresaw in the equality of all its citizens. The paradox of the period after the French left is that the Dutch nation state remained built on the principles of Enlightenment. There were voices in society that called for a retour to the situation before 1795 but the enlightenment ideology was stronger than the conservative forces. The Netherlands kept a constitution based on the enlightenment. The son of the late prince Willem V came back to the country to become the future King Willem I, and he as well submitted to the new order. The country wet itself in developing as a modern nation state, centrally governed, investing a lot in infrastructure and education.

In 1848 a reform of the constitution took place making the country more democratic than before. One of the major changes was that the King lost the political power he still had. A government that was democratically elected without any interference of a hereditary sovereign should rule the country. The King protested but accepted his limited role as head of state only.  The principles of liberty, equality and fraternity had in the end led to a society, which not only legally foresaw in equal chances for all, but also in reality[viii].

Read more

Bookmark and Share
image_pdfimage_print

  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Archives