De zon van multiculturaliteit ~ Accepteren van wie we zijn.

No Comments yet

Martijn: Waarom sloeg je haar?
Nurten: Wat! Omdat ze aan het flirten was met mijn vent. Dat laat ik die Italiaanse bitch niet doen! En fuck you Martijn. Jij had me moeten verdedigen…Jij zegt altijd dat we allemaal Nederlanders zijn, en hier gedraag je je als een echte makamba (Papiaments voor een witte Nederlander die discrimineert)….Het komt omdat ik een buitenlander ben.
Martijn: Dat heeft er niets mee te maken. Jij wil dat ik je verdedig om iets wat verkeerd is. Dat ik je verdedig nadat jij dat meisje een blauw oog geslagen had. Jij bent echt gek! Zeg op nou, waarom sloeg je haar?
Nurten: Stop. Kop dicht Martijn, je bent m’n vader niet.
Martijn: Godzijdank. Je zou heel anders zijn als je een vader als mij had. Zolang je hier in Italië bent, ben ik verantwoordelijk voor je. Van nou af aan mag je het terrein niet meer af. En je noemt me geen makamba meer.
Nurten: En wie gaat me tegenhouden? Jij? Martijn jongen, zit niet met mij te fucken. Teringlijer die je bent. Ik neem je te grazen waar iedereen in deze kamer bij is…

Martijn wordt woedend. Met zijn blauwe ogen opengesperd loopt hij toe op Nurten, die hem recht in de ogen kijkt. Zij is klaar om te vechten. Hij is klaar om te vechten. Ik moet ingrijpen. Waar ben ik in terechtgekomen? Terwijl een deel van me de spanning probeert te verminderen, staart een ander deel van me naar de wolken die zich niets aantrekken van ons tumult.

Ik ben in Zuid Italië, die hybride plaats die Europa, Afrika en Azië met elkaar verbindt, waar de zon altijd schijnt. Of ze het nou wilden of niet, de zon trof de Italianen hier met haar felste stralen. Of wij het wilden of niet, de zon van de multi-culturaliteit trof ons met haar felste stralen van onenigheid en bracht ons bij elkaar door strijd. Wij, de multiculturele Nederlanders, vormden een eenheid die weigerde op een definitieve wijze gedefinieerd te worden. Was dit niet de optimale definitie van onze multiculturele samenleving: een eenheid die weigert op een definitieve wijze gedefinieerd te worden? We waren veel verschillende dingen en herkenden onze overeenkomsten pas toen we ons gingen vergelijken met buitenstaanders, en de invloed van onze muticulturele zon herkenden. Nurten beschuldigde Martijn ervan partij te kiezen voor een buitenstaander boven haar: een Nederlands persoon zoals hij. Martijn’s tegenwerping dat zij anders zou zijn als ze een vader zoals hij had gehad, stond symbool voor zijn positieve erkenning van het feit dat culturele en biologische menging aan de orde van de dag was. Interessant was ook dat hij weigerde makamba genoemd te worden, een beledigende term voor witte Nederlanders die discrimineren. Okay, hij was een autochtone Nederlander maar hij was geen makamba. In de hitte van hun ruzie, wilde hij duidelijk maken dat hij niet als conservatieve autochtoon geïdentificeerd wilde worden.

Martijn accepteerde de zon van multiculturaliteit. Hij begreep dat zij onvermijdelijk was. Zij had ons allen getransformeerd—witten, zwarten, en bruinen—in multiculturele grootheden bijeengehouden door de fictie van een Zelf waarvan de afbakening bepaald wordt door de supra-etnische ascriptieve markers autochtoon en allochtoon. Het handhaven van het absolute culturele verschil was een krachtige fictie, maar een fictie bleef het. Weinigen echter zien de dingen zo helder.

Het kamp dat multiculturaliteit probeert te verdedigen als ware het een United Colours of Benetton turned reality, een deken van onderscheiden culturele eenheden, en zij die zich gespecialiseerd hebben in het presenteren van Nederland als een homogeen paradijs waar alles koek en ei was voor de horden zwartjes en Moslims verschenen, zijn beide even naïef. Historisch naïef. Verkopers van gevaarlijke fantasieën die alleen maar kunnen ontgoochelen.

Nederland is multicultureel geworden (door toevoeging van een Derde Wereld mix aan zijn hybride samenstelling) op het moment dat het begon aan het koloniale avontuur van onderwerping en uitbuiting (in de vorm van koloniën en door multinationale ondernemingen gecreëerde en gedomineerde markten). Het duurde een paar eeuwen voor het (koloniale) rijk terugsloeg en landde op Schiphol. Indo’s, Molukkers, Surinamers, Nederlandse Antillianen, en Arubanen kwamen hun koloniale moeder opeisen. Turken en Marokkanen, als twintigste-eeuwse contractarbeiders, weigerden te vertrekken nadat fabriekswerk hun rug had gebroken (net als hun Zuideuropese tegenhangers). En de niet-gedocumenteerden uit Afrika, Azië en Latijns Amerika—zij die ondergronds leven en de verbale en materiële feces van conservatieve woordvoerders voor de authochtone zaak over zich krijgen uitgestort—zijn vastbesloten eveneens als volwaardig mens aangezien te worden.

Tegenwoordig zijn we druk met het uitzoeken van het koloniale verleden, en met het rechtzetten van hedendaagse mistanden, in een poging om een gemeenschap van waardige personen te creëren. Dat is een moeizaam proces waarbij we elkaar veel pijn toebrengen maar we kunnen er niet voor kiezen het niet te doen. We moeten de zon van de multi-culturaliteit zien te beteugelen, net zoals de Zuid-Italianen zich hebben leren verstaan met de hemelster. Terwijl Martijn en Nurten het uitvechten, realiseer ik me dat deze woorden geen abstracties zijn.

Nurten had een Italiaanse winkelierster toegetakeld die ze ervan verdacht te flirten met Winchi, haar vriendje met gouden tand van Nederlands-Antilliaanse afkomst. Ze sloeg de winkelierster meermaals met haar met diamanten bezette ring die Winchi voor haar had gekocht. De caribinieri hadden haar meegenomen naar het bureau. Martijn en ik hadden al onze diplomatieke gaven moeten aanwenden om de familie van het slachtoffer te kalmeren. Ze besloten geen aanklacht in te dienen. Maar ze zouden Nurten opwachten als die zich weer in de stad zou laten zien. Ze verzekerden ons dat ze haar zouden slaan als een dier. En ieder die zou proberen ertussen te komen zou dezelfde behandeling krijgen.

Ik zou willen dat de zon nu tussenbeide zou kunnen komen. Wishful thinking. Haar stralen kunnen op dit moment niet op tegen de helse vuren die branden binnenin Nurten en Martijn. Misschien zou een nimbus helpen. Alweer, wishful thinking. Natuurkrachten zijn onmachtig wanneer een Mens zich gekwetst en vernederd voelt door een andere Mens. Op die momenten wordt de Mens homo homeopathicus waardoor belediging met verwonding wordt beantwoord. Martijn en Nurten repeteren alleen maar dit eeuwenoude drama. En ik speel eenvoudigweg de traditionele rol van vredestichter die faalt omdat z/hij te dicht staat bij de machthebber, Martijn in dit geval. Hoe ben ik in deze ellende terechtgekomen!

Ik sta mijn oude vriend Martijn bij, een jongerenwerker, die door de EU en de Nederlandse liefdadigheidsorganisatie waarvoor hij werkt gevraagd is twaalf jongeren uit de Rotterdamse binnenstad te begeleiden bij hun ontmoetingen met jongeren uit Milaan en Tirana om met hen te praten over welke invloed racisme en etnische intolerantie hebben op hun leven. Alle onkosten worden vergoed…behalve de fysieke onkosten die het gevolg zijn van het moeten omgaan met jongeren die constant onze autoriteit op de proef stellen. De acht Nederlandse jongens, allen van Nederlands-Antilliaaanse en Surinaamse afkomst, zijn harde jongens. Zij hebben meer spieren dan wij maar onze slimheid bij elkaar is hun spierkracht de baas. We kunnen hen aan. Ze schelden ons uit, maken overal een strijdpunt van maar uiteindelijk gehoorzamen ze. Met elkaar lachen we en erkennen we onze gemeenschappelijkheid. Dat is echter niet het geval met de hedendaagse Nederlandse incarnaties van Griekse sirenen die ons laten werken als nooit tevoren. Van Turkse, Kaapverdiaanse, wit-Nederlandse, and Surinaams-Javaanse afkomst, zijn Nurten, Conceicao, Kim, and Niza, harder en brutaler dan de jongens. Verborgen onder hun schoonheid lag de vurige energie van duivelinnen die erop gebrand waren ons voor hen te laten buigen.

En om de waarheid te zeggen, daar slagen ze ook in. We hebben geen zeggenschap over hen. We zijn hulpeloos. En om het nog erger te maken, gebruikten zij veinzerij en mooipraterij om de jongens tegen ons in te nemen. Als Martijn er niet in slaagt zijn autoriteit te doen gelden tegenover deze uitdaging, zal hij een ‘dode’ leider zijn, en we weten allemaal dat dat geen leider is. En als Winchi de zijde kiest van Nurten breekt waarschijnlijk de hel echt los.

Als mana uit de hemel komt onze redding wanneer een van de jongens gekscherend stelt dat awo’ tin cos, vrij vertaald uit het Papiamento “eindelijk krijgen we wat actie te zien.” Hij begint te wedden wie wie knockout gaat slaan. Iedereen lacht. Zelfs Nurten. Ook ik begin te lachen, en zonder dat ik me ervan bewust ben zeg ik in het Papiamento dat awo’ tin cos allen kan gebeuren als we voor iedereen ijs hebben gehaald. Kim is er snel bij om te zeggen dat mijn Papiaments zo verkeerd klink. Met een zwaar Nederlands-Antilliaans accent dat in tegenspraak lijkt met haar veronderstelde autochtonie, vertelt ze me dat ik klink als een makamba die als een Antilliaan probeert te praten. Stel je eens voor! Het feit dat ik grootgebracht ben in Papiaments, geboren ben op Aruba, uit voorouders die de taal ontwikkelden om de koloniale macht de waarheid te vertellen, betekent niets. Ik ben maar een makamba. Een bakra (het Surinaamse equivalent). Nurten lacht nogmaals. Martijn ook. We krijgen allebei te horen dat als we cool willen zijn, we les moeten nemen. Martijn’s bekwaamheid als sociaal werker neemt het direct over: hij herinnert iedereen eraan dat het juist dat is waarom ze in Italië zijn. Om onszelf eraan te herinneren dat we allemaal Nederlands zijn. We horen niet te vechten. Hij geeft toe dat hij af en toe zijn hoofd verliest, zoals dat ook bij Nurten het geval is, maar hij geeft om hen allemaal. Hij sommeert me samen met hem ijs voor iedereen te kopen. Voor we gaan, knipoogt hij naar Nurten en zegt dat hij haar in de eerste ronde knockout geslagen zou hebben. Nurten lacht. Ook verontschuldigt zij zich, een beetje onwillig, als Conceiçao en Winchi haar daartoe aansporen.

De nimbus is neergedaald. Zij heeft voor even de strijd afgekoeld waardoor we weer de zon van multi-culturaliteit kunnen waarderen. Deze onbetekenende confrontatie en zijn beëindiging is het topje van de ijsberg van agonistische harmonie die kenmerkend is voor onze multiculturele samenleving. Ik zou het niet anders willen.

image_pdfimage_print
Bookmark and Share

Comments

Leave a Reply





What is 3 + 20 ?
Please leave these two fields as-is:
IMPORTANT! To be able to proceed, you need to solve the following simple math (so we know that you are a human) :-)



Ads by Google

  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter


  • Ads by Google
  • Archives