Het Ubuntuplein in Zutphen – Een buurt waar ouderen wonen, werken en voor elkaar zorgen

image001Nieuwe solidariteit in de derde levensfase. September 2014. In ZorgLab2015 komen pioniers aan het woord die vanuit een persoonlijke betrokkenheid op zoek zijn naar nieuwe vormen van zorg en samenleven. Hugo Versteeg zet zich al ruim tien jaar in voor een omgeving die rekening houdt met de zogeheten derde fase generatie: zestig plussers met een carrière achter zich en op zoek naar een nieuwe balans tussen wonen en werken. In een omgeving waar ze zorg met elkaar delen. Dat komt er, in Zutphen, in een buurtje aan het Ubuntuplein, pal achter het treinstation, op loopafstand van het stadscentrum. De eerste paal wordt naar verwachting medio 2015 geslagen. In dit artikel een blik achter de schermen, als aanloop naar een serie waarin wij de totstandkoming op de voet zullen volgen.

Op een voormalig industrieterrein aan de achterzijde van het NS-station, heeft de gemeente Zutphen de bouw van een nieuwe woonwijk gepland: Noorderhaven. Het bouwverkeer rijdt er af en aan, wervende informatieborden geven een indruk wat er op de betreffende kavels komt. De eerste appartementen zijn inmiddels bewoond, die kijken uit op een terrein waar nog een kleine haven moet worden aangelegd. Even verderop staan oude pakhuizen en fabrieksloodsen in de steigers die innovatieve ondernemers binnenkort onderdak moeten bieden. Schuin daar tegenover staat een flat met balkons waar de opgestapelde verhuisdozen en tijdelijk gestald huisraad aannemelijk maken dat de bewoners er kortgeleden zijn ingetrokken. Wie het treinstation van Zutphen via de achteruitgang verlaat, ziet recht voor zich op ruim honderd meter afstand een rij felgele containers. Ze staan op een kaal terrein dat is afgeschermd door een ijzeren hekwerk. Deze afrastering markeert de omvang van het grondgebied waar binnenkort de eerste paal geslagen wordt voor het Ubuntuplein.

Geen exclusief domein
Doel van het Ubuntuplein-project is het creëren van een buurt waar de oudere generaties zich als een vis in het water kunnen voelen. Geen gated community of resort voor pensionado’s, maar een plek voor bewoners die er voor kiezen om midden in de samenleving te staan. En van plan zijn om ook op hoge leeftijd een actief en sociaal leven te leiden. De kiem voor het plan om een buurt op te zetten waar de oudere generaties zich ook thuis voelen, dateert van ruim tien jaar geleden. In 2004 zocht een groep senioren elkaar op die hun visie deelde visie in kwesties als sociale duurzaamheid en zinvol ouder worden. Hugo Versteeg was één van hen. Deze sociale pioniers verzamelden geestverwanten om zich heen. En spraken af hun ideeën in de praktijk te brengen. ‘Kijk, dit is het resultaat,’ wijst Hugo Versteeg naar een folder met een artist impression van de buurt die het moet worden, inclusiefplattegronden, technische gegevens en indicaties van prijzen voor het huren en kopen van de beschikbare ruimtes. Het plan behelst ruim tweehonderd levensloopbestendige woonruimtes en circa  20 kleinere ruimtes die te gebruiken zijn als atelier, werkpraktijk, kantoor of hobbyruimte. En eventueel als gastverblijf voor logés. Er zijn woningen in zowel de sociale- als in de vrije sector, het is een mix van huur, koop- en zorgappartementen. Het is een heel gevarieerd aanbod. Bestemd voor ouderen, ondernemers, jonge gezinnen en mensen die professionele zorg nodig hebben. Er is een grand café gepland, er is plek voor commerciële ruimtes en een ruim aantal plaatsen wordt gereserveerd voor verblijf- en verpleegzorg voor de alleroudsten. Dit onderdeel is in samenwerking met de zorgorganisatie Sutfene. Er wordt ook rondgekeken naar de mogelijkheid van kinderopvang en eventueel andere voorzieningen voor de jongere generaties. Want in plaats van een exclusief domein voor ouderen, is het experiment in Zutphen juist bedoeld om de buurt zo in te richten dat generaties, jong en oud, wel met elkaar in contact komen. En mogelijk iets voor elkaar kunnen betekenen. Read more

Bookmark and Share

Christine Mungai – Big Surprises: Why African Cities Should Look At Slums As The ‘New Normal’

mgafrica.com Photo: Flickr/Meena Kadri

mgafrica.com
Photo: Flickr/Meena Kadri

mgafrica.com. August 2014. It’s the mantra of urban public policy in Africa: Slums are bad. Everyone should live in a decent house that doesn’t let in the cold and rain, has clean water to drink, and not have to jump rivers of sewage to get home.
But the story isn’t as straightforward as that—scratching past the surface can challenge some of the assumptions held about Africa’s “informal settlements”, as they are euphemistically called.
The proportion of city dwellers who live in slums can be staggeringly high in Africa—in most of western, eastern and central Africa, more than 50% of city residents live in slums, and it can be as high as 80% in Mozambique, Angola and Central African Republic (CAR).
The stereotypical image of a slum is that of a squalid, overcrowded settlement of dilapidated metal-and-cardboard shacks.

But some African cities “hide” their slums well. In Addis Ababa, for example, some 40% of the housing stock is formal, yet a quarter of those in supposedly good formal housing actually live in slum-like conditions—a quarter lack access to toilets, a third share toilets with more than six families, and 34% rely on public water taps that have unreliable supply.

Read more: http://mgafrica.com/article/surprises-from-the-slums

Bookmark and Share

Jan Sneep – Einde van het stenen tijdperk – Bestuursambtenaar in het witte hart van Nieuw-Guinea

Sneep CoverJonge bestuursambtenaren maakten maandenlange verkenningstochten naar een van de laatste nog nooit door blanken betreden delen van het onhergbergzame centrale bergland, het Sterrengebergte in toenmalig Nederlands Nieuw-Guinea. Sneep beschrijft de eerste tochten van zijn collega en vriend Hermans, die een vliegveldje aanlegde en een pioniersbivak bouwde, het begin van de eenvoudige bestuurspost Sibil. Van daaruit trokken zij verder het bergland in en maakten kennis met bewoners in afgelegen valleien die eerst wat schuchter, maar al snel heel nieuwsgierig, vriendelijk en gastvrij de witte mensen in hun dorpen ontvingen.
De dragers deden ‘s avonds aan het kampvuur verslag van hun ervaringen van die dag, wat vaak tot hilarische taferelen leidde.

Sneep heeft vervolgens een belangrijk aandeel in de voorbereiding van de laatste grote wetenschappelijke expeditie van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG) naar het Sterrengebergte en neemt daar namens het Bestuur gedurende zes maanden ook aan deel. Hij beschrijft zijn ervaringen en de vele problemen waarmee de expeditie te kampen had.
Aansluitend vergezelde Sneep de Frans-Nederlandse filmexpeditie van de cineast Pierre Dominique Gaisseau die in zeven maanden van Zuid- naar Noordkust trok, door goeddeels onbestuurd gebied. Behalve tot dan toe onbekende bergbewoners ontdekten zij ook een Nederlandse pater die zich met zijn Papua geliefde in het geisoleerde oerbos had teruggetrokken.

Het boek Einde van het stenen tijdperk is in 2005 bij Rozenberg Publishers verschenen. ISBN 978 90 5170 927 8. In de komende weken zal het boek in de Quarterly worden gepubliceerd.

Nu online:
Inleiding
Naar Nieuw-Guinea
Video: Interview Pierre Dominique Gaisseau
Einde van het stenen tijdperk – Mijn eerste standplaats Mindiptana

Bookmark and Share

Pierre-Dominique Gaisseau – Sur la carte du monde: une tache blanche en moins…

Interview de Pierre-Dominique Gaisseau, à propos de sa récente traversée de la Nouvelle Guinée, région du monde jusque-là inexplorée. Il raconte l’expédition en commentant les images qu’il en a rapporté.

Bookmark and Share

Jan Briffaerts – When Congo Wants To Go To School. Educational Realities In A Colonial Context

Playground Girls School Sainte Thérèse in Coquilhatville, 1950s.

Playground Girls School Sainte Thérèse in Coquilhatville, 1950s.

Rozenberg Quarterly will publish on paper and online:
Jan BriffaertsWhen Congo wants to go to school. Educational realities in a colonial context.  An investigation into educational practices in primary education in the Belgian Congo (1925-1960) - Pb – 420 pag. – € 39,50 - ISBN 978 90 3610 144 8 – 2014

The education system in the Congo was widely considered to be one of the best in colonial Africa, in particular because of its broad reach among the Congolese youth. At independence however, the wake-up call was brutal as soon it became clear that the colonial educational system had neglected to form an educated class of people able to cope with administrating one of Africa’s biggest and economically most important countries. To be able to understand the mechanisms and effects of missionary education it is most enlightening to go back to the classroom and investigate the everyday reality of school. What did missionary education do exactly, how did it work, what did it teach, and how did it relate to its subjects, the children of the Congo?

This study gives clear insights into the everyday realities of colonial education. It is the result of historical research into educational practices and realities in catholic missionary schools in the Tshuapa region, located in the south of the Congolese province of Equateur. It is based on a rich array of historical source material, ranging from missionary archives and mission periodicals through to contemporary literature and interviews with missionnaries and former pupils who experienced colonial education themselves. The title, “When Congo wants to go to school… ” refers to one of many articles published in Belgian mission periodicals on the subject of the education and civilisation work carried out by missionaries in the Belgian colony.

Now online:
Introduction & A Few Preliminary Remarks
Educational Organisation In The Belgian Congo (1908-1958)
The Missionaries And The Belgian Congo: Preparation, Ideas And Conceptions Of The Missionaries
Catholic Missions In The Tshuapa Region
Part II – Realities

Next:
The Educational Climate

Bookmark and Share

When Congo Wants To Go To School – Introduction & A Few Preliminary Remarks

BriffaertsThe research project that formed the foundation for this study grew from a few existing lines of research. On the one hand it relates to research on the so-called Belgian civilisation project in the Congo, on the other to research into the micro-history of education in Belgium. Both my promoter and I have some experience in research into colonial education. Marc Depaepe’s work on the colonial phenomenon grew out of a representative, personal connection to it. As with many Flemish people, the colonial past was a part of his family history. The letters from his great aunt, Sister Maria Adonia Depaepe, a missionary in the Congo between 1909 and 1961, which he later published, are a testimony to this.[1] Her personal documents were published as part of a project on the history of education, more specifically the missionary action of the Belgians in the former colony. The result was a general study at a macro level based on the theory of historical education, focussing in on the educational policy and institutional development of colonial education.[2] At about the time this book was published I was writing an extended paper in the framework of the “Historische kritiek” (tr. Historical criticism) lectures in the history department at the Vrije Universiteit Brussels. The subject of my paper was the “school struggle” in the nineteen fifties in the Belgian Congo. This paper really related to a part of political history and the political players behind colonial education, particularly in Belgium and to a limited extent the Belgian Congo.[3] Some years later the content of the paper was presented at a colloquium on 50 years of the school pact (2nd and 3rd December 1998, V.U.B.) and published in the resulting conference notes.[4] Read more

Bookmark and Share

Bredero’s Bouwbedrijf – Familiebedrijf, mondiaal bouwconcern, ontvlechting ~ Inhoudsopgave & Ten Geleide

A.H. Bredero 1889 - 1947

A.H. Bredero 1889 – 1947 Foto: Familie Bredero

Wijn & Stael – Ten geleide – zie hieronder
dr. ir. W. van Vonno – Ter inleiding
drs. B. van Santen – Bredero’s Bouwbedrijf, 1921 – 1947 
drs. H. Buiter – Naar een internationaal bouwconcern, 1947 – 1986
mr. W.M.J. Bekkers – De opsplitsing van het Bredero-concern, 1986 – 2005
drs. P.M.G. Baas – Bredero, een persoonlijke visie op de neergang van Breevast (summier) en van Bredero (uitgebreider)
dr. ir. A. Feddes – Nawoord
De redactie – Ten slotte & Personalia

Ten Geleide
In uiteenlopende aangelegenheden doen particulieren, overheden en bedrijven een beroep op advocaten. Daardoor raken advocaten als dienstverlener bij tal van aspecten van de samenleving betrokken. Advocaten hebben daarbij een eigen verantwoordelijkheid. Wijn & Stael wil naast het dagelijkse advocatenwerk bijdragen aan maatschappelijke discussie. Met die gedachte is tien jaar geleden het initiatief voor deze serie “Recht te Utrecht” genomen. De serie begon in 1994 met een proloog: “Recht te Utrecht”.

Deel II verscheen in 1998 en ging over de Kantharos van Stevensweert. De Kantharos, een Grieks-Romeinse drinkbeker, was jarenlang onderwerp van een rechtsstrijd, waarbij het ging om de vraag of sprake was van een verkopersdwaling. De uitspraak van de Hoge Raad heeft de gemoederen van juristen en niet-juristen danig beziggehouden, zoals onder meer bleek bij het symposium over recht en onrecht in de rechtspleging[i] dat destijds ter gelegenheid van de presentatie van de bundel werd georganiseerd.
In 2000 verscheen deel III: Hamburgerstraat 28. Nadat te Utrecht eeuwen recht was gesproken aan de Hamburgerstraat, verhuisde de Utrechtse rechtbank in 2000 naar het Vrouwe Justitiaplein. In de bundel is een aantal opmerkelijke zaken besproken die hebben gediend voor de Rechtbank Utrecht en komen rechters, officieren, griffiers, advocaten en journalisten aan het woord met herinneringen aan het oude Gerechtsgebouw.
In 2002 verscheen ter gelegenheid van de invoering van de BaMa-structuur op de universiteiten, deel IV in de serie met de titel “Rechten in Utrecht”. De bundel werd gepresenteerd tijdens een congres over de inrichting van de rechtenstudie[ii]. Met de uitgave van de Bredero-bundel is het eerste vijftal bundels in de serie voltooid. (Recht te Utrecht 5 – Willem Bekker, A.W.P. Esmeijer, D. W. Aertsen en K. Oskam (red.) – In 2005 verschenen bij Dutch University Press) 
Read more

Bookmark and Share

‘In Ferocious Anger I Bit The Hand That Controls’ – The Rise Of Afrikaans Punk Rock Music

On a night in 2006, a Cape Town’s night club, its floor littered with cigarette butts,  plays host to an Afrikaner (sub)cultural gathering. Guys with seventies’ glam rock hairstyles, wearing old school uniform-like blazers decorated with a collection of pins and buttons and teamed up with tight jeans, sneakers and loose shoelaces keep one eagerly awaiting eye on the set stage and another on the short skirted girls. Before taking to the stage, the band, Fokofpolisiekar, entices the audience with the projection of their latest music video for the acoustic version of their debut hit single released two years before and entitled ‘Hemel op die platteland’.
In tune with the melancholy sound of an acoustic guitar, the music video kicks off with the winding of an old film reel revealing nostalgic stock footage of a long gone era. Well-known images make the audience feel a sense of estrangement by means of ironic disillusionment: the sun is setting in the Cape Town suburb of Bellville. Seemingly bored, the five members of Fokofpolisiekar hang around the Afrikaans Language Monument. Against the backdrop of a blue-grey sky, the well-known image of a Dutch Reformed church tower flashes in blinding sunlight. Smiling white children play next to swimming pools in the backyards of well-to-do suburbs and on white beaches while the voice of the lead singer asks:
can you tighten my bolts for me? / can you find my marbles for me? / can you stick your idea of normal up your ass? / can you spell apathy? can someone maybe phone a god / and tell him we don’t need him anymore / can you spell apathy? (kan jy my skroewe vir my vasdraai? / kan jy my albasters vir my vind? / kan jy jou idee van normaal by jou gat opdruk? / kan jy apatie spel? kan iemand dalk ’n god bel / en vir hom sê ons het hom nie meer nodig nie / kan jy apatie spel?)

And whilst the home video footage of a family eating supper in a green acred backyard is sharply contrasted with images of broken garden chairs in an otherwise empty run-down backyard, the theme of the song resonates ironically in the chorus: ‘it’s heaven on the platteland’ (‘dis hemel op die platteland’). On the dirty floor of the night club, a young white Afrikaans guy kills his Malboro cigarette and takes a sip of his lukewarm Black Label beer, watching more video images of morally grounded suburb, school and church and relates to the angry words of the vocalist:
‘regulate me […] place me in a box and mark it safe / then send me to where all the boxes/idiots go / send me to heaven I think it’s on the platteland’  (‘reguleer my, roetineer my / plaas my in ’n boks en merk dit veilig / stuur my dan waarheen al die dose gaan / stuur my hemel toe ek dink dis in die platteland / dis hemel op die platteland’).

As the video draws to a close, the young man sees the ironic use of the partly exposed motto engraved on the path to the Language Monument: ‘This is us’.  He has never visited the Language Monument, but he agrees with what he just saw and because he feels as though he just paged through old photo albums (only to come to the disillusioned conclusion that everything has been all too burlesque) he puts his hands in the air when the band takes to the stage with the lead singer commanding:
‘Lift your hands to the burlesque […] We want the attention / of the brainless crowd / We want the famine the urgent lack of energy / We are in search of the search for something / We are empty, because we want to be’ (‘Rys jou hande vir die klug […] Ons soek die aandag / van die breinlose gehoor / Ons soek die hongersnood die dringende gebrek aan energie / Ons is op soek na die soeke na iets / Ons is leeg, want ons wil wees’. Read more

Bookmark and Share
  • About

    Rozenberg Quarterly aims to be a platform for academics, scientists, journalists, authors and artists, in order to offer background information and scholarly reflections that contribute to mutual understanding and dialogue in a seemingly divided world. By offering this platform, the Quarterly wants to be part of the public debate because we believe mutual understanding and the acceptance of diversity are vital conditions for universal progress. Read more...
  • Support

    Rozenberg Quarterly does not receive subsidies or grants of any kind, which is why your financial support in maintaining, expanding and keeping the site running is always welcome. You may donate any amount you wish and all donations go toward maintaining and expanding this website.

    10 euro donation:

    20 euro donation:

    Or donate any amount you like:

    Or:
    ABN AMRO Bank
    Rozenberg Publishers
    IBAN NL65 ABNA 0566 4783 23
    BIC ABNANL2A
    reference: Rozenberg Quarterly

    If you have any questions or would like more information, please see our About page or contact us: info@rozenbergquarterly.com
  • Subscribe to our newsletter

  • Like us on Facebook

  • Follow us on Twitter

  • Archives